id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 25 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.008 Rolnummer: A. 154009/X-11969 Zaak: Arrest 145008 - Plannen van aanleg - 25/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-05-31 Raadplegingen: 58 - laatst gezien 2026-07-02 15:50 Fiche Arrest nr 145.008 van 25 mei 2005 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Verwerping bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.008 van 25 mei 2005 in de zaak A. 154.009/X-11.
- In zake : Theo DIERCKX, die woonplaats kiest bij Advocaten N. DEVOS en G. VAN DEN EYNDE, kantoor houdende te 2440 GEEL, Diestseweg 155 tegen :
- de stad GEEL, die woonplaats kiest bij Advocaten W. CORSTJENS en T. DILLEN, kantoor houdende te 2440 GEEL, Gasthuisstraat 31A,
- het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat J. CLAES, kantoor houdende te 2550 KONTICH, Mechelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Theo DIERCKX op 22 juli 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoerlegging te vorderen van het bijzonder plan van aanleg "Zonevreemde Sport-, jeugd- en recreatievoorzieningen FASE 1: FC ZAMMEL" van de stad Geel, bestaande uit een plan van de bestaande toestand en een plan van de juridische toestand, een bestemmingsplan met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften en een onteigeningsplan, definitief aangenomen door de gemeenteraad van Geel bij besluit van 10 maart 2003 en goedgekeurd bij besluit van 3 juni 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 8 juli 2004; Gezien de nota’s van de verwerende partijen; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; X-11.969-1/12 Gelet op de beschikking van 24 november 2004 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 17 december 2004; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. CORSUS die, loco Advocaat N. DEVOS verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat C. GYSEN die, loco Advocaten W CORSTJENS en T.DILLEN verschijnt voor de eerste verwerende partij en van Advocaat P. AERTS die, loco Advocaat J. CLAES verschijnt voor de tweede verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur J. CLEMENT; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat de percelen gelegen achter het woongebied langs de Zammelseweg te Geel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 28 juli 1978 vastgesteld gewestplan Herentals-Mol zijn gelegen in agrarisch gebied, met uitzondering van het kerkhof en een naastliggend terrein die zijn gelegen in gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen; dat de gemeenteraad van de stad Geel bij besluit van 25 november 2002 het ontwerp van bijzonder plan van aanleg "Zonevreemde Sport-, jeugd- en recreatievoorzieningen FASE 1: FC ZAMMEL" voorlopig heeft aangenomen, waarbij de voormelde percelen worden bestemd tot "zone voor sportvelden en bijhorende functies" met daarrond een "bufferzone"; dat een van deze percelen een weiland is dat eigendom is van verzoeker en achter diens woonperceel is gelegen; dat van 16 december 2002 tot 24 januari 2003 een openbaar onderzoek wordt gehouden over het ontwerpplan; dat tijdens het openbaar onderzoek 23 bezwaarschriften worden ingediend, waaronder een door verzoeker; dat de Gewestelijke Commissie voor Ruimtelijke Ordening op 6 februari 2003 de bezwaren heeft onderzocht en verworpen en een gunstig advies heeft uitgebracht over het ontwerpplan; dat de gemeenteraad van de stad Geel bij besluit van 10 maart 2003 het bijzonder plan van aanleg "Zonevreemde Sport-, jeugd- en recreatievoorzieningen FASE 1: FC X-11.969-2/12 ZAMMEL" bestaande uit een plan van de bestaande toestand en van de juridische toestand, een bestemmingsplan met bijhorende stedenbouwkundige voorschriften en een onteigeningsplan definitief heeft aangenomen; dat de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie bij besluit van 3 juni 2004 het thans bestreden bijzonder plan van aanleg "Zonevreemde Sport-, jeugd- en recreatievoorzieningen FASE 1: FC ZAMMEL" heeft goedgekeurd en de stad Geel heeft gemachtigd tot het onteigenen van de onroerende goederen aangegeven op het onteigeningsplan; dat het voornoemd weiland van verzoeker deel uitmaakt van de onroerende goederen aangegeven op het onteigeningsplan; Overwegende dat de eerste verwerende partij opwerpt dat de vordering niet ontvankelijk is; dat er vooralsnog geen noodzaak bestaat om over de opgeworpen excepties uitspraak te doen; dat een onderzoek van en een uitspraak over die excepties zich slechts zouden opdringen indien zou blijken dat de grondvoorwaarden voor schorsing vervuld zijn; Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; Overwegende dat, wat de eerste door artikel 17, § 2, gestelde voorwaarde betreft, verzoeker in de eerste vijf middelen het volgende aanvoert: "EERSTE MIDDEL Genomen uit de schending van de wet : artikel 14 Decreet Vlaams Parlement van 22 oktober 1996 en omzendbrief RO 98/05 betreffende het bijzonder plan van aanleg voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten Doordat het bestreden sectoraal BPA aangewend werd om nog op te richten zonevreemde voetbalterreinen met aanhorigheden te regulariseren. Terwijl in voornoemde omzendbrief in het algemeen kader gesteld wordt (...) : 'Deze omzendbrief wil de mogelijkheden van het opstellen van een BPA voor bestaande zonevreemde terreinen en gebouwen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten onder de aandacht van de gemeentebesturen brengen'. Het doel van een sectoraal BPA bestaat er uiteraard niet in om bijkomende zonevreemde oprichtingen te creëren en vervolgens te regulariseren. In voornoemde omzendbrief wordt in het algemeen kader gesteld : X-11.969-3/12 'De aanleiding voor een gecoördineerde aanpak van deze zonevreemde terreinen en gebouwen is de vrees die vandaag bestaat bij een aantal sport- en jeugdverenigingen voor de bestaanszekerheid van hun infrastructuur omdat deze ligt in een bestemmingszone van het gewestplan die daarvoor niet geschikt is.' Voornoemde omzendbrief licht de mogelijkheden tot afwijking van de bestaande plannen toe, zoals bepaald in artikel 14 Decreet Vlaams Parlement dd. 22 oktober 1996, waarin bepaald werd (...) : '(...) Wanneer een streek-, gewest- of algemeen plan bestaat, richt het bijzonder plan zich naar de aanwijzingen en bepalingen ervan, en vult ze aan. Het kan er desnoods van afwijken. Gedurende een periode van vijf jaar na de inwerkingtreding van deze bepaling, kan het bijzonder plan van aanleg afwijken van de voorschriften van het gewestplan wanneer de gemeente beslist heeft tot het opmaken van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, zoals bedoeld in artikel 20 § 1 van het decreet van 24 juli 1996 houdende de ruimtelijke planning of artikel 32 § 1 van het decreet van (...) houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en op voorwaarde dat een ruimtelijke afweging gebeurt mede op basis van de principes van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen.' Het laatste lid van voornoemd artikel 14 voorziet de mogelijkheid tot sectorale BPA's tot 30 april
- De mogelijkheid tot afwijking wordt restrictief geregeld in de omzendbrief. (...) TWEEDE MIDDEL Genomen uit de schending van de wet, omzendbrief RO 98/05 betreffende het bijzonder plan van aanleg voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten Doordat het BPA een zone van om en bij de 4 ha omvat, er wordt namelijk ruimte voorzien voor 3 voetbalterreinen met aanhorigheden zoals een parking, een kantine, tribunes, een dig-out voor de trainers en een gebouw dat kan fungeren als inkom en een bufferzone van 5 tot 10 meter breed. De te onteigenen oppervlakte alleen al beslaat 3 ha 32 a en 64 ca. Terwijl punt 1.2 van de Omzendbrief RO 98/05 bepaalt dat : 'Alleen voorzieningen van lokaal gemeentelijk niveau kunnen als afwijking van een gewestplan in een B.P.A. worden opgenomen. De in te stellen recreatiezones en de zones voor openbaar nut worden beperkt in oppervlakte (max. 3 ha per zone) en worden aan een duidelijk programma gekoppeld.' (...) DERDE MIDDEL Genomen uit de schending van de wet, omzendbrief RO 98/05 betreffende het bijzonder plan van aanleg voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten Doordat de inventaris van de juridische toestand geen melding maakt van de vergunning dd. 29 oktober 1973 tot het bouwen van een varkensstal en van de goedkeuring van het College van Burgemeester en Schepenen dd. 16 augustus 1977 tot de uitbating van een varkensbedrijf. Terwijl punt 1 van de Omzendbrief RO 98/05 bepaalt : '(...) De inventaris bevat tevens een kaart waarop de ligging van de terreinen en de gebouwen in de gemeente wordt aangegeven. De inventaris van de juridische toestand bevat voor de betrokken terreinen en gebouwen een overzicht van de vergunningen, processen-verbaal, eventuele gevorderde herstelmaatregelen, vonnissen en arresten. (...)' (...) VIERDE MIDDEL Genomen uit de schending van de wet, omzendbrief RO 98/05 betreffende het bijzonder plan van aanleg voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten X-11.969-4/12 Doordat niet nagegaan werd welke de nodige voorzieningen zijn op het niveau van de deelgemeente of de kern. In de toelichtingsnota van de stad Geel werd op p. 72 slechts gemeld : 'Volgens de noden van FC Zammel dienen minimaal 3 voetbalvelden binnen de zone ingeplant te worden.' Terwijl punt II van de Omzendbrief RQ 98/05 bepaalt : '(...) anderzijds wordt er nagegaan welke de nodige voorzieningen zijn op het niveau van de deelgemeente of de kern. (...)' (...) VIJFDE MIDDEL Genomen uit de schending van de wet, omzendbrief RO 98/05 betreffende het bijzonder plan van aanleg voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten Doordat de stad Geel geen rekening hield met het negatief advies van de ROHM Antwerpen dd. 23 mei
- Terwijl in het slot van voornoemde omzendbrief werd bepaald dat alle deelnemers moeten rekening houden met de resultaten van dit vooroverleg met de AROHM. De Vlaamse Minister had dit onwettig tot stand gekomen sectoraal BPA dan ook niet mogen goedkeuren. (...)"; Overwegende dat verzoeker in de eerste vijf middelen de schending aanvoert "van de wet", van artikel 14 van het decreet betreffende ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996 en van de omzendbrief "RO 98/05" van 22 september 1998 betreffende het bijzonder plan van aanleg voor zonevreemde terreinen en gebouwen voor sport-, recreatie- en jeugdactiviteiten; Overwegende dat artikel 14, vierde lid, van het decreet betreffende ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, luidt als volgt : "Wanneer een streek-, gewest- of algemeen plan bestaat, richt het bijzonder plan zich naar de aanwijzingen en bepalingen ervan, en vult ze aan. Het kan er desnoods van afwijken."; dat het vijfde lid van hetzelfde artikel, ingevoegd bij artikel 165 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals vervangen door artikel 63 van het decreet van 21 november 2003 houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, luidt als volgt : X-11.969-5/12 "Een bijzonder plan van aanleg dat afwijkt van de voorschriften van het gewestplan kan ook worden goedgekeurd wanneer de gemeente beslist heeft tot het opmaken van een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan, zoals bedoeld in artikel 20, § 1, van het decreet van 24 juli 1996 houdende de ruimtelijke planning of artikel 32, §1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, op voorwaarde dat een ruimtelijke afweging gebeurt mede op basis van de principes van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen, en dat het bijzonder plan van aanleg voorlopig aangenomen werd vóór 1 mei 2005"; Overwegende dat de Minister vice-president van de Vlaamse regering en Vlaams minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening, in zijn "Inleidende uiteenzetting" bij het ontwerp van decreet houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening voor de Commissie voor Ruimtelijke Ordening, Openbare Werken en Vervoer in zitting van 19 april 1999 (Parl. St., Vl.P., 1998-1999, stuk 1332, nr. 8,8) onder meer heeft verklaard wat volgt : "(...) Wat de van het gewestplan afwijkende, al dan niet 'sectorale' BPA'S betreft, wordt voorzien in een decretale verankering: het huidige 'desnoods afwijken' wordt vervangen door afwijken zonder meer, op voorwaarde dat de gemeente gestart is met het structuurplanningsproces en op voorwaarde dat de principes van het RSV worden gerespecteerd."; Overwegende dat het bestreden besluit onder meer bepaalt : "Gelet op het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, inzonderheid de artikelen 14 en 15 tot 21, gewijzigd bij decreet van 18 mei 1999"; Overwegende dat uit hetgeen voorafgaat blijkt dat het bestreden bijzonder plan van aanleg is opgemaakt op grond van de bepalingen van artikel 14, vijfde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, zoals vervangen door artikel 63 van het decreet van 21 november 2003 houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996; dat die bepaling andere criteria oplegt om met een bijzonder plan van aanleg te kunnen afwijken van de bestemmingsvoorschriften van een gewestplan dan die bepaald in artikel 14, vierde lid, van hetzelfde decreet, waarvan de schending in de vijf voormelde middelen wordt aangevoerd; dat laatstgenoemd artikel op het eerste gezicht niet van toepassing is; X-11.969-6/12 Overwegende, in zoverre verzoeker de schending aanvoert van de omzendbrief 98/05, dat ministeriële omzendbrieven gericht aan administratieve overheden, die richtsnoeren bevatten nopens de interpretatie en toepassing van de bestaande wetten en verordeningen, geen enkel bindend karakter hebben ongeacht zij zijn bekendgemaakt of niet; dat een eventuele niet naleving van de onderrichtingen vervat in voormelde omzendbrief niet tot onwettigheid van het bestreden besluit kan leiden; dat de eerste vijf middelen niet ernstig zijn; Overwegende dat verzoeker een zesde middel aanvoert, dat luidt als volgt : "Schending van artikel 14,3/ van het decreet Vlaams Parlement dd. 22 oktober 1996 Doordat in het bijzonder plan van aanleg - onder meer op de grafische kaart - de ontsluitingsweg naar de voetbalterreinen aangeduid werd als zijnde de voetweg nr. 193 met een breedte van 1.6 meter, terwijl in de toelichtingsnota van het BPA, de stad Geel toelicht dat voornoemde voetweg van 1.6 meter over een breedte van 5 meter benut zal worden en dat deze verhard zal worden. Terwijl artikel 14,3/ van het decreet Vlaams Parlement dd. 22 oktober 1996 luidt als volgt : 'Het bijzonder plan van aanleg geeft voor het deel van het gemeentelijk grondgebied aan : 3/ het tracé van alle in het bestaande verkeerswegennet te brengen wijzigingen' (...)"; Overwegende dat uit gegevens van de zaak blijkt dat het deel van de weg waarnaar verzoeker verwijst, meer bepaald het deel van de Veestraat tot aan de toegang tot de terreinen, buiten het beheersingsgebied van het bestreden bijzonder plan van aanleg is gelegen; dat de geschonden geachte bepaling op het eerste gezicht niet van toepassing is; dat het zesde middel niet ernstig is; Overwegende dat verzoeker een zevende middel aanvoert, luidend als volgt : "ZEVENDE MIDDEL Schending van de Stedenbouwkundige voorschriften en de goede Ruimtelijke Ordening a) Schending van de Stedenbouwkundige voorschriften Doordat het bestreden BPA een inplanting voorziet van voetbalterreinen en aanhorigheden in een zone die volgens de gewestplannen agrarisch gebied is. Terwijl volgens artikel 11 van het K.B. van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en gewestplannen de agrarische gebieden bestemd zijn voor : 'de landbouw in ruime zin. Behoudens bijzondere bepalingen mogen de agrarische gebieden enkel bevatten de voor het bedrijf noodzakelijke gebouwen, X-11.969-7/12 de woning van de exploitanten, benevens verblijfsgelegenheid voor zover deze een integrerend deel van een leefbaar bedrijf uitmaakt, en eveneens para-agrarische bedrijven. Gebouwen bestemd voor niet aan de grond gebonden agrarische bedrijven met industrieel karakter of voor intensieve veeteelt, mogen slechts opgericht worden op ten minste 300 m van een woongebied of op ten minste 100 m van een woonuitbreidingsgebied, tenzij het een woongebied met landelijk karakter betreft. De afstand van 300 m en 100 m geldt evenwel niet in geval van uitbreiding van bestaande bedrijven. De overschakeling naar bosgebied is toegestaan overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Veldwetboek, betreffende de afbakening van de landbouw- en bosgebieden.' Toelichting (...) b) Schending van de beginselen van goede ruimtelijke ordening Doordat de stad Geel hierin gevolgd door de Minister met de bestreden beslissing voetbalterreinen wenst in te planten, pal tussen 2 dorpskernen in, in een agrarisch gebied, achter de lintbebouwing. Terwijl dit absoluut niet strookt met de filosofie van het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen dat zich onder andere als doelstelling stelt voor het stedelijk gebied, Geel wordt aanzien als een structuurondersteunend kleinstedelijk gebied : C Het stimuleren en concentreren van activiteiten. C Het verminderen van het ongeordend uitzwermen van functies : Het ongeordend uitzwermen van functies langs verbindings-, invals- en ringwegen en andere vormen van woon of bedrijfslinten moeten worden vermeden. De bundeling en de concentratie van activiteiten hebben tot doel een verdere versnippering van de ruimte te voorkomen. (doelstelling 2.1 en doelstelling 2.5 van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, Stedelijke gebieden.) Het dorp Zammel wordt in het Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen aangeduid als kern in het buitengebied. Opnieuw strookt het absoluut niet met de filosofie om hier buiten deze kern in agrarisch gebied nieuwe voetbalterreinen aan te leggen : C Het vrijwaren van het buitengebied voor essentiële functies C Het tegengaan van de versnippering van het buitengebied C Het bundelen van de ontwikkeling in de kernen van het buitengebied C Het bereiken van een gebiedsgerichte ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied (doelstellingen 2.1, 2.2, 2.3 en 2.5 van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen, Buitengebied.) Ook de adviezen van de Afdeling Ruimtelijke Planning en de Afdeling Ruimtelijke Ordening waren negatief om deze reden. Beiden waren van oordeel dat vanuit planologisch oogpunt de voetbalterreinen beter zouden aansluiten bij de dorpskern van Oosterlo of Zammel, met een voorkeur voor Oosterlo omdat deze gemeente in het Provinciaal Ruimtelijk Structuurplan Antwerpen wordt aangeduid als woonkern. Zammel wordt hierin aangeduid als een niet-geselecteerde nederzetting De stad Geel legde deze suggestie tot twee maal toe naast zich neer. Zij heeft nooit de mogelijkheden van inplanting in Oosterlo au sérieux genomen omdat ze ervan uitging dat moeilijk kan verwacht worden dat de voetbalclub van Zammel in Oosterlo gaat voetballen. Dit staat nochtans lijnrecht op de argumentatie die zij hanteert om de voetbalpleinen pal tussen de twee dorpen in te planten. Het zouden immers twee dorpen zijn waarvan een autonoom bestaan onmogelijk wordt en waar er naar de toekomst toe meer en meer zou dienen geclusterd te worden. Vandaar dat de stad Geel ook in het nog op te maken ruimtelijk structuurplan de band tussen de twee dorpen verder wil uitbouwen. X-11.969-8/12 Bovendien is de inplanting gepland in een belangrijk landbouwgebied, in de studie Buitengebied opgenomen onder de naam 'Wimpvallei'. In dit gebied is een voormalige ruilverkaveling terug te vinden, die geleid heeft tot een kwalitatieve landbouwstructuur. Het gebied wordt aanzien als een kerngebied van de landbouw, waar de agrarische functie de uitgesproken hoofdfunctie is. In casu schendt de stad Geel, hierin gevolgd door de Minister dus flagrant de beginselen van een goede plaatselijke Ruimtelijke Ordening, doordat zij de voetbalterreinen wenst in de planten op deze plaats. De Vlaamse Minister had dit onwettig tot stand gekomen sectoraal BPA dan ook niet mogen goedkeuren. (...)"; Overwegende, in zoverre verzoeker de schending aanvoert van artikel 11 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerpgewestplannen en gewestplannen, dat zoals hiervoor reeds vastgesteld het bestreden besluit is gesteund op artikel 14, vijfde lid, van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, ingevoegd bij het decreet van 18 mei 1999, zoals vervangen door artikel 63 van het decreet van 21 november 2003 houdende wijziging van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening en van het decreet betreffende de ruimtelijke ordening, gecoördineerd op 22 oktober 1996, zodat de strijdigheid van het bestreden bijzonder plan van aanleg met de gewestplan-bestemmingsvoorschriften op zich niet tot de onwettigheid van het bestreden besluit leidt; dat, in zoverre de schending van de doelstellingen van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen wordt aangevoerd, uit het enkele feit dat luidens de adviezen van de Afdeling Ruimtelijke Planning en de Afdeling Ruimtelijke Ordening de voetbalterreinen vanuit planologisch oogpunt beter zouden aansluiten bij de dorpskern van Oosterlo of Zammel, met een voorkeur voor Oosterlo, op het eerste gezicht niet kan worden afgeleid dat het bijzonder plan van aanleg niet in overeenstemming zou zijn met de door verzoeker genoemde doelstellingen; dat het middel niet ernstig is; Overwegende dat verzoeker een achtste en een negende middel aanvoert, luidend als volgt : "ACHTSTE MIDDEL Schending van het beginsel van behoorlijk bestuur. Doordat met betrekking tot de uitgekozen locatie geconcludeerd werd in de toelichtingsnota p. 67(...) : 'De ligging centraal binnen de dorpenband Zammel-Oosterlo en tegelijkertijd binnen een aangesneden gebied met kerkhof in zone voor openbaar nut die eigendom is van de stad Geel, zijn belangrijke troeven voor het terrein. Bovendien is er de mogelijkheid tot de clustering met het kerkhof (samengebruik parking, de intrinsieke kwaliteit en het feit dat er slechts een beperkt aantal percelen te verwerven zijn. Er dient voldoende gebufferd te worden naar de X-11.969-9/12 woningen toe, zonder dat er te diep in het landbouwgebied wordt ingedrongen. In die zin vormt (de) achterliggende voet- en fietsweg een natuurlijke grens tussen aangesneden gebied en achtergelegen landbouwgebied, die niet overschreden mag worden.' Op p. 70 van de Toelichtingsnota werd gesteld (...) : 'Locatie 6 is ruimtelijk vergelijkbaar met locatie 2B. In het voordeel van locatie 6 spreekt het feit dat de gronden beter aansluiten bij de historische kern van Oosterlo (onder meer met woonuitbreidingsgebied aan overzijde van de straat). In het voordeel van locatie 2B spreekt dan weer het aangetaste karakter van het gebied door het aanwezige kerkhof en het feit dat een gedeelte van de gronden vandaag reeds bestemd zijn als zone voor openbaar nut, en dus niet moeten afgenomen worden van de landbouwstructuur. Wanneer beide aspecten tegenover elkaar worden afgewogen, wordt op basis van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan Geel de voorkeur gegeven aan het behoud van de onaangetaste open ruimte in locatie 6 en het ontwikkelen van sportfuncties in locatie 2B'. (...) Terwijl de rust op het kerkhof verstoord zal worden door de geluidshinder van het voetbal en terwijl de parking meestal niet samen gebruikt zal kunnen worden door het gelijktijdig plaatsvinden van begrafenissen en voetbalwedstrijden op zaterdag. (...) NEGENDE MIDDEL Schending van het beginsel van behoorlijk bestuur Doordat thans terreinen onteigend worden die in 1970 deel uitmaakten van een ruilverkaveling. Terwijl de ruilverkaveling dd. 1970 plaatsvond teneinde de langbouwgronden nog efficiënter te kunnen gebruiken. De cultuurtechnische werken die de uitvoering van gezegde ruilverkaveling met zich meebrachten kosten veel geld, wat betaald werd door de eigenaars, onder meer verzoeker. (...)"; Overwegende dat het achtste en het negende middel zijn gesteund op opportuniteitskritiek; dat uit de aangevoerde argumenten op het eerste gezicht niet kan worden afgeleid dat de administratieve overheid de haar wettelijk toegekende appreciatiebevoegdheid kennelijk zou hebben overschreden; dat de middelen niet ernstig zijn; Overwegende dat verzoeker een tiende middel aanvoert, luidend als volgt : "TIENDE MIDDEL Schending van de beginselen van behoorlijk bestuur: het zorgvuldigheidsbeginsel Doordat de stad Geel besloot om de site in (te) planten op (e)en bepaalde plaats zonder hiervoor de nodige adviezen van politie en brandweer te hebben ingewonnen. Terwijl men van een normale vooruitziende en zorgvuldige overheid toch mag verwachten dat zij alle mogelijke adviezen inwint alvorens een sectoraal BPA goed te keuren dat de inplanting van 3 voetbalterreinen inplant, in een zone die hiervoor overeenkomstig de gewestplannen absoluut niet bestemd is. (...)"; X-11.969-10/12 Overwegende dat verzoeker het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden acht doordat het advies van de politie en de brandweer niet werden ingewonnen; dat uit de niet betwiste gegevens van de zaak blijkt dat alle wettelijk vereiste adviezen werden ingewonnen en dat een openbaar onderzoek werd gehouden over het ontwerpplan; dat het zorgvuldigheidsbeginsel aldus op het eerste gezicht niet werd geschonden; dat het middel niet ernstig is; Overwegende dat niet is voldaan aan de eerste door artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State opgelegde voorwaarde om de schorsing van de tenuitvoerlegging te kunnen bevelen; dat die vaststelling volstaat om de vordering af te wijzen, BESLUIT: Artikel
- De vordering tot schorsing wordt verworpen. Artikel
- Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. X-11.969-11/12 Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op vijfentwintig mei 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, C. ADAMS, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-11.969-12/12 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.008 Gerelateerde publicatie(s) gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2010:ARR.200.482 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div