id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.824 Rolnummer: A. 61742/XII-1174 Zaak: Arrest 143824 - - 28/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-13 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 12:06 Fiche Arrest nr 143.824 van 28 april 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.824 van 28 april 2005 in de zaak A. 61.742/XII-
- In zake : de VZW DEMERLANDSE MODELVLIEGERS, die woonplaats kiest bij advocaat V. Missoul, kantoor houdende te Leuven, Koning Albertlaan 186 tegen : de GEMEENTE BEGIJNENDIJK. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat VZW Demerlandse Modelvliegers op 6 januari 1995 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de politieverordening van 5 september 1994 van de gemeenteraad van Begijnendijk op het gebruik van modelvliegtuigen; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgesteld door auditeur F. De Buel; Gelet op de beschikking van 29 oktober 1996 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 5 oktober 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 21 december 2004; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; Gehoord de opmerkingen van advocaat V. Missoul, die verschijnt voor verzoekster; XII-1174-1/5 Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd F. De Buel; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de gemeenteraad van Begijnendijk op 5 september 1994 een politieverordening op het gebruik van modelvliegtuigen goedkeurt; dat de verordening luidt : “Gelet op de nieuwe gemeentewet, inzonderheid de artikelen 117, 119 en 135; Gelet op de wet van 18 juli 1973 betreffende de bestrijding van geluidshinder; Gelet op het Besluit van de Vlaamse Executieve van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het reglement betreffende de milieuvergunning; Overwegende dat terreinen voor het gebruik van minder dan drie modelvliegtuigen niet milieuvergunningsplichtig zijn en bijgevolg ontsnappen aan elk toezicht; Overwegende dat het gemeentebestuur van Begijnendijk regelmatig klachten ontvangt van inwoners betreffende geluidshinder veroorzaakt door modelvliegtuigen; Overwegende dat het nemen van maatregelen in verband met de strijd tegen de geluidshinder van aard is om de openbare rust, de gezondheid en de orde te bevorderen; Gelet op het voorstel van het college van Burgemeester en Schepenen De gemeenteraad besluit met éénparigheid van stemmen : Artikel 1 Het is verboden terreinen aan te wenden op grondgebied Begijnendijk-Betekom waarboven met één of twee modelvliegtuigen wordt gevlogen en voor het doen opstijgen of landen van één of twee modelvliegtuigen, zonder voorafgaande schriftelijke machtiging van de Burgemeester; Artikel 2 Het geluid voortgebracht door de modelvliegtuigen mag niet hoger zijn dan 60 dB (A). Het geluid wordt gemeten van op de dichts[t]bijgelegen openbare weg ten opzichte van het terrein dat dienst doet voor het gebruik van de modelvliegtuigen. Artikel 3 Onverminderd de bepaling van artikel 1 zijn alle activiteiten met één of twee modelvliegtuigen verboden vanaf 19 uur tot 7 uur. Artikel 4 Inbreuken op dit reglement worden bestraft met politiestraffen voor zover door wetten, decreten, algemene of provinciale verordeningen geen andere straffen worden voorzien”; Overwegende dat verzoekster in een eerste middel aanvoert dat de gemeenteraad zijn bevoegdheid te buiten is gegaan; dat wordt toegelicht dat de bestreden politieverordening een regeling van de luchtvaart betreft, dat de luchtvaart een materie is die op nationaal niveau wordt geregeld, dat met de wet van 27 juni XII-1174-2/5 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart en de circulaire Cir/GDF-01 van het bestuur van de luchtvaart in een systematische en sluitende reglementering is voorzien inzake de modelluchtvaart, zodat de gemeenteraad niet langer vermag politiereglementen uit te vaardigen op dit domein; Overwegende dat verwerende partij zich er toe beperkt daarop te antwoorden, in de laatste memorie, dat zij “het ten zeerste op prijs [zou] stellen indien de Raad Van State zou rekening houden niet alleen met het geluidshinder maar vooral met de veiligheid van de wandelaars, de fietsers, de landbouwers, die regelmatig passeren op de weg langs de Demer en de veldwegen”; Overwegende dat de bestreden verordening met zoveel woorden is ingegeven door klachten in verband met de geluidshinder veroorzaakt door modelvliegtuigen en uitdrukkelijk beoogt door het nemen van maatregelen daartegen, de openbare rust, gezondheid en orde te bevorderen; dat zij daarvoor specifiek steun zoekt in artikel 135 van de nieuwe gemeentewet, waarin - in § 2 - onder meer is bepaald dat aan het politiegezag van de gemeenten is toevertrouwd, de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen, waarna een aantal specifieke zaken van politie worden opgesomd die aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten worden toevertrouwd “voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden”; Overwegende dat overeenkomstig artikel 2, eerste lid, van de wet van 27 juni 1937 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart, het verkeer van de nationale luchtvaartuigen -onder luchtvaartuigen verstaan zijnde, aldus artikel 1, alle toestellen die in de dampkring kunnen gehouden worden ten gevolge van de reactiekrachten die de lucht er op uitoefent- boven het grondgebied van het Rijk vrij is, behoudens de beperkingen voortvloeiende uit deze wet en die welke bij koninklijk besluit uitgevaardigd zullen worden; dat volgens artikel 5, § 1, van dezelfde wet, eveneens bij koninklijk besluit worden uitgevaardigd al de reglementsvoorschriften betreffende onder meer luchtvaartuigen, de luchtvaart en het luchtverkeer; dat luidens artikel 15, § 1, eerste lid, 3/, van het -ten tijde van de bestreden beslissing geldende- koninklijk besluit van 13 februari 1989 tot vaststelling van de vliegverkeersregelen, aan de toestemming van de minister belast met het bestuur der luchtvaart of van de directeur-generaal van het XII-1174-3/5 bestuur der luchtvaart onderworpen zijn, de evoluties van toestellen die schade kunnen aanbrengen aan luchtvaartuigen in vlucht, zoals telegeleide toestellen, raketten of onbemande vrije ballons; dat volgens het artikel 15, § 3, de minister belast met het bestuur der luchtvaart of de directeur-generaal van het bestuur der luchtvaart in het belang van de veiligheid ofwel kan verbieden dat enig toestel of bepaalde toestellen in de door hem nader te bepalen gebieden vanop de grond worden opgelaten, ofwel de bovengrens kan bepalen voor hun gebruik; dat in een omzendbrief CIR/GDF-01 van mei 1994 betreffende de evoluties van modelluchtvaartuigen en terreinen bestemd voor de modelluchtvaartuigen de directeur-generaal van het bestuur van de luchtvaart onder andere de waarden bepaalt die het geluidsniveau van een modelluchtvaartuig niet mag overschrijden (artikel 6.2), inzake de vliegvoorwaarden voorschrijft dat de modelluchtvaartuigen niet mogen evolueren gedurende de tijdspanne van dertig minuten na zonsondergang tot dertig minuten voor zonsopgang (artikel 9.2, j), en ook voorschriften vaststelt betreffende de terreinen bestemd voor modelluchtvaartuigen (artikel 11), waaronder het bezit van een uitbatingstoelating; Overwegende dat hieruit een allesomvattende regeling inzake de zorg voor, en handhaving van, de orde, rust en veiligheid op en rond de terreinen bestemd voor de modelluchtvaartuigen blijkt, die van aard is een optreden van de gemeenten, op grond van artikel 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, op dat stuk hoe dan ook uit te sluiten; dat bijgevolg moet worden vastgesteld, zonder dat hoeft nagegaan of de aangelegenheid die de bestreden verordening regelt überhaupt kan worden ingepast in die welke artikel 135 aan de politiezorg van de gemeente opdraagt, dat de gemeenteraad niet bevoegd was tot de aangevochten regeling te beslissen; dat het middel gegrond is, BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de politieverordening van 5 september 1994 van de gemeenteraad van Begijnendijk op het gebruik van modelvliegtuigen. XII-1174-4/5 Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig april 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-1174-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.824 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.