id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.737 Rolnummer: A. 83571/X-8889 Zaak: Arrest 144737 - - 20/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-27 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 15:26 Fiche Arrest nr 144.737 van 20 mei 2005 - Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.737 van 20 mei 2005 in de zaak A.83.571/X-
- In zake :
- Leonel BOUCHERIE,
- Pol BOUCHERIE,
- de n.v. ALLINVEST, die woonplaats kiezen bij Advocaat C. DE BROUWERE, kantoor houdende te 8310 BRUGGE, Bossuytlaan 35 tegen : het Vlaamse gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat B. BRONDERS, kantoor houdende te 8400 OOSTENDE, E. Beernaertstraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Leonel BOUCHERIE, Pol BOUCHERIE en de n.v. ALLINVEST op 18 april 1999 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 15 december 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Roeselare-Tielt op het grondgebied van de gemeenten Ardooie, Dentergem, Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Lichtervelde, Meulebeke, Moorslede, Oostrozebeke, Pittem, Roeselare, Ruiselede, Staden, Tielt, Wielsbeke, Wingene, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 februari 1999, "minstens voor zover dit besluit betrekking heeft op (het) planologisch gebied waartoe behoren de percelen gelegen te Izegem ten Zuiden van de A17, binnen de perimeter gevormd door de Oekensestraat-Schardouwstraat-Sasburg-Roeselarestraat", kadastraal bekend Sectie E, nrs. 546 b, 547 r, 548 a, 558, 559 f, 560 b, 561 a, 561 t, 562 f, 563 b, 565 a, 566 a, 555, 567, 568, 569a, 545 c, 547 p, 570 a, 571 b, 572 c, 574, 575 a, 576 a, 577 f, 577 g, 577 h, 577 k, 578 b, 578 c, 580 d, 543/2, 543 a, 579 g, 583 f, 584 b, 585 c, 587 c, 587 d, 587 e, 532 c, 536 c, 549, 550 a, 554 a, 556, 557, 531 d, 535 a, 542 c, 544 a, 534 b (deel), 532 d (deel), 531 m (deel), 537 g; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; X-8889-1/9 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. BARRA; Gelet op de beschikking van 23 januari 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; Gelet op de beschikking van 13 januari 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 25 maart 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat J. BOSSUYT die, loco Advocaat C. DE BROUWERE verschijnt voor de verzoekende partijen, en van Advocaat L. BRONDEEL die, loco Advocaat B. BRONDERS verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. BARRA; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat verzoekende partijen eigenaar zijn van percelen gelegen te Izegem ten zuiden van de A17, binnen de perimeter gevormd door de Oekensestraat - Schardouwstraat - Sasburg - Roeselarestraat, te weten de percelen kadastraal bekend Sectie E, nrs. 546 b, 547 r, 548 a, 558, 559 f, 560 b, 561 a, 561 t, 562 f, 563 b, 565 a, 566 a, eigendom van eerste verzoeker, nrs. 555, 567, 568, 569a, eigendom van tweede verzoeker, en nrs. 545 c en 547 p, eigendom van derde verzoekster; dat de percelen nrs. 570 a, 571 b, 572 c, 574, 575 a, 576 a, 577 f, 577 g, 577 h, 577 k, 578 b en 578 c eigendom zijn van de n.v. G.B. BOUCHERIE, het perceel nr. 580 d van de n.v. SUBCON, de percelen nrs. 543/2, 543 a, 579 g, 583 f, 584 b, 585 c, 587 c, 587 d, 587 e van de n.v. B.B.V., de percelen nrs. 532 c, 536 c, 549, 550 a, 554 a, 556, 557 van de n.v. G. B. O., de percelen nrs. 531 d, 535 a, 542 c, 544 a, 534 b (deel), 532 d (deel), 531 m (deel) van de n.v. B.B.M., en het perceel nr. 537 g van de n.v. BOUVAN, alle deel uitmakend van de zogenaamde "Groep BOUCHERIE"; dat de betrokken percelen volgens de bestemmingsvoorschriften van X-8889-2/9 het bij koninklijk besluit van 17 december 1979 vastgesteld gewestplan Roeselare-Tielt zijn gelegen enerzijds in industriegebied en anderzijds in woongebied met landelijk karakter; dat ze niet zijn gelegen binnen een door de Koning -thans Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat de Vlaamse regering bij besluit van 19 december 1997 heeft beslist tot de voorlopige vaststelling van het ontwerpplan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Roeselare-Tielt op het grondgebied van onder meer de gemeente Izegem; dat de percelen van verzoekende partijen in dit ontwerpplan worden bestemd tot regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter; dat van 20 april 1998 tot 18 juni 1998 een openbaar onderzoek wordt georganiseerd; dat de Regionale Commissie van Advies op 25 september 1998 advies heeft uitgebracht; dat de bevoegde Vlaamse minister op 9 december 1998 de Raad van State, afdeling wetgeving, heeft verzocht om een advies te verlenen over het ontwerp van besluit "houdende de definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Roeselare-Tielt" binnen een termijn van ten hoogste drie dagen; dat de Raad van State, afdeling wetgeving, op 10 december 1998 advies heeft uitgebracht; dat de Vlaamse regering bij het thans bestreden besluit van 15 december 1998 heeft beslist tot de definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Roeselare-Tielt op het grondgebied van de gemeenten Ardooie, Dentergem, Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Lichtervelde, Meulebeke, Moorslede, Oostrozebeke, Pittem, Roeselare, Ruiselede, Staden, Tielt, Wielsbeke, Wingene; dat voormeld besluit werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 18 februari 1999; dat de kwestieuze percelen de bestemming "regionaal bedrijventerrein met openbaar karakter" voorzien in het ontwerpgewestplan behouden; Overwegende dat verzoekende partijen in het verzoekschrift tot nietigverklaring stellen dat ze eigenaar zijn van een aantal percelen gelegen te Izegem ten zuiden van de A17, binnen de perimeter gevormd door de Oekensestraat - Schardouwstraat - Sasburg - Roeselarestraat; dat ze bij de omschrijving van het voorwerp van hun beroep tot nietigverklaring de perceelnummers aanduiden van de terreinen waarvan ze eigenaar zijn; dat ze verder ook de nietigverklaring vorderen van het bestreden besluit voor eigendommen van andere vennootschappen deel uitmakend van de zogenaamde "groep Boucherie"; X-8889-3/9 Overwegende dat verwerende partij antwoordt dat de verzoekende partijen slechts belang kunnen laten gelden bij de nietigverklaring voor zover het bestreden besluit een bestemmingswijziging inhoudt voor de percelen waarvan zij eigenaar zijn, dat de vordering voor het overige dient te worden verworpen als onontvankelijk bij gebrek aan belang, en dat de omstandigheid dat de aangehaalde vennootschappen deel zouden uitmaken van de zogenaamde "groep Boucherie" hieraan geen afbreuk doet; Overwegende dat verzoekende partijen repliceren dat ook de "groep Boucherie" ten zeerste is gegriefd door het bestreden besluit, dat de vennootschappen die tot deze groep behoren worden geleid door de heren Boucherie en kinderen en dat het maximale aandelenpakket toebehoort aan de familie; Overwegende dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie stellen dat Leonel en Pol Boucherie de enige en uitsluitende aandeelhouders zijn van de onderscheiden vennootschappen, dat zij dan ook een duidelijk en persoonlijk belang hebben bij de gevorderde nietigverklaring, en dat een gedeeltelijke nietigverklaring de verdere expansie van de ganse bedrijvigheid van de "groep Boucherie" ernstig zal bemoeilijken; Overwegende dat een verzoeker moet doen blijken van het rechtens vereiste persoonlijk, rechtstreeks en zeker belang bij de gevorderde nietigverklaring; dat, in de mate verzoekende partijen de nietigverklaring vorderen van het bestreden besluit wat betreft de percelen die eigendom zijn van andere vennootschappen, zij niet doen blijken van het vereiste rechtsreeks belang; dat de omstandigheid dat eerste en tweede verzoeker de enige en uitsluitende aandeelhouder zouden zijn van deze vennootschappen aan deze vaststelling geen afbreuk doet; dat zij in die hoedanigheid slechts van een onrechtsreeks belang doen blijken; dat de opgeworpen exceptie gegrond is; dat het beroep in die mate niet ontvankelijk is; Overwegende dat artikel 3, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State onder meer bepaalt : "Buiten het met bijzondere redenen omklede geval van hoogdringendheid, en de ontwerpen betreffende begrotingen, rekeningen, leningen, domeinverrichtingen en het legercontingent uitgezonderd, onderwerpen de Ministers (...), ieder wat hem betreft, aan het met redenen omkleed advies van de afdeling wetgeving de tekst van alle voorontwerpen van wet, decreet, ordonnantie of van ontwerpen van reglementaire besluiten. (...)"; X-8889-4/9 Overwegende dat de Raad van State zijn adviesverlenende taak ontleent aan artikel 160 van de Grondwet; dat in zoverre de raadpleging van de Raad van State betrekking heeft op het onderzoek van wetgevende en verordenende teksten, die raadpleging voortvloeit uit het streven van de Grondwetgever om de eerbiediging van de rechtsstaat en de kwaliteit van die teksten uit wetgevingstechnisch en formeel oogpunt te waarborgen, en bijgevolg ook de rechtszekerheid; dat de raadpleging van de afdeling wetgeving, zoals ze is geregeld bij de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ter uitvoering van de Grondwet, als dusdanig een vormvereiste is die van openbare orde en derhalve substantieel is; dat de nadere regels waarin is voorzien met het oog op de regelmatige afhandeling van die raadpleging, eveneens van die aard zijn en niet uitsluitend bedoeld zijn om een goede organisatie van de werkzaamheden van de Raad van State te garanderen; dat daaruit voortvloeit dat wanneer de wet de bevoegde overheid toestaat om onder bepaalde voorwaarden na te laten de afdeling wetgeving te raadplegen of om haar volgens een versnelde rechtspleging om advies te verzoeken, die voorwaarden op restrictieve wijze dienen te worden geïnterpreteerd; dat elke onregelmatigheid in dat verband zo nodig ambtshalve dient te worden opgeworpen; Overwegende dat artikel 84, eerste lid, van die wetten, vervangen bij de wet van 4 augustus 1996, bepaalt dat het onderzoek van de zaken plaatsvindt in volgorde van inschrijving op de rol, uitgezonderd, onder meer "wanneer, in spoedeisende gevallen die in de aanvraag met bijzondere redenen worden omkleed, de overheid die de afdeling wetgeving adieert, vraagt dat het advies of het voorontwerp wordt meegedeeld binnen een termijn van ten hoogste drie dagen of binnen een termijn van ten hoogste acht dagen in het geval bedoeld in artikel 2, § 4"; dat in dit geval de motivering die in de aanvraag wordt opgegeven, moet worden overgenomen in de aanhef van de verordening; Overwegende dat het in de eerste plaats aan de afdeling wetgeving van de Raad van State toekomt te oordelen over de rechtmatigheid en de gegrondheid van de "bijzondere redenen" die in de bij haar ingediende adviesaanvraag worden uiteengezet ter verantwoording van het spoedeisend karakter ervan; dat aangenomen mag worden dat als zij daaromtrent geen opmerkingen maakt, de afdeling wetgeving van oordeel is dat de gegeven verantwoording niet iedere overtuigingskracht ontbeert; dat de overheid die het advies heeft aangevraagd, met toepassing van meervermeld artikel 84, eerste lid, er in principe mag op vertrouwen dat zij aan de overgelegde tekst voortgang mag verlenen zonder op het X-8889-5/9 rechtmatigheidsbezwaar van gebrek aan spoedeisendheid te stuiten; dat dit principe niet absoluut is; dat de overheid er zich met name niet op kan beroepen wanneer blijkt dat zij de afdeling wetgeving onvolledig of verkeerd heeft voorgelicht omtrent de "bijzondere redenen" die haar tot haar verzoek om spoedbehandeling hebben gebracht; dat in dat geval de overheid immers niet staande kan houden dat haar vertrouwen werd beschaamd; Overwegende dat de Raad van State, afdeling wetgeving, eerste kamer, op 9 december 1998 door de Vlaamse minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening werd verzocht hem, binnen een termijn van ten hoogste drie dagen, van advies te dienen over "een ontwerp van besluit van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Roeselare-Tielt op het grondgebied van de gemeenten Ardooie, Dentergem, Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Lichtervelde, Meulebeke, Moorslede, Oostrozebeke, Pittem, Roeselare, Ruiselede, Staden, Tielt, Wielsbeke, Wingene"; dat de Vlaamse regering, ter voldoening aan het vereiste in artikel 84, eerste lid, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State in de adviesaanvraag het spoedeisend karakter hiervan motiveert : "door de termijnen die moeten gerespecteerd worden ingevolge het decreet van 22.12.1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting van 1994 (art. 94 tot 105) waarbij de termijn tussen het begin van het openbaar onderzoek en de definitieve vaststelling door de Vlaamse regering wordt vastgesteld op 240 dagen. De vergadering van de Vlaamse regering voor het desbetreffende besluit van Antwerpen is voorzien op dinsdag 15 december 1998, nl. tegelijk met de vervaldag van het gewestplanprocedureperiode van 240 dagen."; dat de afdeling wetgeving op 10 december 1998 advies heeft uitgebracht; dat het advies vermeldt : "Met toepassing van het bepaalde in artikel 84, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State heeft de afdeling wetgeving zich in hoofdzaak beperkt tot 'het onderzoek van de rechtsgrond, van de bevoegdheid van de steller van de handeling, alsmede van de vraag of aan de voorgeschreven vormvereisten is voldaan'"; dat het advies tevens vermeldt in de "Opmerkingen bij de tekst" in voetnoot 1 onder punt 1 : "
(1)Bij de overname van de hierboven aangehaalde motivering dient deze te worden verbeterd. Wellicht werd daarin immers, inzake een ontwerp dat het gewestplan Roeselare-Tielt betreft, niet bedoeld te verwijzen naar 'besluiten van Antwerpen'"; X-8889-6/9 Overwegende dat bij nader toezien de Vlaamse regering voor de verantwoording van het spoedeisend karakter van de adviesaanvraag zich bezwaarlijk kan beroepen op de artikelen 94, 95, 96 en 97 van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994, aangezien deze artikelen behoren tot het hoofdstuk XVI - Welzijn; dat voorts geen van de opgegeven artikelen 98, 100, 101, 102, 103, 104 en 105 ter zake relevant is; dat enkel artikel 99 met de aangelegenheid uitstaans kan hebben en dan nog de bedoelde bepaling overigens sedert 22 oktober 1996 is opgenomen in het gecoördineerd decreet betreffende de ruimtelijke ordening, met name artikel 11, § 7; dat naar luid van dat artikel de Vlaamse regering op straffe van verval van het ontwerpgewestplan, het gewestplan moet vaststellen binnen een termijn van 180 dagen na het verstrijken van de termijn van 60 dagen gedurende welke het gewestplan ter inzage wordt gelegd van het publiek - of, anders berekend, binnen een termijn van 240 dagen te rekenen vanaf het begin van de termijn van 60 dagen van inzage door het publiek, en zij deze termijn van 180 dagen - of, anders berekend 240 dagen - met 60 dagen kan verlengen; dat de gegeven verantwoording voorts steunt op de dagorde van de Vlaamse regering op 15 december 1998; dat derhalve de verantwoording van het spoedeisend karakter is gelegen in het verstrijken van de termijn van 180 (= 240) dagen en het feit dat over het besluit op 15 december 1998 zou worden beslist; dat de verantwoording niet gewaagt van de mogelijkheid van verlenging van de vervaltermijn, noch van de redenen die een verlenging in de weg stonden; Overwegende dat in een geval als het voorliggende, met name in het geval dat de regering expressis verbis verklaart aan een welbepaalde termijn te zijn gebonden en zij daarbij aangeeft dat die termijn zeer binnenkort verstrijkt, niet valt in te zien waarom de afdeling wetgeving hieraan diende te twijfelen; dat het advies dat reeds daags na de aanvraag werd uitgebracht ter zake zich trouwens ertoe beperkt akte te nemen van de redenen van de spoed; dat, aangezien aan de afdeling wetgeving geen inzage wordt gegeven van de dossiers van het openbaar onderzoek en van de raadplegingen en haar evenmin mededeling wordt gedaan van de feitelijke gegevens waarop de verstrekte verantwoording berust, zij, in de uiterst korte tijd die haar is toegemeten en die zij uiteraard en logischerwijze in de eerste plaats besteedt aan het onderzoek van de verordening die voorligt, niet hoeft na te gaan in het arsenaal van de vigerende teksten -ter zake in de adviesaanvraag niet eens correct geciteerd- of de vervaltermijn waaraan de regering naar eigen zeggen gebonden is, niet zou kunnen worden verlengd; dat het de Vlaamse regering -de allereerste beoordelaar van de spoed- toekwam in haar adviesaanvraag mededeling te doen van X-8889-7/9 die mogelijkheid tot verlenging alsmede de met het spoedeisend karakter van het bestreden besluit verband houdende redenen uiteen te zetten waarom geen gebruik werd, of kon worden gemaakt van de mogelijkheid tot verlenging van de vervalter- mijn; dat in de adviesaanvraag op dat stuk de redengeving helemaal niets vermeldt; dat dient te worden vastgesteld dat het spoedeisend karakter van een adviesaanvraag op grond van artikel 84, eerste lid, 2/, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, niet afdoende is gemotiveerd; dat de door de gecoördineerde wetten op de Raad van State in uitvoering van artikel 160 van de Grondwet vastgestelde regels met betrekking tot de adviesaanvragen substantiële vormvoorschriften uitmaken; dat een onregelmatigheid in de toepassing van deze regels ambtshalve dient te worden opgeworpen, BESLUIT: Artikel 1. Vernietigd wordt het besluit van 15 december 1998 van de Vlaamse regering houdende definitieve vaststelling van het plan tot gedeeltelijke wijziging van het gewestplan Roeselare-Tielt op het grondgebied van de gemeenten Ardooie, Dentergem, Hooglede, Ingelmunster, Izegem, Ledegem, Lichtervelde, Meulebeke, Moorslede, Oostrozebeke, Pittem, Roeselare, Ruiselede, Staden, Tielt, Wielsbeke, Wingene, in zoverre het betrekking heeft op de percelen gelegen te Izegem ten Zuiden van de A17, binnen de perimeter gevormd door de Oekensestraat- Schardouwstraat-Sasburg-Roeselarestraat”, kadastraal bekend Sectie E, nrs. 546 b, 547 r, 548 a, 558, 559 f, 560 b, 561 a, 561 t, 562 f, 563 b, 565 a, 566 a, 555, 567, 568, 569a, 545 c, 547 p. Artikel 2. Het beroep wordt voor het overige verworpen. Artikel 3. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit. Artikel 4. X-8889-8/9 De kosten van het beroep, bepaald op 520,59 euro, komen ten laste van de verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twintig mei 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de H.H. J. BOVIN, Wnd.kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, Staatsraad, B. SEUTIN, Staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, Griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-8889-9/9 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.737 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div