← België

Arrest 143605 - Energie - 25/04/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.605 Rolnummer: A. 136349/IX-3792 Zaak: Arrest 143605 - Energie - 25/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-12 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 11:35 Fiche Arrest nr 143.605 van 25 april 2005 Economische zaken - Energie Beslissing : heropening debatten Samenvoeging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.605 van 25 april 2005 in de zaak A. 136.349/IX-

  1. In zake : de NV WATTPLUS, thans de NV ESSENT BELGIUM, die woonplaats kiest bij advocaten G. BLOCK, D. HAVERBEKE en G. WALRAEVENS, kantoor houdende te SINT-STEVENS-WOLUWE, Woluwedal 20 tegen : het Vlaams Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaten S. VERNAILLEN en B. GOOSSENS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV WATTPLUS -thans de NV ESSENT BELGIUM- op 6 mei 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de Vlaamse regering van 4 april 2003 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 28 september 2001 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen; Gelet op het arrest nr. 127.031 van 12 januari 2004 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van artikel 2 van het besluit van 4 april 2003 van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van 28 september 2001 inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen wordt bevolen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 18 februari 2004 door de verwerende partij; IX-3792-1/5 Gelet op het verbeterend arrest nr. 128.183 van 16 februari 2004; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 20 oktober 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 2 februari 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 21 maart 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaten G. BLOCK en D. HAVERBEKE, die verschijnen voor de verzoekende partij, en van advocaat S. VERNAILLEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. Overwegende dat de Raad van State met zijn arrest nr. 127.031 van 12 januari 2004, artikel 2 van het bestreden besluit geschorst heeft; dat de Vlaamse regering vervolgens op 5 maart 2004 een nieuw besluit inzake de bevordering van elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen aangeno- men heeft, waarvan artikel 20 het besluit van 28 september 2001, waaraan het bestreden besluit wijzigingen bracht, opheft; dat verzoekster het besluit van 5 maart IX-3792-2/5 2004 met een annulatieberoep en een vordering tot schorsing bestreden heeft en dat de Raad van State met het arrest nr. 138.837 van 23 december 2004, de artikelen 15 en 18 van dat besluit geschorst heeft; 2.
  4. Overwegende dat verzoekster in haar laatste memorie haar vraag om het bestreden besluit te vernietigen aanhoudt en al haar annulatiemiddelen -ook die welke tegen andere bepalingen dan artikel 2 gericht zijn- bevestigt; dat zij ter terechtzitting ook betoogt dat het bestreden besluit gedurende een zekere tijd uitwerking gehad heeft en zij er de nadelen van heeft ondervonden; 2.
  5. Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie uiteenzet dat verzoekster niet meer over het rechtens vereiste belang beschikt om de vernietiging van het bestreden besluit van 4 april 2003 te verkrijgen, aangezien het besluit van de Vlaamse regering, waaraan dat besluit wijzigingen bracht, inmiddels opgeheven is en de vernietiging ervan aan verzoekster geen enkel voordeel meer kan bieden, minstens geen voordeel meer dat groter is “dan de definitieve en onvoor- waardelijke opheffing ervan”; dat zij betoogt dat de verzoekende partij wel de schorsing en de vernietiging van het besluit van 5 maart 2004 gevorderd heeft, maar dat die vorderingen slechts betrekking hebben op de artikelen 15 en 18 van dat besluit, zodat de opheffingsbepaling vervat in artikel 20 definitief geworden is;
  6. Overwegende dat, aangezien verzoekster formeel de vernietiging gevorderd heeft van het gehele besluit van 5 maart 2004, de Raad van State slechts na een uitspraak ten gronde over dat beroep met zekerheid zal kunnen vaststellen of het hier bestreden besluit definitief opgeheven is; dat, aangezien verzoekster -wegens de niet-schorsende werking van een annulatieberoep- thans zeker geen nadeel meer ondervindt van het bestreden besluit, het om proceseconomische redenen niet aangewezen is het auditoraat nu reeds te belasten met het onderzoek van de middelen die een ruimere vernietiging dan artikel 2 met zich kunnen brengen; dat, gelet op die andere procedure, het thans ook nog onzeker is hoelang verzoekster de uitwerking van het bestreden besluit heeft moeten ondergaan, hetgeen nochtans van belang kan zijn voor de beoordeling van het ondergane nadeel en van het voordeel dat IX-3792-3/5 verzoekster bij een vernietiging nog meent te kunnen hebben en dat door de verwerende partij wordt betwist; Overwegende dat het, om de genoemde redenen, aangewezen is de onderhavige zaak samen te voegen met het beroep tegen het besluit van de Vlaamse regering van 5 maart 2004 (de zaak A. 150.409/IX-4480), BESLUIT: Artikel
  7. De debatten worden heropend. Artikel
  8. Het beroep wordt samengevoegd met de zaak A. 150.409/IX-
  9. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig april 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. L. HELLIN, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. L. HELLIN. IX-3792-4/5 IX-3792-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.605 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.127.031 ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.128.183 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.