← België

Arrest 143528 - - 22/04/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.528 Rolnummer: A. 146340/X-11715 Zaak: Arrest 143528 - - 22/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-02 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 11:19 Fiche Arrest nr 143.528 van 22 april 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.nr. 143.528 van 22 april 2005 in de zaak A. 146.340/X-11.

  1. In zake :
  2. Carlos VERHELST,
  3. Reine WOUTERS, die woonplaats kiezen bij Advocaten P. FLAMEY en J. GHYSELS, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Aarlenstraat 25 tegen :
  4. de gemeente KOKSIJDE, die woonplaats kiest bij Advocaten P. LUYPAERS en H.-K. CAREME, kantoor houdende te 3001 HEVERLEE, IJzerenmolenstraat 105,
  5. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
  6. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Carlos VERHELST en Reine WOUTERS op 9 januari 2004 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 5 november 2003 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Koksijde waarbij aan de n.v. CAMAR en de n.v. NECCAL de verkavelingsvergunning wordt verleend voor een terrein gelegen te Koksijde, A. Degreeflaan, kadastraal bekend Sectie F, nrs. 1099 en 1100; Gelet op het arrest nr. 138.801 van 22 december 2004 waarbij het verzoek tot tussenkomst van de n.v. CAMAR en de n.v. NECCAL in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partijen worden gelegd; X-11.715-1/3 Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 27 december 2004; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de Hoofdgriffier bij de kennisgeving van het arrest houdende verwerping van de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit, aan de verzoekende partijen melding heeft gemaakt van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, en van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kortgeding voor de Raad van State; Overwegende dat naar luid van voornoemd artikel 17, § 4ter, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat op grond van voornoemd artikel 15ter, § 1, de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij zij binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord, BESLUIT: Artikel
  7. De afstand van het geding wordt vastgesteld. X-11.715-2/3 Artikel
  8. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig april 2005, door : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. J. BOVIN. X-11.715-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.528 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.138.801 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.