id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.704 Rolnummer: A. 150499/XIV-19240 Zaak: Arrest 142704 - - 29/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-12 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 09:44 Fiche Arrest nr 142.704 van 29 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.704 van 29 maart 2005 in de zaak A. 150.499/XIV-19.
- In zake : XXX, wonende te 2610 WILRIJK, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Oekraïense nationaliteit, op 7 april 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 5 maart 2004 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Tweede Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd haar als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 15 april 2004 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 9 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 2 maart 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van de verzoekende partij, die persoonlijk verschijnt, van Advocaat V. ANTYCHIN, die verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat C. DECORDIER, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-19.240-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegrondheid van het beroep. 1.
- Overwegende dat in een enig middel, afgeleid uit de schending van artikel 57/12, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelin- genwet), verzoekster aanvoert dat uit de bestreden beslissing van 5 maart 2004 niet blijkt dat na de behandeling ter zitting haar beroep onontvankelijk of kennelijk ongegrond is, integendeel, dat de gemachtigde bijzitter tot de ongegrondheid van haar beroep heeft beslist na een uitvoerige bronnenstudie en grondige doch onjuiste analyse van haar dossier, zodat de gemachtigde bijzitter, door zelf ten gronde te beslissen zonder dat het beroep onontvank- elijk of kennelijk ongegrond is, zijn bevoegdheid als alleenrechtsprekend lid heeft overschreden en haar rechten van verdediging zijn aangetast; 1.
- Overwegende dat krachtens artikel 57/12, vierde lid, van de Vreemde- lingenwet de gemachtigde bijzitter van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen een beroep, dat onontvankelijk of kennelijk ongegrond is, zelf als alleenrechtsprekend lid kan behandelen; dat een beroep kennelijk ongegrond is wanneer het weliswaar ontvankelijk is ingesteld, maar de erin ontwikkelde grieven duidelijk niet tot een hervorming van de beroepen beslissing kunnen leiden; dat blijkens de bestreden beslissing het beroep van verzoekster kennelijk ongegrond wordt verklaard omdat uit algemeen toegankelijke bronnen blijkt dat alle Oekraïense onderdanen slachtoffer kunnen worden van corruptiepraktijken en dat joden, wat betreft corruptie, geweld en misdaad, zich niet in een betere of slechtere positie bevinden, omdat verzoekster een verkeerd beeld heeft gegeven van de situatie van joden in Oekraïne, omdat de door haar neergelegde documenten evenmin aantonen dat er een mogelijk verband zou zijn tussen de ingeroepen feiten en haar joodse origine, omdat zij bijzonder vaag en oppervlakkig is over de situatie na de verdwijning van haar echtgenoot en omdat het reisgedrag van haar echtgenoot haaks staat op de nood aan internationale bescherming; dat deze redengeving nergens doet blijken dat omtrent het lot van verzoeksters beroep enige twijfel of betwisting mogelijk was; dat de gemachtigde bijzitter zijn appreciatiebevoegdheid dan ook niet te buiten is gegaan toen hij oordeelde dat de door verzoekster ontwikkelde grieven duidelijk niet tot een hervorming van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen konden leiden en derhalve dit beroep als kennelijk ongegrond afwees; dat indien in de beslissing melding wordt gemaakt van een ambtsbericht van het Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken, dit niet is omdat twijfel was gerezen omtrent de gegrondheid van verzoeksters beroep, doch wel om XIV-19.240-2/3 haar stelling dat zij en haar man bedreigingen en pogingen tot afpersing dienden te ondergaan omwille van hun joodse origine met recente informatie te weerleggen; dat het enig middel niet gegrond is;
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig maart tweeduizend en vijf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-19.240-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.704 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.