id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 03 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.083 Rolnummer: A. 161616/XII-4427 Zaak: Arrest 144083 - - 03/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-06 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-06-29 04:20 Fiche Arrest nr 144.083 van 3 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.083 van 3 mei 2005 in de zaak A. 161.616/XII-4427. In zake : de BV GEESINK, die woonplaats kiest bij advocaat O. Van Obberghen, kantoor houdende te Vilvoorde, Ridderstraat 2, bus 2 tegen : de CV INTERCOMMUNALE VERENIGING VOOR AFVAL- BEHEER IN GENT EN OMSTREKEN (IVAGO), die woonplaats kiest bij advocaten J. Mertens en B. Poelmans, kantoor houdende te Gent, Bagattenstraat 124. tussenkomende partij : de NV MOL cy, die woonplaats kiest bij advocaten A. Lust en J. Goethals, kantoor houdende te Brugge, Burggraaf de Nieulantlaan 14. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de BV Geesink op 11 april 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van “de beschikking van 23 maart 2005 van het Beperkt Comité van Verweerster waarbij (
- i)beslist wordt om de opdracht voor het leveren en monteren bovenbouwen geschikt voor het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen toe te wijzen aan : • Perceel 1 : Mol cy N.V., Diksmuidesteenweg 63 te 8830 Hooglede • Perceel 2 : Terberg Matec Belgium B.V.B.A., Oosterring 23 te 3600 Genk • Perceel 3 : Mol cy N.V., Diksmuidesteenweg 63 te 8830 Hooglede en waarbij (
- ii)dan ook impliciet beslist wordt om de betreffende opdracht niet toe te wijzen aan verzoekster.”; Gezien de nota van de verwerende partij; XII-4427-1/11 Gelet op de beschikking van 12 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 28 april 2005, om 10.30 uur; Gezien het op 25 april 2005 ingediende verzoekschrift waarbij de NV Mol cy vraagt in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat O. Van Obberghen, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat B. Poelmans, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat J. Goethals, die loco advocaten A. Lust en I. Wybo verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. Haesbrouck; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden geschetst : 1.1. De in het geding zijnde opdracht is voorwerp van een algemene offerte-aanvraag voor aanneming van leveringen. Deze betreffen “levering en montage van 15 (vijftien) bovenbouwen geschikt tot het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen met een nuttige inhoud, met in optie, de diensten voor onderhoud en herstelling ervan in het kader van een omniumcontract” (bestek, blz. 2) De opdracht is verdeeld in drie percelen. De verzoekende partij schrijft met een offerte in voor perceel 1 (tien bovenbouwen) en perceel 3 (vijf bovenbouwen). 1.2. Op 23 maart 2005 wordt de bestreden beslissing genomen. XII-4427-2/11 Bij deze brief van 25 maart 2005 wordt deze medegedeeld aan de verzoekende partij. Een “gemotiveerde beslissing” wordt in bijlage meegezonden. Deze betreft notulen van het beperkt comité van de verwerende partij die onder meer luiden als volgt : “[...] Overwegende dat uit de evaluatie van de inschrijvingen het volgende blijkt : 1. Ontvankelijkheid van de biedingen. 1.1. Op administratief vlak. [...] De firma Geesink BV voegt bij hun offerte referenties van hun bovenbouwen GPM II en GPM III, doch geen enkele referentie van de aangeboden bovenbouw Value-Pack. Uit verdere informatie ingewonnen bij de firma Geesink stellen wij vast dat de aangeboden bovenbouwen ‘low budget’ types zijn, niet geconstrueerd in de hoofdzetel in Nederland. Uit de inschrijving blijkt ook dat de firma Geesink niet over een dealernet, op 150 km van Ivago, beschikt voor het onderhoud en herstelling van de aangeboden bovenbouwen. Wel schrijft de firma Geesink dat zij in onderhandeling zijn met dealers (voor chassis) om een dealer net op te bouwen. [...] 1.2. Op technisch vlak. Geesink BV In de technische bepalingen van het Bijzonder Bestek IVAGO/04.016 is bepaald dat de voorzijde van de laadbak moet uitgerust zijn met een afvoergoot om overtollig water te verzamelen. Daarenboven dient de afvoergoot vervaardigd te zijn uit Inox (of gelijkwaardig) dat bestendig is tegen de diverse leksappen afkomstig van de ingezamelde fracties (voornamelijk de leksappen van het GFT-afval). De bovenbouw aangeboden door de firma Geesink BV is niet voorzien van een afvoergoot voor het verzamelen van de leksappen. De firma Geesink voorziet enkel een afscherming vooraan van de laadbak (hoogte 800 mm). De overtollige leksappen worden na iedere persbeweging afgevoerd naar de laadtrog. In volgeladen toestand van de vrachtwagen kunnen deze overtollige leksappen, verzameld in de laadtrog, aanleiding geven tot het morsen van deze op de openbare weg. Ook bij het storten van de volle vrachtwagen komen deze verzamelde leksappen uit de laadtrog op de werk[v]loer terecht. Bij een afvoergoot aan de voorzijde van de laadbak kunnen de overtollige leksappen verzameld worden en separaat van de afvalstoffen verwijderd worden zonder contaminatie van de werkomgeving. De voorgestelde achterlader is vervaardigd uit Domex staal van 3 mm voor de zijwanden, 4 mm voor de zijwanden van de laadtrog en 5 mm voor de bodemplaat van de laadtrog tegenover de in de technische bepalingen geëiste minimum dikte van 6 mm. De laadbak zelf is vervaardigd uit plaatstaal met een dikte van 2,5 mm. Deze geringe dikte in staal komen ook tot uiting in het totaal gewicht van de bovenbouw, 5.680 kg tegenover een gemiddeld gewicht van 7.250 kg voor de overige inschrijvers. Rekening houdende met bovenvermelde administratieve en technische opmerkingen dienen we te besluiten dat de aangeboden bovenbouw van de firma Geesink BV type Value-Pack niet voldoet aan de bepalingen van het Bijzonder Bestek Ivago/04.016. De inschrijving van de firma Geesink BV wordt als niet regelmatig beschouwd en derhalve niet in aanmerking genomen voor verdere evaluatie XII-4427-3/11 [...]”; 2. Het voorwerp. Overwegende dat de verzoekende partij ter terechtzitting verklaart afstand te doen van de vordering in zoverre ze perceel 2 betreft, waarvoor ze niet inschreef, en tevens van de vordering in zoverre ze de impliciete beslissing betreft om de opdracht niet aan de verzoekende partij toe te wijzen; 3. De excepties. Overwegende dat de verwerende partij excepties opwerpt die de ontvankelijkheid van de vordering betreffen; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over die excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak daarover slechts noodzakelijk zou zijn indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn wat, zoals hiervoor zal blijken, te dezen niet het geval is; 4. De grondvoorwaarden tot schorsing. 4.0. Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen, 4.1.1. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij in een enig middel de schending inroept van : “artikel 45 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, inzonderheid het redelijkheidsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het gelijkheidsbeginsel en de (materiële en formele) motiveringsplicht”; XII-4427-4/11 dat daarbij in een eerste onderdeel het voornoemde artikel 45 geschonden wordt geacht en dit onderdeel als volgt wordt ontwikkeld : “De bestreden beslissing stelt dat de offerte van verzoekster cumulatief om de volgende redenen niet voldoet aan voormelde kwalitatieve selectiecriteria, en daarom ook onregelmatig is : 1. De referenties vermeld door verzoekster betreffen enkel de GPM II en de GPM III, en niet het ‘Value Pack’ model; 2. Het ‘Value Pack’ model is een ‘low budget’ type dat niet wordt geconstrueerd in de hoofdzetel in Nederland; 3. Verzoekster beschikt niet over een service punt dat gelegen is op 150 km van Ivago en dat instaat voor het onderhoud en de herstelling van de aangeboden bovenbouwen. 4. Het ‘Value Pack’ model (dat werd gedemonstreerd aan verzoekster medio februari 2005) beschikt niet over een inox afvoergoot zoals bepaald in het bestek; en 5. De voorgestelde achterlader bedraagt 3 mm voor de zijwanden van de laadtrog en 5 mm voor de bodemplaat van de laadtrog, terwijl het bestek een minimum dikte van 6 mm eist. [...] Wat de vierde en de vijfde reden betreft : verweerster stelt dat verzoekster niet voldoet aan de kwalitatieve selectiecriteria, omdat het Value Pack model niet beschikt over een inox afvoergoot en de voorgestelde achterlader 3 mm bedraagt voor de zijwanden, 4 mm voor de zijwanden van de laadtrog en 5 mm voor de bodemplaat van de laadtrog, terwijl het bestek een minimum dikte van 6 mm eist. Zoals vermeld onder punt 6 van dit verzoekschrift, behoren deze ‘technische vereisten’ tot de door verweerster gehanteerde gunningscriteria, en worden zij in het bestek geenszins opgenomen als selectiecriteria. Verweerster kon dan ook de offerte van verzoekster geenszins op deze gronden als onregelmatig beschouwen. Ook al had verweerster deze criteria in haar bestek opgenomen als kwalitatieve selectiecriteria, dan nog mocht zij de offerte van verzoekster niet als onregelmatig beschouwen. Dergelijke criteria, die de waarde van de offerte beoordelen en niet de technische waarde van de inschrijver, kunnen overeenkomstig artikel 45 van het KB immers niet als kwalitatieve selectiecriteria fungeren. Volledigheidshalve merkt verzoekster op dat de door verweerster gehanteerde gunningscriteria enkel stellen dat de laadtrog over een minimumdikte van 6 mm dient te beschikken; dergelijke minimumdikte wordt in het bestek niet verwacht van de achterlader. Overigens : Verzoekster heeft nooit gemeld dat de finaal te leveren bovenbouw niet over deze afmetingen zou beschikken. Integendeel : verzoekster stelt expliciet in haar offerte dat het finale model ‘zal voldoen aan alle vereisten gesteld in het vermelde lastenboek’. Door te stellen dat verzoekster niet voldoet aan de kwalitatieve selectiecriteria, omdat het Value Pack model niet beschikt over een inox afvoergoot en de achterlader en de laadtrog onvoldoende dik zijn, schendt verweerster dan ook artikel 45 van het KB. [..] Wat de tweede reden betreft : verweerster stelt dat verzoekster niet voldoet aan de kwalitatieve selectiecriteria, omdat het ‘Value Pack’ model een ‘low budget’ type is dat niet wordt geconstrueerd in de hoofdzetel in Nederland; Ook hier geldt hetzelfde als de uiteenzetting onder punt 18 van dit verzoekschrift. Verweerster heeft immers betreffend criterium in haar bestek niet aangewezen als een kwalitatief selectiecriterium. Trouwens : ook al had verweerster dit criterium in haar bestek opgenomen als kwalitatief XII-4427-5/11 selectiecriterium, dan nog mocht zij de offerte van verzoekster niet op deze grond afwijzen. Dergelijke criterium kan immers overeenkomstig artikel 45 van het KB niet als kwalitatief selectiecriterium fungeren. Door te stellen dat verzoekster niet voldoet aan de kwalitatieve selectiecriteria omdat het ‘Value Pack’ model een ‘low budget’ type is dat niet wordt geconstrueerd in de hoofdzetel in Nederland, schendt verweerster dan ook artikel 45 van het KB. [...] Wat de eerste reden betreft : verweerster stelt dat verzoekster niet voldoet aan de kwalitatieve selectiecriteria, omdat de referenties die verzoekster opgeeft (zie punt 8 van dit verzoekschrift) enkel de GPM II en de GPM III modellen betreffen, en niet het ‘Value Pack’ model. Vooreerst wenst verzoekster op te merken dat deze melding van verweerster niet accuraat is : de door verzoekster aangegeven referenties betreffen enkel de
(447)GPM II modellen die verzoekster de voorbije twee jaar in België heeft geleverd; GPM III modellen werden in deze referentielijst niet opgenomen. Zoals gemeld onder punt 7 van dit verzoekschrift, is ‘Value Pack’ de nieuwe naam voor de bovenbouwen die verzoekster voorheen aanbood onder de naam ‘GPM II’ (die overigens heden worden gebruikt door verweerster). Op een paar verbeteringen na, is de ‘Value Pack’ identiek aan de ‘GPM II’. Daarenboven is de ‘Value Pack’ goedkopen dan de ‘GPM II’. In haar bestek stelt verweerster dat verzoekster een lijst moet aanbrengen van de voornaamste leveringen die zij gedurende de afgelopen drie jaar heeft verricht. De selectie drempel wordt vastgelegd op 150 bovenbouwen. Verweerster wenst evenzeer het bewijs te krijgen dat verzoekster het equivalent van bovenbouwen, bestemd voor ophalen van huishoudelijke afvalstoffen, heeft geleverd gedurende de periode 2002 tot en met
- Verweerster heeft al deze bewijzen voorgelegd aan verzoekster. Door te stellen dat verzoekster niet voldoet aan de kwalitatieve selectiecriteria, omdat de referenties die verzoekster opgeeft enkel de GPM II modellen betreffen, en niet het identieke ‘Value Pack’ model, schendt verweerster dan ook artikel 45 van het KB. [...] Wat de derde reden betreft : verweerster stelt dat verzoekster niet voldoet aan de kwalitatieve selectiecriteria, omdat verzoekster niet beschikt over een service punt dat gelegen is op 150 km van Ivago en instaat voor het onderhoud en de herstelling van de aangeboden bovenbouwen. In haar bestek stelt verweerster dat verzoekster een lijst moet opgeven van de al dan niet tot de onderneming behorende technische diensten. Verweerster wenst terzake over stukken te beschikken die bewijzen dat verzoekster over een net beschikt in België dat bekwaam is om het onderhoud en de herstellingen van het voorgestelde bovenbouw van de offerte uit te voeren. Minimum 1 service punt moet gelegen zijn op minder dan 150 km van de technische diensten van Ivago. Vooreerst merkt verzoekster op dat voormeld criterium niet is opgenomen in artikel 45 van het KB limitatief opgesomde criteria, en ook niet ligt in het verlengde van enige van deze criteria, waardoor het niet als kwalitatief selectiecriterium kan fungeren. Vervolgens wijst verzoekster op haar uitvoerige uiteenzetting onder punt 9 van dit verzoekschrift. Verzoekster heeft namelijk in haar offerte duidelijk aangegeven dat zij wél over een service punt beschikt op 5 km van verweerster, dat bekwaam is om met de nodige spoed het onderhoud en de herstellingen van de bovenbouwen uit te voeren. Voorts merkte verzoekster overigens zuiver informatief op dat zij een mondelinge overeenkomst had gesloten met de firma Spiliers De Cock te Gent die bijkomend evenzeer konden voorzien in het nodige onderhoud en herstellingen (vnl. aan het chassis). Door te stellen dat Verzoekster niet voldoet aan de kwalitatieve selectiecriteria, omdat zij niet beschikt over een service punt dat gelegen is op 150 km van IVAGO, schendt Verweerster dan ook artikel 45 van het KB. XII-4427-6/11 [...] Alle redenen die Verweerster heeft opgegeven om te staven dat Verzoekster niet zou voldoen aan de gestelde kwalitatieve selectiecriteria, schenden dus artikel 45 van het KB. Het middel is dan ook reeds op dit punt ernstig. Volledigheidshalve wenst Verzoekster overigens op te merken dat het volgens haar volstaat dat slechts één van de vijf voormelde redenen artikel 45 van het KB schendt, om de uitvoering van de Bestreden beslissing te schorsen. Immers : de door Verweerster opgesomde redenen zijn cumulatief, zodat de ongeldigheid van één van deze redenen de weigeringsbeslissing niet meer kan schragen”; 4.1.
- Overwegende dat het toepasselijke bestek bepaalt, onder “kwalitatieve selectie” (bestek, blz. 6) : “Artikel 45 [...] De technische bekwaamheid van de leverancier om te beantwoorden aan de eisen betreffende het omnium onderhouds- en herstellingscontract zal bewezen worden door de opgave van een lijst van de al dan niet tot de onderneming behorende technische diensten. In het onderhavige geval wenst het opdrachtgevend Bestuur over stukken te beschikken die bewijzen dat de inschrijver of één van zijn Belgische filialen over een net beschikt in België op het moment van verschijnen van het bestek en dat bekwaam is om het onderhoud en de herstellingen van het voorgestelde bovenbouw van de offerte uit te voeren. Minimum 1 servicepunt zal gelegen zijn op minder dan 150 km van de technische diensten van IVAGO (Proeftuinstraat 43 te 9000 Gent)”; Overwegende dat artikel 45 van het koninklijk besluit van 8 januari 1996 betreffende de overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten en de concessies voor openbare werken, bepaalt hetgeen volgt : “Art.
- De technische bekwaamheid van de leverancier kan op één of meer van de volgende manieren worden bewezen, afhankelijk van de aard, de hoeveelheid en het gemak van de te leveren produkten. [...] 3/ door opgave van de al dan niet tot de onderneming behorende technici of technische diensten, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole; [...]”; dat, in tegenstelling tot hetgeen de verzoekende partij beweert, in de huidige stand van de procedure niet blijkt dat de eis, over een “net” te beschikken dat bekwaam is onderhoud en herstellingen “van het voorgestelde bovenbouw” te doen, waarbij minimum één servicepunt gelegen is op minder dan 150 km van de technische diensten van de verzoekende partij, niet kan worden ingepast in het aangehaalde artikel 45, 3/; XII-4427-7/11 Overwegende voorts, in zoverre dan moet worden onderzocht of de verzoekende partij aan de betrokken vereiste al dan niet voldeed, zij in haar offerte daaromtrent stelt hetgeen volgt : “Dienst na verkoop • De interventie termijn van de technicus : binnen 24 uur • De termijnen voor verzending van de wisselstukken : max. 24 uren • De termijnen voor opstelling van een herstelofferte : 24 uren • De termijnen voor uitvoering van een besteld werk : binnen 24 uren • Het aantal en de kwaliteit van de personen die zijn ingeschakeld voor de dienst na verkoop : * aantal techniekers : 15 * Help-desk : 5 * aantal personen verantwoordelijk ivm wisselstukken : 5 • Een van onze service techniekers is gevestigd op +/- 5 km van de werkplaatsen van IVAGO, zodat een zeer korte interventietermijn kan nageleefd worden. Zijn service bus wordt aangevuld via een nachtbevoorrading zodat ook onderdelen snel ter plaatse kunnen zijn”; dat zij voorts daaraan toevoegt : “De onderhandelingen met dealers (chassis) is reeds opgestart om een service netwerk uit te werken”; dat aan de verzoekende partij per faxbericht van 4 februari 2005 de volgende vraag werd gesteld : “Uit ons gesprek meen ik begrepen te hebben dat er op korte termijn een service punt in Gent zou zijn. Met name op de Afrikalaan 75 te 9000 Gent bij de firma Spillier-De Cock (DAF dealer). Vanaf wanneer is dit officieel [...]”; dat de verzoekende partij als volgt antwoordde : “Er is inmiddels een mondelinge overeenkomst afgesloten met de Daf dealer in Gent (De Cock Spilliers). De officiële overeenkomst zal naar verwachting eind februari/begin maart 2005 plaatsvinden”; dat uit hetgeen voorafgaat lijkt te moeten worden afgeleid dat de verwerende partij zonder schending van het voornoemde artikel 45 mocht besluiten tot de afwezigheid op het ogenblik van de offerte van het vereiste “net” met één “service punt” binnen de gestelde afstand, nu een technieker met een servicebus niet lijkt te kunnen worden gelijkgesteld met een service punt, in de context van bovenbouwen van vuilniswagens; dat de verwerende partij ter terechtzitting immers niet werd tegengesproken door de verzoekende partij in zoverre de eerstgenoemde stelde dat defecten aan bovenbouwen niet altijd door een technieker ter plaatse kunnen worden verholpen en een verre verplaatsing van een vuilniswagen, te dezen naar Nederland, tot een te vermijden langere onbeschikbaarheid van het voertuig leidt; XII-4427-8/11 4.2.
- Overwegende dat in de huidige stand van de procedure aldus dient te worden vastgesteld dat de verzoekende partij terecht is geweerd op grond van het onder 4.1.
- besproken selectiecriterium; dat de verzoekende partij er wel van uitgaat dat de redenen op grond waarvan zij en haar offerte zijn geweerd, “cumulatief” zijn, “zodat de ongeldigheid van een van deze redenen de weigeringsbeslissing niet meer kan schragen”; dat zij in die -gebrekkig verwoorde- stelling die, juister geformuleerd, inhoudt dat de weigeringsbeslissing niet meer op deugdelijke motieven steunt ingeval een van die motieven niet deugdelijk is, echter niet lijkt te mogen worden gevolgd, nu zij dat standpunt niet ondersteunt door verwijzing naar enige rechtsregel waaruit zulks zou moeten worden afgeleid; dat er in de huidige stand van de procedure dienvolgens mag worden van uitgegaan dat het ontbreken van het vereiste dealernet en servicepunt op zichzelf reeds mocht leiden tot het weren van de verzoekende partij zodat de andere redenen om haar en haar offerte te weren te dezen niet meer moeten worden onderzocht; dat het eerste onderdeel van het middel niet ernstig is; 4.
- Overwegende dat de verzoekende partij in een tweede onderdeel van haar enig middel, nog betreffende het motief van de servicepunten, het “redelijkheidsbeginsel” en de motiveringsverplichting geschonden acht en daaromtrent stelt hetgeen volgt : “In haar offerte geeft Verzoekster duidelijk aan dat zij over een uitgebreide geïntegreerde dienst beschikt die instaat voor het onderhoud en de herstellingen van de geleverde bovenbouwen. Verzoekster onderstreept dat zij terzake over een service punt beschikt op 5 km van Verweerster, dat bekwaam is om met de nodige spoed het onderhoud en de herstellingen van de bovenbouwen uit te voeren. Verzoekster voegt hier aan toe dat zij overigens een mondelinge overeenkomst had gesloten met de firma Decock-Spillier te Gent die bijkomend evenzeer zou kunnen voorzien in het nodige onderhoud en herstellingen (vnl. aan het chassis). Op grond van deze gegevens kon Verweerster dan ook niet naar redelijkheid beschikken dat Verzoekster niet aantoont dat zij over een net beschikt in België dat bekwaam is om het onderhoud en de herstellingen van de voorgestelde bovenbouwen van de offerte uit te voeren en dat minimum 1 servicepunt moet gelegen zijn op minder dan 150 km van de technische diensten van IVAGO. Minstens heeft Verweerster de door Verzoekster terzake voorgedragen gegevens onbehoorlijk afgewogen. En ook al zou zij dergelijke behoorlijke afweging hebben doorgevoerd (quod non), dan nog motiveert zij niet afdoende waarom deze gegevens niet voldoen om de technische bekwaamheid van Verzoekster aan te tonen”; Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt : “De verwerende partij heeft evenzeer in alle redelijkheid geoordeeld dat de verzoekende partij niet aantoont te beschikken over een net in België, dat bekwaam is om het onderhoud en de herstellingen aan de bovenbouwen uit te XII-4427-9/11 voeren, noch over minimum 1 servicepunt dat op minder dan 150 km van IVAGO is gelegen, en heeft daarbij alle ter zake dienende gegevens wel degelijk behoorlijk afgewogen. Voor de verwerende partij is het immers belangrijk om de zekerheid te hebben dat bij een eventuele uitval, nu het in zulk geval niet mogelijk is om een reservevoertuig te huren, zij terecht kan bij een voldoende uitgeruste werkplaats (= een servicepunt) met voldoende ervaring, die zich op een aanvaardbare afstand bevindt van de werkplaats van IVAGO (1.c. op maximum 150 km), teneinde een snelle en accurate herstelling van niet alleen het chassis, maar ook van de bovenbouw te bekomen. Zoals hierboven reeds uiteengezet, blijkt uit de inschrijving van de verzoekende partij dat zij niet beschikt over een dealernet in België, en dat haar voorheen bestaande Belgische vestiging te Zemst werd gesloten. Het feit dat er onderhandelingen zijn (en vandaag pas een overeenkomst ?) met dealers voor chassis, is vanzelfsprekend onvoldoende, nu een chassisleverancier niet kan instaan voor het onderhoud en de herstellingen van bovenbouwen geschikt voor het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen. Een technieker die op circa 5 km woont van de werkplaatsen van IVAGO, is anderzijds natuurlijk nog geen servicepunt of uitgeruste werkplaats, waar alle nodige herstellingen kunnen gebeuren. Sinds de sluiting van de vestiging te Zemst, dienen de voertuigen voor alle grote herstellingen overgebracht te worden naar het Nederlandse hoofdhuis te Emmeloord, Nederland, dat (volgens routeplanner) op 271 km van de werkplaatsen van IVAGO gelegen is. Naar alle redelijkheid kon de verwerende partij aldus, na afweging van alle ter zake dienende gegevens, wel degelijk oordelen dat de verzoekende partij over onvoldoende technische diensten en uitrusting beschikt m.b.t. tot de uitvoering van de opdracht voor wat betreft onderhoud en herstellingen. De beslissing is eveneens voldoende concreet en duidelijk gemotiveerd, in dezelfde zin als hierboven”; Overwegende dat, mede gelet op hetgeen in het eerste onderdeel door de Raad van State is overwogen, het verweer in de huidige stand van de procedure mag worden bijgevallen en mag worden vastgesteld dat de aangevoerde schendingen niet zijn aangetoond; dat het tweede middelonderdeel niet ernstig is; Overwegende dat het enig middel in zijn geheel niet ernstig is; dat derhalve niet is voldaan aan de tweede van de door het voornoemde artikel 17 gestelde voorwaarde die vervuld moet zijn wil de schorsing worden toegewezen, XII-4427-10/11 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van de NV Mol cy in het administratief kort geding bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drie mei 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4427-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.083 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div