id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.292 Rolnummer: A. 94410/VII-22497 Zaak: Arrest 143292 - - 18/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-25 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 10:45 Fiche Arrest nr 143.292 van 18 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 143.292 van 18 april 2005 in de zaak A. 94.410/VII-22.497 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat S. BUTENAERTS, kantoor houdende te 1080 BRUSSEL, Leopold II laan 180 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. --------------------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Britse nationaliteit, op 9 augustus 2000 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 20 juni 2000 tot terugdrijving, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 20 juni 2000; Gelet op het administratief dossier; Gezien de memories van antwoord en wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 23 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen en gezien het verzoek tot voortzetting van de verzoekende partij teneinde te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 28 januari 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 15 maart 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. SPELEERS, die, loco Advocaat S. BUTENAERTS, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat G. COOLSAET, die, loco Advocaat C. DECORDIER, verschijnt voor de verwerende partij; VII-22.497-1/5 Gehoord Adjunct-auditeur M. VAN LIMBERGEN, daartoe gemachtigd bij beslissing van de Auditeur-generaal van 16 februari 2005, in haar eensluidend advies; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973 en op artikel 43 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdeling- en;
- Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij heeft op 20 juni 2000 gepoogd het grondgebied van het Rijk binnen te komen om het Europees voetbalkampioenschap bij te wonen. 1.
- Verzoeker werd tegengehouden door de Rijkswacht die via de Britse autoriteiten vernam dat verzoeker in zijn land van oorsprong bekend is voor gewelddadig gedrag. 1.
- De met grenscontrole belaste overheid nam volgende beslissing tot terugdrijving van verzoeker : “aan: Van: Datum 20-06-00 Rijkswacht Grensinspectie Dienst Uur: 15h38 Grenscontrole contactpersoon: Terminal Eurostar ARN Ferdinand Av Fonsny, 47 B Tel: 02/205.19.55 1060 Brussel Fax: 02/205.56.32 Aantal bladzijden: 2 Betreft verslag n/: 710/M O.V. n/: de genaamde XXX geboren te Newcastle van Britse nationaliteit Beslissing tot terugdrijving: -in uitvoering van artikel 3, eerste lid, 7/ en Artikel 43,2/ van de wet van 15 december1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij de wet van 15 juli
- -Staving-naar-feiten: 7/) Betrokkene is in zijn land van oorsprong bekend voor gewelddadig gedrag. Als dusdanig acht de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken dat hij een gevaar kan zijn voor de Openbare Orde en Rust tijdens het Europese voetbalkampioen- schap. -Gelieve aan betrokkene bijlage 11 (zie blz. 2 van dit bericht) te betekenen”. “KONINKRIJK BELGIË BIJLAGE 11 MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN Dienst Vreemdelingenzaken GRENSINSPECTIEDIENST VII-22.497-2/5 Ref: BESLISSING TOT TERUGDRIJVING In uitvoering van artikel 3, eerste lid en artikel 43,2 van de wet, van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij de wet van 15 juli 1996, wordt TERUGGEDREVEN: XXX geboren te Newcastle op 29.03.73 van Britse nationaliteit REDEN VAN DE BESLISSING: artikel 3, eerste lid, 7/ en artikel 43,2 :wordt door ARN Ferdinand, adjunct Adviseur, gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken geacht de openbare rust/de openbare orde en rust van het land te kunnen schaden: betrokkene staat in zijn land van oorsprong gekend voor gewelddadigheden. Als dusdanig wordt hij geacht de Openbare Orde en Rust te kunnen schaden tijdens het Europees voetbalkampioenschap. (...)”. Dit is de bestreden beslissing; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord volgende exceptie van onontvankelijkheid opwerpt : “Exceptie van onontvankelijkheid van het beroep: gebrek aan belang Hierboven, sub 2 van deze memorie, is vermeld dat de in casu door verzoeker bestreden beslissing tot terugdrijving door tussenkomst van de Rijkswacht is uitgevoerd geworden (stuk 12 administratief dossier). Bovendien wordt in de feitelijke uiteenzetting van verzoeker gesteld: “Toen verzoeker op 20 juni 2000 vanuit Engeland het Europees voetbalkampioenschap in België wilde bezoeken (...)”. Het doel van verzoeker was dus een bezoek aan België tijdens het Europees voetbalkampioenschap en wel voor één welbepaalde wedstrijd die plaatsvond op 20.6.2000 (cf. het toegangsticket voor die wedstrijd, stuk l). Ingevolge de uitvoering van de bestreden beslissing en aangezien de gebeurtenis die verzoeker op Belgisch grondgebied wou bijwonen zich volstrekt in het verleden situeert, heeft verzoeker geen actueel belang meer bij het door hem ingestelde beroep tot nietigverklaring. Het beroep is bijgevolg onontvankelijk.”; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in de memorie van wederant- woord het volgende stelt : “Het is ten onrechte dat de verwerende partij laat gelden dat verzoeker geen belang zou hebben bij de vordering tot nietigverklaring. Zoals in het inleidend verzoekschrift werd aangegeven, is de bestreden beslissing, krachtens artikel 26 van de wet van 15 december 1980, gedurende 10 jaar van kracht. Verzoeker behoudt in ieder geval zijn belang. Het loutere feit dat het bevel werd gegeven naar aanleiding van het Europees voetbalkampioenschap in België, doet aan die wetsbepaling geen afbreuk. Het is zo dat krachtens de recente rechtspraak van het Arbitragehof de verzoekende partij een belang heeft omdat een vernietigingsarrest van de Raad van State alleszins een titel uitmaakt om gebeurlijk schadevergoeding te vorderen. Een vernietigingsarrest zal het hem vergemakkelijken de fout van de administratie aan te tonen (Arbitragehof, nr. 117/99, 10.11.1999). Het staat vast dat verzoeker ingevolge de beslissing tot terugdrijving, en het niet kunnen bijwonen van de voetbalmatch, schade heeft geleden, die hij, wanneer blijkt VII-22.497-3/5 dat de bestreden beslissing onwettig was, lastens de verwerende partij zou kunnen verhalen.”; 2.
- Overwegende dat uit het administratief dossier blijkt dat de beslissing tot terugdrijving door tussenkomst van de Rijkswacht is uitgevoerd op 20 juni 2000; dat bovendien uit het administratief dossier en uit de feitelijke uiteenzetting in het verzoekschrift blijkt dat het doel van verzoeker erin bestond één welbepaalde voetbalwedstrijd bij te wonen in België die plaatsvond op 20 juni 2000; dat, ingevolge de uitvoering van de bestreden beslissing en aangezien het doel van verzoeker zich in het verleden situeert, hij er geen actueel belang meer bij heeft dat de bestreden beslissing zou worden vernietigd; Overwegende dat artikel 26 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) het volgende bepaalt : “De terugwijzings- of uitzettingsbesluiten leggen verbod op gedurende tien jaar het Rijk binnen te komen, tenzij ze opgeschort of ingetrokken worden.”; dat in casu de bestreden beslissing een beslissing tot terugdrijving betreft; dat verzoeker niet aantoont dat artikel 26 van de Vreemdelingenwet van toepassing is op een beslissing tot terugdrijving; Overwegende dat een belang dat erin bestaat een administratieve rechtshandeling onwettig te horen verklaren, om vervolgens op basis van deze met gezag van gewijsde beklede uitspraak een vordering tot schadevergoeding voor de gewone rechter beter te kunnen ondersteunen, geen belang is dat verbonden is aan de nietigverklaring of aan het doen verdwijnen van de bestreden beslissing uit de rechtsorde, maar een belang dat er uitsluitend in bestaat een middel gegrond te horen verklaren; dat een dusdanig belang een onrechtstreeks belang is; dat de opgeworpen exceptie van de verwerende partij van gebrek aan een rechtens vereist actueel belang dient te worden aangenomen; dat het beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. VII-22.497-4/5 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien april tweeduizend en vijf, door: Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-22.497-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.292 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div