id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.066 Rolnummer: A. 161261/XIV-22168 Zaak: Arrest 143066 - - 13/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-15 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 10:24 Fiche Arrest nr 143.066 van 13 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.066 van 13 april 2005 in de zaak A. 161.261/XIV-22.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat A. MATTHIJS, kantoor houdende te 2000 ANTWERPEN, Vlaamse Kaai 54-57 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. -------------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kongolese nationaliteit, op 29 maart 2005 per fax heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het bevel van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 4 maart 2005 om het grondgebied van het Rijk te verlaten, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 25 maart 2005; Gelet op de beschikking van 31 maart 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 31 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 13 april 2005 om 14.00 uur; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter A. BEIRLAEN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat A. HAEGEMAN die, loco Advocaat A. MATTHIJS verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; XIV-22.168-1/3 Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST ; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de eerste voorwaarde van voormeld artikel 17, §§ 1 en 2, betreft, de verzoekende partij in het verzoekschrift het volgende uiteen zet: “De hoogdringendheid bestaat uit het feit dat enerzijds een bevel wordt gegeven het grondgebied te verlaten binnen de 10 dagen, terwijl het bevel zelf van een verwijdering van het grondgebied spreekt binnen de 5 dagen.”; Overwegende dat de uiterst dringende procedure tot schorsing een uitzonderlijk en ongewoon karakter heeft vermits erdoor de rechten van verdediging van de verwerende en de tussenkomende partijen tot een minimum worden beperkt en het normaal verloop van de rechtspleging voor de Raad van State wordt verstoord; dat de verzoekende partij dan ook duidelijke feiten en gegevens dienen aan te brengen die het direct aannemelijk maken dat de schorsing onmiddellijk moet worden bevolen; dat dit in het bijzonder inhoudt dat de verzoekende partij de uiterst dringende noodzakelijkheid op tweeledige wijze en met concrete gegevens dient te rechtvaardigen: dat, enerzijds, dient te worden aangetoond dat de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure te laat zal komen en, anderzijds, dat niet onredelijk lang met het indienen van het verzoekschrift werd gewacht; Overwegende dat de verzoekende partij niet verantwoordt waarom de schorsing van de tenuitvoerlegging volgens de gewone procedure te laat zal komen; dat de verzoekende partij zich beperkt tot de vermelding dat haar een bevel wordt gegeven om het grondgebied te verlaten binnen de tien of binnen de vijf dagen; Overwegende dat bovendien uit het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij een vaste woon- of verblijfplaats heeft in het Rijk; dat uit de brief van 29 maart 2005 van de Dienst Vreemdelingenzaken blijkt dat: “er (...) nog geen enkele uitvoeringsmaatregel (werd) getroffen ten aanzien van verzoeker”; dat niet is aangetoond dat de verzoekende partij het voorwerp uitmaakt van een vrijheidsberovende maatregel; dat niets XIV-22.168-2/3 erop wijst dat de verwerende partij naar aanleiding van de bestreden beslissing een verwijdering of repatriëring van betrokkene in het vooruitzicht stelt; Overwegende dat, gelet op wat voorafgaat, de verzoekende partij niet aantoont dat de eventuele schorsing van de thans bestreden beslissing volgens de gewone schorsingsprocedure te laat zal komen; Overwegende dat de verzoekende partij de uiterst dringende noodzakelijkheid bijgevolg niet aantoont; dat dienvolgens niet voldaan is aan de eerste van de door artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarden; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertien april tweeduizend en vijf, door : de HH. A. BEIRLAEN, kamervoorzitter, C. VERHAERT, griffier. De griffier, De voorzitter, C. VERHAERT. A. BEIRLAEN. XIV-22.168-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.066 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.