id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.602 Rolnummer: A. 56367/IX-3271 Zaak: Arrest 143602 - - 25/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-12 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 11:34 Fiche Arrest nr 143.602 van 25 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.602 van 25 april 2005 in de zaak A. 56.367/IX-
- In zake : André VANDEWINCKEL, wonende te MEERBEEK, Dorpstraat 97, tegen : de naamloze vennootschap van publiek recht BELGACOM, gevestigd te BRUSSEL, Emile Jacqmainlaan
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat André VANDEWINCKEL op 14 februari 1994 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van artikel 162 van het administratief personeelsstatuut van de naamloze vennootschap van publiek recht BELGACOM (hierna: BELGACOM), vastgesteld door de raad van bestuur op 23 november 1993; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur W. VAN NOTEN; Gelet op de beschikking van 6 maart 1997 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; IX-3271-1/10 Gelet op de beschikking van 10 maart 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 11 april 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van advocaat I. MARTENS, die eveneens verschijnt voor verzoeker, en van advocaat C. VAN OLMEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- Verzoeker treedt op 4 november 1957 in dienst bij de toenmalige Regie voor Telegrafie en Telefonie (RTT). Op 1 december 1967 wordt verzoeker benoemd tot vertaler. Op 1 december 1976 en 1 december 1985 wordt hij in vlakke loopbaan achtereenvolgens bevorderd tot eerstaanwezend vertaler en tot hoofdvertaler. 1.
- Op 4 september 1992 wordt de RTT omgevormd tot het auto- noom overheidsbedrijf BELGACOM. Het administratief personeelsstatuut van BELGACOM wordt vastgesteld door de raad van bestuur op 23 november
- IX-3271-2/10 1.
- Overeenkomstig artikel 146 en de bijlage 3 van het administratief personeelsstatuut worden de oude graadbenamingen op de datum van inwerking- treding van dit statuut -op 1 januari 1994- door nieuwe graadbenamingen vervangen. De oude graden hoofdvertaler (rang 25), eerstaanwezend vertaler (rang 24) en vertaler (rang 22) worden aldus vervangen door de nieuwe graad vertaler (rang 2a-bis). 1.
- Artikel 162 van het personeelsstatuut luidt als volgt : “§
- Als overgangsmaatregel kunnen de statutaire personeelsleden die titularis zijn van de graad van vertaler die laureaat zijn van één van de drie toegang verlenende beroepsproeven die zullen georganiseerd worden in de loop van 1994, ter plaatse benoemd worden in de graad van sectiechef van de specialisatie ‘vertaling’. §
- Met het oog op de voorbereiding van hun deelname aan de proeven bedoeld in §1, zal BELGACOM voor de belanghebbenden een opleiding verzekeren, die éénmaal wordt ingericht vóór de organisatie van de eerste proef. §
- Na de afloop van de derde beroepsproef worden de laureaten als volgt gerangschikt : 1/ de laureaten van de eerste proef worden gerangschikt vóór de andere en deze van de tweede proef vóór de laureaten van de derde proef; 2/ in de schoot van elk van de in punt 1/ bedoelde groepen, worden de laureaten gerangschikt overeenkomstig artikel
- §
- De personeelsformatie zal worden aangepast door overheveling van de betrekkingen van de graad van vertaler naar de rang 2b. §
- De belanghebbenden nemen in hun nieuwe graad van sectiechef de totaliteit mee van de anciënniteit verworven in de graad van vertaler. §
- De statutaire personeelsleden bedoeld in dit artikel die niet deelnemen of niet slagen voor één van de drie beroepsproeven behouden hun vroegere graad van vertaler.” 1.
- Verzoeker heeft niet deelgenomen aan de “beroepsproeven” bedoeld in voornoemd artikel 162, §
- Over de grond van de zaak. 2.1.
- Overwegende dat verzoeker in een eerste middel de schending aanvoert van het gelijkheidsbeginsel, vervat in artikel 10 van de gecoördineerde Grondwet; dat hij betoogt dat de bestreden bepalingen discriminerend zijn voor de IX-3271-3/10 vertalers aangezien vergelijkbare beroepscategorieën als bibliotheekbeheerder, controleur van de sociale dienst, gegradueerde ziekenverpleger, kinesitherapeut en maatschappelijk assistent, in tegenstelling tot de vertalers, geen beroepsproef moeten afleggen om de nieuwe graad van sectiechef te verkrijgen; 2.1.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar memorie van antwoord uiteenzet dat overeenkomstig artikel 146, §1, en de bijlage 3 van het personeelsstatuut, aan de bibliotheekbeheerder, de gegradueerde ziekenverpleger, de kinesitherapeut en de maatschappelijk assistent (oude graden) vanaf 1 januari 1994 bij wijze van overgangsmaatregel rechtstreeks de graad van sectiechef (nieuwe graad) wordt toegekend; dat de controleur van de sociale dienst (oude graad) vanaf 1 januari 1994 geen sectiechef maar wel controleur van de sociale dienst (nieuwe graad) wordt en dat de vertaler, eerstaanwezend vertaler en hoofdvertaler (oude graden) vanaf dezelfde datum vertaler (nieuwe graad) worden; dat het onderscheid in toegang tot de nieuwe graad van sectiechef steunt op een objectief criterium, met name het diplomaniveau van de verschillende beroepscategorieën; dat de kandidaten voor de graad van bibliotheekbeheerder, gegradueerd ziekenverpleger, kinesitherapeut en maatschappelijk assistent, voor de inwerkingtreding van het nieuwe personeelssta- tuut, titularis dienden te zijn van een graduaatsdiploma (niveau A1); dat voor de graad van vertaler een diploma hoger secundair onderwijs volstond en dat voor bevordering geen diploma vereist was; dat bijgevolg de overgangsmaatregel vervat in artikel 162 van het personeelsstatuut waarbij aan de vertaler een beroepsproef wordt opgelegd als voorwaarde tot benoeming in de nieuwe graad van sectiechef, gebaseerd is op het objectief onderscheid in diplomaniveau tussen de vertaler enerzijds en de andere vermelde beroepscategorieën anderzijds; 2.1.
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord repliceert dat de diplomavereisten voor de beroepscategorieën bibliotheekbeheerder en maatschappelijk assistent slechts werden ingevoerd in respectievelijk 1982 en 1979 en dat het nieuwe personeelsstatuut geen onderscheid maakt tussen de personeelsle- den van deze beroepscategorieën met en zonder diploma; IX-3271-4/10 2.1.4.
- Overwegende dat artikel 146, §1, van het administratief personeelsstatuut van BELGACOM bepaalt dat de benamingen van de graden opgenomen in kolom 1 van de tabel in bijlage 3 en die krachtens het koninklijk besluit van 8 juli 1977 van toepassing waren, op datum van inwerkingtreding van dat statuut -op 1 januari 1994- vervangen worden door deze er tegenover vermeld in kolom 3; dat de personeelsleden met de graad van bibliotheekbeheerder, gegradueerd zieken- verpleger, kinesitherapeut en maatschappelijk assistent aldus de nieuwe graad van sectiechef verkrijgen, en de personeelsleden met de oude graad van vertaler, eerstaanwezend vertaler en hoofdvertaler de nieuwe graad van vertaler; dat de graad van controleur van de sociale dienst (rang 22) vanaf 1 januari 1994 geen sectiechef wordt, maar controleur van de sociale dienst (rang 2a-bis); dat het middel derhalve feitelijke grondslag mist in zoverre verzoeker stelt dat de personeelsleden met de graad van controleur van de sociale dienst de graad van sectiechef verkrijgen; 2.1.4.
- Overwegende dat het gelijkheidsbeginsel dat door artikel 10 van de Grondwet gewaarborgd wordt, vereist dat diegenen die zich in dezelfde toestand bevinden op dezelfde wijze worden behandeld; dat het gelijkheidsbeginsel echter niet uitsluit dat een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende categorieën van personen, op voorwaarde dat voor dit onderscheid een objectieve en redelijke verantwoording bestaat; dat het onderscheid dat door de bestreden bepalingen in verband met de toegang tot de graad van sectiechef wordt gemaakt tussen de graad van bibliotheekbeheerder, gegradueerd ziekenverpleger, kinesitherapeut en maatschappelijk assistent enerzijds en de graad van vertaler anderzijds, door de verwerende partij verantwoord wordt door het verschil in diplomavereisten voor de benoeming in die graden; Overwegende dat, in deze, artikel 1 van het ministerieel besluit van 28 juli 1982 betreffende de benoeming tot de graad van bibliotheekbeheerder bij de Regie voor Telegrafie en Telefonie, bepaalt dat de kandidaten voor deze graad houder moeten zijn van hetzij een einddiploma van sociaal hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan of van een hogere technische school van de eerste graad, behaald in een afdeling “bibliotheconomie”, hetzij een einddiploma van sociaal IX-3271-5/10 hoger onderwijs van het korte type voor sociale promotie of van een hogere technische leergang van de eerste graad, behaald in een afdeling “bibliotheconomie”; dat volgens het reglement en programma voor de aanwerving van verpleegsters van juli 1956 de kandidaten in het bezit moeten zijn van “een diploma van verpleegster afgeleverd overeenkomstig de desbetreffende reglementering”; dat volgens omzendbrief nr. 66 van 4 september 1964 de kandidaten voor de betrekkingen van kinesitherapeut in het bezit moeten zijn van “het diploma van gegradueerde in de kinesie toegekend in de voorwaarden zoals vastgesteld bij koninklijk besluit van 20 januari 1960”; dat luidens het ministerieel besluit van 13 juni 1979 betreffende de benoeming tot de graad van maatschappelijk assistent bij de Regie voor Telegrafie en Telefonie, de kandidaten voor deze graad “titularis (moeten) zijn van een einddiploma van maatschappelijk(e) assistent(e), uitgereikt door een inrichting van technisch onderwijs, ingericht, gesubsidieerd of erkend door de Staat en gerangschikt in het sociaal hoger onderwijs van het korte type met volledig leerplan”; dat daarentegen voor de graad van vertaler het ministerieel besluit van 16 juni 1986 betreffende de loopbaan van het personeel van de vertaaldiensten bij de Regie voor Telegrafie en Telefonie geen andere diplomavereiste stelt dan dat de kandidaten bij werving in het bezit zijn van een diploma of studiegetuigschrift dat bij de Rijksbestu- ren in aanmerking wordt genomen voor de toegang tot de graad van niveau 2 en dat voor de bevordering tot de graad van vertaler geen diplomavereisten gelden; Overwegende dat het, gelet op het onderscheid in diploma- vereisten, niet onredelijk is dat bij de inwerkingtreding van het nieuw administratief personeelsstatuut van BELGACOM aan de personeelsleden met de graad van bibliotheekbeheerder, gegradueerd ziekenverpleger, kinesitherapeut en maat- schappelijk assistent rechtstreeks de graad van sectiechef wordt toegekend, terwijl de personeelsleden met de graad van vertaler slechts tot sectiechef kunnen worden benoemd indien zij slagen in één van de drie beroepsproeven die in de loop van 1994 werden georganiseerd; dat het daarbij zonder belang is dat personeelsleden met de graad van bibliotheekbeheerder en maatschappelijk assistent die voor de invoering van de voormelde diplomavereisten benoemd werden en niet aan deze vereisten voldoen, de graad van sectiechef verkrijgen zonder een beroepsproef te moeten IX-3271-6/10 afleggen; dat het immers de regel is dat wanneer voor de benoeming tot een graad diplomavereisten worden vastgesteld, de personeelsleden die voordien in die graad benoemd werden, in beginsel alle voordelen behouden die aan hun benoeming in die graad verbonden zijn, zelfs als zij de diplomavereisten niet vervullen; dat het middel niet gegrond is; 2.2.
- Overwegende dat verzoeker in een tweede middel aanvoert dat de beslissing om de vertalers aan een beroepsproef te onderwerpen “niet gegrond is op in redelijkheid aanvaardbare motieven”, aangezien de graad van vertaler sinds het ministerieel besluit van 1 oktober 1964 betreffende de oprichting van een kader van vertalers bij de Regie voor Telegrafie en Telefonie, zowel statutair als geldelijk volledig gelijkwaardig is met die van sectiechef; 2.2.
- Overwegende dat de verwerende partij betwist dat de graden van vertaler en sectiechef statutair en geldelijk gelijkwaardig zijn; dat overeenkomstig de artikelen 74 en 75 van het koninklijk besluit van 8 juli 1977 tot vaststelling van het statuut van het personeel van de Regie voor Telegrafie en Telefonie en de bepalingen van het ministerieel besluit van 16 juni 1986 betreffende de loopbaan van het personeel van de vertaaldiensten bij de Regie voor Telegrafie en Telefonie, voor de loopbaan van vertaler wat betreft diplomavereisten, examenvoorwaarden en vlakke loopbaan, een bijzondere regeling geldt; dat uit het koninklijk besluit van 3 maart 1976 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de Regie voor Telegrafie en Telefonie en uit het koninklijk besluit van 27 september 1991 tot wijziging van het voornoemd koninklijk besluit van 3 maart 1976, blijkt dat aan de graden in de loopbaan van vertaler en van sectiechef verschillende weddeschalen werden toegekend; dat zij besluit dat de bewering van verzoeker dat de graden van vertaler en van sectiechef statutair en geldelijk gelijkgesteld zijn, derhalve onjuist is; 2.2.
- Overwegende dat verzoeker daarop repliceert dat het koninklijk IX-3271-7/10 besluit van 8 juli 1977 en het ministerieel besluit van 16 juni 1986 geen weerslag mogen hebben op de vertalers die toen reeds een loopbaan van tien jaar en meer achter de rug hadden; dat de dienstorder nr. 5 van 14 februari 1967 betreffende de oprichting van een kader van vertalers en van eerstaanwezende vertalers, de gelijkschakeling met de graad van sectiechef voorop stelt en dat, ook wat betreft het geldelijk statuut, er tussen 1967 en 1991 geen wezenlijk onderscheid bestond tussen de loopbaan van vertaler en die van sectiechef; dat immers zowel de hoofdvertaler als de eerste sectiechef de weddeschaal 25/a genoten en dat pas bij koninklijk besluit van 27 september 1991 tot wijziging van het koninklijk besluit van 3 maart 1976, aan de eerstaanwezende sectiechefs de weddeschaal 25/k is toegekend; 2.2.
- Overwegende dat overeenkomstig de artikelen 74 en 75 en de bijlage 3 van het koninklijk besluit van 8 juli 1977 tot vaststelling van het statuut van het personeel van de Regie voor Telegrafie en Telefonie, de graden van vertaler (rang 22), eerstaanwezend vertaler (rang 24) en hoofdvertaler (rang 25) een vlakke loopbaan vormen en dat dergelijke vlakke loopbaan niet bestond voor de graden sectiechef (rang 24), eerste sectiechef (rang 25) en eerstaanwezend sectiechef (rang 25); dat bovendien uit het koninklijk besluit van 3 maart 1976 houdende bezoldigingsregeling van het personeel van de Regie voor Telegrafie en Telefonie, zoals gewijzigd bij koninklijk besluit van 27 september 1991, blijkt dat aan de graden in de loopbaan van vertaler en aan de graden in de loopbaan van sectiechef grotendeels verschillende weddeschalen zijn toegekend: de vertaler, de eerst- aanwezend vertaler en de hoofdvertaler vallen respectievelijk in de weddeschaal 22/a, 24/b en 25/a, terwijl de sectiechef, de eerste sectiechef en de eerstaanwezend sectiechef respectievelijk vallen in de weddeschaal 24/h, 25/a en 25/k; dat derhalve uit de statutaire bepalingen die van toepassing waren voor de inwerkingtreding van het nieuw administratief personeelsstatuut, zowel statutair als geldelijk, een duidelijk onderscheid bestond tussen de loopbaan van vertaler en die van sectiechef; dat het daarbij zonder belang is dat de dienstorder nr. 5 van 14 februari 1967 betreffende de oprichting van een kader van vertalers en van eerstaanwezende vertalers, bepaalt dat “de graad van vertaler behoort tot dezelfde rang als deze van sectiechef”, aangezien IX-3271-8/10 dergelijke omzendbrief niet opweegt tegen de duidelijke statutaire bepalingen van een meer recente datum; dat het middel niet gegrond is; 2.3.
- Overwegende dat verzoeker in een derde middel de schending aanvoert van het vertrouwensbeginsel, beginsel van behoorlijk bestuur, dat stelt dat gerechtvaardigde verwachtingen die door het bestuur zijn gewekt, door het bestuur moeten worden gehonoreerd; dat hij betoogt dat er sinds 1964 een gelijkwaardigheid bestaat tussen de graad van vertaler en die van sectiechef en dat iedere wijziging aan het statuut sindsdien die stelling bevestigd heeft; dat verzoekers vertrouwen, gewekt door een jarenlange gelijkschakeling van de graad van vertaler met de overige graden van rang 25, geschonden is doordat thans om onduidelijke redenen van deze beleidslijn wordt afgeweken; 2.3.
- Overwegende dat de verwerende partij antwoordt dat er nooit een gelijkwaardigheid heeft bestaan tussen de graad van vertaler en die van sectiechef; dat de graad van vertaler was gesitueerd in rang 22 en dat de toegang tot de graden van eerstaanwezend vertaler (rang 24) en hoofdvertaler (rang 25) geschiedde volgens het principe van de vlakke loopbaan, waarbij men automatisch na negen jaar graadanciënniteit overging naar een hogere graad; dat het een algemeen aanvaard principe is dat, in een vlakke loopbaan, de rang van de begingraad de functionele waarde van de graad bepaalt, zodat de functionele waarde van de graad van vertaler gesitueerd is in rang 22, die van sectiechef daarentegen in rang 24; 2.3.
- Overwegende dat verzoeker repliceert dat de dienstorder nr. 5 van 14 februari 1967 betreffende de oprichting van een kader van vertalers en van eerstaanwezende vertalers, bepaalt dat de graad van vertaler behoort tot dezelfde rang als deze van sectiechef en dat het statuut van het personeel, gepubliceerd bij dienstorder nr. 29 van 9 december 1977, het statuut van de vertaler bevestigt; dat het nieuwe personeelsstatuut derhalve afwijkt van een jarenlange opvatting en beleidslijn en verzoekers gerechtvaardigde verwachtingen miskent; IX-3271-9/10 2.3.
- Overwegende dat uit het onderzoek van het tweede middel is gebleken dat volgens de statutaire bepalingen van toepassing voor de inwerking- treding van het nieuwe personeelsstatuut, zowel statutair als geldelijk, een duidelijk onderscheid bestond tussen de loopbaan van vertaler en die van sectiechef; dat de stelling dat het nieuw personeelsstatuut afwijkt van een “jarenlange opvatting en beleidslijn” derhalve feitelijke grondslag mist; dat het middel niet gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3271-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.602 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.