id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.775 Rolnummer: A. 144397/IX-3988 Zaak: Arrest 144775 - - 23/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-03 Raadplegingen: 68 - laatst gezien 2026-07-02 15:33 Fiche Arrest nr 144.775 van 23 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.775 van 23 mei 2005 in de zaak A. 144.397/IX-
- In zake : de NV Voeders VANDROEMME, die woonplaats kiest bij advocaat J. VERDONCK, kantoor houdende te SINT-MICHIELS-BRUGGE, Koning Albert I - Laan 131 tegen :
- het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedsel- keten,
- de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de NV Voeders VANDROEMME op 17 december 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van 14 november 2003 van de minister van Volksgezondheid waarbij haar erkenning als fabrikant van mengvoeders nr. "B2230 wordt opgeschort voor één maand, van 1 tot 31 december 2003; Gelet op het arrest nr. 136.579 van 25 oktober 2004 waarbij de debatten worden heropend en het door de auditeur-generaal aangestelde lid van het auditoraat ermee wordt belast het onderzoek van de zaak voort te zetten; Gezien het aanvullende verslag opgemaakt door eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op de beschikking van 24 november 2004 die de neerlegging ter griffie van dat verslag en van het dossier gelast; IX-3988-1/4 Gelet op de kennisgeving van het aanvullende verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 17 maart 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 2 mei 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat H. RIEDER die, loco advocaat J. VERDONCK verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat Y. VASTERSAVENDTS die, loco A. VASTERSAVENDTS verschijnt voor de verwerende partijen; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur E. HAESBROUCK; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak uiteengezet zijn in het arrest nr. 125.888 van 1 december 2003 waarbij het bestreden besluit volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid geschorst werd; 2.
- Overwegende dat de auditeur-verslaggever in zijn verslag, opgemaakt overeenkomstig artikel 13 van het procedurereglement, vastgesteld heeft dat de bestreden beslissing betrekking had op de periode van 1 tot 31 december 2003, dat bijgevolg “een wezenlijk bestanddeel van de bestreden beslissing, de tijdsperiode binnen dewelke de erkenning van de verzoekende partij zou opgeschort zijn, (...) voorbij (is), (hetgeen) betekent (...) dat de bestreden beslissing hoe dan ook niet meer kan uitgevoerd worden aangezien de besliste periode voorbij is” met het gevolg dat het beroep niet langer ontvankelijk is bij gebrek aan belang; IX-3988-2/4 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie erkent dat het beroep “zonder voorwerp is geworden” en dat haar belang derhalve “vervallen is”; dat de Raad van State in die omstandigheden dan ook enkel dient vast te stellen dat de verzoekende partij het rechtens vereiste actueel belang ontbeert; 3.
- Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie wel betoogt dat zij nog belang heeft in de mate dat er nog uitspraak gedaan moet worden over de betaling van de kosten en dat zij “met dien verstande” volhardt “in het vierde middel dat nog ter beoordeling openstaat”; 3.2.
- Overwegende dat, zoals eerder reeds in het arrest nr. 21.081 van 31 maart 1981 inzake BERCKX gesteld, de Raad van State er niet toe gehouden is, louter met het oog op de tenlastelegging van de kosten van het geding, de rechtsvra- gen te onderzoeken die met de middelen worden aangebracht; dat hij aldus, in geval van teloorgaan van het belang, over de betaling van de kosten beslist met inachtne- ming van de vraag of het beroep niet kennelijk onontvankelijk was ingesteld en of het teloorgaan van het belang aan het toedoen van de verzoekende partij te wijten is; 3.2.
- Overwegende te dezen, dat de Raad van State het bestreden besluit volgens de procedure van de uiterst dringende noodzakelijkheid geschorst heeft; dat zulks aantoont dat het beroep niet lichtvaardig ingesteld werd; dat het teloorgaan van het belang ook niet aan de verzoekende partij kan toegerekend worden; dat de kosten van het geding ten laste van de verwerende partij worden gelegd, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. IX-3988-3/4 Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de eerste verwerende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig mei 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. J. DE BRABANDERE. IX-3988-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.775 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2003:ARR.125.888 ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.579 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.