← België

Arrest 143861 - - 28/04/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.861 Rolnummer: A. 116162/VII-32914 Zaak: Arrest 143861 - - 28/04/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-20 Raadplegingen: 52 - laatst gezien 2026-07-02 12:20 Fiche Arrest nr 143.861 van 28 april 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 143.861 van 28 april 2005 in de zaak A. 116.162/VII-32.914. In zake : de Beroepsvereniging van de Belgische geneesheren-specialisten in de stomatologie en orale en maxillo-faciale chirurgie, thans de Belgische Beroepsvereniging van geneesheren-specialisten in de stomatologie, mond-, kaak- en aangezichtschirurgie, die woonplaats kiest bij advocaten W. GONTHIER en D. DHAENENS, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 12, bus 13 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaten P. LEGROS en J. SOHIER, kantoor houdende te BRUSSEL, Emile de Motlaan 19. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de Beroepsvereniging van de Belgische geneesheren-specialisten in de stomatologie en orale en maxillo-faciale chirurgie, thans de Belgische Beroepsvereniging van geneesheren-specialisten in de stomatologie, mond-, kaak- en aangezichtschirurgie, op 28 januari 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het ministerieel besluit van 27 juli 2001 van de Minister van Volksgezondheid tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van beoefenaars van de tandheelkunde, houders van de bijzondere beroepstitel van tandarts-specialist in de parodontologie, alsook van stagemeesters en stagediensten in de parodontologie, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 29 november 2001; Gezien de toelichtende memorie; Gezien de memorie van antwoord en de memorie van wederant- woord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur L. VERMEIRE; VII-32.914-1/10 Gelet op de beschikking van 19 oktober 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 3 februari 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 3 maart 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad R. STEVENS; Gehoord de opmerkingen van advocaat K. KAMERS die, loco advocaten W. GONTHIER en D. DHANENENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat G. MATTENS die, loco advocaat P. LEGROS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur L. VERMEIRE; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. Rechtspleging Overwegende dat de memorie van antwoord van de verwerende partij laattijdig werd ingediend en aldus, gelet op artikel 21, vijfde lid, van de Raad van State-wet, uit de debatten moet worden geweerd; dat dienvolgens ook niet wordt ingegaan op de repliek die de verzoekende partij in haar memorie van wederantwoord heeft uiteengezet; 2. Juridisch kader Overwegende dat het juridisch kader als volgt kan worden weergegeven : De verzoekende partij is een erkende beroepsvereniging die zich onder meer tot doel stelt de beroepsbelangen te vertegenwoordigen en te bescher- men, van haar leden, geneesheren-specialisten in de stomatologie. VII-32.914-2/10 Het ministerieel besluit van 26 april 1982 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van geneesheren-specialisten, stagemeesters en stagediensten voor de specialiteit van stomatologie bepaalt niet uitdrukkelijk de inhoud van dit specialisme maar bevat in een bijlage wel de bijzondere criteria voor de opleiding en erkenning van deze specialisten die, naast het diploma van doctor in de genees-, heel- en verloskunde of arts, ook het diploma van licentiaat in de tandheelkunde moeten behalen en een hogere opleiding van ten minste twee jaar in hospitaalverband moeten volgen, onder meer in de parodontologie. Volgens artikel 35ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidsberoepen stelt de Koning de lijst van bijzondere beroepstitels en van bijzondere beroepsbekwaamheden vast, onder meer voor de beoefenaars van de geneeskunde en de tandheelkunde. Naar luid van artikel 35sexies van hetzelfde koninklijk besluit nr. 78, gebeurt de erkenning voor het dragen van een bepaalde beroepstitel volgens de procedure bepaald door de Koning en voor zover voldaan is aan de erkenningscriteria die worden vastgesteld door de minister bevoegd voor Volksgezondheid, op advies, wanneer zij bestaan, van de Raden waaraan deze bevoegdheid is toegewezen. Artikel 35quater van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967, bepaalt dat niemand een bijzondere beroepstitel kan dragen of zich kan beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid dan na door de minister bevoegd voor Volksgezondheid of de door hem gemachtigde ambtenaar hiertoe te zijn erkend. Artikel 40bis van hetzelfde koninklijk besluit nr. 78 stelt onder meer strafbaar hij die, met overtreding van artikel 35quater, zich in het openbaar een bijzondere beroepstitel of bijzondere beroepsbekwaming toe-eigent zonder het recht hiertoe te hebben. Het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde, met inbegrip van de tandheelkunde, verwijst in de artikelen 3 en 4, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17 februari 2002, naar de volgende bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de titularissen van een wettelijk diploma van licentiaat in de tandheelkunde respectievelijk de beoefenaars die in toepassing van artikel 51 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 gemachtigd zijn de tandheelkunde uit te oefenen en die niet houder zijn van het wettelijk diploma van licentiaat in de tandheelkunde : - algemeen tandarts. - tandarts, specialist in de orthodontie; - tandarts, specialist in de parodontologie. VII-32.914-3/10 De eerste twee beroepstitels waren ab initio opgenomen. De laatste bijzondere beroepstitel is ingevoegd door het voornoemde koninklijk besluit van 17 februari 2002, in werking getreden op 19 april 2002. De bijzondere criteria voor de erkenning als tandarts, specialist in de parodontologie, zijn vervat in het ministerieel besluit van 27 juli 2001 tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van de beoefenaars van de tandheelkunde, houders van de bijzondere beroepstitel van tandarts-specialist in de parodontologie, alsook van de stagemeesters en stagediensten in de parodontologie, dat in werking trad op 1 juni 2002. Dit is het bestreden besluit dat als volgt luidt : "Ministerieel besluit tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van beoefenaars van de tandheelkunde, houders van de bijzondere beroepstitel van tandarts-specialist in de parodontologie, alsook van stagemeesters en stagediensten in de parodontologie. (...) Artikel 1. § 1. Onverkort de bepalingen van artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 en onverkort de bepalingen van de Europese richtlijnen 78/686/EEG en 78/687/EEG strekt het werkterrein van de beoefenaar van de tandheelkunde, houder van de bijzondere beroepstitel in de parodontologie zich uit tot preventie, diagnose, planning van behandeling en behandeling van alle parodontale aandoeningen (zowel plaque gerelateerde als niet-plaque gerelateerde, met uitzondering van de therapie van de cancereuze letsels) en dit, door middel van chirurgische/niet-chirurgische therapie, parodontologische weefselregeneratie, behandelen van kysten van parodontale oorsprong in de gingivoalveolaire streek, de behandeling van furcatieproblemen, het chirurgische extraheren, trans- en reïmplanteren van tanden evenals het plaatsen van orale implantaten en hun abutments in de mandibula en de processus alveolaris van de maxilla. De parodontologie omvat op geen enkele wijze de prothetische rehabilitatie. § 2. De bevoegdheid van de beoefenaar van de tandheelkunde, houder van de bijzondere beroepstitel van tandarts-specialist in de parodontologie omvat de in paragraaf 1 omschreven behandelingen, uitgevoerd op autonome wijze. In dringende gevallen, en indien dit tijdens de behandeling noodzakelijk is, mag de tandarts-specialist in de parodontologie zijn werkterrein overschrijden om het plaatsen van noodrestauraties, voorlopige immediaatprotheses, en voorlopige kronen of voorlopige bruggen te verrichten. Art. 2. Om erkend te worden en erkend te blijven als tandarts-specialist in de parodontologie, moet de kandidaat : 1/ beantwoorden aan de gemeenschappelijke criteria voor de erkenning van tandartsen-specialisten; 2/ een specifieke opleiding van minstens drie jaar gevolgd hebben waarin de kennis en de vaardigheden verworven tijdens de basisopleiding tot tandarts zijn uitgediept, en waarin bijkomende kennis en vaardigheden zijn verworven, op de volgende terreinen :

  1. a)functionele anatomie van hoofd en hals;
  2. b)biologie van het parodontium;
  3. c)microbiologie;
  4. d)klinische kenmerken en diagnostiek van parodontale aandoeningen;
  5. e)medische beeldvorming;
  6. f)farmacologie; VII-32.914-4/10
  7. g)pathogenese van plaque-gerelateerde parodontale aandoeningen;
  8. h)epidemiologie en behandelbehoeftes van de verschillende parodontale aandoeningen met bijzondere aandacht voor detectie en behandeling van risicopatiënten;
  9. i)manifestaties van systeemziekten in de mondholte;
  10. j)immunologie;
  11. k)de medisch gecompromitteerde patiënt;
  12. l)gedragswetenschappen;
  13. m)instrumentarium;
  14. n)initiële therapie van parodontale aandoeningen;
  15. o)antimicrobiële therapie van parodontale aandoeningen;
  16. p)parodontale chirurgie;
  17. q)behandeling van furcatieproblemen;
  18. r)traumatische occlusie;
  19. s)relatie met andere tandheelkundige disciplines en met aanverwante medische deelgebieden in het kader van multidisciplinaire behandelingen;
  20. t)onderhoudstherapie. Art. 3. Om erkend te worden en erkend te blijven als stagemeester of als coördinerend stagemeester voor kandidaat-specialisten in de parodontologie, moet de kandidaat beantwoorden aan de gemeenschappelijke criteria voor de erkenning van tandartsen-specialisten als stagemeester of als coördinerend stagemeester voor kandidaat-specialisten. Art. 4. Om erkend te worden en erkend te blijven als opleidingscentrum of als stageplaats met het oog op de begeleiding van kandidaat-specialisten in de parodontologie, moet het betrokken centrum of de betrokken plaats beantwoor- den aan de gemeenschappelijke criteria voor de erkenning van de opleidingscen- tra en stageplaatsen met het oog op de begeleiding van kandidaat-specialisten. Art. 5. § 1. Tandartsen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit de toelating hebben om in België de tandheelkunde uit te oefenen, kunnen bij de bevoegde erkenningscommissie een aanvraag (indienen)voor het verwerven van de bijzondere beroepstitel van tandarts-specialist in de parodon- tologie. Deze aanvraag bevat hun curriculum vitae met duidelijke vermelding van de opleiding, hun activiteitenprofiel, elk ander element inzake bekendheid en de bewijzen dat regelmatig bijscholing werd gevolgd. § 2. Komen in aanmerking voor erkenning : 1/ de tandheelkundigen-houders van een universitaire titel van specialist in de parodontologie, uitgereikt door een Belgische universiteit, of door een buitenlandse universiteit, en in België door de bevoegde overheden erkend; 2/ de tandheelkundigen die het specialisme sedert minstens zes jaar exclusief uitoefenen; 3/ de tandheelkundigen die het specialisme sedert minder dan zes jaar exclusief uitoefenen en het bewijs leveren dat de uitoefening exclusief is geworden vóór het einde van de overgangsperiode die eindigt drie jaar na de inwerkingtreding van dit besluit, en die volgens de Erkenningscommissie een bekwaamheid hebben verworven die gelijkgesteld kan worden met de nodige opleidingscriteria voor het bekomen van de bijzondere beroepstitel. § 3. De tandheelkundigen die op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit reeds een universitaire opleiding in België hebben aangevat, zullen bij de Erkenningscommissie een aanvraag kunnen indienen om hun reeds doorlopen stage geldig te laten verklaren en de overblijvende opleiding af te werken. Art. 6. De tandarts moet, om erkend te worden als stagemeester of als coördinerend stagemeester, gedurende de eerste zes jaar volgend op de inwerkingtreding van dit besluit, een praktijkbeoefening gedurende zes jaar in dat specialisme kunnen aantonen. VII-32.914-5/10 Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2002. Brussel, 27 juli 2001. (...)"; 3. Ten gronde 3.1. Eerste middel 3.1.1. Overwegende dat de verzoekende partij als eerste middel aanvoert : "Schending van het KB dd. 25-11-91 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskunde met inbegrip van de tandheelkunde. Het bestreden MB strekt tot vaststelling van de bijzondere criteria voor de erkenning van de beoefenaars van de tandheelkunde, houders van de bijzondere beroepstitel van tandarts-specialist in de parodontologie. Dit terwijl het KB dd. 25-1-91 noch in zijn artikel 3 noch in zijn artikel 4 voorziet in de erkenning van de bijzondere beroepstitel Als dusdanig voert het aangevochten MB erkenningscriteria in voor een niet bestaande Waar de in het MB vermelde Overwegende dat de verzoekende partij hier in haar toelichtende memorie niets aan toevoegt; dat zij in haar laatste memorie meedeelt dat zij zich gedraagt naar de wijsheid van de Raad; 3.1.2. Overwegende dat het middel zijn feitelijke grondslag heeft verloren; dat het bestreden besluit immers in werking is getreden op 1 juni 2002, dus na de inwerkingtreding, op 19 april 2002, van het koninklijk besluit van 17 februari 2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de lijst van de bijzondere beroepstitels voorbehouden aan de beoefenaars van de geneeskun- de met inbegrip van de tandheelkunde, waarbij in de artikelen 3 en 4 van dat koninklijk besluit de bijzondere beroepstitel tandarts, specialist in de parodontologie wordt ingevoegd; 3.2. Tweede middel 3.2.1. Overwegende dat de verzoekende partij als tweede middel aanvoert : VII-32.914-6/10 "Schending van het hoger geciteerde KB dd. 25-11-91, minstens in samenhang met het MB dd. 26-04-82, minstens van het artikel 38quater (lees 35quater) KB 78. Het artikel 35quater KB 78 stelt : Dit terwijl : a. Het KB dd. 25-11-91 voorziet in de erkenning van de bijzondere beroepstitel b. Het MB dd. 26-04-82 vereist dat de kandidaat-geneesheer-specialist in de stomatologie een logie. c. Dat zodoende de erkenning als geneesheer in de stomatologie een De uitvoering van het aangevochten MB impliceert noodzakelijkerwijze dat de geneesheer-stomatoloog, bij toepassing van het artikel 35quater van het KB 78, zich niet langer zal kunnen beroepen op zijn inzake parodontologie die hij nochtans verworven heeft ingevolge zijn opleiding zoals voorzien in het MB dd. 26-04-82, en zijn daarop volgende erkenning als geneesheer-specialist in de stomatologie. Gezegde Als dusdanig wordt aan de geneesheer-stomatoloog een recht ontnomen dat hij bij toepassing van het KB dd. 25-11-91 in samenhang met het MB dd. 26-04-82 van rechtswege ten definitieve titel bekomen heeft"; dat zij hier noch in haar toelichtende memorie, noch in haar laatste memorie, iets wezenlijks aan toevoegt; 3.2.2. Overwegende dat het middel uitgaat van de veronderstelling dat de erkenning als geneesheer, specialist in de stomatologie, van rechtswege een erkenning van de bijzondere beroepsbekwaamheid in de parodontologie omvat daar de betrokken geneesheer krachtens het ministerieel besluit van 26 april 1982, na een basisopleiding van tenminste zes jaar, een hogere opleiding van ten minste twee jaar dient te volgen tijdens dewelke hij zich verder en uitsluitend in hospitaalverband dient te bekwamen in onder meer de parodontologie, terwijl de uitvoering van het bestreden besluit, gelet op artikel 35quater van het koninklijk besluit nr. 78, zou inhouden dat de geneesheer-stomatoloog zich niet meer op deze bijzondere beroepsbekwaamheid inzake de parodontologie zou mogen beroepen; VII-32.914-7/10 Overwegende dat artikel 35ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 bepaalt dat de Koning de lijst vaststelt van bijzondere beroepstitels en van bijzondere bekwaamheden voor de in de artikelen 2, 3, 4, 5, § 2, eerste lid, 21bis, 21quater en 22 bepaalde beroepsbeoefenaars; dat artikel 35quater van hetzelfde koninklijk besluit bepaalt dat niemand een bijzondere beroepstitel kan dragen of zich kan beroepen op een bijzondere beroepsbekwaamheid dan na door de minister bevoegd voor volksgezondheid of de door hem gemachtigde ambtenaar hiertoe te zijn erkend; Overwegende dat na de inwerkingtreding van het bestreden besluit enkel de personen die voldoen aan de voorwaarden van dat besluit en die daartoe erkend zijn de bijzondere beroepstitel tandarts, specialist in de parodontologie kunnen dragen, en dus niet de geneesheer, specialist in de stomatologie, tenzij hij aan de voorwaarden daartoe zou voldoen; dat zulks echter niet belet dat de geneesheer, specialist in de stomatologie, gerechtigd blijft deze laatste bijzondere beroepstitel te dragen; dat de verzoekende partij niet concreet en specifiek aantoont hoe het bestreden besluit daaraan afbreuk zou doen; Overwegende dat, wat de argumentatie van de verzoekende partij betreft dat de geneesheer stomatoloog zich niet meer op een bijzondere beroepsbekwaamheid inzake de parodontologie zou mogen beroepen, dient vastgesteld dat zij niet aantoont dat een geneesheer, specialist in de stomatologie zich op basis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 of van het ministerieel besluit van 26 april 1982 mocht beroepen op een beschermde bijzondere beroepsbekwaamheid inzake de parodontologie, nu de erkende beroepstitel deze is van geneesheer, specialist in de stomatologie en er, in het koninklijk besluit van 25 november 1991, geen sprake is van een bijzondere bekwaamheid of een bijzondere beroepstitel in de parodontologie voor geneesheren; dat het voormelde artikel 35ter van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 vereist dat de Koning voor de in de artikelen 2, 3, 4, 5, § 2, eerste lid, 21bis, 21quater en 22 bepaalde beroepsbeoefenaars de lijst vaststelt van bijzondere beroepsbekwaamheden, hetgeen Hij niet gedaan heeft voor de geneesheren, wat betreft parodontologie; dat het middel ongegrond is; 3.3. Derde middel 3.3.1. Overwegende dat de verzoekende partij als derde middel aanvoert : VII-32.914-8/10 "Schending van het algemene rechtsbeginsel van behoorlijk bestuur. De parodontologie behoort in se en per definitie tot de sfeer der medische activiteiten stricto sensu. De erkenning in de parodontologie dient dienvolgens krachtens de regels van het goed bestuur voorbehouden aan artsen en inzonderheid aan de geneesheren- specialisten in de stomatologie"; 3.3.2. Overwegende dat krachtens artikel 2, § 1, 2/, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, het verzoekschrift een uiteenzetting van de feiten en middelen moet bevatten; dat een middel in de zin van die bepaling een voldoende en duidelijke omschrijving moet inhouden van de geschonden geachte rechtsregel of van het geschonden geachte rechtsbeginsel en van de wijze waarop die rechtsregel of dat rechtsbeginsel volgens de verzoekende partij door de bestreden beslissing is geschonden; dat een middel waarbij de verwerende partij of de Raad van State slechts door het interpreteren van de bedoeling van de verzoekende partij kunnen uitmaken welke schending van welke rechtsregel is bedoeld en aldus in feite zelf het middel formuleren, niet ontvankelijk is; Overwegende dat het "middel" niet verduidelijkt welk beginsel van behoorlijk bestuur of van behoorlijke regelgeving, laat staan welke wets- of verordeningsbepaling geschonden werd door het bestreden besluit; dat het op geen enkele manier verduidelijkt welke handelingen van parodontologie medisch van aard zijn en waarom de erkenning van de bijzondere beroepstitel dan voorbehouden zou moeten worden aan geneesheren; dat het in wezen om opportuniteitskritiek gaat; dat het middel niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel 1. Het beroep wordt verworpen. Artikel 2. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-32.914-9/10 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achtentwintig april tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-32.914-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.143.861 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.