← België

Arrest 144540 - - 18/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.540 Rolnummer: A. 153987/X-11968 Zaak: Arrest 144540 - - 18/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-28 Raadplegingen: 60 - laatst gezien 2026-07-02 15:08 Fiche Arrest nr 144.540 van 18 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.540 van 18 mei 2005 in de zaak A. 153.987/X-11.

  1. In zake : Ludo DENOO, wonende te 8810 LICHTERVELDE, Kauwentijnestraat 9 A tegen :
  2. de gemeente LICHTERVELDE,
  3. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Mr. Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat
  4. tussenkomende partij : de n..v. RADIUS, die woonplaats kiest bij Advocaat W. MERTENS, kantoor houdende te 8810 LICHTERVELDE, Pastoor Denyslaan
  5. -------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Xe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Ludo DENOO op 20 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente LICHTERVELDE van 24 mei 2004 houdende afgifte van een positief planologisch attest aan de n.v. RADIUS met betrekking tot een perceel gelegen te Lichtervelde, Kauwentijnestraat 11, kadastraal bekend Sectie C, nrs. 44r, 44n, 46c, 30e en 30d; Gezien het administratief dossier van de eerste verwerende partij; Gezien de nota van de tweede verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-11.968-1/5 Gelet op de beschikking van 27 september 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 29 oktober 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad G. DEBERSAQUES; Gehoord de opmerkingen van verzoeker, en van Advocaat Y. FRANÇOIS, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en die eveneens loco Advocaat W. MERTENS verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat de n.v. RADIUS met een verzoekschrift van 12 augustus 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de tweede verwerende partij de ontvankelijkheid van de vordering betwist wat het voorwerp van het beroep betreft; dat zij doet gelden dat de bestreden beslissing geen voor vernietiging vatbare rechtshandeling is omdat zij, samengevat, niets verandert aan de rechtstoestand van verzoeker; Overwegende dat een beroep tot nietigverklaring - en een vordering tot schorsing als accessorium - krachtens artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een administratieve rechtshandeling tot voorwerp moet hebben; dat onder rechtshandeling in de zin van voormelde bepaling dient te worden verstaan een handeling waarbij wordt beoogd rechtsgevolgen te doen ontstaan of te beletten dat zij tot stand komen, m.a.w. wordt beoogd wijzigingen aan te brengen in een bestaande rechtsregel of rechtstoestand, dan wel zodanige wijziging te beletten; Overwegende dat in casu de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd van de beslissing van 24 mei 2004 van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente LICHTERVELDE houdende afgifte van een X-11.968-2/5 voorwaardelijk positief planologisch attest aan de n.v. RADIUS met betrekking tot een perceel gelegen te Lichtervelde, Kauwentijnestraat 11, kadastraal bekend sectie C, nrs. 44r, 44n, 46c, 30e en 30d; Overwegende dat artikel 145ter, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, hierna het decreet ruimtelijke ordening genoemd, een planologisch attest definieert als volgt : "§
  6. Het planologisch attest is een document dat aangeeft of een bestaand bedrijf al dan niet behouden kan worden op de plaats waar het gevestigd is. In het geval van behoud worden de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden op korte en op lange termijn meegedeeld. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen en wordt er rekening gehouden met de ruimtelijke draagkracht, de gevolgen voor het leefmilieu en de culturele, economische, esthetische en sociale gevolgen. Het planologisch attest kan enkel aangevraagd worden door en voor een bedrijf waarvoor het maken of wijzigen van een ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg overwogen moet worden om de uitbreiding of het herbouwen van het bedrijf mogelijk te maken en dat voldoet aan één van de volgende voorwaarden : (...)"; dat voorts § 3 van dezelfde bepaling stelt wat volgt : "§
  7. Bij afgifte van een positief planologisch attest wordt het voorontwerp van ruimtelijk uitvoeringsplan binnen een jaar na afgifte van het attest verstuurd naar de betrokken instanties overeenkomstig artikel 41, §1, tweede lid, artikel 44, §1, tweede lid of artikel 48, §1, tweede lid of wordt het voorontwerp of ontwerp van bijzonder plan van aanleg binnen een jaar na afgifte van het attest verstuurd naar de betrokken instanties overeenkomstig artikel 18 van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober
  8. Indien de bevoegde overheid dit nalaat binnen de periode van één jaar na de afgifte van het attest, dan wordt haar recht tot het voorlopig vaststellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan of tot het voorlopig aannemen van een plan van aanleg voor een ander, bestaand bedrijf of een nieuw bedrijventerrein opgeschort, tot voldaan is aan de bepalingen van het eerste lid, tenzij het planologisch attest inmiddels vervallen is."; dat artikel 145quater van hetzelfde decreet bepaalt wat volgt : "§
  9. Voor werken, handelingen en wijzigingen in een gebied waarvoor, blijkens een overeenkomstig artikel 145ter, §1 afgeleverd planologisch attest, het maken van een ruimtelijk uitvoeringsplan of het maken of wijzigen van een plan van aanleg overwogen wordt, mag worden afgeweken van de voorschriften van een gewestplan of een algemeen plan van aanleg indien de aanvrager bewijst dat aan al de volgende voorwaarden voldaan is : 1/ de aanvraag heeft betrekking op een bedrijf waarvan de gebouwen niet verkrot zijn en hoofdzakelijk vergund zijn of geacht worden vergund te zijn; 2/ de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning is ingediend binnen een jaar na de afgifte van het planologisch attest. Indien het bedrijf deels niet vergund X-11.968-3/5 is, moet de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning ook duidelijkheid bieden over de verwijdering of de gewenste regularisatie van de onvergunde werken, handelingen en wijzigingen; 3/ de aanvraag moet zich beperken tot de regelingen en voorwaarden voor de invulling van de kortetermijnbehoeften, zoals aangegeven in het planologisch attest. §
  10. Bij het verlenen van een milieuvergunning kan eveneens worden afgeweken van de voorschriften van een gewestplan of een algemeen plan van aanleg, met toepassing van de bepalingen van §1."; Overwegende dat uit de hiervoor aangehaalde bepalingen op het eerste gezicht kan worden afgeleid dat het bestreden positief planologisch attest een document is dat enkel kan worden aangevraagd door en voor een bedrijf waarvoor het maken of wijzigen van een ruimtelijk uitvoeringsplan of plan van aanleg overwogen moet worden om de uitbreiding of het herbouwen van het bedrijf mogelijk te maken en dat louter aangeeft of een bestaand bedrijf al dan niet behouden kan worden op de plaats waar het gevestigd is en zo ja, welke de ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden op korte en op lange termijn zijn; dat voor de concrete realisatie van deze ruimtelijke ontwikkelingsmogelijkheden op korte en op lange termijn nog (verordenende) maatregelen moeten worden genomen; dat weliswaar op grond van artikel 145ter, § 3, van het decreet ruimtelijke ordening de overheid die belast is met het maken van het ruimtelijk uitvoeringsplan of het plan van aanleg voor het gebied waar het bedrijf zich bevindt, verplicht is de nodige maatregelen te nemen om het voorontwerp van het betrokken ruimtelijke uitvoeringsplan of ontwerp van bijzonder plan van aanleg te versturen naar de in artikel 145ter, § 3 van het decreet ruimtelijke ordening bepaalde instanties onder sanctie van de in artikel 145ter, § 3, tweede lid, van het voornoemde decreet vermelde beperking van de planningsbevoegdheid; dat dit niet inhoudt dat het bestreden positief planologisch attest hierdoor in hoofde van verzoeker rechtsgevolgen doet ontstaan of belet dat zij tot stand komen; dat ook de in artikel 145quater van het decreet ruimtelijke ordening bedoelde mogelijkheid tot afwijking voor werken, handelingen en wijzigingen of bij het verlenen van een milieuvergunning, van de voorschriften van een gewestplan of een algemeen plan van aanleg, in hoofde van verzoeker geen rechtsgevolgen doet ontstaan of belet dat zij tot stand komen; dat het bestreden positief planologisch attest op het eerste gezicht de rechtspositie van de verzoeker, die een derde is aan de bestreden beslissing, door het bestreden planologisch attest niet wijzigt; dat de exceptie in deze stand van het geding kan worden aangenomen, dat de vordering tot schorsing van de bestreden beslissing derhalve niet ontvankelijk is, BESLUIT: X-11.968-4/5 Artikel
  11. Het verzoek tot tussenkomst van de n.v. RADIUS in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd. Artikel
  12. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  13. De uitspraak over de bijdrage in de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op achttien mei 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, G. DEBERSAQUES, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.968-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.540 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.158.097 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.