id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.248 Rolnummer: A. 158890/IX-4750 Zaak: Arrest 144248 - - 09/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-17 Raadplegingen: 61 - laatst gezien 2026-07-02 14:43 Fiche Arrest nr 144.248 van 9 mei 2005 - Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.248 van 9 mei 2005 in de zaak A. 158.890/IX-
- In zake : Johan JONCKHEERE, die woonplaats kiest bij advocaat J. GOETHALS, kantoor houdende te SINT-ANDRIES-BRUGGE, Burggraaf de Nieulantlaan 14 tegen : het Selectiebureau van de Federale Overheid (SELOR), vertegenwoordigd door haar afgevaardigd bestuurder. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Johan JONCKHEERE op 3 januari 2005 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van SELOR, hem medegedeeld bij brief van 29 oktober 2004, waarbij hij niet geslaagd wordt verklaard voor deel 2 van de schriftelijke proef van het examen voor de aanwerving van vertalers-revisoren Nederlands-Frans-Engels; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de vernietiging vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 februari 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 11 april 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; IX-4750-1/8 Gehoord de opmerkingen van advocaat J. GOETHALS, die verschijnt voor verzoeker, en van adviseur-generaal J. MOMMENS, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het andersluidend advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak kunnen worden samengevat als volgt : 1.
- Verzoeker heeft deelgenomen aan de selectie ANG04809 voor vertaler-revisor (Nederlands-Engels-Frans) voor alle federale overheidsdiensten, instellingen van openbaar nut, instellingen van sociale zekerheid, instellingen voor wetenschappelijk onderzoek en voor het ministerie van Defensie die door SELOR werd georganiseerd in de loop van
- De selectie leidt tot een werfreserve die twee jaar geldig is. Verzoeker slaagt in de schriftelijke proef Nederlands-Frans waarvoor hij 14,75/20 behaalt (vereiste minimum 12/20). Hij mislukt evenwel op de proef Nederlands-Engels. Hij behaalt slechts 9/20 (vereiste minimum 12/20) en wordt op 28 oktober 2004 dan ook niet geslaagd verklaard. Dit is de bestreden beslissing. Zij wordt hem meegedeeld in een brief van 29 oktober 2004 waarin alleen de door hem behaalde punten zijn vermeld. 1.
- In antwoord op een mail van verzoeker van 5 november 2004 deelt SELOR bij brief van 16 november 2004 de motieven die de punten ondersteunen mee aan verzoeker. Deze motieven luiden als volgt : “Het tweede schriftelijke gedeelte (Nederlands-Engels) van bovenstaande selectie bestond uit twee gedeelten. Een gedeelte vertaling en een gedeelte revisie. Om te slagen diende men minstens 12 op 20 te behalen. De schriftelijke proef werd verbeterd door twee van elkaar onafhankelijke correctoren. Uw resultaat : Vertaling : 10/20 Revisie : 08/20 Gemiddelde : 09/20 Motivatie van de selectiecommissie : Vertaling : IX-4750-2/8 De selectiecommissie beschreef uw vertaling als volgt. De tekst werd vrij goed in het Nederlands omgezet, maar de kwaliteit van het Nederlands laat soms te wensen over. U maakte in uw vertaalwerk fouten tegen woordkeus, congruentie, woordvolgorde, verwijzing en verbinding, spelling... Revisie : In de tekst werden 12 fouten met verschillend gewicht opgenomen. U hebt er 5 correct verbeterd. Indien u wenst kan u verder inzage krijgen in de selectieproef die u aflegde. Daartoe dient u contact op te nemen met de selectiedeskundige via boven- vermeld telefoonnummer om een afspraak te maken”.
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat verzoeker vertrekt van het gegeven dat, aangezien de werfreserve waarin de laureaten van het examen terechtkomen zeker uitgeput zal worden omdat er sinds jaren geen examen meer was ingericht, het kon volstaan dat hij in het examen slaagde opdat hij in een overheidsdienst aangeworven zou worden, terwijl de werfreserve, die twee jaar geldig blijft, verstreken zal zijn op het ogenblik dat de Raad van State het annulatie- beroep onderzoekt; dat hij een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ziet in het feit dat hij in afwachting van een vernietigingsarrest niet bij de federale overheid aan de slag kan en waarschijnlijk nooit meer aan de slag zal kunnen, aangezien “het bijzonder onzeker is of er in de eerstkomende tien jaar nog een dergelijke selectie zal uitgeschreven worden”; dat hij ook wijst op een moreel nadeel doordat hij door “een volstrekt onwettige correctie” wordt uitgesloten van een betrekking bij de overheid; dat hij daaraan toevoegt dat een betrekking bij de overheid voor hem zeer belangrijk is omdat hij momenteel werkloos is en zijn diploma “niet erg veel kansen op de arbeidsmarkt (biedt)”; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat iedereen die deelneemt aan een examen de kans loopt niet te slagen, dat er “regelma- tig” selecties voor vertaler-revisor bij de federale overheid worden georganiseerd en dat zij, zo de Raad van State het aangevoerde middel gegrond zou bevinden, dan nog de gepaste maatregelen kan nemen om het arrest uit te voeren; IX-4750-3/8 3.
- Overwegende dat verzoeker gewis lichtvaardig stelt dat het niet zeker is dat er in de komende tien jaar nog een selectieprocedure zal opgestart worden; dat inderdaad uit het door de auditeur ingestelde onderzoek gebleken is dat er in het verleden regelmatig proeven zijn ingericht -zo in 1998, 1999, 2000 en 2004- , terwijl uit niets blijkt dat de verwerende partij de bedoeling zou hebben om geen nieuwe selectieprocedure op te starten wanneer de noodzaak daarvoor zich aandient; dat de omstandigheid dat verzoeker voorlopig niet bij de overheid aan de slag kan en dat hij wegens de krappe arbeidsmarkt zijn inkomen bijgevolg beperkt ziet tot de werkloosheidsuitkering, neerkomt op een financieel nadeel waarvan hij niet aantoont dat het na een annulatiearrest niet hersteld zal kunnen worden; dat ook niet blijkt dat het morele nadeel dat hij aanvoert niet hersteld zal worden door een vernietigings- arrest; Overwegende dat verzoeker met recht betoogt dat, binnen de gewone annulatieprocedure, het niet de normale verwachting is dat de Raad van State tijdens de duur van de werfreserve -tot 27 oktober 2006- een uitspraak zal doen over het annulatieberoep, dat zulks voor hem het risico doet ontstaan dat hij op grond van het hier bestreden examen niet meer aangeworven zal kunnen worden en zelfs, zoals nog ter terechtzitting benadrukt, dat hem in de procedure ten gronde een gebrek aan actueel belang tegengeworpen wordt; dat, vanuit die invalshoek, het nadeel van verzoeker, gelegen in het verlies van het recht om op grond van een gunstige examenuitslag bij de overheid in dienst te treden, een ernstig en moeilijk te herstellen karakter heeft; 4.
- Overwegende, wat de eerste voorwaarde betreft, dat verzoeker onder meer wijst op de onzorgvuldige verbetering van zijn proef en op de afwezig- heid van een verantwoording voor de punten die hij behaald heeft; dat hij, wat zijn vertaling betreft, betoogt dat de examencommissie van oordeel was dat “de tekst vrij goed in het Nederlands werd omgezet, doch dat de kwaliteit van het Nederlands zelf te wensen overliet”, dat hij geen enkele grammaticale fout gemaakt heeft, dat dertien van de negentien fouten die hem aangerekend werden in feite geen fout waren -hij bespreekt in dat verband verschillende fouten die hem aangerekend werden “aan de hand van vakliteratuur waar mogelijk ondersteund door het oordeel van vooraan- staande neerlandici”- en dat het hem bijgevolg volstrekt onduidelijk is waarom de selectiecommissie hem een quotering van 10 op 20 gegeven heeft; dat hij, wat de revisie betreft, stelt dat de examencommissie slordig tewerk gegaan is in die zin dat hij voor een fout die hij aangestipt had en correct verbeterd, geen punten gekregen IX-4750-4/8 heeft en dat “verschillende verbeteringen niet beloond (werden) wegens beweerd niet correct”; dat hij dan uiteenzet waarom hij geen vijf maar negen fouten uit de examentekst teruggevonden én correct verbeterd heeft, aangezien de fouten S1, S2 en C2 door hem waren ontdekt en -volgens de door hem geraadpleegde expert- correct verbeterd en aangezien hij de fout C3 ontdekt en verbeterd heeft, terwijl hem daarvoor geen punten zijn toegekend; 4.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen betoogt dat de examencommissie soeverein de waarde van de hen voorgelegde werken beoordeelt, dat uit het administratief dossier blijkt dat de commissie alle werken met dezelfde beoordelingscriteria verbeterd heeft en dat de twee examinatoren -wiens deskundigheid als universiteitsprofessor buiten betwisting staat- na een afzonderlijk onderzoek aan het werk van verzoeker nagenoeg eenzelfde quotering hebben gegeven zodat de aangevoerde beginselen van behoorlijk bestuur niet geschonden werden; 4.3.
- Overwegende dat verzoeker het gebrek aan deugdelijke motieven voor het hem toegekende puntentotaal aanvoert en dat hij daarbij wijst op de onzorgvuldige verbetering van zijn proef; dat in gevallen als het onderhavige, waarin de kennis van de kandidaat wordt gemeten, de beslissing om hem niet geslaagd te verklaren in beginsel verantwoord wordt door de toegekende punten; dat die punten alleen dan niet volstaan wanneer het dossier van de zaak bepaalde gegevens bevat die ernstige twijfel oproepen aangaande de juistheid van de toegekende punten; 4.3.
- Overwegende dat de examencommissie discretionair het werk van de examinandi beoordeelt; dat de Raad van State de beoordeling van de examen- commissie niet mag overdoen; dat hij wel kan optreden wanneer de commissie bij beoordeling of bij het toekennen van de punten evidente vergissingen begaat; 4.3.
- Overwegende dat verzoeker aan de hand van naslagwerken en van het advies van door hem geraadpleegde deskundigen poogt aan te tonen dat de commissie onterecht in zijn vertaling -het eerste deel van de hier bestreden proef- een aantal fouten tegen het Nederlands heeft opgemerkt; dat hij daarmee evenwel niet aantoont dat de beoordeling van de examencommissie met betrekking tot die specifieke punten evident verkeerd is; dat -in acht genomen de gegevens waarover de Raad van State thans beschikt: de examenkopij van verzoeker waarop de examinatoren woorden hebben onderlijnd- zelfs niet blijkt dat de examencommissie IX-4750-5/8 de punctuele aanwijzingen naar dewelke verzoeker verwijst hem echt als een fout zijn aangerekend en dat evenmin blijkt dat het precies die fouten zijn -nog veel andere woorden zijn onderstreept- die de beoordeling van de commissie, zoals zij aan verzoeker ter kennis gebracht is, gedetermineerd hebben; 4.3.
- Overwegende, wat de revisieproef betreft, dat uit de motiverings- fiches opgesteld door de examencommissie blijkt dat de commissie nagegaan is of verzoeker de twaalf fouten, die zij in de modeltekst had aangebracht, gezien en correct verbeterd heeft, dat de beide examinatoren elk vijf goede antwoorden van verzoeker in rekening hebben gebracht (V1, V4, G1, G2 en C1) en dat zij voor de overige antwoorden van verzoeker geen punten hebben toegekend; 4.3.4.
- Overwegende dat uit de vergelijking van de examenkopij van verzoeker met de aanstippingen op de motiveringsfiches blijkt dat verzoeker de fout C3 -in de zin: “(het blijkt) dat bij de deelnemers het begrip voor de vraagstukken (...) toeneemt en dat zij vaak die mening omtrent de beste oplossing bijstellen” is het woord “die” verkeerd en kan het vervangen worden door “hun”- wel degelijk heeft aangestipt en verbeterd volgens de voorgeschreven mogelijkheid; dat de examen- commissie geen enkele reden gehad lijkt te hebben om verzoeker op dat vlak niet het vooraf bepaalde puntenaantal -een correct C-antwoord is twee punten waard- toe te kennen; 4.3.4.
- Overwegende dat uit dezelfde vergelijking voorts blijkt dat verzoeker de fouten S1 en C2 heeft aangestipt maar dat de commissie zijn antwoord toch als fout heeft aangerekend; dat de enige reden daarvoor kan zijn dat de verbetering die verzoeker heeft voorgesteld niet geheel beantwoordde aan de modelvertaling die de examinatoren bij de verbetering hebben gehanteerd; dat de examencommissie er dienvolgens bij de verbetering vanuit gegaan is dat haar modelvertaling de enig geldige was; dat verzoeker zich daarentegen op het standpunt plaatst dat de verbetering die hij heeft voorgesteld niet verkeerd is en dat hij daarvoor in zijn middel verwijst naar de mening van een expert in de materie; Overwegende dat de discretionaire bevoegdheid van de examen- commissie niet zover reikt dat zij vermag, in gevallen waarin meerdere oplossingen bestaan voor een bepaald probleem, haar eigen modelvertaling als absolute maatstaf voor de beoordeling van de individuele examens naar voren te schuiven; dat de verwerende partij niet aantoont dat haar modelvertaling de enig mogelijke correcte IX-4750-6/8 oplossing voor de ingevoegde fouten bood; dat zij daarin dan ook geen reden kon vinden om het antwoord van verzoeker zonder meer als verkeerd te bestempelen; dat, los daarvan, ook niet blijkt dat het antwoord van verzoeker zonder meer verkeerd was; dat, met andere woorden, niet deugdelijk verantwoord wordt waarom de examencommissie verzoeker voor zijn correctie van de fouten S1 en C2 geen punten heeft toegekend; 4.3.
- Overwegende dat, binnen het hiervoor uiteengezette kader, het middel ernstig is; dat het tot de vernietiging van het bestreden besluit kan leiden; dat in dat geval, de examencommissie zich opnieuw zal moeten beraden over het examenwerk van verzoeker, inzonderheid de puntentoekenning ten aanzien van fout C3 en de beoordeling van het antwoord van verzoeker op de fouten S1 en C2, allen met een waarde van 2 punten; dat in die zin een vernietiging verzoeker uitzicht biedt op een betere uitslag die mogelijks zelfs volstaat om hem alsnog in de werfreserve op te nemen;
- Overwegende dat de voorwaarden voor het bevelen van de schorsing van de tenuitvoerlegging vervuld zijn, BESLUIT: Artikel
- Bevolen wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging van de beslissing van SELOR, aan verzoeker medegedeeld bij brief van 29 oktober 2004, waarbij hij niet geslaagd wordt verklaard voor deel 2 van de schriftelijke proef van het examen voor de aanwerving van vertalers-revisoren Nederlands-Frans-Engels. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. IX-4750-7/8 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen mei 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4750-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.248 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.279 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.