← België

Arrest 144275 - - 10/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 10 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.275 Rolnummer: A. 153856/X-11963 Zaak: Arrest 144275 - - 10/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-24 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 14:46 Fiche Arrest nr 144.275 van 10 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.275 van 10 mei 2005 in de zaak A. 153.856/X-11.

  1. In zake :
  2. Marleen OTS,
  3. François CRABBE, die woonplaats kiezen bij Advocaat B. SIFFERT, kantoor houdende te 1050 BRUSSEL, Louizalaan 174, bus 8 tegen : de stad VILVOORDE, die woonplaats kiest bij Advocaat K. van ALSENOY, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, A. Dansaertstraat
  4. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Marleen OTS en François CRABBE op 16 juli 2004 hebben ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van 15 maart 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de stad Vilvoorde waarbij aan Abdeslem BELAHRIR de stedenbouwkundige vergunning wordt verleend voor het verbouwen van bedrijfsgebouwen tot een gebedsruimte voor moslims gelegen te Vilvoorde, Mechelsesteenweg 89-93, op percelen, kadastraal gekend Sectie E, nrs. 33d², 33f² en 33l4 ; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 8 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad C. ADAMS; X-11.963-1/5 Gehoord de opmerkingen van Advocaat B. SIFFERT, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat K. LARDENOIT die, loco Advocaat K. van ALSENOY verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  5. De feiten Overwegende dat Abdeslem BELAHRIR namens de v.z.w. MASJID ANASR op 16 februari 2004 aan het college van burgemeester en schepenen van de stad Vilvoorde een stedenbouwkundige vergunning vraagt voor het inwendig verbouwen van bedrijfsgebouwen tot een gebedsruimte op een terrein te Vilvoorde, Mechelsesteenweg 89-93, kadastraal bekend derde afdeling, sectie E, nrs. 33d², 33f² en 33l4; dat de gevraagde vergunning met het bestreden besluit wordt gegeven;
  6. Beoordeling 2.
  7. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 2.2.
  8. Overwegende dat de verzoekende partijen wat de tweede voorwaarde betreft in essentie aanvoeren dat iedere dag verder wordt gewerkt aan de voltooiing van een grootschalig polyvalent moslimcomplex, dat het nadeel voor de verzoekende partijen betrekking heeft op volkstoeloop, mobiliteit, gebrek aan parkeerruimte en geluidsoverlast, dat de eerste verzoekende partij een handelszaak uitbaat aan de Mechelsesteenweg 103 en derhalve zeker hinder zal ondervinden van de aanwezigheid van het moskeecomplex in de onmiddellijke nabijheid van haar woning en handelszaak, dat de woning van de tweede verzoekende partij aan de Mechelsesteenweg 95 paalt aan het terrein waar de werken worden uitgevoerd, dat X-11.963-2/5 de tweede verzoekende partij van de achterkant van de woning en van de verdieping een rechtstreeks uitzicht heeft op het bedrijfsgebouw dat als moskee zal dienen, dat een ruimte voor vele honderden bezoekers de nodige verkeers- en geluidshinder met zich mee zal brengen, zeker bij het vrijdaggebed, dat op het binnenplein van het vroegere bedrijfsgebouw geen parkeerruimte is voorzien, dat er nu al te weinig parkeerruimte is, dat de verzoekende partijen geen garage hebben, dat de huidige moskee voor maximum 60 mensen een kleine rijwoning is met in de kelder een klein bureau en sanitair, op het gelijkvloers een leslokaaltje en een gebedsruimte van 16 m² en op de eerste verdieping een gebedsruimte van 48 m², dat het geplande moslimcomplex immens veel groter is en een veel groter publiek beoogt, dat het vroegere bedrijfsgebouw alleen overdag werd geëxploiteerd zonder enige geluidshinder, dat er voortaan ook ‘s avonds culturele activiteiten en speciale evenementen zullen worden georganiseerd, dat dit blijkt uit een uitschuifbare wand op de verbouwingsplannen waarbij vermeld staat "voor speciale evenementen", dat de tweede verzoekende partij haar slaapkamer achteraan de woning, palend aan het islamcomplex, heeft, dat een rustige woonwijk wordt omgevormd tot een zeer drukke moslimwijk met een gewijzigd straatbeeld en -karakter en dat dit alles een moeilijk te herstellen ernstig nadeel vormt; 2.2.
  9. Overwegende dat de verwerende partij in essentie antwoordt dat het woordgebruik van de verzoekende partij tendentieus is nu er van een "grootschalig polyvalent moslimcomplex" geen sprake is, dat de beperkte aanpassingswerken mogelijk al beëindigd zijn, dat de gebedsruimten amper groter zijn dan de huidige voorzieningen in dezelfde straat, dat er voor de woningen vooraan en de garages achteraan geen functiewijziging is doch enkel voor de loods, dat aan het uitzicht van de tweede verzoekende partij niets verandert, ongeacht de functie van het bedrijfsgebouw, dat de argumentatie over verkeershinder en dergelijke louter op veronderstellingen is gesteund, dat het mobiliteitsprobleem al vroeger ter sprake kwam en zowel in de toelichting bij de aanvraag als in de motivering van de bestreden beslissing wordt behandeld en geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan uitmaken, dat de bestreden vergunning betrekking heeft op een KMO-zone en dat het aldus stemmingmakerij is om te stellen dat "een rustige woonbuurt omgevormd wordt tot een zeer drukke moslimwijk", dat de oude uitbating een werkplaats voor het slijpen van zaagbladen betrof en dat geen enkele kritiek wordt uitgebracht op het werkelijke voorwerp van de kwestieuze vergunning, te weten verbouwingen aan het bedrijfsgebouw; X-11.963-3/5 2.2.
  10. Overwegende dat artikel 17, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing een uiteenzetting van de middelen en de feiten dient te bevatten die volgens de indiener ervan het bevelen van de schorsing rechtvaardigen; dat artikel 8, tweede lid, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State bepaalt dat de vordering tot schorsing dient te bevatten "een uiteenzetting van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de aangevochten akte of het aangevochten reglement de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen"; dat uit deze bepalingen volgt dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift duidelijk en concreet dient aan te geven waarin precies het moeilijk te herstellen ernstig nadeel is gelegen dat zij ingevolge de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het bestreden besluit ondergaat of dreigt te ondergaan, en dat met niet in het verzoekschrift tot schorsing opgenomen feiten en verklaringen hieromtrent geen rekening kan worden gehouden; Overwegende dat de ingeroepen hinder of overlast, in de mate dat zij als ernstig moeten worden beschouwd, niet moeilijk te herstellen zijn; dat het bedoelde nadeel immers voortvloeit uit de functiewijziging van een reeds bestaand gebouw, met name de loods die vroeger als bedrijfsgebouw werd gebruikt en in de toekomst als gebedsruimte voor moslims met sanitair, leslokaal, bureau, vestiaire en berging zal worden gebruikt; dat in het geval van een wederrechtelijke functie of gebruik de vernietiging van de bestreden beslissing onmiddellijk een einde zal stellen aan de voorgehouden hinder en overlast; dat de verzoekende partijen geen concrete en precieze gegevens bijbrengen waaruit kan worden afgeleid dat het te dezen anders zou zijn; dat de verzoekende partijen evenmin een nadeel aannemelijk maken dat voortvloeit uit de uitvoering van de vergunningsplichtige werken zelf; dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing geen invloed heeft op het uitzicht van de verzoekende partijen; dat de verzoekende partijen aldus het voorgehouden moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet met concrete gegevens en overtuigende argumenten aantonen; 2.
  11. Overwegende dat niet is voldaan aan de tweede door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, X-11.963-4/5 BESLUIT: Artikel
  12. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  13. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op tien mei 2005, door : de HH. C. ADAMS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, B. COLLIN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, B. COLLIN. C. ADAMS. X-11.963-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.275 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.153.591 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.