← België

Arrest 144817 - - 24/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 24 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.817 Rolnummer: A. 138435/VII-33568 Zaak: Arrest 144817 - - 24/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-01 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 15:37 Fiche Arrest nr 144.817 van 24 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 144.817 van 24 mei 2005 in de zaak A. 138.435/VII-33.568 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat L. VERMEULEN, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Antwerpsesteenweg 26 tegen : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. ----------------------------------------------------------------------------------------------------------- ----- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Kirgizische nationaliteit, op 27 juni 2003 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 2 juni 2003 tot bevestiging van de beslissing van de Minister van Binnenlandse Zaken van 9 juni 2000 tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de beschikking van 4 juli 2003 waarbij aan de verzoekende partij het voordeel van de kosteloze rechtspleging wordt verleend; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; VII-33.568-1/5 Gelet op de beschikking van 2 maart 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 12 april 2005; Gelet op de beschikking van 30 maart 2005 waarbij de beschikking van 2 maart 2005 houdende vaststelling van de zaak op de openbare terechtzitting van 12 april 2005 wordt ingetrokken, en waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 19 april 2005; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; Gehoord de opmerkingen van Advocaat W. FIERENS, die, loco Advocaat L. VERMEULEN, verschijnt voor de verzoekende partij, en van Attaché E. SCHOUTEN, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

  1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  2. De verzoekende partij kwam België binnen op 23 mei 2000 en verklaarde zich diezelfde dag vluchteling. 1.
  3. Op 9 juni 2000 nam de Minister van Binnenlandse Zaken een beslissing tot weigering van verblijf, met bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten. 1.
  4. Op 2 juni 2003 bevestigde de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen deze beslissing als volgt : “Op basis van de elementen uit uw dossier, bevestig ik de beslissing van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse zaken waarbij u het verblijf op het grondgebied werd geweigerd. Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag onontvankelijk is. U heeft immers, zonder geldige reden, geen gevolg gegeven binnen de maand aan de vraag om inlichtingen of aan de oproeping vervat in de brief die u aangetekend werd verstuurd op 28/04/2003 op uw gekozen woonplaats. Ik meen bovendien dat u in de huidige omstandigheden mag worden teruggeleid naar de grens van het land dat u ontvlucht bent, en waar volgens uw verklaring, uw leven, uw fysieke integriteit of uw vrijheid in gevaar zou verkeren. Behoudens een andere beslissing van de Minister van Binnenlandse zaken of zijn gemachtigde dient u binnen de 5 dag(en), ingaand op de datum van de kennisgeving van deze beslissing het grondgebied te verlaten (Koninklijk Besluit van 19/05/1993: artikel 17, par. 2, al.2.).”. VII-33.568-2/5 Dit is de bestreden beslissing; 2.
  5. Overwegende dat de verzoekende partij een enig middel aanvoert dat als volgt luidt : “Verzoeker vordert de nietigverklaring van de bevestigende beslissing van weigering van verblijf van het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen dd 2/06/2003 wegens schending van de beginselen van behoorlijk bestuur. Verzoeker tekende bij aangetekend schrijven van 13/06/2000 dringend beroep aan tegen de beslissing van de Dienst Vreemdelingenzaken betreffende weigering van verblijf en bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 26bis). Op het ogenblik van het aantekenen van dit beroep was verzoeker met de rest van het gezinXXX woonachtig te 2550 KONTICH aan de Kongostraat 48/
  6. Hangende het dringend beroep verhuisde het gezinXXX naar de Magdalenastraat 35 eveneens te KONTICH. De toenmalige raadsman van het gezinXXX meldde de adreswijziging onmiddellijk aan het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen per fax van 25/09/
  7. Lange tijd vernam verzoeker niets meer van het Commissariaat-Generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen. Begin juni 2003 vernam verzoeker plots op het OCMW te KONTICH dat het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen in zijn dossier een beslissing zou genomen hebben. Verzoeker mocht echter deze beslissing zelf niet ontvangen. De huidige raadsman van verzoeker nam dan contact op met het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen en vernam dat er op 2/06/2003 inderdaad een beslissing was gevallen. De raadsman van verzoeker informeerde vervolgens waarom verzoeker zelf de beslissing van het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen niet ontvangen had. Het antwoord luidde dat deze beslissing verzonden werd naar het oude adres van verzoeker in de Kongostraat. Gezien verzoeker bijgevolg de inhoud van de beslissing niet kende, verzocht de raadsman van verzoeker het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen hem een kopie van deze beslissing door te faxen. Bij ontvangst van de beslissing stelde verzoeker vast dat het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen een bevestigende beslissing van weigering van verblijf had genomen wegens onontvankelijkheid van het dringend beroep van verzoeker. De motivering van deze onontvankelijkheid luidde: “Steunend op artikel 52 van de vreemdelingenwet meen ik dat uw asielaanvraag onontvankelijk is. U heeft immers, zonder geldige reden, geen gevolg gegeven binnen de maand aan de vraag om inlichtingen of aan de oproeping vervat in de brief die u aangetekend werd verstuurd op 28/04/2003 op uw gekozen woonplaats.” Merkwaardigerwijs heeft verzoeker de aangetekende brief verstuurd op 28/04/2003 nooit ontvangen. Uit navraag bij het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen bleek dat de aangetekende brief verstuurd werd naar het oude adres van verzoeker aan de Kongostraat. Verzoeker heeft nochtans zijn adreswijziging onmiddellijk ter kennis gebracht van het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen bij fax van 25/09/
  8. Ondanks dit zeer duidelijk faxbericht bleef het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen de briefwisseling verzenden aan het oude adres van verzoeker. Verzoeker is dan ook van mening dat inzake de beginselen van behoorlijk bestuur geschonden werden. Ondanks de uitdrukkelijke kennisgeving van verzoeker van zijn nieuw adres werd cruciale briefwisseling toch nog steeds verzonden aan zijn oude adres waardoor verzoeker niet op de hoogte was van de nodige formaliteiten dewelke vervuld diende te worden. VII-33.568-3/5 De raadsman van verzoeker nam bovendien contact op met het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen teneinde te informeren waarom geen rekening werd gehouden met de adreswijziging van verzoeker. Daar werd het laconieke antwoord gegeven dat enkel rekening wordt gehouden met een adreswijziging gemeld bij aangetekend schrijven. Merkwaardigerwijs was men echter wel zeer goed op de hoogte van het bestaan van de bewuste fax waarbij de adreswijziging werd doorgegeven. Verzoeker is dan ook danig misnoegd over de werking van het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen. Hij heeft zijn adreswijziging onmiddellijk en duidelijk doorgegeven weliswaar bij fax, doch uit contact met het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen blijkt dat deze fax wel degelijk terecht kwam en men dus wel degelijk op de hoogte was van de adreswijziging. Wanneer het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen dan niet eens de moeite neemt om bij verzoeker te informeren naar de waarde van deze fax of minstens verzoeker of zijn raadsman erop te wijzen dat een adreswijziging aangetekend verzonden dient te worden, dan betreft dit een zeer duidelijk schending van de beginselen van behoorlijk bestuur. Door deze onverschilligheid van het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen werd het dringend beroep van verzoeker zonder meer onontvankelijk verklaard zonder dat verzoeker de mogelijkheid kreeg zijn verhaal uiteen te zetten. Om al deze redenen is verzoeker van oordeel dat de bevestigende beslissing van weigering van verblijf niet gerechtvaardigd is en te wijten is aan het onbehoorlijk handelen van het Commissariaat-generaal voor Vluchtelingen en Staatlozen.”; 2.
  9. Overwegende dat, niettegenstaande verzoekers toenmalige raadsman melding maakte van een adreswijziging in zijn fax van 25 september 2002, deze mededeling van adreswijziging niet is geschied overeenkomstig de wettelijke bepalingen ter zake; dat artikel 51/2, vierde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet) uitdrukkelijk bepaalt dat “elke wijziging van de gekozen woonplaats bij een ter post aangetekende zending medegedeeld (moet) worden aan de Commissaris- generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen, alsook aan de Minister”; dat de oproepingsbrief derhalve op geldige wijze is verzonden aan verzoekers gekozen woonplaats, met name ‘Kongostraat 48/2L te 2550 Kontich’; dat verzoekers verwijt aan de Commissaris- generaal dat deze “niet eens de moeite neemt om bij verzoeker te informeren naar de waarde van deze fax of minstens verzoeker of zijn raadsman erop te wijzen dat een adreswijziging aangetekend verzonden dient te worden” niet kan worden aangenomen, nu de bewoordingen van artikel 51/2, vierde lid, van de Vreemdelingenwet er geen twijfel over laten bestaan dat de verantwoordelijkheid op dit vlak volledig bij de kandidaat-vluchteling ligt; dat de Commissaris-generaal bijgevolg, overeenkomstig artikel 52, § 2, 4/, van de Vreemdelingenwet, op wettige wijze kon besluiten tot de onontvankelijkheid van verzoekers asielaanvraag; dat het enige middel niet gegrond is;
  10. Overwegende dat de verzoekende partij geen gegrond middel tot nietigverklaring heeft aangevoerd; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, VII-33.568-4/5 de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; dat de vordering tot schorsing, als accessorium van de nietigverklaring, derhalve samen met het beroep tot nietigverklaring wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  11. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  12. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vierentwintig mei tweeduizend en vijf, door: Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, Mevr. E. IMPENS, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, E. IMPENS. M.-R. BRACKE. VII-33.568-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.817 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.