id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 09 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.251 Rolnummer: A. 158829/IX-4745 Zaak: Arrest 144251 - - 09/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-27 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 14:44 Fiche Arrest nr 144.251 van 9 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.251 van 9 mei 2005 in de zaak A. 158.829/IX-
- In zake : Eric ROOS, wonende te DEURNE, Van Dornestraat 67 tegen : het Gemeenschapsonderwijs. Tussenkomende partij: Urbain LAVIGNE, wonende te AARSCHOT, Langedorpsesteenweg
- ---------------------------------------------------------------------------------------------------- --- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Eric ROOS op 6 december 2004 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing tot aanstelling van de heer Urbain LAVIGNE als afgevaardigd bestuurder van het Gemeenschaps- onderwijs"; Gezien het op 9 november 2004 ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de schorsing van de tenuitvoerlegging vordert van dezelfde beslissing; Gezien het verslag over het beroep tot nietigverklaring opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gezien het verslag over de vordering tot schorsing opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; IX-4745-1/5 Gelet op de beschikkingen van 15 maart 2005, houdende bevel tot neerlegging van het verslag over het beroep tot nietigverklaring en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 25 april 2005; Gelet op de kennisgeving van de verslagen aan partijen; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, van advocaat M. STOMMELS, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat I. MARTENS, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd W. VAN NOTEN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Verzoeker is adjunct van de directeur bij de administratieve diensten van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs. Met ingang van 1 november 1999 werd hem verlof toegestaan voor het vervullen van een vakbondsopdracht bij het Vrij Syndicaat voor het Openbaar Ambt.
- In het najaar van 2003 wordt door Jobpunt Vlaanderen een selectieprocedure voor de functie van afgevaardigd bestuurder van bet Gemeen- schapsonderwijs georganiseerd. Verzoeker is geen kandidaat voor die functie.
- Op 6 december 2003 beslist de Raad van het Gemeenschapsonder- wijs om Dirk Van DAMME aan te stellen als afgevaardigd bestuurder.
- Op 12 augustus 2004 beslist de Raad van het Gemeenschapsonder- wijs aan Dirk Van DAMME een verlof voor opdracht toe te kennen om het ambt van kabinetschef uit te oefenen bij de Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming en de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst tijdens die periode te schorsen. IX-4745-2/5 De Raad beslist eveneens om voor de vervanging een beroep te doen op de wervingsreserve van de selectieprocedure die leidde tot de aanstelling van Dirk Van DAMME en waar de twee overige kandidaten gunstig gerangschikt waren.
- Op 24 augustus 2004 beslist de Raad van het Gemeenschapsonder- wijs, nadat hij de betrokken kandidaten heeft gehoord om Urbain LAVIGNE aan te stellen als afgevaardigd bestuurder. Dit is de bestreden beslissing. Over de ontvankelijkheid van de vordering. Overwegende dat luidens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State de annulatieberoepen worden ingediend binnen zestig dagen nadat de bestreden beslissing of verordening werd bekendgemaakt of betekend; dat indien de beslissing noch bekendgemaakt noch betekend dient te worden die termijn ingaat met de dag waarop de verzoeker er kennis van heeft gehad; dat de in artikel 4, derde lid, van het voornoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948 bedoelde verjaringstermijn van zestig dagen is ingesteld in het belang van de openbare orde en de rechtszekerheid en meer bepaald, zoals in het verslag bij het besluit is gesteld, om te vermijden “dat de geldigheid der akten, reglementen of beslissingen gedurende onbepaalde tijd onzeker blijft naar gelang van de spoed welke de partijen aan de dag leggen om een beroep tot nietigverklaring in te stellen”; dat te dezen, in weerwil van wat verzoeker ter zitting betoogt, de beslissing van de Raad van het Gemeenschapsonderwijs tot aanstelling van een afgevaardigd bestuurder niet aan bijzondere regels inzake bekendmaking is onderworpen en niet aan verzoeker moest worden betekend, zodat wat hem betreft de beroepstermijn aangevangen is op het ogenblik dat hij van de aanstelling van de afgevaardigd bestuurder kennis heeft gekregen; dat die feitelijke kennis niet vereist dat de belanghebbende kennis heeft van de volledige tekst van de beslissing, maar wel dat hij een voldoende kennis heeft van de inhoud en draagwijdte ervan en dat hij meer bepaald kennis heeft van de identiteit van de aangestelde persoon; dat verzoeker in zijn verzoekschrift zelf aangeeft dat hij “op het einde van augustus 2004 verneemt (...) uit krantenberichten en op (het) televisiejournaal dat de heer Urbain LAVIGNE door de RAGO als tijdelijk vervanger van de heer Dirk VAN DAMME is aangeduid”; dat uit het administratief dossier ook blijkt dat verzoeker tijdens de vergadering van het tussenoverlegcomité op 31 augustus 2004 als vaste afgevaardigde van het VSOA het IX-4745-3/5 overleg geweigerd heeft “met een afgevaardigd bestuurder die onwettig in dienst is”; dat uit wat voorafgaat volgt dat verzoeker met zekerheid op het einde van de maand augustus 2004, en alleszins op 31 augustus 2004, kennis had van het feit dat Urbain LAVIGNE als afgevaardigd bestuurder was aangesteld en op dat tijdstip reeds de legaliteit zelf van die aanstelling aanvocht, zodat hij hiermee zelf heeft aangegeven over voldoende kennis te beschikken van de inhoud en de draagwijdte van de beslissing; dat gelet op het tijdstip waarop hij beroep heeft aangetekend, met name op 6 december 2004, hij ten vroegste op 7 oktober 2004 kennis zou moeten hebben genomen van de door hem bestreden beslissing opdat zijn beroep tijdig zou zijn geweest; dat hij dit niet aantoont en dat hij integendeel zelf aangeeft dat het tijdstip van kennisname veel vroeger was; dat zijn beroep bijgevolg als kennelijk niet- ontvankelijk moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negen mei 2000 en vijf, door : de HH. L. HELLIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, IX-4745-4/5 W. GEURTS. L. HELLIN. IX-4745-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.251 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.