← België

Arrest 144779 - - 23/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.779 Rolnummer: A. 159185/IX-4766 Zaak: Arrest 144779 - - 23/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-07 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 15:34 Fiche Arrest nr 144.779 van 23 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.779 van 23 mei 2005 in de zaak A. 159.185/IX-

  1. In zake :
  2. de gemeente WELLEN,
  3. Johan VANSCHOENWINKEL, wonende te WELLEN, Veerstraat 39 a,
  4. de gemeente KORTESSEM,
  5. Hugo PHILTJENS, wonende te KORTESSEM, Lievehereboomstraat 124 tegen :
  6. de gouverneur van de provincie LIMBURG,
  7. de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken, die woonplaats kiest bij advocaat P. DEVERS, kantoor houdende te GENT, Kouter 71-72,
  8. het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij advocaat I. DEDECKER, kantoor houdende te HASSELT, Gouverneur Roppesingel 131,
  9. de politiezone KANTON BORGLOON, gevestigd te KORTESSEM, Opeindestraat
  10. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de gemeente WELLEN, Johan VANSCHOENWINKEL, de gemeente KORTESSEM en Hugo PHILTJENS op 14 januari 2005 hebben ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoer- legging van “de negatieve beslissing van de provinciegouverneur om de beslissing van de Politieraad PZ Kanton Borgloon, van 15 september 2004, waarbij een beslissing werd genomen betreffende de realisatie van een centraal politiegebouw voor de politiezone Borgloon niet te schorsen alsook tegen de afwezigheid van beslissing van de federale minister van Binnenlandse Zaken en de Vlaamse Minister van Binnenlands Bestuur omtrent het verzoek tot vernietiging van deze beslissing van de Politieraad”; IX-4766-1/4 Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partijen de vernietiging vorderen van dezelfde beslissingen; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door auditeur H. COLIN; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 3 maart 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 april 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat G. SCHIEPERS, die verschijnt voor de verzoekende partijen, van bestuurssecretaris T. ROOSEN, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van advocaat F. LIEBAUT, die loco advocaat P. DEVERS verschijnt voor de tweede verwerende partij, van advocaat I. DEDECKER, die verschijnt voor de derde verwerende partij, en loco advocaat K. GEELEN, voor de vierde verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur H. COLIN; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  11. Overwegende dat de auditeur-verslaggever vastgesteld heeft dat het verzoekschrift geen enkele uiteenzetting met betrekking tot het nadeel bevat, dat het integendeel woordelijk overeenstemt met het verzoekschrift tot vernietiging en dat het bijgevolg niet voldoet aan artikel 8, 5/, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, zodat de vordering onontvankelijk is;
  12. Overwegende dat de raadsman van verzoeker ter terechtzitting het standpunt van de auditeur betwist en dat hij daarvoor een pleitnota neerlegt waarin uiteengezet wordt dat de gecoördineerde wetten op de Raad van State geen vormvereisten instellen voor het verzoekschrift tot schorsing, dat meer bepaald het IX-4766-2/4 verzoekschrift geen afzonderlijk hoofdstuk moet bevatten waarin het moeilijk te herstellen ernstig nadeel wordt uiteengezet maar dat het volstaat dat de desbetreffende gegevens uit het verzoekschrift blijken; dat hij er dan op wijst dat in dit geval het verzoekschrift wel degelijk de feiten vermeldt die het nadeel aantonen, in dit geval de nadelige financiële gevolgen die het oprichten van een gebouw met zich brengen en de inplanting van een nieuw politiegebouw versus de renovatie van een bestaand gebouw;
  13. Overwegende dat de procedureregeling in schorsingszaken niet voorziet in de neerlegging van een pleitnota; dat de Raad van State de nota van de verzoekende partijen dan ook niet als een processtuk in zijn beoordeling moet betrekken; dat evenwel, gezien als de neerslag van de mondelinge uiteenzetting op de terechtzitting, dergelijk stuk kan bijdragen tot het begrijpen van de uiteenzetting en dat het de behandeling van de zaak ter terechtzitting kan bespoedigen; dat, vanuit dat oogpunt en met die beperkte waarde, de pleitnota bij de zaak betrokken wordt;
  14. Overwegende dat een vordering tot schorsing subsidiair is aan een annulatieberoep; dat dergelijke vordering er blijk moet van geven dat de ontvankelijkheidsvoorwaarden met betrekking tot de vernietiging van het bestreden besluit vervuld zijn en dat zij bovendien een uiteenzetting moet bevatten van de feiten die kunnen aantonen dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing de eiser een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat gewis voor die uiteenzetting geen formalisme vereist is doordat de desbetreffende uiteenzetting in een apart hoofdstuk opgenomen zou moeten worden, maar dat het wel noodzakelijk is dat de verzoeker aanduidt welke precieze gegevens volgens hem verantwoorden dat niet alleen de vernietiging, maar ook de voorlopige schorsing, wordt uitgesproken en waarom; Overwegende dat in dit geval het verzoekschrift waarbij de schorsing wordt gevorderd niet verschilt van het verzoekschrift waarmee de vernietiging wordt gevorderd en waarin de verzoekende partijen een uiteenzetting geven van hun belang bij de vernietiging; dat in ieder geval niet aangeduid wordt waarom elk van de verzoekers niet alleen een belang heeft bij de vernietiging, maar dat hij bovendien, vanuit dat belang, een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat wanneer het bestreden besluit onmiddellijk ten uitvoer wordt gelegd; dat het niet aan de verwerende partijen, noch aan de organen van de Raad van State behoort om in de plaats van de verzoekende partijen het annulatieberoep te IX-4766-3/4 onderzoeken in functie van de vraag of het ondergane nadeel ook geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan uitmaken; dat de vordering niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  15. De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
  16. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig mei 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4766-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.779 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2009:ARR.196.807 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.