← België

Arrest 144584 - - 19/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.584 Rolnummer: A. 78995/VII-16779 Zaak: Arrest 144584 - - 19/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-31 Raadplegingen: 55 - laatst gezien 2026-07-02 15:10 Fiche Arrest nr 144.584 van 19 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.584 van 19 mei 2005 in de zaak A. 78.995/VII-16.

  1. In zake : de n.v. SWENDEN, die woonplaats kiest bij Advocaten R. WYFFELS, L. WYFFELS, P. GEUENS en R. DE PAEP, kantoor houdende te ANTWERPEN, Maria-Henriëttalei 1 tegen : de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest (OVAM), die woonplaats kiest bij Advocaat P. LUYPAERS, kantoor houdende te HEVERLEE-LEUVEN, Ijzerenmolenstraat 105 --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. SWENDEN op 17 juni 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Openbare Afvalstoffenmaatschappij voor het Vlaamse Gewest waarbij aan de verzoekende partij bij toepassing van artikel 5 van het decreet van 22 februari 1995 betreffende de bodemsanering een aantal voorzorgsmaatregelen worden opgelegd ten aanzien van de verontreinigde grond gelegen aan de Hollebeekstraat te Rumst, kadastraal gekend 11037 Rumst, sectie C, nr. 0025 B; Gelet op het arrest nr. 76.612 van 8 oktober 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoekschrift tot voortzetting, ingediend door de verzoekende partij; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; VII-16.779-1/3 Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op de beschikking van 23 november 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 14 maart 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 14 april 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. DE SMET die, loco Advocaat P. GEUENS verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat H.-K. CARÊME die, loco advocaat P. LUYPAERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur E. LANCKSWEERDT; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de behandelende auditeur op 17 mei 2004 aan de raadsman van de verzoekende partij heeft gevraagd hem mede te delen of zijn cliënte nog een actueel belang had bij het ingestelde annulatieberoep; dat de verzoekende partij deze brief niet heeft beantwoord; dat daarop met een aangeteken- de brief van 28 juli 2004 deze vraag werd herhaald, en er op gewezen werd dat bij ontstentenis van een antwoord binnen de 60 dagen na ontvangst van de brief, er zou worden van uit gegaan dat de verzoekende partij geen actueel belang meer had en dat een auditoraatsverslag in die zin zou worden opgemaakt; dat ook op deze brief geen antwoord is gekomen; dat de verzoekende partij desalniettemin in haar laatste memorie nog tracht haar belang te staven; Overwegende dat de verzoekende partij niet aanvoert dat overmacht haar heeft belet op de bovenvermelde brieven van de behandelende auditeur te antwoorden; VII-16.779-2/3 Overwegende dat de verzoekende partij, wil zij haar belang bij het ingestelde beroep bewaren, een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor haar proces moet vertonen; dat zij om die reden verplicht is haar medewerking te verlenen telkens wanneer haar daartoe wordt verzocht; dat wanneer haar belang in vraag wordt gesteld, het haar staat daarover een standpunt in te nemen; Overwegende dat de verzoekende partij heeft verzuimd te antwoorden op de brieven van 17 mei 2004 en 28 juli 2004; dat om die reden dient te worden aangenomen dat zij geen blijk heeft gegeven van een voortdurende en ononderbroken belangstelling voor het door haar ingeleide beroep; dat zij de gevolgen van haar gebrek aan medewerking met de rechter moet dragen; dat ambtshalve dient te worden vastgesteld dat haar beroep niet langer ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  2. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van het annulatieberoep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien mei tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.779-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.584 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.76.162 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.