← België

Arrêt / Arrest 144617 - / - 19/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.617 Rolnummer: A. 80357/V-1544 Zaak: Arrêt / Arrest 144617 - / - 19/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-10 Raadplegingen: 77 - laatst gezien 2026-07-02 16:32 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 144.617 van 19 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.617 van 19 mei 2005 A. 80.357/V-1544 In zake : PAPPENS Hervé, Gelukstede 25 9700 Oudenaarde, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken. Tussenkomende partij : LENS Gustave, Rue de Mons 101 7380 Quiévrain. ---------------------------------------------------------------------------------------------------- -- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het verzoekschrift van 21 september 1998 waarin Hervé PAPPENS de nietigverklaring vordert van de ministeriële besluiten van 25 mei 1998 waarbij Marc MULLIE, Gustave LENS, Jos DELEN, Philippe ROSSEEL, José VERHEGGEN en Annie MISTLER worden bevorderd tot de weddeschaal 13B; Gezien het op 2 maart 1999 ingediende verzoekschrift waarbij Gustave LENS vraagt om als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 31 mei 1999, die de tussenkomende partij tot de debatten toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; V - 1544 - 1/6 Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgesteld door de heer M. LEFEVER, eerste auditeur bij de Raad van State, op grond van artikel 12 van het algemeen procedurereglement; Gelet op de beschikking van 21 mei 2001, die de neerlegging ter griffie van het verslag en het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 27 december 2004, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2005 om 14.30 uur; Gehoord het verslag van de heer L. HELLIN, staatsraad; Gehoord de opmerkingen van verzoeker en van Mevr. Malerika BUSHU, attaché, die voor de verwerende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van de heer M. LEFEVER, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  1. Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat: 1.
  2. Bij dienstnota van 16 december 1997 worden 6 betrekkingen van adviseur 13B vacant verklaard. Negentien ambtenaren, waaronder verzoeker en de tussenkomende partij, dienen hun kandidatuur in. Verzoeker rangschikt zich naar anciënniteit als eerste Nederlandstalige kandidaat. V - 1544 - 2/6 1.
  3. De directieraad van het Ministerie van Binnenlandse Zaken onderzoekt de kandidaturen in zijn vergadering van 23 januari
  4. In het verslag over dat onderzoek wordt onder meer het volgende gesteld: " De leden van de directieraad gaan over tot een uitgebreid vergelijkend onderzoek van de sollicitaties. Zij menen dat in de filosofie van de nieuwe kaders ook enig belang moet gehecht worden aan de anciënniteit van de kandidaten. De sollicitanten met een grotere anciënniteit beschikken immers over een ervaring die nuttig is aangezien hun eventuele bevordering niet gepaard gaat met een andere affectatie. (...) Een lid meent dat mevrouw MISTLER, licentiaat in de rechten, verdient als eerste te worden gerangschikt. Zij leidt de dienst bevoegd voor de Vluchtelingen waar een honderdtal personeelsleden tewerkgesteld zijn. De problematiek van de Vluchtelingen is van nature een bron van conflicten, zowel met de belanghebbenden, hun advocaten als voor het personeel. Mevrouw MISTLER heeft aangetoond leiding te kunnen geven en de conflicten op een passende wijze te kunnen oplossen. Zij heeft de grootste graadanciënniteit. De heer LENS heeft de kwaliteiten die van een chef verwacht worden, in de uitvoering van zijn taak heeft hij steeds de hogere belangen van de Staat voor ogen. Vanuit de Bestendige Deputatie alsook vanuit de private sector mocht hij gelukwensen ontvangen voor de hoge professionele kwaliteit van zijn werk. De heer LENS werd ook tijdelijk belast met de uitoefening van het ambt van arrondissementscommissaris in afwachting van de benoeming van de nieuwe titularis. (...) Een lid stelt dat de heer DELEN, licentiaat in de natuurkunde, een zeer valabele kandidaat is. Deze ambtenaar heeft alleen de invoering van de nieuwe gemeentelijke boekhouding gerealiseerd. Door het op zich nemen van deze volledig nieuwe taak heeft hij bewezen niet alleen over organisatietalent te be- schikken maar ook een goed onderhandelaar te zijn. Recent aangewezen bij de Algemene Diensten heeft hij zich snel de nieuwe materie eigen gemaakt en zijn medewerkers weten te dynamiseren. (...) Het lid stelt vervolgens de heer ROSSEEL, licentiaat in de rechten, voor, die eveneens verdient gerangschikt te worden. Hij is een plichtsbewust ambtenaar met een grote administratieve ervaring en leidt een dienst van een 40-tal personeelsleden, waarvan de helft universitairen. Hij is een loyaal ambtenaar waarop men altijd kan rekenen. (...) Een lid acht het ook gepast de verdienste van de heer VERHEGGEN te erkennen. Hij is belast met de leiding van de logistieke directie waar hij leiding geeft aan een vijfentwintigtal personeelsleden. Hij is een zeer loyaal en correct ambtenaar. Het lid meent dat ook de heer MULLIE in de rangschikking kan weerhouden worden. Hij leidt de dienst bevoegd voor het contentieux, in het bijzonder het rijkswachtcontentieux. Deze afdeling staat ten dienste van alle besturen van het V - 1544 - 3/6 departement en werkt al de geschillendossiers op een correcte manier af in een minimum van tijd. (...) Een lid beaamt dat de heer VERHEGGEN inderdaad steeds op een correcte wijze de begrotingsvoorbereidingen voerde. (...) De heer PAPPENS wordt als een ambtenaar beschouwd met een administratieve ervaring; hij lijkt evenwel minder geschikt dan sommige andere sollicitanten. (...) Na een algemene discussie waarbij de aanspraken van alle sollicitanten worden afgewogen resumeert de voorzitter de geformuleerde voorstellen als volgt: voor rangschikking op de eerste plaats: de heren VANRUSSELT, LENS, DELEN, VERHEGGEN, ROSSEEL en MULLIE en mevrouwen MISTLER, VERLAINE en VANDERSTEEN-DE KONINCK. voor rangschikking op de tweede plaats:(...) voor rangschikking op de derde plaats:(...) De andere sollicitanten voor deze betrekkingen, met name de heren PAPPENS en (...) lijken rekening houdend met hun bekwaamheden en ervaring minder aanspraken (te) kunnen maken op (de) toe te kennen verhoging in weddeschaal". Uit de daaropvolgende geheime stemming in de directieraad blijkt dat verzoeker niet wordt voorgedragen. Hij dient tegen die voordracht een bezwaarschrift in. In zijn bezwaarschrift, waarin hij doet blijken kennis te hebben van de inhoud van de notulen van de vergadering van de directieraad, stelt verzoeker vast dat hoewel de directieraad ervan uitgaat dat er belang moet worden gehecht aan de anciënniteit omdat zij overeenkomt met nuttige ervaring hij toch niet wordt gerangschikt hoewel hij de kandidaat is met de meeste anciënniteit. Hij merkt op dat er voor zijn als minder beoordeelde bekwaamheid geen concrete argumenten worden aangebracht en wijst er op dat hij enkele maanden eerder voldoende bekwaam werd geacht om als eerste te worden gerangschikt voor de betrekking van inspecteur- generaal bij de Algemene directie van de algemene rijkspolitie. Hij meent ook dat hij aan elk element van het profiel beantwoordt. V - 1544 - 4/6 In zijn vergadering van 4 mei 1998 onderzoekt de directieraad de bezwaren en beslist daarop met eenparigheid van stemmen het bezwaarschrift van verzoeker te verwerpen en bevestigt eveneens met eenparigheid van stemmen de voordrachten van 23 januari
  5. Bij ministeriële besluiten van 25 mei 1998 worden Marc MULLIE, Gustave LENS, Jos DELEN, Philippe ROSSEEL, José VERHEGGEN en Annie MISTLER bevorderd tot de weddeschaal 13B. Bij koninklijk besluit van 20 maart 2003 is verzoeker met ingang van 1 juni 2003 toegelaten tot het vervroegd pensioen. Bij koninklijk besluit van 4 juli 2001 is Philippe ROSSEEL met ingang van 1 juli 2001 bevorderd tot de graad van adviseur-generaal bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, Centrale Diensten, Nederlands taalkader. Bij koninklijk besluit van 20 juli 2001 is de tussenkomende partij Gustave LENS met ingang van 1 december 2001 toegelaten tot het vervroegd pensioen. Bij koninklijk besluit van 28 januari 2002 is Jozef DELEN met ingang van 1 oktober 2002 toegelaten tot het vervroegd pensioen.
  6. Over de ontvankelijkheid. 2.
  7. Overwegende dat de verwerende partij van oordeel is dat verzoeker ook de vernietiging vraagt van de impliciete weigering om hem te bevorderen en dat deze vordering niet ontvankelijk is omdat zij voor de bestreden bevorderingen over een discretionaire bevoegdheid beschikt; 2.
  8. Overwegende dat verzoeker hierop repliceert dat het niet zijn bedoeling is een afzonderlijke vordering tot vernietiging in te stellen tegen de weigering hem bevorderen; dat de exceptie bijgevolg zonder voorwerp is; 2.
  9. Overwegende, ambtshalve, dat aangezien verzoeker op 1 juni 2003 toegelaten is tot het vervroegd pensioen, hij het rechtens vereiste belang ontbeert om zijn vordering te handhaven; dat hij over een mogelijk volgehouden belang ter zitting geen argumenten meer heeft aangevoerd; dat zijn vordering bijgevolg niet meer ontvankelijk is en als dusdanig moet worden afgewezen, V - 1544 - 5/6 BESLUIT : Artikel
  10. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  11. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 123,95 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting van e de V kamer, op negentien mei tweeduizend en vijf, door : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Voorzitter, M.-Chr. MALCORPS. J. DE BRABANDERE. V - 1544 - 6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.617 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.