← België

Arrest 143598 - - 25/04/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.598 Rolnummer: A. 79974/IX-1416 Zaak: Arrest 143598 - - 25/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-13 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 11:32 Fiche Arrest nr 143.598 van 25 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.598 van 25 april 2005 in de zaak A. 79.974/IX-

  1. In zake : Firmin SUNAERT, wonende te NINOVE, Neuringen 5 tegen :
  2. de Vaste Wervingssecretaris, thans het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegenwoordigd door de afgevaardigd bestuurder,
  3. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Financiën. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Firmin SUNAERT op 25 augustus 1998 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van 26 juni 1998 van de Vaste Wervingssecretaris waarbij hij niet geslaagd verklaard wordt in de bekwaamheidsproef voor informaticus; Gelet op het arrest nr. 117.690 van 31 maart 2003 waarbij de debatten worden heropend, en het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat wordt belast met een bijkomend onderzoek betreffende de juistheid van de gegevens vervat in de brief van 5 maart 2003 en over de weerslag ervan op de ontvankelijkheid van het onderhavige annulatieberoep; Gezien “de memories” van verzoeker en van de verwerende partijen; Gezien het aanvullend verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; IX-1416-1/4 Gelet op de beschikking van 10 september 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker, die tevens het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging bevat, en de laatste memorie van de eerste verwerende partij; Gelet op de beschikking van 21 februari 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 18 april 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van adviseur-generaal J. MOMMENS, die verschijnt voor de eerste vertegenwoordiger van de verwerende partij, en van inspecteur J. DE VLEESCHOUWER, die verschijnt voor de tweede vertegenwoordiger van de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  4. Overwegende dat de gegevens van de zaak uiteengezet zijn in het arrest nr. 117.690 van 31 maart 2003 waarbij de debatten in de onderhavige zaak heropend zijn teneinde het actueel belang van verzoeker te onderzoeken;
  5. Overwegende dat de auditeur-verslaggever in zijn aanvullend verslag op grond van de hem voorgelegde gegevens vastgesteld heeft dat de verwerende partijen verzoeker in de gelegenheid hebben gesteld om het tweede deel van de bekwaamheidsproef nr. 97329 over te doen, dat hij met name, na daartoe op 4 februari 2002 uitgenodigd te zijn, op de speciale sessie van 25 februari 2002 het IX-1416-2/4 computergestuurd en mondeling gedeelte van de proef, met inbegrip van de vragenlijst, opnieuw afgelegd heeft, maar zonder succes;
  6. Overwegende dat verzoeker op 25 februari 2002 de mogelijkheid heeft gehad om het gedeelte van het examen, waartegen hij zich met het onderhavige beroep verzet, over te doen; dat het bestuur hem daarmee een tweede kans heeft gegeven en hem aldus spontaan de genoegdoening heeft gegeven die hij met zijn annulatieberoep nastreefde; dat verzoeker het resultaat dat hij in dit nieuwe examen behaalde niet bestreden heeft; Overwegende dat, wegens de mogelijkheid die verzoeker heeft gekregen om het door hem betwiste examengedeelte over te doen, hij thans geen belang meer heeft om zijn oorspronkelijk examenresultaat -dat overigens thans definitief vervangen is door zijn uitslag op de proef van 25 februari 2002- te betwisten; dat gelet op de omstandigheden van de zaak, het past de kosten ten laste van de eerste verwerende partij te leggen; dat het beroep niet langer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  7. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  8. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de eerste verwerende partij. IX-1416-3/4 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-1416-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.598 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.117.690 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.