id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 14 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.075 Rolnummer: A. 57619/XII-609 Zaak: Arrest 143075 - - 14/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-21 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 10:27 Fiche Arrest nr 143.075 van 14 april 2005 - Beslissing : Verwerping heropening debatten Opnieuw vastgesteld Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.075 van 14 april 2005 in de zaak A. 57.619/XII-
- In zake : Peter VAN DER HEYDEN, wonende te Koksijde, Koninklijke Baan 75, app. 0301 tegen : de STAD ANTWERPEN. tussenkomende partijen :
- Jean-Paul MEYS, wonende te Hoboken, Verenigde Natieslaan 202
- Ferdinand VAN DER BORGHT, wonende te Deurne, Koningsarendlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Peter Van Der Heyden op 22 april 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de gemeenteraad van Antwerpen, genomen op 1 maart 1994, “houdende diverse benoemingen binnen het Antwerpse politiekorps, meer bepaald deze waarbij - benoemd worden tot adjunct-commissaris-inspecteur de heren W. Lauwers, J. Boudewijns, J.P. Meys en F. Van der Borght, voorheen allen adjunct-commissaris; - benoemd worden tot adjunct-commissaris-hoofdinspecteur de heren E. Battle en J. Smit, voorheen beiden adjunct-commissaris-inspecteur”; Gelet op het arrest nr. 48.297 van 28 juni 1994 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de verzoekschriften tot tussenkomst van 11 oktober 1994; Gelet op de beschikking van 12 oktober 1994 die de tussenkomst van J.P. Meys en F. Van der Borght toelaat; XII-609-1/4 Gezien de memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgesteld door auditeur F. De Buel; Gelet op de beschikking van 13 mei 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 4 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 23 november 2004; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat P. Van Der Straten, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie betoogt dat de verzoeker geacht moet worden afstand te hebben gedaan van zijn beroep in zoverre het de benoeming betreft van W. Lauwers, J. P. Meys, F. Van der Borght, E. Battle en J. Smit; Overwegende dat in het verslag van het auditoraat de vordering niet gegrond wordt bevonden wat de voornoemde benoemingen betreft; dat verzoeker geen laatste memorie heeft neergelegd noch ter terechtzitting aanwezig was; dat daaruit wordt afgeleid dat hij wat die benoemingen betreft zijn belangstelling en dienvolgens zijn belang in het geding heeft verloren; XII-609-2/4 Overwegende dat de verwerende partij voorts, ter terechtzitting, betoogt dat verzoeker sinds het instellen van zijn beroep heeft verkregen wat hij met zijn beroep beoogde, namelijk zelf te worden benoemd tot adjunct-commissaris- inspecteur of adjunct-commissaris-hoofdinspecteur, dat hij meer bepaald zelf thans reeds commissaris is en daardoor zijn belang heeft verloren bij het beroep; Overwegende dat ernstige vragen rijzen over het voordeel dat verzoeker nog kan verkrijgen bij de gevraagde nietigverklaring van de benoeming tot adjunct-commissaris-inspecteur van J. Boudewijns en dienvolgens over zijn belang bij de vordering; dat zulks des te meer geldt nu verzoeker geen laatste memorie indiende en niet ter terechtzitting verscheen; dat het dienvolgens passend is de debatten te heropenen teneinde verzoeker toe te laten zijn belang te verduidelijken, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen, behalve in zoverre het is gericht tegen de benoeming van J. Boudewijns. Artikel
- De debatten worden voor het overige heropend. Artikel
- De zaak wordt opnieuw vastgesteld op de terechtzitting van 10 mei 2005 om 9.30 uur. Artikel
- De uitspraak over de kosten wordt uitgesteld. XII-609-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op veertien april 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-609-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.075 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.146.482 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.