← België

Arrest 142723 - - 29/03/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 29 maart 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.723 Rolnummer: A. 155785/X-12058 Zaak: Arrest 142723 - - 29/03/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-04 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 09:47 Fiche Arrest nr 142.723 van 29 maart 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.723 van 29 maart 2005 in de zaak A. 155.785/X-12.

  1. In zake :
  2. Peter MAHIEU,
  3. Daniel COOL, die woonplaats kiezen bij Advocaat A. VAN BRABANT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Gulden Vlieslaan 16 tegen : de stad BRUGGE, die woonplaats kiest bij Advocaat A. LUST, kantoor houdende te 8200 SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan
  4. tussenkomende partij : de n.v. EURO IMMO STAR, die woonplaats kiest bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Aarlenstraat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Peter MAHIEU en Daniel COOL op 20 september 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 23 juli 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge houdende afgifte van de stedenbouwkundige vergunning aan de n.v. EURO IMMO STAR voor de aanleg van wegenis en infrastructuur fase 1, op een perceel gelegen te Brugge, Stationsplein 4, kadastraal bekend 25B5B; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-12.058-1/8 Gelet op de beschikking van 24 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. GROUWELS die, loco Advocaat A. VAN BRABANT verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat N. ANSOMS die, loco Advocaat A. LUST verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat P. FLAMEY, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de n.v. EURO IMMO STAR met een verzoekschrift van 11 oktober 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de n.v. EURO IMMO STAR op 13 januari 2004 een bouwaanvraag heeft ingediend bij het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge voor het aanleggen van wegenis en infrastructuur fase 1 op een perceel gelegen te Brugge, Stationsplein 4, kadastraal bekend 25B5B; dat het bestreden besluit het voorwerp van de bouwaanvraag als volgt omschrijft: "Overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op de aanleg van de openbare wegenis en uitrusting in de stationsomgeving met de bedoeling aanzet te geven tot de realisatie van het stationsproject, dat in zijn geheel het voorwerp is van de samenhangende bijzondere aanlegplannen 'La Brugeoise-fase stationsomgeving' dd. 18 mei 2000 en 'West-Brugge-fase stationsplein' dd. 12 december 2000; dat vermits de realisatie van het ganse stationsproject niet in één beweging kan gebeuren, beslist is tot kavelvormige opbouw van de site binnen de aanlegplannen zodat een kavelgewijze ontwikkeling van de site mogelijk wordt; dat het bpa La Brugeoise vijf kavels voorziet waarvan het voorste deel van de kavels 1, 2 en 3 samenvallen met het bestaande parkeerge- bouw; dat die kavels gescheiden zijn van de kavel 0 van het bpa West-Brugge-fase stationsplein, door de zone 3 van het bpa La Brugeoise, opgevat als ontsluitingszone; waar zich thans o.m. de zijvleugel van het stationsgebouw aan bevindt; Overwegende dat de aanvraag tot voorwerp heeft de fase I van de wegenis- werken voorzien voor de realisatie van het ganse stationsproject; en m.n. op die wegeniswerken die onontbeerlijk zijn om het cinemacomplex te kunnen realiseren, waartoe de kavel 1 van het onderwerpelijk bpa in het bijzonder is X-12.058-2/8 bestemd; dat zij betrekking heeft op het U-vormig gebied omheen kavel 1, gevormd door de zone 3 van het bpa La Brugeoise, de wegenis achteraan de kavel 1 en een deel van de dwarsstraat tussen de kavels 1 en 2, welke beide laatste delen opgenomen zijn in de zone 2 van gezegd bpa La Brugeoise;" dat het betrokken perceel is gelegen binnen het beheersingsgebied van het bijzonder plan van aanleg nr. 80 "La Brugeoise-stationsomgeving", goedgekeurd bij ministe- rieel besluit van 18 mei 2000; dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge bij besluit van 5 maart 2004 aan de n.v. CINE INVEST BRUGGE de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend voor het bouwen van een cinemacom- plex met acht zalen, inclusief parking, fiestenstalling en consessies op een perceel gelegen te Brugge, Stationsplein 4, kadastraal bekend 25B5E; dat verzoekende partijen een vordering tot schorsing en een beroep tot nietigverklaring bij de Raad van State hebben ingesteld tegen dit besluit; dat deze zaak gekend is onder het nr. A. 151.341/X-11.861; dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge bij besluit van 5 oktober 2004 voormeld besluit van 5 maart 2004 heeft ingetrokken; dat het college van burgemeester en schepenen bij het thans bestreden besluit van 23 juli 2004 aan de n.v. EURO IMMO STAR de stedenbouwkundige vergunning heeft verleend voor het aanleggen van wegenis en infrastructuur fase 1; dat de eerste verzoekende partij aan de Vaartdijkstraat 72 woont en dat de tweede verzoekende partij aan de Ketsebruggestraat 6, straat die gelegen is rechtover de plaats waar de wegeniswerken zullen worden uitgevoerd, woont; Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn; Overwegende dat de verzoekende partijen de voeging vragen met de eveneens voor de Raad van State aanhangige vordering tot schorsing gekend onder de zaak A. 151.341/X-11.861; dat het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge bij besluit van 5 oktober 2004 het besluit van 5 maart 2004 dat het voorwerp uitmaakt van de vordering tot schorsing in de zaak A. 151.341/X-11.861 heeft ingetrokken; dat er geen reden is tot voeging van de zaken; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden X-12.058-3/8 aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat, wat de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde betreft, de eerste verzoekende partij met betrekking tot het moeilijk ernstig te herstellen nadeel in essentie betoogt dat ze woont aan de Vaartdijkstraat 74, dat deze straat een kleine lokale weg is waar het aangenaam is om te wonen, dat de huizen er de facto langs het kanaal staan, enkel gescheiden door de aldaar 5-6 meter brede Vaartdijkstraat, zonder voetpad of voortuin, dat deze situatie ernstig verstoord dreigt te worden ingevolge het vergunde project en haar omvang, dat ze de gegronde vrees heeft dat heel wat verkeer, ingevolge de toegenomen verkeersstroom veroorzaakt door het vergunde project, de Vaartdijkstraat als uitvalsweg zal aanwenden bij gebrek aan alternatief/oververzadiging van de Baron de Ruzettelaan, dat dit verkeer richting Oostkamp en de autosnelweg E40 voorbij haar voordeur zal razen, dat haar rust en woongenot zal verdwijnen door de verkeershinder en de geluidshinder die het sluipverkeer zal veroorzaken, dat het toenemend verkeer ook een impact zal hebben op de privacy die zal verminderen, dat de veiligheid van haar kinderen in het gedrang komt door de snelheid van het verkeer en dat, vermits de alhier bestreden vergunning inzake wegeniswerken volkomen geconcipieerd werd in functie van het op te richten cinemacomplex en in feite beide vergunningen deel uitmaken van project 1, het X-12.058-4/8 nadeel ook voortvloeit uit de vergunde wegeniswerken; dat de tweede verzoekende partij aangaande het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uiteenzet dat ze woont aan de Ketsebruggestraat 6, dat deze straat is gelegen in de onmiddellijke nabijheid van het station, dat haar leefklimaat op ernstige wijze dreigt te worden aangetast ingevolge de drukte met lawaai-overlast die het geplande project zal veroorzaken, dat diverse bezoekers van de bioscoop en concessies zullen pogen hun wagen "gratis" te parkeren in de parking van de Ketsebruggestraat, dat ze net naast de toegang van de openbare parking woont, dat deze parkeersituatie, die nu reeds enige overlast veroorzaakt bij evenementen, zoals braderijen in de buurt, tengevolge van het vergunde project een onaanvaardbare situatie van permanente overlast dreigt te worden, dat ingevolge de totale ongeschiktheid van het geplande project ten aanzien van de bestaande verkeersinfrastructuur dit eveneens zal leiden tot een quasi chronisch fileprobleem, dat eveneens een sterk bemoeilijkte toegankelijkheid tot gevolg zal hebben voor de bewoners van de Ketsebruggestraat, dat de toename van de drukte eveneens de veiligheid, inzonderheid de verkeersveiligheid van de buurtbewoners, zal aantasten, dat het gebouw met name het bioscoopcomplex ook visuele hinder zal veroorzaken en dat vermits de bestreden vergunning inzake wegeniswerken volkomen geconcipieerd werd in functie van het op te richten cinemacomplex en beide vergunningen deel uitmaken van één project het nadeel ook uit de vergunde wegeniswerken voortvloeit; Overwegende dat de verwerende partij stelt dat wat de verkeers- hinder betreft er moet worden uitgegaan van de reeds bestaande toestand, dat enkel het verschil een nadeel kan uitmaken waarvan bovendien moet worden aangetoond dat het ernstig is, dat het ingeroepen nadeel geenszins voortvloeit uit de bestreden vergunning, dat verzoekers stellen dat zij "sedert jaren met argusogen de plannen en projecten van de stad Brugge inzake de ontwikkeling van de stationsomgeving van Brugge (volgen)", dat zij het met die plannen en projecten volmondig eens moeten zijn vermits zij geen van de daartoe opgemaakte bijzondere aanlegplannen ooit hebben bestreden, dat wat thans het voorwerp van de vergunning is niet meer is dan de concretisering van het definitief geworden bijzonder plan van aanleg, dat het causaal verband derhalve volledig ontbreekt; Overwegende dat de tussenkomende partij stelt dat de door de verzoekende partijen ingeroepen elementen ter staving van hun moeilijk te herstellen ernstig nadeel voortvloeien uit de realisatie van het bijzonder plan van aanleg "La Brugeoise" en geenszins uit de bestreden beslissing, dat de aanleg van wegenis en de X-12.058-5/8 daarbij horende infrastructuur op zich geen toename kan veroorzaken van de verkeersdrukte en de daaraan door de verzoekende partijen gekoppelde leefkwaliteit, dat verzoekende partijen zich voorbarig beroepen op een nog te vergunnen complex, dat de vergunningsaanvraag volledig strookt met het bijzonder plan van aanleg "La Brugeoise", dat geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan voortvloeien uit een vergunning voor wegenis dewelke reeds was voorzien in een vroeger goedgekeurd bijzonder plan van aanleg, dat hinder veroorzaakt door de uitvoering van bouwwerkzaamheden niet in aanmerking kan worden genomen bij de evaluatie van de ernst van het nadeel, dat verzoekende partijen in hun verzoekschrift overigens letterlijk toegeven dat het door hen aangehaalde nadeel voortvloeit uit het bijzonder plan van aanleg waar zij zelf uitdrukkelijk erkennen dat de verkeerssituatie van de Vaartdijkstraat reeds bij de conceptie van het bijzonder plan van aanleg ter sprake is gekomen, dat de aangevoerde nadelen steeds wijzen op een vrees voor een toename in verkeersdrukte welke louter berust op speculatieve voorspellingen en niet rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing, dat dergelijke nadelen hypothetisch en zodoende irrelevant zijn, dat verzoekende partijen bovendien meermaals toegeven dat nu reeds een verkeersoverlast bestaat (sluipverkeer langs de Vaartdijkstraat en last betreffende de parking voor gratis parkeren) zodoende dat deze kennelijk niet in onmiddellijk verband staat met de vergunde constructie doch eerder duidt op de problematiek van de mobiliteit in de Brugse binnenstad; Overwegende dat het bestreden besluit de stedenbouwkundige vergunning verleent voor het aanleggen van wegenis en infrastructuur fase 1 op een terrein gelegen te Brugge, Stationsplein 4, kadastraal bekend nr. 25B5B; dat het bijzonder plan van aanleg nr. 80 "La Brugeoise-stationsomgeving", goedgekeurd bij ministerieel besluit van 18 mei 2000, de gedetailleerde bestemming vastlegt van het gebied waarin het terrein is gelegen; dat de vergunde wegenis en infrastructuur is gelegen in de zones 2 en 3 van dit bijzonder plan van aanleg; dat de bestemmingsvoorschriften voor deze zones luiden als volgt : "Zone 2 Bestemming : 2.1 Deze zone is een zone voor wegenis i.f.v. voetgangers-, fiets- en mechanisch verkeer met inbegrip van de openbare nutsinfrastructuur nodig voor het goed functioneren van de openbare weg en de goede verkeersafwikkeling (inclusief verkeersondertunnelingen en ondergrondse parkeergarages). Onder openbare nutsinfrastructuur wordt eveneens begrepen alle aanleg en infrastructuren i.f.v. het openbaar vervoer en het goed functioneren ervan. Als nevenbestemming is openbaar groen toegelaten. Bemerkingen : X-12.058-6/8 2.2 De kavels 1-2-3-4-5 van zone 1 worden ontsloten via een boulevard die aansluit op de ringlaan. De dwarsstraten hebben een minimale rooilijnbreedte van 14 m. Deze dwarsstraten moeten met groenaanplantingen (hoogstammige bomen met voldoende onderbeplantingen), voet- en fietspadvoorzieningen uitgerust worden. De 2 eerste nieuwe dwarsstraten (doorheen het parkeergebouw) met aanduiding -b- (...) kunnen een privaat karakter behouden vanaf 15.00 m diepte achter de voorbouwlijn aan boulevard. Naast de uitrustingsvoorwaarden hierboven gesteld kunnen zij ingericht worden als los- en laadzones en als inritten tot de parkeergarages. 2.3 Op de met aanduiding -d- (...) aangegeven plaats dient rekening gehouden met de aanwezigheid van de overwelfde Kerkebeek. Een wijziging of aanpassing van het tracé is mogelijk mits goedkeuring van de bevoegde instanties. Zone 3 Bestemming: 3.1 Deze zone is een zone voor openbare wegenis als uitbreiding van het stationsplein. Het karakter van deze zone moet verkeersarm zijn. Bemerkingen : 3.2 De zone dient ingericht en aangelegd te worden als verkeersarme zone voor voetgangers, als kiss&ride zone en als fietsroute naar de fietsenberging aangeduid met aanduiding -e- (...) in functie van een vlotte en veilige bereikbaarheid van het station. 3.3 De infrastructuur dient zo aangelegd te worden dat deze door de transparantie van de bebouwing en de open ruimten tussen de bebouwing in kavel 0 een visuele, veilige en vlotte verbinding vormt met het stationsplein en er als het ware een geheel mee vormt."; dat dit bijzonder plan van aanleg door verzoekende partijen niet is aangevochten; dat het definitief is geworden; dat het nadeel dat voortvloeit uit de realisatie op zich van de in het bijzonder plan van aanleg op gedetailleerde wijze vastgelegde bestemming, met name het uitvoeren van wegenis en infrastructuur, aldus reeds is verwerkt en niet meer dienstig kan worden ingeroepen als nadeel bij het bestrijden van de stedenbouwkundige vergunning die ter uitvoering van deze bestemming wordt verleend; dat, in zoverre verzoekers het nadeel koppelen aan de realisatie van "het vergunde project", waarbij zij de realisatie van een cinemacomplex in de zone 1 van het bijzonder plan van aanleg bedoelen, blijkt dat de eveneens door verzoekende partij aangevochten op 5 maart 2004 verleende stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van zodanig complex bij besluit van 5 oktober 2005 het college van burgemeester en schepenen van de stad Brugge werd ingetrokken en dat dit intrekkingsbesluit definitief is geworden; dat om deze reden alleen reeds dit nadeel evenmin dienstig kan worden ingeroepen; dat verzoekers uiteenzetting geen afdoende concrete en precieze gegevens bevat die aannemelijk maken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden stedenbouwkundige vergunning een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, X-12.058-7/8 BESLUIT: Artikel
  6. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. EURO IMMO STAR in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  7. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  8. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negenentwintig maart 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-12.058-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.723 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.583 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.