id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.034 Rolnummer: A. 153143/XII-4179 Zaak: Arrest 145034 - - 26/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-03 Raadplegingen: 56 - laatst gezien 2026-07-02 15:56 Fiche Arrest nr 145.034 van 26 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.034 van 26 mei 2005 in de zaak A. 153.143/XII-
- In zake : de NV ZIT-IDEE, die woonplaats kiest bij advocaat J. Geerts, kantoor houdende te Bornem, Sint-Amandsesteenweg 76 tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Landsverdediging. tussenkomende partij : de BVBA PEN & PAPER, met zetel te Nazareth, Steenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de NV Zit-Idee op 25 juni 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van : “1/) De beslissing sine dato van het Ministerie van Landsverdediging, Divisie Overheidsopdrachten, sectie nr. 4MD005/04-095856) waarbij de offerte van verzoekster van 26 januari 2004 niet conform werd bevonden voor de toewijzing van de opdracht voor de levering van logementsmeubilair (bestek dd. 25 november 2003); 2/) De beslissing sine dato waarbij aan een ongekende persoon de opdracht werd gegund”; Gelet op het arrest nr. 134.987 van 16 september 2004 waarbij de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen wordt bevolen; Gezien het verzoekschrift tot tussenkomst van 15 oktober 2004; Gelet op de beschikking van 19 november 2004 die de tussenkomst van de BVBA Pen & Paper toelaat; XII-4179-1/3 Gezien de memories van antwoord, van wederantwoord en de “aanvullende memorie” van de tussenkomende partij; Gezien het verslag opgesteld door auditeur L. Vermeire, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 11 maart 2005, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 19 april 2005; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van kamervoorzitter D. Verbiest; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. Geerts, die verschijnt voor de verzoekende partij, en van advocaat I. Martens, die verschijnt voor de tussenkomende partij; Gehoord het eensluidend advies van auditeur L. Vermeire; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de in het geding zijnde opdracht niet is gegund; dat de minister van Landsverdediging bij beslissing van 27 september 2004 immers zijn niet-akkoord met de toewijzing uitdrukte; dat aldus bij brieven van 1 oktober 2004 de verwerende partij aan de betrokken partijen waaronder de verzoekende en de tussenkomende partij, meedeelde dat de toewijzingsbeslissing werd “herzien” en dat werd beslist de opdracht niet toe te wijzen op grond van artikel 18 van de wet van 23 december 1993 betreffende de overheidsopdrachten en sommige opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten, en dat een nieuwe offerte- aanvraagprocedure zou worden gestart met een aangepast bestek; dat bij afwezigheid van annulatieberoepen ertegen, die beslissingen definitief zijn geworden; dat uit hetgeen voorafgaat impliciet maar zeker volgt dat de aangevochten toewijzingsbeslissing aan de tussenkomende partij van 6 juni 2004 is ingetrokken; dat die intrekking de beslissing tot het niet conform bevinden van de offerte van de XII-4179-2/3 verzoekende partij heeft opgeslorpt zodat ook die als ingetrokken moet worden beschouwd; dat de verzoekende partij ter terechtzitting toegeeft dat de vordering geen voorwerp meer heeft; dat aldus de gevraagde nietigverklaring moet worden verworpen; dat het echter past, gelet op de omstandigheden van de zaak, de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van de vordering tot schorsing en van het beroep tot nietigverklaring, bepaald op 350 euro, komen ten laste van de verwerende partij. De kosten van de tussenkomst, bepaald op 125 euro, komen ten laste van de tussenkomende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig mei 2005, door : de H. D. VERBIEST, kamervoorzitter, Mevr. S. DOMS, griffier. De griffier, De voorzitter, S. DOMS. D. VERBIEST. XII-4179-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.034 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.134.987 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.