id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 23 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.781 Rolnummer: A. 156343/VII-37468 Zaak: Arrest 144781 - Dierenwelzijn - 23/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-10 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 15:35 Fiche Arrest nr 144.781 van 23 mei 2005 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.781 van 23 mei 2005 in de zaak A. 156.343/IX-
- In zake :
- de VZW Vlaamse Dierenartsenvereniging (VDV),
- Marc JANSSENS, die woonplaats kiezen bij advocaat R. GIELEN, kantoor houdende te KASTERLEE, Isschot 20 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Volksgezondheid, die woonplaats kiest bij advocaat J.-F. DE BOCK, kantoor houdende te BRUSSEL, Tasson-Snelstraat
- tussenkomende partij : Luk VANGHELUWE, die woonplaats kiest bij advocaat R. GIELEN, kantoor houdende te KASTERLEE, Isschot
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE IXe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de VZW Vlaamse Dierenartsen- vereniging en Marc JANSSENS op 5 november 2004 hebben ingediend om de schor- sing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het koninklijk besluit van 21 september 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 februari 1967 houdende reglement van de diergeneeskundige politie op de hondsdolheid; Gezien het op dezelfde dag ingediende verzoekschrift, waarbij dezelfde verzoekende partijen de vernietiging vorderen van hetzelfde besluit; Gezien de nota van de verwerende partij; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur J. STEVENS; IX-4675-1/7 Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 17 februari 2005 waarbij de terecht- zitting bepaald wordt op 11 april 2005; Gehoord het verslag van staatsraad A. VANDENDRIESSCHE; Gehoord de opmerkingen van advocaat R. GIELEN, die verschijnt voor de verzoekende partijen en de tussenkomende partij, en van advocaat J.-F. DE BOCK, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur J. STEVENS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat Luk VANGHELUWE met een verzoekschrift van 20 november 2004 vraagt om in het administratief kort geding te mogen tussen- komen;
- Overwegende dat het bestreden besluit, dat bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad van 24 september 2004 en in werking getreden op 1 oktober 2004, artikel 14 van het koninklijk besluit van 10 februari 1967 houdende reglement van de diergeneeskundige politie op de hondsdolheid vervangen heeft; dat de verzoekers zich verzetten tegen de wijziging -het nieuwe artikel 14, § 2- waarbij aan de dierenartsen de bijkomende verplichting wordt opgelegd om de inenting van honden, katten en fretten tegen hondsdolheid in te schrijven in een paspoort -en te dien einde eventueel een nieuw paspoort af te leveren- dat verdeeld werd door een rechtspersoon die erkend is overeenkomstig het koninklijk besluit van 5 mei 2004 of door de beheerder van het centrale register voor de identificatie van honden; Overwegende dat, hangende dit geding, artikel 14, § 2, van voornoemd koninklijk besluit van 10 februari 1967 gewijzigd is door het koninklijk besluit van 9 januari 2005; dat met dat besluit in de mogelijkheid wordt voorzien om de inenting tegen hondsdolheid rechtsgeldig in te schrijven in een Europees paspoort dat voldoet aan de Verordening (EG) 998/2003 van het Europees Parlement en de Raad, van 26 mei 2003 inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het niet- IX-4675-2/7 commerciële verkeer van gezelschapsdieren en houdende wijziging van richtlijn 92/65/EEG van de Raad;
- Overwegende dat overeenkomstig artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot de schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten beslissing kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de beslissing een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; 3.
- Overwegende, wat de tweede voorwaarde betreft, dat de verzoekende partijen eerst wijzen op enkele gevolgen die het bestreden besluit heeft: jonge honden die met een Europees paspoort België binnenkomen, zullen bij hervaccinatie hier een nieuw paspoort -dat van de Belgische Vereniging voor de Identificatie en de Registratie van Honden (hierna: de BVIRH)- krijgen, de rechtsgeldige paspoorten opgemaakt door de eerste verzoekende partij (hierna: de VDV) worden geweigerd en de Belgische hondeneigenaars die naar het buitenland reizen beschikken over een paspoort dat niet volledig in overeenstemming is met het Europese model; dat zij daarna ingaan op het nadeel dat het bestreden besluit voor hen meebrengt: het zal moeilijk zijn “de reeds vervangen geldige originele Europese paspoorten opnieuw te recupereren”; de cliënten van de dierenartsen zijn de dupe van de vervanging van hun paspoorten door een Belgisch paspoort dat, aangezien er klevers kunnen in aangebracht worden, in andere lidstaten van de Europese Unie “allicht als een ongeldig reisdocument zal worden beschouwd”; de dierenartsen kunnen aan huisdierbezitters moeilijk uitleggen waarom het buitenlandse paspoort in België ongeldig is, hun consultaties verlopen daardoor trager en dat strekt enkel tot voordeel van de dierenartsen uit de grensstreken van nabije staten; de uitvoerende macht moet erover waken dat zij bij de uitvoering van Europese verordeningen de grondrechten van de Europese Unie en het vrije mededingingsrecht, waarop ook beroepsverenigingen zich kunnen beroepen, niet verstoort en eerste verzoekster mocht erop rekenen dat de regering nooit een gezelschapsdierenpaspoort, dat voldoet aan de Europese regeling, ongeldig zou kunnen verklaren; de auditeur heeft, toen bij uiterst dringende noodzakelijkheid de schorsing werd gevorderd van het besluit betreffende de identificatie van honden, het nadeel voor ernstig en moeilijk te herstellen gehouden, met name omdat de openbare orde niet gediend is met een lange rechtsonzekerheid; het bestreden koninklijk besluit heeft tot gevolg dat het BVIRH- paspoort, dat eigenlijk een identificatie- en een registratiedocument is, een sanitaire IX-4675-3/7 document wordt en zulks op een wijze die niet in overeenstemming is met de Verordening 998/2003; in deze zaak zijn het niet zozeer “de blanco-paspoorten” die het voorwerp van kritiek uitmaken, maar “de waarde van de handtekening van dierenartsen” in paspoorten waarin derden nadien nog klevers kunnen aanbrengen, hetgeen de reputatie van de dierenartsen in het gedrang brengt; het was zeker verantwoord -gelet onder meer op het uitblijven van een officiële regeling- dat de eerste verzoekende partij haar leden daadwerkelijk bijstand verleende om te kunnen voldoen aan de regelgeving en achteraf zeggen dat zij zelf de oorzaak is van de problemen “is een drogreden zoeken” aangezien nu blijkt dat ook buitenlandse paspoorten in België niet worden aanvaard in geval van hervaccinatie; de tweede verzoekende partij wordt, bij de vaccinatie van een gezelschapsdier, door het bestreden besluit voor een dilemma geplaatst, aangezien hij niet weet of hij de Europese of de Belgische regeling moet toepassen, en dat berokkent hem een moreel nadeel; dat zij tenslotte betogen dat, in geval van schorsing, de gezelschapsdieren hun origineel paspoort kunnen behouden en dat daarin de rabiësvaccinatie geattesteerd zal kunnen worden; 3.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar nota met opmerkingen de uiteenzetting van de verzoekende partijen in zes groepen samen- brengt en dat zij de argumentatie uit het verzoekschrift op volgende wijze weerlegt: - het bestaan van grote moeilijkheden om uitgereikte paspoorten terug te roepen: eerste verzoekster kent alle gegevens van de dierenartsen aan wie zij paspoorten verdeeld heeft; overigens blijkt uit niets dat zij enige inspanning doet om haar VDV- paspoorten te recupereren; - de verplichting om de paspoorten in geval van intracommunautair verkeer te vervangen: het is niet juist dat de Belgische paspoorten bij intracommunautair verkeer vervangen moeten worden; in Duitsland, Nederland en het Verenigd Koninkrijk worden de Belgische paspoorten aanvaard; - twijfel en verwarring bij dierenartsen en publiek is een argument dat reeds verschillende keren naar voren is gebracht, dat reeds door de Raad van State weerlegd is en waaromtrent nu geen nieuwe gegevens worden aangevoerd; dat de consultaties van de dierenartsen langer zullen duren is niet bewezen en vormt bovendien geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel, zeker nu eerste verzoekster zelf aan de basis ligt van de verwarring door het verspreiden van paspoorten en foutieve berichtgeving; IX-4675-4/7 - of verzoekster het bij de interpretatie van de reglementering bij het rechte eind heeft is een probleem dat de grond van de zaak betreft en dat niet aan de orde is bij de bespreking van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel; - dat de auditeur in een vorige zaak geadviseerd heeft dat het moeilijk te herstellen ernstig nadeel hem aanvaardbaar leek, is hier niet ter zake; - in ieder geval leggen de verzoekende partijen niet uit waarom het gevreesde moeilijk te herstellen ernstig nadeel door een schorsing kan vermeden worden, aangezien in geval van schorsing de paspoorten van de VDV nog altijd in strijd zijn met de vigerende koninklijke besluiten van 5 en 28 mei 2004; 3.3.
- Overwegende dat de verzoekende partijen een zeer uitvoerige maar niet gestructureerde uiteenzetting geven van het nadeel dat het bestreden besluit hen berokkent; dat zij met name in 25 punten een aantal losse bedenkingen formuleren, die evenwel niet altijd betrekking hebben op een nadeel zoals de wet dat voor de schorsing van tenuitvoerlegging vereist en waarbij meestal ook niet wordt aangeduid welk van de verzoekende partijen dat nadeel als een persoonlijk nadeel moet ondergaan of waarom dat nadeel ernstig is en moeilijk te herstellen; Overwegende dat, gelet op de onduidelijkheid van het verzoek- schrift, de Raad van State de structuur overneemt die in de nota met opmerkingen uiteengezet is; 3.3.
- Overwegende dat de verzoekende partijen niet duidelijk uiteenzetten wat zij begrijpen onder “het recupereren” van reeds vervangen geldige paspoorten; dat, als reeds eerder gesteld, zij bovendien niet aantonen dat dit nadeel ernstig is en moeilijk te herstellen in de zin van artikel 17, §1, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State; Overwegende dat de verzoekende partijen niet aantonen welk persoonlijk moeilijk te herstellen ernstig nadeel zij ondergaan door het feit dat de rabiësvaccinatie ingeschreven moet worden in een Belgisch paspoort dat voldoet aan de desbetreffende reglementering; dat, overigens, de reglementering reeds gewijzigd is door het koninklijk besluit van 9 januari 2005, waardoor in buitenlandse paspoorten melding gemaakt mag worden van de rabiësvaccinatie; Overwegende dat de verzoekende partijen geen concreet bewijs leveren van enig financieel of moreel nadeel ten gevolge van de verwarring die IX-4675-5/7 volgens hen ontstaan is; dat overigens, blijkens hun uiteenzetting, die verwarring niet verbonden is met de tenuitvoerlegging van het hier bestreden besluit, maar van de besluiten waarbij het Belgisch petpaspoort wordt ingesteld; dat voorts de verwijzing, die de tweede verzoekende partij maakt naar het uitlopen van haar consultaties en naar de noodzaak van communicatietraining een argument is dat, zoals het wordt aangebracht, kant noch wal raakt; dat ten slotte ook voor deze zaak wordt opgemerkt dat de eerste verzoekende partij, door op eigen initiatief petpaspoorten te gaan verdelen, zelf niet vreemd is aan de mogelijke verwarring die ontstaan kan zijn; Overwegende dat, waar de verzoekende partijen benadrukken dat zij de Europese regelgeving correct interpreteren, zij uit het oog verliezen dat de ernst van de middelen en het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in het kader van een schorsingsprocedure twee onderscheiden voorwaarden vormen; dat de onregelmatigheid van het besluit op zich geen moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkent; Overwegende dat de omstandigheid dat het auditoraat in een vroegere zaak het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel aangenomen heeft, geen argument is om ook voor dit geval dat nadeel te aanvaarden; Overwegende dat de verwerende partij terecht opmerkt dat, in geval van schorsing van het hier bestreden besluit, de verzoekende partijen nog altijd geconfronteerd worden met de verdere tenuitvoerlegging van de koninklijke besluiten van 5 en 28 mei 2004, waarin het gebruik van petpaspoorten geregeld is; dat, in de mate dat die besluiten het voor de eerste verzoekende partij mogelijk maken zich te laten erkennen met het oog op het uitreiken van paspoorten maar zij blijkbaar niet geïnteresseerd is in dergelijke erkenning, ook op dat vlak vastgesteld wordt dat de eerste verzoekende partij medeverantwoordelijk is voor het nadeel dat zij beweert te ondergaan; 3.3.
- Overwegende dat het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet aangetoond is; dat de vordering om die reden verworpen wordt, IX-4675-6/7 BESLUIT: Artikel
- Het verzoek tot tussenkomst van Luk VANGHELUWE in het administratief kort geding wordt ingewilligd. Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op drieëntwintig mei 2000 en vijf, door : de HH. A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, wnd. kamervoorzitter, W. GEURTS, griffier. De griffier, De voorzitter, W. GEURTS. A. VANDENDRIESSCHE. IX-4675-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.781 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.231 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.199.484 ECLI:BE:RVSCE:2012:ARR.218.729 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.