id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 05 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.183 Rolnummer: A. 162241/XIV-22447 Zaak: Arrest 144183 - - 05/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-10 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-06-29 04:21 Fiche Arrest nr 144.183 van 5 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.183 van 5 mei
- in de zaak A. 162.241/XIV-22.
- In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaat L. Pepermans kantoor houdende te Antwerpen, Broederminstraat 38 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. ------------------------------------------------------------------------------------------------------ -- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Algerijnse nationaliteit, op 4 mei 2005 heeft ingediend om bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 28 april 2005 tot het niet ontvankelijk verklaren van een aanvraag tot machtiging van verblijf; Gelet op de beschikking van 5 mei 2005 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18; Gelet op artikel 8 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien de nota van de verwerende partij; Gelet op de beschikking van 4 mei 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 5 mei 2005 om 10.00 uur; XIV-22.447-1/3 Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. VERBIEST; Gehoord de opmerkingen van advocaat L Pepermans, die verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E Matterne die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat krachtens artikel 17, §§ 1 en 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoer- legging bij uiterst dringende noodzakelijkheid kan worden besloten onder de drievoudige voorwaarde dat een uiterst dringende noodzakelijkheid voorhanden is, dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende, wat de derde voorwaarde betreft, dat verzoeker zijn nadeel situeert in het “verlies van een effectief gezinsleven”, het feit van geen mogelijkheid te hebben om gedurende een lange periode een visum te verkrijgen, het verlies van mentale en fysieke bijstand voor zijn partner, en het verlies van rechten van verdediging; Overwegende dat verzoeker zelf aangeeft dat de door hem in België doorlopen “asielprocedure” resulteerde in een weigering van verblijf op 30 augustus 2001 en dat op 15 juli 2002 de Raad van State verzoekers beroep heeft verworpen; dat hij evenmin tegenspreekt dat hem op 8 mart 2005 een bevel is betekend om het grondgebied te verlaten, waarvan sprake is in de bestreden beslissing; dat verzoeker niet ontkent dat hij aldus sinds jaren in een illegale verblijfssituatie verkeert; dat verzoeker in die precaire verblijfssituatie blijkbaar een liefdesrelatie aanging; dat de moeilijkheden rond die relatie en de te verwachten administratieve beslommeringen niet rechtstreeks te wijten zijn aan de bestreden beslissing of haar onmiddellijke tenuitvoerlegging; dat zij integendeel resulteren uit verzoekers illegaal verblijf; dat ook de gevraagde schorsing van een beslissing die, XIV-22.447-2/3 zoals de bestreden beslissing, een machtiging tot verblijf afwijst in de specifieke context van artikel 9, 3/, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, dat illegaal verblijf niet wijzigen zou, mede gelet op het voormelde bevel om het grondgebied te verlaten dat in zijn uitvoerbaarheid niet zou worden aangetast door de gevraagde schorsing; dat aan de schorsingsvoorwaarde van het nadeel niet is voldaan; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen; BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op 5 mei tweeduizend en vijf, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS , griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D.VERBIEST. XIV-22.447-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.183 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.