id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.826 Rolnummer: A. 105075/XII-3115 Zaak: Arrest 143826 - - 28/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-13 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 12:07 Fiche Arrest nr 143.826 van 28 april 2005 - Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.826 van 28 april 2005 in de zaak A. 105.075/XII-
- In zake : Luc HUYSMANS, die woonplaats kiest bij advocaat K. Vaes, kantoor houdende te Vilvoorde, Campionlei 16 tegen : de GOUVERNEUR VAN HET ADMINISTRATIEF ARRONDISSEMENT BRUSSEL-HOOFDSTAD. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, XIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Luc Huysmans op 23 mei 2001 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 26 maart 2001 van de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad om Olivier Slosse te benoemen tot adjunct-commissaris van politie bij het politiekorps van Brussel; Gezien de toelichtende memorie; Gezien het verslag opgesteld door auditeur H. Colin; Gelet op de beschikking van 7 oktober 2003 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van verzoeker; Gelet op de beschikking van 29 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 januari 2005; Gehoord het verslag van staatsraad J. Lust; XII-3115-1/4 Gehoord de opmerkingen van advocaat V. Puttemans die, loco advocaat K. Vaes verschijnt voor verzoeker; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. Colin; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de gemeenteraad van Brussel op 12 februari 2001 verzoeker en Olivier Slosse voordraagt als eerste, respectievelijk tweede kandidaat voor een betrekking van adjunct-commissaris van politie te Brussel; dat de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel op 22 maart 2001 de beide kandidaten gunstig adviseert en zich aansluit bij hun rangorde zoals beslist door de gemeenteraad; dat op 16 maart 2001 de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad een onderhoud met de kandidaten heeft; dat zij op 26 maart 2001 de bestreden beslissing neemt; dat inzonderheid gemotiveerd wordt wat volgt : “Overwegende dat beide kandidaten over de nodige beroeps- en morele waardigheden beschikken en dat zij derhalve de vereiste kwaliteiten in zich verenigen om het ambt van adjunct commissaris van politie uit te oefenen; dat dhr. SLOSSE thans zijn functies van assistent van de wijkverantwoordelijke uitoefent in de wijk Anneessens met de graad van stagedoend aspirant officier van politie sedert 17 augustus 1998, terwijl de tweede kandidaat de graad heeft van inspecteur van politie op proef sedert 1 oktober 2000 en dezelfde functies uitoefent in de wijk Sint-Rochus; dat dhr. SLOSSE in alle omstandigheden een beleefde en waardige houding heeft tegenover het publiek, handelt met veel tact en blijk geeft van een grote luisterbereidheid in alle omstandigheden, terwijl de eerste kandidaat een onberispelijke houding heeft tegenover het publiek, indien nodig vastberaden optreedt en blijk geeft van hoffelijkheid, tact en wellevendheid; dat dhr. SLOSSE over een natuurlijke autoriteit beschikt tegenover de ondergeschikten, tevens een goede kennis heeft van de wetten en reglementeringen, over de nodige bekwaamheid beschikt om op te treden op administratief vlak, een lokale ordedienst op te stellen of veiligheidsoperaties in goede banen te leiden en een zeer goede kennis heeft van de wetten en procedures op gerechtelijk vlak, terwijl de eerste kandidaat steeds een correct uniform heeft, geregeld initiatieven neemt en vernieuwingen voorstelt om de werking van de dienst te verbeteren, zonder enig probleem een werkoverlast kan beheren en volledige voldoening geeft in de uitvoering van zijn werk; dat dhr. SLOSSE een onbetwistbare autoriteit bezit die berust zowel op de kwaliteit van het afgeleverde werk en zijn theoretische kennis, als op zijn communicatieve vaardigheden, een belangrijke bijdrage geleverd heeft in de herverdeling van de taken binnen het kader van de herstructurering van de afdeling en een vriendelij- ke en bereidwillige houding heeft tegenover zijn oversten, terwijl de eerste kandidaat een zeer goede omgang heeft met zijn collega's en zorgt voor een goede ploeggeest, harmonisch samenwerkt met de anderen van de wijk zonder XII-3115-2/4 zich te onttrekken aan de werkverdeling en zijn verantwoordelijkheid en zich loyaal gedraagt tegenover zijn oversten; dat dhr. SLOSSE een ruimere theoretische en praktische kennis heeft van de nabijheidspolitie en van de politietaken dan de tweede kandidaat evenals een betere opleiding om tot deze verantwoordelijkheidspost op te klimmen; Overwegende dat om deze redenen de voorkeur uitgaat naar de tweede kandidaat”; Overwegende dat verzoeker in een eerste middel, afgeleid uit de schending van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen, aanvoert dat de motivering van de bestreden beslissing gebrekkig is en zeer ernstige fouten bevat, dat de kandidaten “immers meermaals worden omgewisseld” en dat geenszins wordt aangetoond dat verzoeker een mindere kennis van de nabijheidspolitie zou hebben of een minder goede opleiding zou hebben genoten; Overwegende dat de bestreden beslissing Olivier Slosse benoemt omdat de voorkeur, aldus de formele motivering, naar “de tweede kandidaat” uitgaat; dat dit bevreemding wekt; dat Olivier Slosse weliswaar door de gemeenteraad van Brussel als tweede kandidaat, na verzoeker, is voorgedragen, maar in het besluit nooit als zodanig wordt aangeduid, en bij de vergelijking met verzoeker steeds als eerste wordt behandeld; dat bovendien verzoeker in het besluit dan weer wel, tot twee keer toe zelfs, “de tweede kandidaat” wordt genoemd; dat een verwarring tussen de kandidaten niet uitgesloten is; dat dit des te minder het geval is waar het besluit met betrekking tot, expliciet, Olivier Slosse stelt dat hij zijn functies van assistent van de wijkverantwoordelijke uitoefent in de wijk Anneessens, wijl dit integendeel, mede gelet op artikel 21, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, verzoeker blijkt te gelden; Overwegende, voorts, dat de aangevochten beslissing aan Olivier Slosse een ruimere kennis van de nabijheidspolitie en een betere opleiding toedicht, maar nalaat zulks ook maar enigszins te onderbouwen; Overwegende dat een en ander doet besluiten dat de formele motivering van de bestreden beslissing gebrekkig is en, in strijd met de door het middel geschonden geachte wetsbepalingen, niet op een afdoende wijze doet begrijpen waarom de benoeming tot adjunct-commissaris van politie naar Olivier Slosse is gegaan; dat het middel gegrond is, XII-3115-3/4 BESLUIT: Artikel
- Vernietigd wordt de beslissing van 26 maart 2001 van de gouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad om Olivier Slosse te benoemen tot adjunct-commissaris van politie bij het politiekorps van Brussel. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig april 2005, door de XIIe kamer, die was samengesteld uit : de HH. D. VERBIEST, kamervoorzitter, J. LUST, staatsraad, G. VAN HAEGENDOREN, staatsraad, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-3115-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.826 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.