← België

Arrest 144951 - - 25/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.951 Rolnummer: A. 123960/VII-27261 Zaak: Arrest 144951 - - 25/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-13 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 15:47 Fiche Arrest nr 144.951 van 25 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE nr. 144.951 van 25 mei 2005 in de zaak A. 123.960/VII-27.261 In zake : XXX, die woonplaats kiest bij advocaten A. en K. DE ROECK, kantoor houdende te 2018 ANTWERPEN, Jan van Rijswijcklaan 6 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken. DE WND. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Marokkaanse nationaliteit, op 16 juli 2002 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van de beslissing van de minister van Binnenlandse Zaken van 7 juni 2002 waarbij de aanvraag om machtiging voor een verblijf van meer dan drie maanden op grond van artikel 9, lid 3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen onontvankelijk werd verklaard, aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 18 juni 2002; Gezien het verzoekschrift dat de verzoekende partij op dezelfde dag heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van dezelfde beslissing; Gelet op de artikelen 4 en 26 van het koninklijk besluit van 9 juli 2000 houdende bijzondere procedureregeling inzake geschillen over beslissingen betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST, op grond van artikel 26 van voormeld koninklijk besluit; Gelet op de kennisgeving van dit verslag aan de partijen; Gelet op de beschikking van 16 maart 2005 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 20 april 2005; VII-27.261-1/4 Gehoord het verslag van staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van advocaat A. HAEGEMAN, die, loco advocaten A. en K. DE ROECK, verschijnt voor de verzoekende partij en van advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van eerste auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de auditeur in zijn verslag de toepassing voorstelt van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat uit het dossier en de processtukken blijkt dat de zaak zonder verdere voorafgaande maatregelen, in een verkorte procedure, kan worden behandeld zoals voorzien door dit artikel;

  1. Overwegende dat de voornaamste gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : 1.
  2. Op 23 februari 2002 diende de verzoekende partij bij de burgemeester van Antwerpen een aanvraag om machtiging voor een verblijf van meer dan drie maanden op grond van artikel 9, lid 3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Vreemdelingenwet). 1.
  3. Op 7 juni 2002 nam de minister van Binnenlandse Zaken een beslissing waarbij hij de aanvraag om machtiging voor een verblijf van meer dan drie maanden op grond van artikel 9, lid 3 van de Vreemdelingenwet onontvankelijk verklaarde. "(...) De aanvraag om machtiging tot verblijf, ingediend op 23/02/02 bij de burgemeester van 2140 Borgerhout door XXX geboren de Douar Tagzante Tassa op 00/00/1979, onderdaan van Marokko, verblijvende, in toepassing van art. 9§3 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen is onontvankelijk. VII-27.261-2/4 Motivering: De buitengewone omstandigheden, bedoeld bij art 9§3 zijn deze die verzoeker verhinderen de aanvraag in te dienen bij de daartoe bevoegde diplomatieke vertegenwoordiging. Echter, de motieven die betrokkene inroept, te weten: verblijft hier al meer dan 8 jaar, is van onberispelijk gedrag, is geïntegreerd en spreekt Nederlands, heeft hier familie en vrienden wonen, voorziet in zijn dagelijks onderhoud, vormen geen buitengewone omstandigheden die de aanvraag in België kunnen rechtvaardigen. (...).". Dit is de bestreden beslissing.
  4. Overwegende dat de verwerende partij ter terechtzetting opmerkt dat verzoeker ingevolge zijn huwelijk met een Belgische onderdaan over een identiteitskaart voor vreemdelingen beschikt, geldig tot 24 juni 2009, en dus geen belang meer kan doen gelden; dat de verzoekende partij dit niet betwist en verklaart zich naar de wijsheid van de Raad te schikken; dat de verzoekende partij derhalve geen belang meer heeft bij de vernietiging van de bestreden beslissing;
  5. Overwegende dat het door de verzoekende partij ingestelde beroep tot nietigverklaring niet ontvankelijk is; dat er derhalve grond is om toepassing te maken van artikel 26 van het hoger genoemde koninklijk besluit; dat de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, als accessorium van het beroep tot nietigverklaring, samen met dit beroep wordt verworpen, BESLUIT: Artikel
  6. De vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring worden verworpen. Artikel
  7. De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. VII-27.261-3/4 Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig mei tweeduizend en vijf, door de H. E. BREWAEYS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. V. VERTONGEN, toegevoegd griffier. De griffier, De voorzitter, V. VERTONGEN. E. BREWAEYS. VII-27.261-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.144.951 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.