id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.573 Rolnummer: A. 154095/X-11970 Zaak: Arrest 143573 - - 22/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-04-28 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-02 11:27 Fiche Arrest nr 143.573 van 22 april 2005 - Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr.143.573 van 22 april 2005 in de zaak A. 154.095/X-11.
- In zake :
- Urbain VERSTRAETEN,
- Christiana DE RYCKE, die woonplaats kiezen bij Advocaat E. DE RYCK, kantoor houdende te 6140 TEMSE, Schoolstraat 9 tegen :
- de gemeente BEVEREN, die woonplaats kiest bij Advocaat R. VAN ROEYEN, kantoor houdende te 9120 BEVEREN, Grote Markt 34 b,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat V. TOLLENAERE, kantoor houdende te 9000 GENT, Koning Albertlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Urbain VERSTRAETEN en Christiana DE RYCKE op 23 juli 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het besluit van 10 mei 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg "6/5 Centrum Noord - Herziening" genaamd, van de gemeente Beveren, bekendge- maakt in het Belgisch Staatsblad van 10 juni 2004; Gezien de nota's van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-11.970-1/5 Gelet op de beschikking van 16 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat E. DE RYCK, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van Advocaat R. VAN ROEYEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, en van Advocaat V. TOLLENAERE, die verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat verzoekers op 25 oktober 2004 een nota hebben ingediend als antwoord op de nota's van de verwerende partijen; dat dergelijke nota niet is voorzien in het toepasselijke procedurereglement; dat zij uit de debatten wordt geweerd; Overwegende dat bij het bestreden besluit van 10 mei 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie het bijgaand bijzonder plan van aanleg "6/5 Centrum Noord - Herziening" genaamd, van de gemeente Beveren, bestaande uit een plan met weergave van de bestaande toestand, het bestemmingsplan met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften en een onteigeningsplan, wordt goedgekeurd (artikel 1), wordt besloten dat het algemeen nut de inname vordert van de onroerende goederen aangegeven op het onteigeningsplan (art. 2), dat de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigeningen ten algemenen nutte, bepaald bij de wet van 26 juli 1962, op deze onteigening kan worden toegepast (art. 3), en dat aan de gemeente Beveren machtiging tot onteigening wordt verleend (art. 4); dat verzoekers eigenaar zijn van een handelshuis, gelegen Markt 22 te Beveren met garage nr. 38, en twee achterliggende garages genummerd 37 en 39; dat luidens de stedenbouwkundige voorschriften van voornoemd bijzonder plan van aanleg het X-11.970-2/5 handelshuis is gelegen, voor het overgrote gedeelte in een "strook voor handel, dienstverlening, ambacht, kleinbedrijf, koer en hoving"
(10), en samen met de garages voor een klein gedeelte in een "strook voor kernversterkende inbreiding met commercieel karakter"
(9); dat deze eigendommen voor hun geheelheid tevens de innamen nrs. 7, 8 en 9 vormen van de bij het onteigeningsplan gevoegde "tabel der onteigeningen"; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende, wat de tweede door artikel 17, § 2, opgelegde voorwaarde betreft, dat verzoekers in het verzoekschrift tot schorsing uiteenzetten wat volgt : "Dat door het Ministerieel Besluit dd. 10 mei 2004 het gevaar bestaat dat de gemeente Beveren tot onteigening met toepassing van de rechtspleging inzake hoogdringende omstandigheden zal overgaan, en dit alles gelet op al het hogergestelde onaanvaardbaar is. Dat op onterechte wijze afbreuk wordt gedaan aan het eigendomsrecht van verzoekers, en aan hun genots- en beschikkingsrecht over hun eigendommen, waarvan zij bovendien zeer hoge en belangrijke inkomsten genieten. X-11.970-3/5 Dat gelet op al het hogergestelde, en het gevaar van onteigening dat een risico betekent op een moeilijk, ja zelfs niet te herstellen nadeel, het verzoek tot schorsing duidelijk gegrond (is)."; Overwegende, wat betreft "het gevaar (...) dat de gemeente Beveren tot onteigening met toepassing van de rechtspleging inzake hoogdringende omstandigheden zal overgaan" van de op de bij het bestreden besluit gevoegde "tabel der onteigeningen" vermelde onroerende goederen van verzoekers, en de daaraan gekoppelde afbreuk aan hun eigendoms-, genots- en beschikkingsrecht o.m. door de derving van de inkomsten uit deze goederen, dat moet worden vastgesteld dat het bestreden besluit enkel machtiging tot onteigening verleent; dat verzoekers pas uit hun eigendom zullen worden ontzet als de vrederechter de onteigening zal hebben toegestaan; dat de vrederechter die onteigening slechts kan uitspreken en de provisionele vergoeding slechts kan bepalen nadat hij het bestreden machtigingsbe- sluit zowel op zijn interne als op zijn externe wettigheid heeft getoetst; dat het Arbitragehof in zijn arrest nr. 51/95 van 22 juni 1995 en in zijn eerdere arresten waarnaar het in dat arrest verwijst, de wettigheidscontrole van de burgerlijke rechter evenwaardig heeft bevonden met de controle die de Raad van State kan doen; dat verzoekers de wettigheidsbezwaren welke zij thans aanvoeren, nog zullen kunnen doen gelden voor de vrederechter, dat deze er uitspraak over zal moeten doen en dat, indien zij gegrond worden bevonden, het risico van het verlies van verzoekers' eigendom alsnog afgewend zal kunnen worden; dat, zelfs aangenomen dat de dreiging van het verlies van de betrokken eigendom een ernstig nadeel betekent voor verzoekers, deze alleszins geen moeilijk te herstellen karakter heeft in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; dat de verwerende partijen terecht stellen dat verzoekers' uiteenzetting geen afdoende gegevens bevat waaruit kan blijken dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen in de zin van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-11.970-4/5 BESLUIT: Artikel 1. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel 2. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel 3. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tweeëntwintig april 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr.. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.970-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.573 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2008:ARR.180.609 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div