← België

Arrest 144589 - - 19/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.589 Rolnummer: A. 79213/VII-16846 Zaak: Arrest 144589 - - 19/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-01 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 15:12 Fiche Arrest nr 144.589 van 19 mei 2005 - Beslissing : heropening debatten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.589 van 19 mei 2005 in de zaak A. 79.213/VII-16.846. In zake : de n.v. INTERNATIONAL PIG INDUSTRY, die woonplaats kiest bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te BRUSSEL, Grote Hertstraat 12 tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat E. VAN ACKER, kantoor houdende te GENT, Brugsesteenweg 318. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. INTERNATIONAL PIG INDUSTRY op 3 juli 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 30 april 1998 houdende uitspraak over het beroep aangetekend tegen de beslissing van 30 oktober 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen houdende weigering van de vergunning aan de verzoekende partij om een landbouwbedrijf te exploiteren gelegen te Maldegem, Grote Nieuwhofdreef 36B: Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 2 juli 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-16.846-1/5 Gelet op de beschikking van 17 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 maart 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. HULPIAU die, loco Advocaat M. DENYS, verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat M. VAN MAELE die, loco Advocaat E. VAN ACKER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; 1. De feiten Overwegende dat de feitelijke gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.1. De verzoekende partij exploiteert een landbouwbedrijf aan de Nieuwhofdreef in Maldegem. Op 24 juni 1983 werd een exploitatievergunning verleend voor, wat het aantaldieren betreft, het houden van 3.200 varkens (400 zeugen, 1.200 gespeende biggen, 1.600 mestvarkens), voor een termijn van 15 jaar. 1.2. Op 2 mei 1997 vraagt de verzoekende partij de hernieuwing van de vergunning. 1.3. Op 30 oktober 1997 weigert de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen de gevraagde hernieuwing. 1.4. De verzoekende partij tekent administratief beroep aan tegen deze weigering. 1.5. Op 30 april 1998 wordt de bestreden beslissing genomen : er wordt vergunning verleend voor het houden van 300 zeugen en 2.100 mestvarkens, voor VII-16.846-2/5 een termijn tot 1 januari 2004. Het weigeren van 100 zeugen en 700 mestvarkens wordt als volgt gemotiveerd : "Overwegende dat conform artikel 4, §1, 2/,

  1. d)(van het Vergunningenbesluit) bij de hernieuwing van de vergunning van een inrichting behorende bij een niet-gezinsveeteeltbedrijf door de bevoegde vergunningverlenende overheid de vergunning ambtshalve dermate wordt gereduceerd dat daardoor de vergunde mestproductie van de inrichting maximaal 75 % bedraagt van de te hernieuwen vergunde mestproductie; dat een reductie met 25 % van de vergunde mestproductie neerkomt op een vergunning voor een dierenpopulatie met een overeenkomstige mestproductie van 14.997 kg P205 ; Overwegende dat de exploitant ter zitting van de Gewestelijke Milieuvergunningscommissie heeft verklaard dat indien het aantal dieren moet worden verminderd hij in ieder geval opteert voor de verdere exploitatie van een gesloten varkenshouderij met een verhouding van 1 zeug tot 7 mestvarkens; dat dit voor een mestproductie van 14.997 kg P205 overeenstemt met een vergunning voor 300 zeugen en 2100 mestvarkens (...)". De beperking van de termijn wordt als volgt gemotiveerd : “Overwegende dat ingevolge de reductie met 25 % de hernieuwing maximaal mogelijk is voor een gesloten varkenshouderij met 2.400 varkens, waarvan 300 zeugen en 2.100 mestvarkens; dat volgens artikel 5.9.4.4.1/,
  2. c)van titel II van het Vlarem voor gesloten varkenshouderijen met meer dan 1.800 varkens er vanaf elke stal en/of opslag van vaste dierlijke mest of mengmest van de inrichting een minimale afstand moet zijn van 1.000 meter t.o.v. elk op het gewestplan aangegeven hindergevoelig gebied en er tevens tussen de 151 en 200 waarderingspunten moet bekomen worden voor de volledige stalinrichtingen; dat bijgevolg beneden de 151 waarderingspunten, wat voor deze inrichting het geval is, de exploitatie verboden is; dat artikel 5.9.4.5. van titel II van het Vlarem evenwel bepaalt dat bij hernieuwing van de lopende vergunning waarvan de termijn verstrijkt voor 1 januari 2004 de verbods- en afstandsregels van artikel 5.9.4.4. van toepassing zijn vanaf 1 januari 2004; dat kan besloten worden dat de inrichting momenteel nog kan vergund worden tot 1 januari 2004 (...)"; 2. De ontvankelijkheid Overwegende dat de auditeur in zijn verslag ambtshalve tot de bevinding komt dat de verzoekende partij geen actueel belang meer heeft bij het annulatieberoep omdat de overheid na de gebeurlijke vernietiging van de bestreden beslissing enkel zou kunnen vaststellen dat de gedeeltelijk geweigerde vergunning inmiddels vervangen is door de vergunning die werd verleend op 14 augustus 2002 zodat het administratief beroep tegen de bestreden beslissing geen voorwerp meer heeft en de verwerende partij er geen uitspraak meer over kan doen; VII-16.846-3/5 Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie daartegenover stelt dat de op 14 augustus 2002 verleende vergunning enkel sloeg op de hernieuwing van wat eertijds was vergund en dat na vernietiging van het bestreden besluit van 30 april 1998, de minister zich nog zal dienen uit te spreken over datgene wat was geweigerd; dat zij van oordeel is dat zij dan ook belang heeft bij het annulatieberoep; Overwegende dat de nietigverklaring van de bestreden beslissing tot gevolg zal hebben dat de verwerende partij over de vergunningsaanvraag -die op meer dieren betrekking heeft dan de op 14 augustus 2002 verleende vergunning- opnieuw uitspraak zal moeten doen, met inachtneming van de op het ogenblik van de tussen te komen beslissing geldende rechtsregels; dat de verzoekende partij inderdaad een actueel belang heeft bij het beroep; Overwegende dat het auditoraatsverslag werd beperkt tot het onderzoek van de ontvankelijkheid van het beroep; dat er derhalve grond bestaat om een aanvullend onderzoek van de zaak te bevelen, BESLUIT: Artikel 1. De debatten worden heropend. Artikel 2. Het door de Auditeur-generaal aangewezen lid van het Auditoraat wordt belast met het aanvullend onderzoek van de zaak. VII-16.846-4/5 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op negentien mei tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.846-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.589 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.164.829 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.