id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 17 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.478 Rolnummer: A. 156359/XII-4275 Zaak: Arrest 144478 - Overheidsopdrachten - 17/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-26 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 15:04 Fiche Arrest nr 144.478 van 17 mei 2005 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.478 van 17 mei 2005 in de zaak A. 156.359/XII-4275. In zake : de NV GOVACO, die woonplaats kiest bij advocaat A. Coppens, kantoor houdende te Roeselare, Westlaan 358 tegen : de NV van Publiekrecht WATERWEGEN EN ZEEKANAAL, voorheen het VLAAMSE GEWEST, dat woonplaats kiest bij advocaat P. Aerts, kantoor houdende te Gent, Coupure 5. tussenkomende partij : de NV MEGANCK-COLLEWAERT, die woonplaats kiest bij advocaat R. Verhofste, kantoor houdende te Sint-Niklaas, Pr. Jos. Charlottelaan 106. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Govaco op 8 oktober 2004 heeft ingediend en waarin de schorsing wordt gevorderd van de tenuitvoerlegging van het “ XII-4275-1/10 Gezien het gelijktijdig ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partij de nietigverklaring vordert van dezelfde beslissing; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur L. Vermeire; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 22 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 3 mei 2005; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Coppens, die verschijnt voor de verzoekende partij, van advocaat P. Aerts, die verschijnt voor de verwerende partij, en van advocaat A. Van Eyck, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De gegevens van de zaak. Op 27 november 2003 wordt overeenkomstig het besluit van de Vlaamse regering van 29 maart 2002 betreffende het toekennen van vergunningen, het vaststellen en innen van retributies voor het privatieve gebruik van het domein van de wegen, de waterwegen en hun aanhorigheden, de zeewering en de dijken, aan de verzoekende partij een vergunning verleend voor het verder zetten van de zandwinning op de site het Vliegveld te Lochristi, en dit tot 2 november 2006, de vervaldatum van de stedenbouwkundige en milieuvergunning. XII-4275-2/10 Deze vergunning omvat “de verdere exploitatie van een gedeelte van de noordelijke vleugel van de grote startbaan, met behoud van de zone voor behandeling en berging volgens de huidige schikking (A.D. en H op plan B3/10.509 bij de vergunning NV/53.547 van 09/121997)”. Deze vergunning wordt verleend onder een aantal voorwaarden waaronder de algemene voorwaarden van de artikelen 5 tot en met 15 van het voornoemde besluit van 29 maart 2002 - artikel 5 bepaalt dat de vergunning precair is en in beginsel wordt bepaald voor onbepaalde duur maar ook kan worden toegekend voor een eenmalige, een periodieke of een in de tijd beperkte ingebruikneming en dat de domeinbeheerder de vergunning op elk ogenblik geheel of gedeeltelijk kan intrekken, schorsen of wijzigen in het algemeen belang, zonder dat de vergunninghouder aanspraak kan maken op schadeloosstelling - en een aantal bijzondere voorwaarden. Met het bestreden addendum van 3 augustus 2004 wordt door het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, afdeling Bovenschelde, beslist als volgt : “Gelet op het besluit nr. NV/58.006 van 27 november 2003 waarbij aan de N.V. GOVACO, Veldstraat 63 te 9080 Lochristi de vergunning wordt verleend om tot 2 november 2006 zand te winnen op het Gewestdomein, genaamd Gelet op de milieuvergunning met kenmerk 82/44034/246/1/A/2/LDR/NB van 26 september 2002, inzonderheid de onder punt 17 van de § 3 Bijzondere milieuvoorwaarden vermelde bepaling waarin opgelegd wordt om het zanddepot van de N.V. Meganck-Collewaert zo snel mogelijk te herlokaliseren naar een zone naast de spuikommen van de N.V. Stadsbader en de afvoer van het zand te laten geschieden van de Driesselstraat; Gelet op de stedenbouwkundige vergunning met kenmerk 8.00/40000/106.3 van 3 november 2003, inzonderheid punt 2, waarin expliciet opgelegd wordt om de hierboven vermelde bijzonder voorwaarde van de milieuvergunning na te leven; Gelet dat om uitvoering te geven aan de voorwaarden van de vermelde milieu- en stedenbouwkundige vergunning een inneming nodig is van een gedeelte van de zone opgenomen in de vergunning met nr. NV/58.006 van 27 november 2003 aan de N.V. Govaco; Gelet dat deze inneming op geen enkele manier een wijziging, belemmering, nadeel of schade geeft aan de zandwinning van de firma Govaco. Noch de zandwinning zelf, zowel in capaciteit als oppervlakte, noch de behandeling XII-4275-3/10 (spuikommen en zandbehandeling), noch de afvoer worden op enige manier beïnvloed door deze inneming en de gewijzigde exploitatie van de andere vergunninghouders; Gelet op het advies van het celhoofd Beheer; Besluit : Artikel 1 De bijzondere voorwaarden van § 2 van artikel 2 van de vergunning N.V/58.006 van 27 november 2003 worden aangepast als volgt : Wijze van ontginnen en van exploiteren en ontginnen van het terrein De zone toegewezen aan de firma Govaco, in de vergunning N.V/58.006 van 27 november 2003 en die bepaald is volgens de schikking A.D en H op het plan B3/10.509 bij de vergunning NV/53.547 van 09/12/1997 wordt verminderd en aangepast volgens de aanduidingen van het werkplan 0VZ100 en het bijhorend detailplan met intekening van de installaties van de firma Meganck-Collewaert en van de firma Stadsbader-Flamand. [...]”; 2. De tegenpartij. Overwegende dat in het verslag van het auditoraat op uitvoerig gemotiveerde wijze wordt vastgesteld dat de NV van publiekrecht Waterwegen en Zeekanaal, publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap, te dezen als tegenpartij moet worden aangewezen; dat de partijen daartegen geen bezwaar hebben; dat in de huidige stand van de procedure het verslag wordt bijgevallen en zulks volstaat om de NV Waterwegen en Zeekanaal als tegenpartij aan te wijzen; 3. De tussenkomst. Overwegende dat de NV Meganck-Collewaert met een verzoekschrift van 9 november 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat zij voordeel blijkt te halen uit de bestreden beslissing en erbij belang heeft dat de vordering wordt afgewezen; dat haar verzoek dienvolgens moet worden ingewilligd; XII-4275-4/10 4. De excepties. Overwegende dat de verwerende en de tussenkomende partijen excepties opwerpen die de ontvankelijkheid van de vordering betreffen; dat er te dezen vooralsnog geen noodzaak bestaat om over deze excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties slechts noodzakelijk zou zijn indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor het toewijzen van de vordering tot schorsing vervuld zijn, wat, hetgeen hierna zal blijken, te dezen niet het geval is; 5. De grondvoorwaarden tot schorsing. 5.0. Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de nietigverklaring van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 5.1. Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partij het voor haar dreigende nadeel als volgt schetst : “Verzoekende partij vraagt dat uw Raad zich rekenschap zou willen geven van de belangrijke gevolgen die zich gedurende de annulatieprocedure in feite zullen veruitwendigen en die het uitsluitend gevolg zijn van de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte. Het staat nu al vast dat zonder voorafgaande schorsing aan verzoekster nooit een genoegzaam herstel van het door de bestreden akte teweeggebrachte nadeel zal kunnen bezorgd worden. Integendeel, de bestreden akte brengt een dermate grote schade toe aan het bedrijf van verzoekster dat deze laatste onmogelijk kan overleven. Het bestaan zelf van verzoekster wordt door de bestreden akte op zeer korte termijn ernstig in het gedrang gebracht. Dit nadeel vloeit voort uit de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de grenswijziging, rechtstreeks voorwerp van de bestreden akte, en het heeft er een rechtstreeks en exclusief verband mee. De plaats op de westelijke vleugel, toegewezen aan verzoekster, waar momenteel haar installaties gevestigd zijn, is de enige plaats die nog voor zandwinning in aanmerking komt. Verzoekster moet derhalve haar installaties XII-4275-5/10 dringend kunnen verplaatsen naar een andere plaats in deze site zodat zij haar baggerboot kan laten functioneren. De ruimte, die door de bestreden akte wordt overgedragen naar N.V. Meganck-Collewaert, is de enige plaats waar een dergelijke verplaatsing mogelijk is want het is de enige oppervlakte waarvan [...] het niveau van de eindafwerking is gerealiseerd. De rest van de zone is moerasgrond en derhalve niet bruikbaar. Het gevolg van de bestreden akte is dat verzoekende partij niet verder kan evolueren op de site van De zandontginning kan op twee wijzen gebeuren : ofwel met de baggerboot (natte winning), ofwel met graaf- en laadmachines (droge winning). Deze twee mogelijke technieken worden beschreven in het Doordat zij de techniek van de baggerboot niet meer zal kunnen aanwenden (zij wordt immers gehinderd door haar eigen installaties), zal verzoekster genoodzaakt zijn het nog te ontginnen deel van haar site te bewerken met graaf- en laadmachines (mechanische methode). De natte winning is nochtans in het gebied van de concessie (Vlaamse vallei) te verkiezen zoals op p. 37 van voormelde publicatie gesteld wordt : Het grondwaterpeil bevindt zich er maar net onder het oppervlak. Alle zandontginningen in deze gebieden zijn daarom natte winningen’ (stuk 13). De gevolgen van het toepassen van de een of andere methode zijn evenwel cruciaal verschillend wat de rendabiliteit betreft : (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.