← België

Arrest 143841 - - 28/04/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.841 Rolnummer: A. 155866/VII-32803 Zaak: Arrest 143841 - - 28/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-07 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 12:12 Fiche Arrest nr 143.841 van 28 april 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.841 van 28 april 2005 in de zaak A. 155.866/VII-32.

  1. In zake : Sonja DECEUNINCK, wonende te ARDOOIE, Oude Lichterveldestraat 51 tegen : de bestendige deputatie van de provincieraad van WEST-VLAANDEREN. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- - DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Sonja DECEUNINCK op 22 september 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen van 15 juli 2004 waarbij het beroep dat zij had ingediend tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Ardooie van 8 maart 2004 houdende het verlenen van de vergunning aan de n.v. VERANNEMAN TECHNICAL TEXTILES voor het opvullen van een vijver met niet- verontreinigde grond voor een termijn van zes maanden, gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en de beroepen beslissing wordt gewijzigd wat betreft de toepasselijke voorwaarden; Gelet op het arrest nr. 139.577 van 20 januari 2005 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoekster op 28 januari 2005; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan verzoekster, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van VII-32.803-1/3 geding zal uitspreken, tenzij de verzoekster binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoekster niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van verzoek- ster een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 139.577 van 20 januari 2005 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat verzoekster geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoekster. VII-32.803-2/3 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig oktober tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-32.803-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.841 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.139.577 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.