← België

Arrest 143157 - - 15/04/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 15 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.157 Rolnummer: A. 158746/XII-4341 Zaak: Arrest 143157 - - 15/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-26 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 10:34 Fiche Arrest nr 143.157 van 15 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.157 van 15 april 2005 in de zaak A. 158.746/XII-

  1. In zake : Daniel VAN LOOY, die woonplaats kiest bij advocaat K. Rommens, kantoor houdende te Antwerpen, Stoopstraat 1, bus 6 en 9 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de gouverneur van de provincie Antwerpen. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Daniel Van Looy op 28 december 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 28 oktober 2004 van de gouverneur van de provincie Antwerpen tot weigering van een vergunning voor het dragen van een verweervuurwapen en van de beslissing van 25 oktober 2004 van de gouverneur van de provincie Antwerpen tot intrekking van de vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 22 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 8 maart 2005; XII-4341-1/5 Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat I. Arnouts, die loco advocaat K. Rommens verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd P. De Wolf; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat op 22 januari 1996 de politiecommissaris van Antwerpen verzoeker een vergunning verleent tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen; dat verzoeker op 15 oktober 1996 bij het provinciebestuur van Antwerpen een vergunning aanvraagt tot het dragen van een verweervuurwapen; dat de gouverneur van de provincie de aangevraagde vergunning weigert bij besluit van 27 februari 1997; dat op 28 februari 1997 de gouverneur bovendien de aan verzoeker op 22 januari 1997 verleende vergunning intrekt; dat de besluiten van 27 en 28 februari 1997 door de Raad van State vernietigd worden bij arrest nr. 133.653 van 8 juli 2004; dat op 25 en 28 oktober 2004 de gouverneur van de provincie Antwerpen opnieuw beslist om verzoekers vergunning tot het voorhanden hebben van een verweervuurwapen in te trekken, respectievelijk om zijn aanvraag voor het dragen van een verweervuurwapen niet in te willigen; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; XII-4341-2/5 Overwegende, met betrekking tot de tweede schorsingsvoorwaarde, dat verzoeker een dubbel nadeel aanvoert; dat hij in de eerste plaats betoogt dat de bestreden beslissingen meebrengen dat hij “onmogelijk zijn hobby -het parcoursschieten- [kan] beoefenen”, dat hij zich ter zake “niet verder kan ontplooien en bekwamen” en dat, gelet op de voortschrijdende leeftijd en de duur van een gewone vernietigingsprocedure, een vernietiging niet het vereiste herstel in rechte zal bieden; dat hij er zich in de tweede plaats over beklaagt dat hij door de bestreden beslissingen “tot het voorwerp van verdachtmakingen en afkeur, door collega’s - schutters en door zijn naaste omgeving” wordt gemaakt en in een slecht daglicht wordt geplaatst; Overwegende dat in principe de tijdelijke onmogelijkheid om een hobby of vrijetijdsbesteding uit te oefenen geen ernstig nadeel in de zin van het artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State uitmaakt; dat het in uitzonderlijke omstandigheden niettemin anders kan zijn; dat dan wel die exceptionele omstandigheden inzichtelijk en aannemelijk moeten worden gemaakt aan de hand van concrete en verifieerbare gegevens; dat alvast verzoekers leeftijd (41 jaar) niet van aard is een bijzondere toestand aan te tonen; dat, inzonderheid gelet op verzoekers leeftijd, ook de mogelijk lange duur van de annulatieprocedure niet van zo’n speciale toestand doet blijken; dat er tenslotte reden is om te betwijfelen of verzoeker inderdaad, zoals hij beweert, nog altijd lid is van de schutters- vereniging”Colveniers Group 4” te Hoboken; dat hij alleszins geen bewijs daarvan bijbrengt; dat integendeel, aldus stuk 8 van het administratief dossier, een verslag van 19 september 2004 van de politie Antwerpen zou uitwijzen “dat betrokkene niet voorkomt in het ledenbestand van de schietverenigingen die onder het toezicht van de lokale politie Antwerpen vallen”; XII-4341-3/5 Overwegende dat het, voorts, maar weinig geloofwaardig is dat de bestreden beslissingen, als zodanig, van aard zijn om verzoeker bij zijn vrienden en kennissen verdacht te maken of om hun afkeuring op te wekken; dat hoe dan ook de verdachtmakingen en afkeuring maar denkbaar lijken in zoverre aan de beslissingen ruchtbaarheid wordt gegeven in de kringen waarin verzoeker zich beweegt; dat niet blijkt, noch beweerd wordt dat verwerende partij de beslissingen er op enigerlei wijze bekend maakt; dat, ten slotte, waar verzoeker doet gelden dat hij “ten onrechte” in een slecht daglicht wordt geplaatst, hij de wettigheid van de bestreden beslissingen bekritiseert; dat de gebeurlijke onwettigheid van de besluiten een andere grondvoorwaarde voor de schorsing betreft; Overwegende dat verzoeker niet aannemelijk maakt dat de bestreden beslissingen hem een moeilijk te herstellen ernstig nadeel dreigen te berokkenen; dat tenminste een van de grondvoorwaarden voor een schorsing niet is vervuld; dat deze vaststelling volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen, BESLUIT: Artikel
  2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. XII-4341-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijftien april 2005, door : de HH. J. LUST, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. J. LUST. XII-4341-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.157 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.184.606 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.