id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 19 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.620 Rolnummer: A. 117201/V-1631 Zaak: Arrêt / Arrest 144620 - / - 19/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-10 Raadplegingen: 78 - laatst gezien 2026-07-02 16:29 Versie(s): Versie FR Fiche Arrest nr 144.620 van 19 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.620 van 19 mei 2005 A. 117.201/V-1631 In zake : RAES Jaak, die woonplaats kiest bij Mrs. Willy VAN DER GUCHT en Frank DIEU, advocaten, Sint-Denijslaan 201 9000 Gent, tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij Mrs. David D'HOOGHE en Jan BOUCKAERT, advocaten, Henri Wafelaertsstraat 47-51 1060 Brussel. Tussenkomende partij : TRILLET Roger, die woonplaats kiest bij Mr. Gérald HORNE, advocaat, rue Miville 4 4101 Jemeppe. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE RAAD VAN STATE, Ve KAMER, Gezien het verzoekschrift van 22 februari 2002 waarin Jaak RAES de nietigverklaring vordert van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 waarbij Guido VAN WYMERSCH en Roger TRILLET met ingang van 1 november 2001 worden aangewezen voor de betrekking van adjunct-inspecteur-generaal bij de algemene inspectie van de federale politie en van de lokale politie; V-1631-1/6 Gelet op het arrest nr. 116.095 van 18 februari 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van het arrest aan de partijen; Gelet op het verzoek tot voorzetting van de procedure ingediend op 10 april 2003 door verzoeker; Gezien het op 2 juni 2003 ingediende verzoekschrift waarbij Roger TRILLET vraagt om als tussenkomende partij te mogen optreden; Gelet op de beschikking van 15 september 2003, die de tussenkomende partij tot de debatten toelaat; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien de memorie van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgesteld door de heer M. LEFEVER, eerste auditeur bij de Raad van State, op grond van artikel 12 van het algemeen procedurereglement; Gelet op de beschikking van 10 juni 2004, die de neerlegging ter griffie van het verslag en het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memories; Gelet op de beschikking van 27 december 2004, waarvan aan de partijen kennis is gegeven en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 27 januari 2005 om 14.30 uur; Gehoord het verslag van de heer L. HELLIN, staatsraad; V-1631-2/6 Gehoord de opmerkingen van Mr. F. DIEU, advocaat, die voor de verzoekende partij verschijnt, van Mr. E. VAN DE WALLE, advocaat, die voor de verwerende partij verschijnt, en van Mr. G. HORNE, advocaat, die voor de tussenkomende partij verschijnt; Gehoord het eensluidend advies van de heer M. LEFEVER, eerste auditeur; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. Overwegende dat met betrekking tot de gegevens van de zaak wordt verwezen naar het arrest nr. 116.095 van 18 februari 2003;
- Over de ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring. 2.
- Overwegende dat de verwerende partij opwerpt dat het beroep laattijdig is; dat zij hierbij argumenteert dat de verzoeker veel te lang heeft gewacht om de beslissing op te vragen teneinde de motieven ervan te kennen; dat de burger waakzaam moet zijn en indien hij kennis heeft gekregen van het bestaan van een beslissing die hem niet moet worden betekend, zelf binnen een redelijke termijn het nodige moet doen teneinde kennis te krijgen van de volledige inhoud van die beslissing; dat, verwijzend naar rechtspraak van de Raad van State, een termijn van twee weken redelijk is maar dat drie weken kennelijk onredelijk lang is; dat in dezen de aanwijzingsbeslissing bij uittreksel bekendgemaakt werd in het Belgisch Staatsblad van 23 november 2001 en in het Bulletin van het Personeel van 4 december 2001, zodat verzoeker sinds 23 november 2001, minstens sinds 4 december 2001, geacht wordt op de hoogte te zijn van het bestaan van de aanwijzingsbeslissing; dat tussen deze data en verzoekers brief van 7 januari 2002 waarmee hij om inzage in de tekst van de beslissing verzocht meer dan zes weken respectievelijk meer dan een maand verlopen is; dat verzoeker dan ook niet voldoende diligent opgetreden is om kennis te krijgen van de inhoud van de bestreden beslissing zodat niet kan worden aangenomen dat de termijn van zestig dagen maar zou zijn V-1631-3/6 ingegaan op 23 januari 2002; 2.
- Overwegende dat de beroepen tot nietigverklaring tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden krachtens artikel 4, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de Raad van State, verjaren zestig dagen nadat de bestreden akten, reglementen of beslissingen werden bekendgemaakt of betekend; 2.
- Overwegende dat artikel 56, § 1, vierde lid, van de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken bepaalt dat de tweetalige koninklijke en ministeriële besluiten, die geen belang hebben voor de meerderheid van de burgers, bij uittreksel mogen worden bekendgemaakt of het voorwerp mogen zijn van een eenvoudige vermelding in het Belgisch Staatsblad en dat, wanneer hun bekendmaking geen openbaar nut heeft, daarvan mag worden afgezien; dat hieruit voortvloeit dat de besluiten die geen belang hebben voor de meerderheid der burgers maar waarvan de bekendmaking een openbaar nut heeft, bij uittreksel moeten worden bekendgemaakt of het voorwerp moeten uitmaken van een vermelding in het Belgisch Staatsblad; dat de wet zelf niet bepaalt wat onder "karakter van openbaar nut" moet worden verstaan; dat de aanwijzingen voor betrekkingen bij de federale politie klaarblijkelijk steeds bij uittreksel in het Belgische Staatsblad worden gepubliceerd, zoals het trouwens ook een vast gebruik is voor benoemingen van ambtenaren van het rijkspersoneel van niveau 1; dat dit erop wijst dat de bekendmaking van zulke besluiten naar het oordeel van het bestuur een karakter van openbaar nut vertoont; dat het bestuur hierdoor het begrip "van openbaar nut zijn" niet miskent; dat de in artikel 4, derde lid, van het genoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948 bepaalde termijn om het annulatieberoep tegen de besluiten tot benoeming of aanwijzing van voornoemde ambtenaren in te stellen, derhalve ingaat door de bekendmaking van die benoeming in het Belgisch Staatsblad; dat het toesturen aan verzoeker na die bekendmaking en op zijn vraag van een kopie van dat besluit hieraan geen afbreuk vermag te doen, aangezien, zelfs indien zulks als een betekening zou worden beschouwd, de betekening van dergelijk koninklijk besluit aan een niet aangewezen kandidaat toch niet verplicht is gelet precies op de publicatie ervan; dat te dezen de termijn om het beroep in te stellen is ingegaan door de bekendmaking van het bestreden besluit in het Belgisch Staatsblad op 23 V-1631-4/6 november 2001; dat het beroep overeenkomstig de door artikel 4, derde lid, van het meergenoemde besluit van de Regent van 23 augustus 1948 gestelde termijn door verzoeker in die omstandigheden nuttig kon worden ingesteld tot 22 januari 2002 terwijl het slechts ingesteld is op 22 februari 2002, en derhalve niet ontvankelijk is; dat overigens verzoeker, die op 7 januari 2002 via zijn raadsman om mededeling van het besluit heeft verzocht, dit pas heeft gedaan de vijfenveertigste dag na de publicatie van het besluit en dat hij, na ontvangst van de kopie van het besluit, nog eens dertig dagen heeft gewacht om zijn beroep in te leiden; dat aan de eis van rechtszekerheid afbreuk zou gedaan worden indien aldus aan een partij door een gewild of ongewild gebrek aan diligentie een vrijbrief zou gegeven worden om de rechtens strikte vervaltermijn om het beroep in te stellen, eigenmachtig en naar goeddunken te wijzigen of aan te passen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verzoeker. De kosten van de tussenkomst in de procedure tot nietigverklaring, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. V-1631-5/6 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting van de Ve kamer, op negentien mei tweeduizend en vijf, door : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, Mevr. S. GEHLEN, staatsraad, Mevr. M.-Chr. MALCORPS, griffier. De Griffier, De Voorzitter, M.-Chr. MALCORPS. J. DE BRABANDERE. V-1631-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.620 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.116.095 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div