← België

Arrest 143685 - - 26/04/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.685 Rolnummer: A. 156760/XII-4287 Zaak: Arrest 143685 - - 26/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-03 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 11:48 Fiche Arrest nr 143.685 van 26 april 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.685 van 26 april 2005 in de zaak A. 156.760/XII-

  1. In zake : Mohammed EL KHATIR, die woonplaats kiest bij advocaat J. Vande Moortel, kantoor houdende te Gent, Groot-Brittanniëlaan 12 tegen : de SCHOLENGROEP PANTA RHEI. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Mohammed El Khatir op 21 oktober 2004 heeft ingediend waarin de nietigverklaring wordt gevorderd van : “
  2. de beslissing van de delibererende klassenraad dd. 30.08.2004 addendum 30.06.2004, waarbij aan verzoeker een oriënteringsattest C werd toegekend.
  3. de beslissing van het college van directeurs dd. 20.09.2004 om het advies van de Beroepscommissie te volgen en de delibererende klassenraad niet terug samen te roepen, waardoor de eerste beslissing gehandhaafd werd”; Gelet op het arrest nr. 136.620 van 26 oktober 2004 waarbij de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoeker op 2 november 2004; Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij verzoeker binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; XII-4287-1/3 Gelet op het schrijven van verzoeker van 7 februari 2005, waarbij hij vraagt om te worden gehoord; Gelet op de beschikking van 10 maart 2005, houdende oproeping van de partijen om te verschijnen op 12 april 2005; Gehoord het verslag van staatsraad G. van Haegendoren; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. De Backer, die loco advocaat J. Vande Moortel verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur D. Mareen; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat bij de kennisgeving van het tussenarrest aan verzoeker de hoofdgriffier melding heeft gemaakt van de tekst van voornoemd artikel 17, § 4ter, alsook van artikel 15ter, § 1, derde en vijfde lid, van het koninklijk besluit van 5 december 1991; Overwegende dat verzoekers raadsman ter terechtzitting uitlegt dat enkel op de elektronische agendering wordt vertrouwd, dat echter het advocaten- kantoor nieuwe computers heeft aangeschaft en dat bij het overzetten van programma's en data systeemfouten zijn gebeurd, waardoor de agendering van deze zaak na ontvangst van de kennisgeving verloren is gegaan; Overwegende dat verzoeker geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de XII-4287-2/3 bestreden beslissing is verworpen; dat de wijze waarop zijn raadsman zich organiseert ook aan verzoeker is toe te rekenen; dat hoe dan ook de ter terechtzitting gegeven toelichting door de Raad niet als reden van overmacht in aanmerking kan worden genomen; dat ten aanzien van verzoeker een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  4. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  5. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig april 2005, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4287-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.685 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.620 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.