id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.959 Rolnummer: A. 130458/XIV-12994 Zaak: Arrest 142959 - - 11/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-26 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 10:15 Fiche Arrest nr 142.959 van 11 april 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 142.959 van 11 april 2005 in de zaak A. 130.458/XIV-12.
- In zake : Janda MILAN, die woonplaats kiest bij Advocaat Ivo VAN DE VELDE, kantoor houdende te 2640 MORTSEL, Wouwstraat 1 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, woonplaats kiezend bij Advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te 3078 KORTENBERG Veldstraat
- ------------------------------------------------------------------------------------------------------ DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Janda MILAN, geboren op 25 juni 1965 en van Tsjechische nationaliteit, op 12 december 2002 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Minister van Justitie van 7 oktober 2002 tot uitlevering van de verzoekende partij aan de Tsjechische regering, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 16 oktober 2002; Gelet op het arrest nr. 135.463 van 28 september 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 13 oktober 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partij op 7 februari 2005, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partij niet heeft gevraagd om te worden gehoord; XIV-12.994-1/2 Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 135.463 van 28 september 2004 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
- De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op elf april tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-12.994-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.142.959 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.135.463 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.