← België

Arrest 143457 - - 21/04/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.457 Rolnummer: A. 157667/VII-33200 Zaak: Arrest 143457 - - 21/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-02 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 11:11 Fiche Arrest nr 143.457 van 21 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.457 van 21 april 2005 in de zaak A. 157.667/VII-33.

  1. In zake : het Fonds Sociale Maribel voor de Privé-ziekenhuizen, dat woonplaats kiest bij advocaat L. LEMMENS, kantoor houdende te LEUVEN, K. Leopold I-straat 23 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door :
  2. de Minister van Werk,
  3. de Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, die woonplaats kiezen bij advocaat P. PEETERS, kantoor houdende te BRUSSEL, Brederodestraat
  4. tussenkomende partij : het Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de Socio-culturele sector, dat woonplaats kiest bij advocaat L. LEMMENS, kantoor houdende te LEUVEN, K. Leopold I-straat
  5. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat het Fonds Sociale Maribel voor de Privé-ziekenhuizen op 22 november 2004 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van artikel 10 van het koninklijk besluit van 13 september 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 18 juli 2002 houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de non-profit sector, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 21 september 2004; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen; VII-33.200-1/6 Gelet op de beschikking van 7 februari 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 24 februari 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaten P. LUYPAERS en L. LEMMENS, die verschijnen voor de verzoekende partij en de tussenkomende partij, en van advocaat P. PEETERS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur G. DE BLEECKERE; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende, wat de rechtspleging betreft, dat het Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de socio-culturele sector vraagt in het kort geding te mogen tussenkomen; dat het dit doet ter ondersteuning van de vordering ingeleid door de verzoekende partij; dat zijn belangen gelijklopend zijn met die van deze laatste partij; dat het vereiste belang om in de zaak tussen te komen aanwezig is; dat het verzoek kan worden ingewilligd; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de tweede schorsingsvoorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift tot schorsing het volgende aanvoert : "Verzoekende partij lijdt onmiskenbaar het vereiste moeilijk te herstellen en ernstig nadeel dat rechtstreeks voortvloeit uit de bestreden beslissing. Zoals hierboven in het middel uitvoerig toegelicht, strekt de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing er immers toe verzoekende partij te verplichten, volstrekt in strijd met haar maatschappelijk doel zoals bepaald in de oprichtingsakte van verzoekende partij, VII-33.200-2/6 Niet alleen is de onmiddellijke tenuitvoerlegging in strijd met het maatschap- pelijk doel van verzoekende partij, zoals bekrachtigd bij Koninklijk Besluit, zij is bovendien tegelijkertijd in strijd met de wetgeving ter zake, die als van openbare orde dient gekwalificeerd. Verzoekende partij is dan ook verplicht, de beginselen van de rechtstaat eerbiedigend, om bij Uw raad een vordering tot schorsing van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing te vorderen, teneinde op grond van Uw rechtspraak die zal tussenkomen, een rechtsgeldige akte te hebben die toelaat deze met de wetgeving van openbare orde strijdig zijnde bestreden beslissing, NIET te moeten uitvoeren. Zoals reeds toegelicht tijdens het eerste middel supra, dienden de werkgevers in uitvoering van de bestreden beslissing tegen 30 september 2004 hun aanvragen tot terugbetaling in te dienen. Terwijl op dit moment deze aanvragen nog allemaal verwerkt worden, dient te worden vastgesteld dat de hoegrootheid van de aangevraagde terugbetalingen het ernstige bedrag van de 1,5 miljoen EURO reeds overtreft ! Bedrag dat op deze wijze ten onrechte onttrokken wordt aan -afgewend wordt van- de wettelijke finaliteit waarmee het verplichtend dient besteed : creëren van tewerkstelling ! Ertoe verplicht worden deze bestreden beslissing uit te voeren zou erop neerkomen dat verzoekende partij zich medeplichtig, zelfs mededader zou dienen te maken aan dergelijke ongeoorloofde afwending van overheidsgelden (...). Enkel de schorsing van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing kan verzoekende partij de geoorloofde rechtsakte verschaffen die haar zal toelaten de bestreden beslissing niet daadwerkelijk te moeten naleven, zich derhalve niet medeplichtig of mededader hoeft te maken aan de beschreven afwending van overheidsgelden, en dit in afwachting van uw uitspraak ten gronde. Het spreekt voor zich dat verzoekende partij de stellige wens heeft dat verwerende partij haar beslissing, zoals bestreden, zal heroverwegen teneinde op dit vlak in overeenstemming te komen met de wetgeving van openbare orde en met het maatschappelijk doel van verzoekende partij, zoals bekrachtigd bij Koninklijk Besluit. Verzoekende partij hoopt dat Uw tussen te komen schorsingsarrest verwerende partij hiertoe afdoende zal toe aanzetten"; Overwegende dat de verwerende partij hierop in haar nota o.m. repliceert : "
  6. Volgens vaste rechtspraak van Uw Raad moet verzoekster in het verzoek- schrift tot schorsing zelf de concrete elementen aangeven ter staving van haar moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Verzoekster beperkt zich evenwel tot het aangeven dat haar maatschappelijke doel en de wetgeving ter zake is geschon- den, en motiveert dienvolgens hoegenaamd niet welke concrete elementen wijzen op het moeilijk te herstellen ernstig nadeel. Het beweerde nadeel heeft zich trouwens reeds voltrokken nu de betrokken werkgevers krachtens de bestreden bepaling hun aanvraag tot terugvordering op uiterlijk 30 september 2004 moesten indienen en verzoekster dienvolgens geen nieuwe aanvragen tot terugvorderingen meer kan ontvangen.
  7. In zoverre verzoekster opwerpt dat de aanvragen tot terugvordering meer dan 1,5 miljoen euro zouden vertegenwoordigen, zou dit erop kunnen wijzen dat zij zich beroept op een financieel nadeel om het moeilijk te herstellen ernstig nadeel te rechtvaardigen. Volgens vaste rechtspraak van Uw Raad is dergelijk nadeel evenwel in beginsel steeds herstelbaar. VII-33.200-3/6
  8. Verzoekster brengt daarenboven geen enkel concreet element bij ter staving van de omvang van dit beweerde nadeel, zodat dit element alleen al om die reden moet worden verworpen.
  9. Verzoekster betwist overigens niet het principe van de terugvordering van de bijdrageverminderingen. Zij betwist blijkbaar enkel dat deze terugvorderingen door haar moeten worden ingewilligd. Het eventueel financieel nadeel zou dan ook te allen tijde, al dan niet op basis van het vernietigingsarrest van Uw Raad, onderling verrekend kunnen worden met de RSZ, gesteld dat deze instelling als bevoegd invorderingsorgaan wordt aangeduid.
  10. Omdat verzoekster zelf het principe van de terugbetaling van de bijdrageverminderingen aan de werkgevers niet betwist, ziet verwerende partij evenmin in hoe het moeilijk te herstellen ernstig nadeel zou kunnen liggen in misbruik van overheidsgelden die bestemd waren voor de creatie van bijkomende werkgelegenheid"; Overwegende dat de bestreden bepaling ertoe strekt dat de werkgevers behorende tot de sector van de privé-ziekenhuizen, voor de periode van 1 januari tot 30 juni 2004, bij de verzoekende partij een gedeelte van de werkgeversbijdragen voor bepaalde werknemers, die door andere bepalingen van het bestreden koninklijk besluit uit het toepassingsgebied van de Sociale Maribel worden gesloten (de zgn. SINE-werknemers en de werknemers in Activa- en Doorstromingsbanen), kunnen terugvorderen; Overwegende dat de vraag of de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden bepaling al dan niet in strijd is met het maatschappelijk doel van de verzoekende partij of met de wetgeving ter zake, zelfs als die van openbare orde zou zijn, en of de verzoekende partij aldus al dan niet verplicht wordt mee te werken aan een "ongeoorloofde afwending van overheidsgelden", een onderzoek naar de ernst van de middelen vereist, vermits aldaar wordt aangevoerd dat de aan de verzoekende partij opgelegde taken buiten haar bevoegdheid vallen en tot de uitsluitende bevoegdheid van de R.S.Z. behoren; dat, zelfs indien de daarop betrekking hebbende argumenten ernstig zouden zijn, daardoor op zichzelf niet het risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is aangetoond; dat de ernst van de middelen en het aangetoond zijn van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel afzonderlijke constitutieve schorsingsvoorwaarden zijn; dat de verzoekende partij ook niet gerechtigd is een actio popularis in te stellen; dat concrete elementen moeten worden aangereikt waaruit blijkt dat het voortbestaan of het functioneren van de verzoekende partij ernstig bedreigd of bemoeilijkt wordt; Overwegende dat de verzoekende partij haar maatschappelijk doel en haar taken zelf als volgt omschrijft : VII-33.200-4/6 "Verzoekende partij is een Fonds dat in het bijzonder is opgericht met als enig doel het beheer van de gemutualiseerde som van de bijdragenverminderingen bedoeld in artikel 2 van het KB van 5 februari 1997, zoals vervangen door het KB van 18 juli
  11. Overeenkomstig de bepalingen van het Ministerieel besluit genomen in uitvoering van dit KB, is verzoekende partij als Fonds belast met : - het ontvangen van de sommen van de bedoelde bijdragenverminderingen; - het toekennen van de som van de bijdragenverminderingen aan de werkgevers die zich ertoe verbinden om een extra inspanning te leveren voor de tewerkstelling volgens de modaliteiten voorzien in en/of krachtens het KB van 5 februari 1997 en in de CAO van 18 juni 1998 (houdende maatregelen met het oog op de bevordering van de tewerkstelling in de privé- ziekenhuizen)"; dat hieruit blijkt dat de haar door de bestreden bepaling opgelegde verplichting bepaalde bijdrageverminderingen aan bepaalde werkgevers terug te betalen, een administratieve taak is die in de feiten niet vreemd is aan haar normale activiteiten, die er onder meer in bestaan bepaalde sommen van bijdrageverminderingen aan bepaalde werkgevers toe te kennen; dat de thans opgelegde verplichting het functioneren van het verzoekende Fonds in principe niet ernstig kan bemoeilijken; dat de verzoekende partij hoe dan ook geen concrete argumenten aanvoert waaruit zou kunnen blijken dat dit in casu wel degelijk het geval is; dat de verzoekende partij ook niet aanvoert, laat staan aantoont, dat de hoegrootheid van de aangevraagde terugbetalingen dusdanige financiële repercussies heeft, dat haar voortbestaan in gevaar zou kunnen komen; dat aan de desbetreffende schorsingsvoorwaarde niet is voldaan, BESLUIT: Artikel
  12. Het verzoek tot tussenkomst van het Sociaal Fonds Sociale Maribel voor de Socio-culturele sector in het administratief kort geding wordt ingewilligd. VII-33.200-5/6 Artikel
  13. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  14. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenentwintig april tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-33.200-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.457 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.114 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.