id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.815 Rolnummer: A. 144697/XIV-17813 Zaak: Arrest 142815 - - 05/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-25 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 10:00 Fiche Arrest nr 142.815 van 5 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 142.815 van 5 april 2005 in de zaak A. 144.697/XIV-17.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat A. BAHRAMI, kantoor houdende te 1210 BRUSSEL, Koningsstraat 229 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Iraanse nationaliteit, op 27 november 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 20 oktober 2003 van de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, Eerste Nederlandse Kamer, waarbij wordt geweigerd hem als vluchteling te erkennen; Gelet op de beschikking van 3 december 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dat verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 28 december 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 16 maart 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HENDRICKX die, loco Advocaat A. BAHRAMI verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-17.813-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegrondheid van het beroep. 1.
- Overwegende dat in een enig middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 57/11 en 57/22 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelin- genwet) en uit de manifeste beoordelingsfout, verzoeker aanvoert
(1)dat zijn asielrelaas coherent en gestoffeerd is, dat de enige grief waarop de bestreden beslissing steunt bestaat uit de vaststelling dat de door hem neergelegde convocatie om te verschijnen voor de Revolutionaire Islamitische Rechtbank vals lijkt te zijn in vergelijking met het rapport van CEDOCA, dat de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen niet bewijst dat hij op intentionele wijze heeft proberen de Belgische autoriteiten te misleiden, dat het rapport van CEDOCA niet als een expertiserapport kan worden beschouwd voor zover de erin opgenomen bronnen anoniem zijn,
(2)dat wat de in de bestreden beslissing gemaakte opmerkingen met betrekking tot de neergelegde convocatie betreft, het CEDOCA-rapport niet preciseert waar het logo precies moet staan, de convocatie klaar en duidelijk het dossiernummer vermeldt en hij slechts een kopie heeft neergelegd omdat de Iraanse jurisdicties het origineel bewaren; 1.2.
- Overwegende dat blijkens de bestreden beslissing de aanvraag van verzoeker wordt verworpen omdat aan zijn relaas door de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen geen geloof wordt gehecht; dat dit besluit inzonderheid steunt op de vaststelling dat hij, door gebruik te maken van een vals document, gepoogd heeft de Belgische autoriteiten te misleiden; dat het uitsluitend aan de feitenrechter toekomt om te oordelen over de betrouwbaarheid en de onafhankelijkheid van de door hem geraadpleegde deskundigen; dat de Raad van State enkel kan vaststellen dat in de bestreden beslissing omstandig wordt aangegeven waarom de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen oordeelt dat haar bronnen (met name twee Iraanse vertrouwensadvocaten) betrouwbaar en onafhankelijk zijn, met name omdat “beide advocaten een jarenlange ervaring op juridisch gebied hebben met de reputatie zeer deskundig te zijn op het vlak van authentificatie van gerechtelijke documenten en bekend staan als betrouwbaar en onafhankelijk; dat zij voor de authenticiteit van documenten reeds sedert enkele jaren samenwerken met meerdere Westerse ambassades in Teheran; dat hun deskundigheid en onafhankelijkheid door de Belgische en andere ambassades kritisch werd geëvalueerd en bevestigd”, en de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen “om reden van confidentialiteit de identiteit” niet kan XIV-17.813-2/3 vrijgeven, zodat zij terzake haar beoordelingsbevoegdheid geenszins kennelijk te buiten is gegaan; 1.2.
- Overwegende dat voor zover verzoeker poogt de in de bestreden beslissing gemaakte vaststellingen van valsheid te weerleggen, dit onderdeel van het middel niet in aanmerking kan worden genomen, daar het steunt op feitelijke gegevens die men nagelaten heeft voor de feitenrechter op te werpen; dat hoewel verzoeker de mogelijkheid had de juistheid van het CEDOCA-rapport voor de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen te betwisten, hij van deze mogelijkheid geen gebruik blijkt te hebben gemaakt, laat staan dat hij de thans aangevoerde argumenten te gelegener tijd aan het oordeel van dit rechtscollege zou hebben onderworpen; dat het enig middel, in de mate dat het ontvankelijk is, niet gegrond is;
- Overwegende dat er grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijf april tweeduizend en vijf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-17.813-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.815 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div