id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.594 Rolnummer: A. 63460/IX-2843 Zaak: Arrest 143594 - - 25/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-10 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 11:31 Fiche Arrest nr 143.594 van 25 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.594 van 25 april 2005 in de zaak A. 63.460/IX-
- In zake :
- de VZW Nationale Vereniging van Meetkundigen-Schatters, die woonplaats kiest bij advocaat G. VAN GRIEKEN, kantoor houdende te BRUSSEL, Vossendreef 4, bus 29,
- Martin LIESENBORGH, wonende te NIEL, Boomsestraat 227 tegen : de Vlaamse Gemeenschap, vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Nationale Vereniging van Meetkundigen-Schatters en Martin LIESENBORGH op 27 april 1995 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van “het bericht waarbij een examen voor meetkundigen-schatters van onroerende goederen voor de zittijden 1995 wordt ingericht alsook van de oproep tot de kandidaten, en tevens van de beslissingen van onbekende datum, die aanleiding hebben gegeven tot dit bericht”; Gelet op het arrest nr. 56.029 van 25 oktober 1995 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; IX-2843-1/10 Gezien het verslag opgemaakt door auditeur L. VERMEIRE; Gelet op de beschikking van 28 mei 2001 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories van de verzoekende partijen, die tevens het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging bevat; Gelet op de beschikking van 22 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 januari 2005, datum waarop de zaak is uitgesteld tot de openbare terechtzitting van 14 maart 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat F. TIREZ, die loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van adjunct-auditeur St. DE TAEYE, daartoe gemachtigd bij beslissing van de auditeur-generaal van 16 februari 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : IX-2843-2/10 1.
- De examens voor meetkundige-schatter van onroerende goederen, voorwerp van het bestreden bericht, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 februari 1995, betreffen examens bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 mei 1936 dat betrekking heeft op het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen. 1.
- Dat besluit dat inmiddels sedert 1 oktober 2004 bij artikel 13 van de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, is in meerdere arresten van het Hof van Cassatie en de Raad van State onwettig bevonden bij gebrek aan wettelijke grondslag, nu dit besluit de uitoefening van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen regelde op andere grondslagen dan het besluit van Willem van Oranje van 31 juli 1825 houdende bepalingen betreffende het uitoefenen van het beroep van landmeter -genomen op grond van artikel 73 van de fundamentele wet van 24 augustus 1815- dat een volledig geheel uitmaakt dat de uitoefening van het beroep van landmeter reglementeert en dat dezelfde bindende kracht heeft als wet. Zolang het voornoemd koninklijk besluit niet door een daartoe bevoegde overheid ongedaan was gemaakt, bleef het voor de kandidaten-landmeters een beletsel vormen om te voldoen aan de door het besluit van 31 juli 1825 opgelegde voorwaarden waarvan de vervulling hen moet toelaten de door dat besluit voorgeschreven eed af te leggen. 1.
- Bij besluit van de Vlaamse regering van 14 februari 1990 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 september 1978 ter uitvoering van artikel 2, § 1, 2/, 3/ en 4/, van de wet van 18 februari 1977 betreffende de inrichting van het hoger onderwijs en inzonderheid van het technisch hoger en agrarisch hoger onderwijs van het lange type, wordt voorzien in een studie leidend tot de graad en het diploma van industrieel ingenieur in de afdeling bouwkunde, optie landmeter. 1.
- Op 11 oktober 1990 dienen de Belgische Unie van Landmeters en Meetkundigen-schatters van onroerende goederen en de Koninklijke Federatie der Zelfstandige Landmeters-experten overeenkomstig de wet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de IX-2843-3/10 dienstverlenende intellectuele beroepen, een verzoekschrift in met als doel de regeling van beroepsactiviteiten en de bescherming van de titel van landmeter-expert onroerende goederen te verkrijgen. 1.
- Door artikel 1, alinea 1, van de wet van 6 augustus 1993 betreffende de opheffing van het koninklijk besluit van 31 juli 1825 houdende bepalingen nopens de uitoefening van het beroep van landmeter, wordt laatst- genoemd besluit opgeheven “met ingang van de datum van inwerkingtreding van een koninklijk besluit houdende reglementering van het beroep van landmeter-expert onroerende goederen, met toepassing van de kaderwet van 1 maart 1976 tot reglementering van de bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van de dienstverlenende intellectuele beroepen”. De tegen deze wet bij het Arbitragehof ingediende beroepen tot vernietiging zijn verworpen bij arrest nr. 81/94 van 1 december
- 1.
- Op 8 januari 1993 beslist de Vlaamse minister van Onderwijs met betrekking tot de examens voor meetkundige-schatter van onroerende goederen bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 mei 1936 het volgende : “1 de schiftingsproef niet meer in te richten 2/ de technische proef af te bouwen : - de enige proef : laatste zittingen juni-september 1993 - 1e technische proef : laatste zittingen juni-september 1993 - 2/ technische proef : laatste zittingen juni-september en uitzonderlijk december 1995”. 1.
- Op 19 februari 1993 wordt in het Belgisch Staatsblad een bericht gepubliceerd houdende een oproep tot de kandidaten voor het examen van meetkundigen-schatters van onroerende goederen voor de zittijden
- In het bericht wordt tevens vermeld dat de gedeeltelijke proeven en technische proeven voor de laatste maal georganiseerd worden in september 1993 en december
- Bij aangetekende brief van 19 april 1993 heeft verzoekster de schorsing en de nietigverklaring gevorderd van dat bericht (de zaak G/A. 51.209/IX-2678). De vordering tot schorsing is verworpen bij arrest nr. 43.308 van 15 juni
- IX-2843-4/10 1.
- Op 10 maart 1994 wordt in het Belgisch Staatsblad een bericht gepubliceerd houdende een oproep tot de kandidaten voor het examen van meetkundigen-schatters van onroerende goederen voor de zittijden
- In het bericht wordt tevens vermeld dat de eerste technische proef, de twee gedeeltelijke proeven van de eerste technische proef, alsook de enige proef voor de laatste maal georganiseerd werden in september 1993 en dat de tweede technische proef de laatste maal georganiseerd wordt in december
- Bij aangetekende brief van 9 mei 1994 heeft verzoekster de schorsing en de nietigverklaring gevorderd van dat bericht (de zaak G/A. 57.882/IX-2677). De vordering tot schorsing is verworpen bij arrest nr. 48.531 van 12 juli
- 1.
- Op 28 februari 1995 wordt in het Belgisch Staatsblad een bericht gepubliceerd houdende een oproep tot de kandidaten voor het examen van meetkundigen-schatters van onroerende goederen voor de zittijden
- In het bericht wordt tevens vermeld dat de tweede technische proef de laatste maal georganiseerd wordt in
- De vordering tot schorsing van die beslissing wordt verworpen bij arrest nr. 56.029 van 25 oktober
- 1.
- Met toepassing van de kaderwet van 1 maart 1976 wordt op 18 januari 1995 het koninklijk besluit tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert afgekondigd. Dit koninklijk treedt in werking op 7 maart
- 1.
- De wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten en de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter-expert, scheppen een nieuw juridisch kader voor het beroep van landmeter-expert en beogen alle categorieën van landmeters. De wet van 6 augustus 1993 betreffende de opheffing van het koninklijk besluit van 31 juli 1825 en het koninklijk besluit van 18 januari 1995 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van gezworen landmeter-expert worden opgeheven. Zij traden in werking op 1 oktober
- IX-2843-5/10
- Over de ontvankelijkheid. 2.
- Met betrekking tot de bestreden handeling. 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord opwerpt dat aan het bestreden bericht dezelfde ministeriële beslissing van 8 januari 1993 ten grondslag ligt als aan de berichten verschenen in het Belgisch Staatsblad van 19 februari 1993 en 10 maart 1994; dat de inhoud van de drie berichten dezelfde is en dat het bestreden bericht enkel de uiterste data voor de inschrijving van de zittijden 1995 toevoegt, een nieuw element dat slechts een uitvoeringsmodaliteit is van de ministeriële beslissing van 8 januari 1993; dat het eigenlijke voorwerp van het annulatieberoep de beslissing is dat de examens voor landmeter-expert een laatste maal worden ingericht, beslissing die reeds op 8 januari 1993 is genomen; dat zij daaruit besluit dat het bericht van 28 februari 1995 niet voor vernietiging vatbaar is; 2.1.
- Overwegende dat verzoekers in hun memorie van wederant- woord betogen dat de inhoud van de drie berichten verschillend is; dat het thans bestreden bericht geen gewag meer maakt van gedeeltelijke proeven in verband met de tweede technische proef en dat andere examendata worden aangegeven; 2.1.
- Overwegende dat verzoekers in hun laatste memorie aanvoeren dat tweede verzoeker slechts kennis heeft verkregen van de ministeriële beslissing van 8 januari 1993 na inzage van het administratief dossier in onderhavige zaak; dat de bewuste ministeriële beslissing overigens nooit is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad; dat eerste verzoekster reeds een annulatieberoep heeft ingediend tegen de berichten verschenen op 19 februari 1993 en 10 maart 1994, zodat haar bezwaarlijk een laattijdig optreden kan worden verweten; 2.1.
- Overwegende dat aan de drie berichten gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van respectievelijk 19 februari 1993, 10 maart 1994 en 28 februari 1995 dezelfde ministeriële beslissing van 8 januari 1993 ten grondslag ligt IX-2843-6/10 om het examen voor meetkundige-schatter van onroerende goederen af te bouwen; dat die ministeriële beslissing verder is uitgewerkt en gepreciseerd in de drie berichten; dat zij echter niet volledig identiek zijn, aangezien het eerste bericht de zittijden van 1993 inricht, het tweede de zittijden van 1994 en het derde de zittijden van 1995; Overwegende dat verzoekers de vernietiging vorderen van het bericht, gepubliceerd op 28 februari 1995 “waarbij een examen voor meetkundigen- schatters van onroerende goederen voor de zittijden van 1995 wordt ingericht alsook van de oproep tot kandidaten, en tevens van de beslissingen van ongekende datum, die aanleiding hebben gegeven tot dit bericht”; dat in het bericht verschenen op 19 februari 1993 reeds vermeld was dat die proeven voor de laatste maal georgani- seerd worden in september 1993 respectievelijk in december 1995; dat in de mate het beroep gericht is tegen wat reeds in de vorige berichten was vermeld het laattijdig en derhalve niet ontvankelijk is; 2.
- Met betrekking tot het belang in hoofde van verzoekers. 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij in de memorie van antwoord aanvoert dat hetgeen verzoekers in het bestreden bericht blijkt aan te vechten, is dat het examen voor meetkundige-schatter van onroerende goederen “voor de laatste maal” wordt georganiseerd omdat dit volgens haar meebrengt dat het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen -minstens in overheidsdienst- zal uitsterven; dat de verwerende partij hierop antwoordt dat door op wettelijke wijze de graad en het diploma van industrieel ingenieur, afdeling bouwkunde, optie landmeten, in te richten, dit een afdoend bekwaamheidsbewijs vormt opdat de beëdiging voorzien in het koninklijk besluit van 31 juli 1825 zou kunnen plaatsvinden; dat zij er derhalve toe bijdraagt dat het beroep van landmeter zich kwalitatief en kwantitatief kan ontwikkelen; IX-2843-7/10 2.2.
- Overwegende dat verzoekers in hun memorie van wederant- woord repliceren dat eerste verzoekster als representatieve beroepsorganisatie van meetkundigen-schatters “een evident belang” heeft en tweede verzoeker als “gegadigde” belang heeft om de examens op basis van de koninklijke besluiten ”van 1936 en 1947 verder te laten organiseren door de Vlaamse gemeenschap”; 2.2.3.
- Overwegende dat het koninklijk besluit van 18 mei 1936 betref- fende de bepalingen in verband met het uitoefenen van het beroep van meetkundige- schatter van onroerende goederen, bij gebrek aan een wet die de Koning daartoe machtigt, elke wettelijke grondslag mist nu het de uitoefening van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen regelt op andere grondslagen dan het koninklijk besluit van 31 juli 1825 houdende bepalingen betreffende het uitoefenen van het beroep van landmeter -genomen op grond van artikel 73 van de fundamentele wet van 24 augustus 1815- dat een volledig geheel uitmaakt dat de uitoefening van het beroep van landmeter reglementeert en dat dezelfde bindende kracht heeft als een wet; dat verzoekster de onwettigheid van dit koninklijk besluit uitdrukkelijk erkend heeft in haar memorie van wederantwoord; 2.2.3.
- Overwegende dat de verwerende partij door bedoeld examen voor een laatste maal te organiseren geleidelijk een einde wil maken aan de uitvoering van een onwettig koninklijk besluit; dat bij besluit van de Vlaamse regering van 14 februari 1990 tot wijziging van het koninklijk besluit van 20 september 1978 ter uitvoering van artikel 2, § 1, 2/, 3/ en 4/ van de wet van 18 februari 1977 betreffende de inrichting van het hoger onderwijs en inzonderheid van het technisch hoger en agrarisch onderwijs van het lage type, wordt voorzien in een studie leidend tot de graad en het diploma van industrieel ingenieur in de afdeling bouwkunde, optie landmeter; 2.2.3.
- Overwegende dat verzoekers door hun beroep in de eerste plaats beogen te bereiken dat het niet de laatste maal is dat de examens bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 18 mei 1936 worden georganiseerd; dat zij hiermee een IX-2843-8/10 ongeoorloofd belang nastreven, aangezien de organisatie van examens op basis van die bepaling onwettig is; 2.2.3.
- Overwegende dat bovendien de wet van 11 mei 2003 tot bescher- ming van de titel en van het beroep van landmeter-expert en de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten, een nieuw juridisch kader voor het beroep scheppen dat in de plaats komt van alle bestaande wettelijke en reglementaire beschikkingen die het beroep van landmeter reglementeren; dat in de wet van 11 mei 2003 tot bescherming van de titel en van het beroep van landmeter- expert, de voorwaarden worden bepaald voor de toegang tot het beroep, namelijk houder zijn van één van de diploma’s vermeld in artikel 2 en de eed afgelegd hebben zoals vermeld in artikel 7; dat deze wetten van 11 mei 2003 van toepassing zijn op alle landmeters, ongeacht of de betrokkene zelfstandige, loontrekkende of ambtenaar is; dat het diploma van meetkundige-schatter dat is uitgereikt ter uitvoering van het koninklijk besluit van 18 mei 1936 betreffende de bepalingen in verband met het uitoefenen van het beroep van meetkundige-schatter van onroerende goederen, toegang geeft tot het beroep van landmeter-expert; dat de verworven rechten van de meetkundigen-schatters in overheidsdienst worden geëerbiedigd; dat het statuut van ambtenaar landmeter-expert -zonder onderscheid met de zelfstandige landmeter- expert- wordt geregeld en beschermd; dat de nadelen die verzoekers beweren te ondervinden en door een gebeurlijke nietigverklaring van het bericht wil zien verdwijnen, niet langer actueel zijn; dat verzoekers niet meer over enig belang beschikken bij hun beroep; dat het beroep derhalve niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-2843-9/10 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 198,32 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor de helft. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-2843-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.594 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.