id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.593 Rolnummer: A. 51209/IX-2678 Zaak: Arrest 143593 - - 25/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-10 Raadplegingen: 62 - laatst gezien 2026-07-02 11:31 Fiche Arrest nr 143.593 van 25 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.593 van 25 april 2005 in de zaak A. 51.209/IX-
- In zake : de VZW Nationale Vereniging van Meetkundigen-Schatters, die woonplaats kiest bij advocaten G. VAN GRIEKEN en M. FORGES, kantoor houdende te BRUSSEL, Vossendreef 4, bus 29 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Nationale Vereniging van Meetkundigen-Schatters op 19 april 1993 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het bericht waarbij een examen voor meetkundigen-schatters van onroerende goederen voor de zittijden 1993 worden ingericht alsook van de oproep tot de kandidaten, en tevens van de beslissingen van onbekende datum, die aanleiding hebben gegeven tot dit bericht, in de mate waarin gesteld wordt dat de schiftings- proef voor de laatste maal georganiseerd werd in september 1992 en dat de gedeeltelijke proeven en technische proeven voor de laatste maal georganiseerd worden in september 1993 en december 1995”; Gelet op het arrest nr. 43.308 van 15 juni 1993 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-2678-1/11 Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur P. DE WOLF; Gelet op de beschikking van 22 april 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partij, die tevens het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging bevat, en van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 22 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 januari 2005, datum waarop de zaak is uitgesteld tot de openbare terechtzitting van 14 maart 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. TIREZ, die loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur St. DE TAEYE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 16 februari 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : IX-2678-2/11 1.
- De examens voor meetkundige-schatter van onroerende goederen, bedoeld in het bestreden bericht, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 19 februari 1993, betreffen examens bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 mei 1936 dat betrekking heeft op het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen. 1.
- Dat besluit dat inmiddels sedert 1 oktober 2004 is opgeheven bij artikel 13 van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, is in meerdere arresten van het Hof van Cassatie en de Raad van State bij gebrek aan wettelijke grondslag buiten toepassing gelaten, nu dit besluit de uitoefening van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen regelde op andere grondslagen dan het besluit van Willem van Oranje van 31 juli 1825 houdende bepalingen betreffende het uitoefenen van het beroep van landmeter -genomen op grond van artikel 73 van de fundamentele wet van 24 augustus 1815- dat een volledig geheel uitmaakt dat de uitoefening van het beroep van landmeter reglementeert en dat dezelfde bindende kracht heeft als wet. Zolang het voornoemd koninklijk besluit niet door een daartoe bevoegde overheid ongedaan was gemaakt, bleef het voor de kandidaten-landmeters een beletsel vormen om te voldoen aan de door het besluit van 31 juli 1825 opgelegde voorwaarden waarvan de vervulling hen moet toelaten de door dat besluit voorgeschreven eed af te leggen. 1.
- Bij besluit van de Vlaamse regering van 14 februari 1990 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 september 1978 ter uitvoering van artikel 2, § 1, 2/, 3/ en 4/, van de wet van 18 februari 1977 betreffende de inrichting van het hoger onderwijs en inzonderheid van het technisch hoger en agrarisch hoger onderwijs van het lange type, wordt voorzien in een studie leidend tot de graad en het diploma van industrieel ingenieur in de afdeling bouwkunde, optie landmeter. 1.
- Op 11 oktober 1990 dienen de Belgische Unie van Landmeters en Meetkundigen-schatters van onroerende goederen en de Koninklijke Federatie der Zelfstandige Landmeters-experten overeenkomstig de wet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de IX-2678-3/11 dienstverlenende intellectuele beroepen, een verzoekschrift in met als doel de regeling van beroepsactiviteiten en de bescherming van de titel van landmeter-expert onroerende goederen te verkrijgen. 1.
- Door artikel 1, alinea 1, van de wet van 6 augustus 1993 betref- fende de opheffing van koninklijk besluit van 31 juli 1825 houdende bepalingen nopens de uitoefening van het beroep van landmeter, wordt laatstgenoemd besluit opgeheven “met ingang van de datum van inwerkingtreding van een koninklijk besluit houdende reglementering van het beroep van landmeter-expert onroerende goederen, met toepassing van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen”. De tegen deze wet bij het Arbitragehof ingediende beroepen tot vernietiging zijn door het Hof verworpen bij arrest nr. 81/94 van 1 december
- 1.
- Op 8 januari 1993 beslist de Vlaamse minister van Onderwijs met betrekking tot de examens voor meetkundige-schatter van onroerende goederen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 mei 1936 het volgende : “1/ de schiftingsproef niet meer in te richten 2/ de technische proef af te bouwen : - de enige proef : laatste zittingen juni-september 1993 - 1e technische proef : laatste zittingen juni-september 1993 - 2/ technische proef : laatste zittingen juni-september en uitzonderlijk december 1995”. 1.
- Op 19 februari 1993 wordt in het Belgisch Staatsblad een bericht gepubliceerd houdende een oproep tot de kandidaten voor het examen van meetkundigen-schatters van onroerende goederen voor de zittijden
- In het bericht wordt tevens vermeld dat de gedeeltelijke proeven en technische proeven voor de laatste maal georganiseerd worden in september 1993 en december
- Bij aangetekende brief van 19 april 1993 heeft verzoekster de schorsing en de IX-2678-4/11 nietigverklaring gevorderd van dat bericht. De vordering tot schorsing is verworpen bij arrest nr. 43.308 van 15 juni
- Op 10 maart 1994 wordt in het Belgisch Staatsblad een bericht gepubliceerd houdende een oproep tot de kandidaten voor het examen van meetkundigen-schatters van onroerende goederen voor de zittijden
- In het bericht wordt tevens vermeld dat de eerste technische proef, de twee gedeeltelijke proeven van de eerste technische proef, alsook de enige proef voor de laatste maal georganiseerd werden in september 1993 en dat de tweede technische proef de laatste maal georganiseerd wordt in december
- Bij aangetekende brief van 9 mei 1994 heeft verzoekster de schorsing en de nietigverklaring gevorderd van dat bericht (de zaak G/A. 57.882/IX-2677). De vordering tot schorsing is verworpen bij arrest nr. 48.531 van 12 juli
- 1.
- Met toepassing van de kaderwet van 1 maart 1976 wordt op 18 januari 1995 het koninklijk besluit tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert afgekondigd. Dit koninklijk treedt in werking op 7 maart 1995, de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad. 1.
- De wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten en de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, scheppen een nieuw juridisch kader voor het beroep van landmeter-expert en beogen alle categorieën van landmeters. De wet van 6 augustus 1993 betreffende de opheffing van het koninklijk besluit van 31 juli 1825 en het koninklijk besluit van 18 januari 1995 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert worden opgeheven. IX-2678-5/11
- Over de ontvankelijkheid. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord aanvoert dat hetgeen verzoekster in het bestreden bericht blijkt aan te vechten, is dat het examen voor meetkundige-schatter van onroerende goederen “voor de laatste maal” wordt georganiseerd omdat dit volgens haar meebrengt dat het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen -minstens in overheidsdienst- zal uitsterven; dat de verwerende partij hierop antwoordt dat door op wettelijke wijze de graad en het diploma van industrieel ingenieur, afdeling bouwkunde, optie landmeten, in te richten, dit een afdoend bekwaamheidsbewijs vormt opdat de beëdiging voorzien in het koninklijk besluit van 31 juli 1825 zou kunnen plaatsvinden; dat zij er derhalve toe bijdraagt dat het beroep van landmeter zich kwalitatief en kwantitatief kan ontwikkelen; Overwegende dat verwerende partij betoogt dat het door verzoek- ster ingeroepen belang een ongeoorloofd belang is, vermits via het annulatieberoep wordt beoogd de bedoelde examens van meetkundige-schatter, hoewel ze geen wettelijke basis hebben en ondanks het feit dat ze worden georganiseerd op grond van onwettige koninklijke besluiten, verder te laten plaatsvinden; 2.
- Overwegende dat verzoekster in haar memorie van wederant- woord repliceert dat het inrichten van examens teneinde de uitoefening van het beroep van landmeter-schatter mogelijk te maken, kan beschouwd worden als een openbare dienst; dat zij, zich beroepend op het beginsel van de continuïteit van de openbare dienst, de theorie van de noodambtenaar en de leer van de rechtsschijn, stelt dat de gediplomeerde meetkundige-schatters zich mogen beroepen op de door hen afgelegde eed en afgelegde examens welke, hoewel onwettelijk, niet meer herroepen kunnen worden; dat hieruit volgt dat de stelling dat deze meetkundige-schatters niet zouden mogen opkomen voor de behartiging van hun belangen, niet consequent zou zijn; dat de “regularisering” van de uitoefening van het beroep van landmeter-schatter niet ten koste mag gaan van de verworven rechten die ontstaan zijn door het bewust handelen van het bestuur in de loop der jaren; dat zij hieraan toevoegt dat de IX-2678-6/11 ingeroepen middelen zich niet richten tegen het principe zelf van het geleidelijk afbouwen van de examens door de verwerende partij doch tegen de wijze waarop naar de legaliteit wordt teruggekeerd, namelijk door het vervangen van het beroep van meetkundige-schatter door gediplomeerde industriële ingenieurs; dat die uitvoeringswijze ten zeerste griefhoudend is omdat zij enkel de zelfstandige landmeter-schatters beoogt en de ambtenaren en degenen die werken in onder- geschikt verband volkomen negeert; 2.3.
- Overwegende dat verzoekster in haar laatste memorie opmerkt dat de overheid het koninklijk besluit van 18 mei 1936 betreffende de bepalingen in verband met het uitoefenen van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen, moet toepassen zolang de bevoegde overheid geen opheffingsbesluit heeft uitgevaardigd in het licht van het adagium ‘patere legem quam ipse fecisti’; dat tot de opheffing enkel beslist kan worden door de federale wetgever in zoverre de uitoefening van een beroep op zelfstandige wijze wordt geregeld en door de Koning in zoverre het statuut der landmeters-ambtenaren wordt bepaald; 2.3.
- Overwegende dat verzoekster betwist dat het voornoemd konink- lijk besluit van 1936 onwettig zou zijn; dat de rechtspraak van de Raad van State en het Hof van Cassatie waarin het koninklijk besluit van 18 mei 1936 onwettig wordt verklaard, geen algemene draagwijdte heeft aangezien het enkel geschillen tussen zelfstandigen betreft en vreemd is aan de rekrutering van ambtenaren meetkundige- schatters; dat zij vervolgt dat de wet van 6 augustus 1993 tot opheffing van het koninklijk besluit van 31 juli 1825 juncto de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen, de nieuwe wettelijke grondslag vormt voor het koninklijk besluit van 18 mei 1936 in zoverre dit het beroep van zelfstandig landmeter aanbelangt; dat de wet van 6 augustus 1993 de Koning machtigt om de vereiste bekwaamheidsbewijzen en beroepskennis te bepalen en dat het koninklijk besluit van 18 mei 1936 expliciet is opgenomen in artikel 4, § 1, 1/ van het koninklijk besluit van 18 januari 1995 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert -genomen ter uitvoering van de wet IX-2678-7/11 van 6 augustus 1993- waarin de lijst is opgenomen van diploma’s die toegang verlenen tot het beroep van gezworen landmeter-expert; dat verzoekster stelt dat uit de vermelding van het diploma van meetkundige-schatter in de rubriek ‘niveau 2+’ en niet in de rubriek ‘niveau 2+ : overgangsmaatregel’ van de bijlagen bij het koninklijk besluit van 26 september 1994 tot bepaling van de algemene principes van het administratief en geldelijk statuut van de rijksambtenaren die van toepassing zijn op het personeel van de diensten van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen, blijkt dat de Koning geen afschaffing van dit diploma overweegt; dat zij tenslotte aanhaalt dat de Koning zijn bevoegdheid om het statuut der ambtenaren te bepalen recht- streeks ontleent aan artikel 107 van de Gecoördineerde Grondwet zodat het koninklijk besluit van 18 mei 1936 betreffende de bepalingen in verband met het uitoefenen van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen, wel degelijk (grond)wettig is in de mate dat het de regels en toelatingsvereisten bepaalt voor het ambt van landmeter/meetkundige-schatter; 2.4.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie betoogt dat artikel 1 van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de opheffing van het koninklijk besluit van 31 juli 1825 houdende bepalingen nopens de uitoefening van het beroep van landmeter, bepaalt dat het laatstgenoemd besluit wordt opgeheven met ingang van de datum van inwerkingtreding van een koninklijk besluit houdende reglementering van het beroep van landmeter-expert onroerende goederen, met toepassing van de voornoemde kaderwet van 1 maart 1976; dat desbetreffend koninklijk besluit is genomen op 18 januari 1995 en in werking is getreden op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad, zijnde 7 maart 1995, zodat het besluit van 31 juli 1825 is opgeheven met ingang van 7 maart 1995; dat op die datum de koninklijke besluiten van 18 mei 1936 formeel hebben opgehouden te bestaan, aangezien zij het besluit van 31 juli 1825 tot grondslag hebben; 2.4.
- Overwegende dat de verwerende partij besluit dat het diploma uitgereikt ter uitvoering van het koninklijk besluit van 18 mei 1936 betreffende de bepalingen in verband met het uitoefenen van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen, expliciet is opgenomen in artikel 4, § 1, 1/ van het IX-2678-8/11 koninklijk besluit van 18 januari 1995 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert, waarin de lijst is opgenomen van diploma’s die toegang verlenen tot het beroep van gezworen landmeter-expert; dat hierbij de in het verleden behaalde diploma’s worden gelegaliseerd, in de zin dat zij rechtsgeldig toegang geven tot het beroep van gezworen landmeter-expert, maar dat hieruit niet kan worden afgeleid dat het de bedoeling is deze diploma’s nog in de toekomst uit te reiken; 2.5.
- Overwegende dat het koninklijk besluit van 18 mei 1936 betref- fende de bepalingen in verband met het uitoefenen van het beroep van meetkundige- schatter van onroerende goederen, bij gebrek aan een wet die de Koning daartoe machtigt, elke wettelijke grondslag mist nu het de uitoefening van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen regelt op andere grondslagen dan het koninklijk besluit van 31 juli 1825 houdende bepalingen betreffende het uitoefenen van het beroep van landmeter -genomen op grond van artikel 73 van de fundamentele wet van 24 augustus 1815- dat een volledig geheel uitmaakt dat de uitoefening van het beroep van landmeter reglementeert en dat dezelfde bindende kracht heeft als een wet; dat verzoekster de onwettigheid van dit koninklijk besluit uitdrukkelijk erkend heeft in haar memorie van wederantwoord; 2.5.
- Overwegende dat de verwerende partij door bedoeld examen voor een laatste maal te organiseren geleidelijk een einde wil maken aan de uitvoering van een onwettig koninklijk besluit; dat bij besluit van de Vlaamse regering van 14 februari 1990 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 september 1978 ter uitvoering van artikel 2, § 1, 2/, 3/ en 4/ van de wet van 18 februari 1977 betreffende de inrichting van het hoger onderwijs en inzonderheid van het technisch hoger en agrarisch onderwijs van het lage type, wordt voorzien in een studie leidend tot de graad en het diploma van industrieel ingenieur in de afdeling bouwkunde, optie landmeter; IX-2678-9/11 2.5.
- Overwegende dat verzoekster door haar beroep in de eerste plaats beoogt te bereiken dat het niet de laatste maal is dat de examens bedoeld in artikel 2 van het voornoemd koninklijk besluit van 18 mei 1936 worden georganiseerd; dat verzoekster hiermee een ongeoorloofd belang nastreeft, aangezien de organisatie van examens op basis van die bepaling onwettig is; 2.5.
- Overwegende dat bovendien de wet van 11 mei 2003 tot bescher- ming van de titel en van het beroep van landmeter-expert en de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, een nieuw juridisch kader voor het beroep scheppen dat in de plaats komt van alle bestaande wettelijke en reglementaire beschikkingen die het beroep van landmeter reglementeren; dat in de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter- expert, de voorwaarden worden bepaald voor de toegang tot het beroep, namelijk houder zijn van één van de diploma’s vermeld in artikel 2 en de eed afgelegd hebben zoals vermeld in artikel 7; dat deze wetten van 11 mei 2003 van toepassing zijn op alle landmeters, ongeacht of de betrokkene zelfstandige, loontrekkende of ambtenaar is; dat het diploma van meetkundige-schatter dat is uitgereikt ter uitvoering van het koninklijk besluit van 18 mei 1936 betreffende de bepalingen in verband met het uitoefenen van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen, toegang geeft tot het beroep van landmeter-expert; dat de verworven rechten van de meetkundigen-schatters in overheidsdienst worden geëerbiedigd; dat het statuut van ambtenaar landmeter-expert -zonder onderscheid met de zelfstandige landmeter- expert- wordt geregeld en beschermd; dat de nadelen die verzoekster beweert te ondervinden en door een gebeurlijke nietigverklaring van het bericht wil zien verdwijnen, niet langer actueel zijn; dat verzoekster niet meer over enig belang beschikt bij haar beroep; dat het beroep derhalve niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-2678-10/11 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2678-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.593 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.