id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.583 Rolnummer: A. 77433/VII-16409 Zaak: Arrest 144583 - - 19/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-02 Raadplegingen: 51 - laatst gezien 2026-07-02 15:09 Fiche Arrest nr 144.583 van 19 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.583 van 19 mei 2005 in de zaak A. 77.433/VII-16.
- In zake : de n.v. AGRISTO, die woonplaats kiest bij Advocaat P. FLAMEY, kantoor houdende te BRUSSEL, Aarlenstraat 25 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- tussenkomende partij : Lucien CUVELIER, die woonplaats kiest bij Advocaat D. VAN HEUVEN, kantoor houdende te KORTRIJK, President Kennedypark 8b. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. AGRISTO op 6 februari 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 4 december 1997 van de Vlaamse minister van leefmilieu en tewerkstelling waarbij de beroepen, aangetekend tegen het besluit van 23 februari 1995 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen houdende het gedeeltelijk verlenen van de vergunning aan de n.v. AGRISTO voor het veranderen door uitbreiding en wijziging van een groentenverwerkend bedrijf, gelegen aan de Waterstraat 19 te Harelbeke (Hulste), gegrond worden verklaard, het beroepen besluit wordt opgeheven en de gevraagde vergunning geweigerd; Gelet op het arrest nr. 80.008 van 29 april 1999 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; VII-16.409-1/6 Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, ingediend door de verzoekende partij; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 30 juni 1999 ingediend door Lucien CUVELIER; Gelet op de beschikking van 24 augustus 1999 die de tussenkomst van Lucien CUVELIER toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 8 april 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij en van de tussenkomende partij; Gelet op de beschikking van 31 maart 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 28 april 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat P.-J. VERVOORT die, loco Advocaat P. FLAMEY verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat M. BRUGGEMAN die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij, en van Advocaat K. ROELANDT die, loco Advocaat D. VAN HEUVEN verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; VII-16.409-2/6
- De feiten
- Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
- De verzoekende partij baat een aardappelverwerkend bedrijf uit. Blijkens de aanhef van de bestreden beslissing verleende de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen op 20 maart 1986 aan de verzoekende partij een vergunning voor de exploitatie van een groentenverwerkend bedrijf, voor een termijn verstrijkend op 20 maart
- Op 20 februari 1987 leverde de directeur van de waterzuiverings- maatschappij van het kustbekken een vergunning af voor het lozen van ander dan normaal huisafvalwater met een maximum debiet van 180 m³/dag in de Hazebeek, voor een onbeperkte termijn, ingevolge artikel 71 van titel I van Vlarem ingekort tot 1 september
- Op 6 februari 1992 verleende de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen een vergunning voor de uitbreiding van het bedrijf met een waterzuiveringsinstallatie, eveneens voor een termijn verstrijkend op 20 maart
- 1.
- Op 20 januari 1994 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen een vergunning voor de uitbreiding van een groentenverwerkend bedrijf met onder meer een droog- en bakinstallatie, een waterzuiveringsinstallatie, een aardappelvlokkenlijn en verhoging van het lozingsde- biet, voor een termijn verstrijkend op 20 januari 1996, doch weigert ze de exploitatie van een opslagplaats voor karton. Met een ministerieel besluit van 18 juli 1994 wordt in beroep de vergunning geweigerd. Tegen het ministerieel besluit van 18 juli 1994 stelt de verzoekende partij een vordering tot schorsing (A. 59.795/VII-12.735) en een annulatieberoep (A. 60.067/VII-12.736) in. Bij arrest nr. 53.978 van 22 juni 1995 wordt de schorsing van de tenuitvoerlegging bevolen van het ministerieel besluit van 18 juli 1994, met het arrest nr. 74.643 van 25 juni 1998 wordt dat besluit vernietigd. 1.
- Na het ministerieel weigeringsbesluit van 18 juli 1994 dient de verzoekende partij op 18 oktober 1994 een nieuwe aanvraag in bij de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen, strekkende tot het bekomen van een milieuvergunning om een groentenverwerkend bedrijf te veranderen door wijziging en uitbreiding. Met een besluit van 23 februari 1995 verleent de bestendige VII-16.409-3/6 deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen de gevraagde vergunning, behoudens voor wat betreft de opslagplaats voor karton. De vergunning wordt verleend voor een termijn van twee jaar. Tegen het deputatiebesluit van 23 februari 1995 worden een reeks administratieve beroepen ingediend door omwonenden, die middels een ministerieel besluit van 31 juli 1995 gedeeltelijk gegrond worden verklaard. Door dat ministerieel besluit worden een vlokkenlijn voor de verwerking van aardappelafval tot puree, de uitbreiding van de waterzuiveringsinstallatie met een anaerobe trap en een (reeds opgerichte) opslagloods voor 168 ton kartonnen verpakkingsmateriaal, geweigerd. Anderzijds worden een aantal reeds uitgevoerde uitbreidingen geregulariseerd tot 20 maart 2001 "met het oog op herlocalisatie of het stedenbouwkundig in overeenstemming brengen van de bestemming van het gebied". Het betreft, luidens het bestreden besluit "diverse installaties en machines, opslagfaciliteiten, koelruimte, algemene nutsvoorzieningen, waterzuiveringsinfrastructuur en allerhande bijhorigheden". Het ministerieel besluit van 31 juli 1995 wordt evenwel vernietigd door 1.
- Na het voormelde vernietigingsarrest wordt de beroepsprocedure hernomen. 1.
- Op 4 december 1997 wordt de thans bestreden beslissing genomen : de beroepen worden gegrond verklaard, de bestreden vergunning van de bestendige deputatie wordt opgeheven, en aan de verzoekende partij wordt de gevraagde vergunning geweigerd;
- De ontvankelijkheid van het beroep Overwegende dat uit het feitenrelaas blijkt dat de basisvergunning waarop de geweigerde verandering betrekking heeft, is verstreken op 20 maart 2001; dat dienvolgens de vraag rijst of de verzoekende partij nog actueel belang heeft om de gevraagde vernietiging te vorderen; Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie met betrekking tot haar actueel belang doet gelden dat er na de verstreken basisvergunning nog recente milieuvergunningen werden verleend en dat de inrichting nog steeds vergund is; dat zij daarop in concreto uiteenzet over welke milieuvergunningen het gaat; VII-16.409-4/6 Overwegende dat uit het feit dat de basisvergunning waarop de gevraagde omvorming betrekking had verstreken is, noodzakelijkerwijze voortvloeit dat, na een gebeurlijke vernietiging door de Raad van State, de verwerende partij alleen de aanvraag zou kunnen afwijzen bij gebrek aan een voorwerp; dat dit principe met betrekking tot de milieuvergunning wordt verwoord in artikel 30, § 5, van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem I), dat bepaalt dat de vergunning voor de verandering van een inrichting verleend wordt voor een bepaalde duur waarvan de einddatum deze van de lopende vergunning niet mag overschrijden; dat onder "de lopende vergunning" moet worden verstaan de basisvergunning die gold op het ogenblik van het indienen van de milieuvergunningsaanvraag voor de verandering van een inrichting en waarvan overeenkomstig artikel 5 van Vlarem I een afschrift moet worden gevoegd bij het aanvraagdossier; dat, dienvolgens, zelfs in acht genomen de door de verzoekende partij verstrekte gegevens aangaande de huidige vergunde toestand van de inrichting, een vernietigingsarrest er niet toe kan leiden dat aan de verzoekende partij alsnog de gevraagde vergunning wordt verleend; dat, zo de verzoekende partij de door haar nagestreefde verandering van haar vergunning alsnog wenst te verkrijgen, het noodzakelijk is dat zij daartoe een nieuwe vergunningsaanvraag indient; dat dienvolgens de verzoekende partij niet meer over het vereiste actueel belang bij de gevorderde vernietiging beschikt; Overwegende dat, gelet op de omstandigheden van de zaak, en gelet op het feit dat het beroep initieel niet kennelijk onontvankelijk of ongegrond was, het gepast voorkomt de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. VII-16.409-5/6 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van het Vlaamse Gewest. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien mei tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.409-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.583 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1999:ARR.80.008 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.