id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.045 Rolnummer: A. 159457/VII-33542 Zaak: Arrest 145045 - - 26/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-14 Raadplegingen: 59 - laatst gezien 2026-07-02 16:00 Fiche Arrest nr 145.045 van 26 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.045 van 26 mei 2005 in de zaak A. 159.457/VII-33.
- In zake : de n.v. DE GRAEVE TRANSPORT, die woonplaats kiest bij Advocaat J. CANSSE, kantoor houdende te GENT, H. Frère Orbanlaan 151 tegen : de burgemeester van de stad GENT, die woonplaats kiest bij Advocaat H. VAN BURM, kantoor houdende te GENT, Cyriel Buyssestraat
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. DE GRAEVE TRANSPORT op 21 januari 2005 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 23 november 2004 van de burgemeester van de stad Gent houdende de stopzetting van alle vergunningsplichtige activiteiten en de ogenblikkelijke verzegeling van alle vergunningsplichtige toestellen en activiteiten in de exploitatie gelegen in de Merendreesesteenweg 51 te 9031 Gent-Drongen, tot de exploitant over een geldige milieuvergunning beschikt; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST, op grond van artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State; Gelet op de beschikking van 31 maart 2005, houdende bevel tot neerlegging van het verslag en oproeping van de partijen om te verschijnen op 21 april 2005; Gelet op de mededeling van het verslag aan partijen; Gehoord het verslag van Kamervoorzitter M.-R. BRACKE; VII-33.542-1/4 Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. VANDEN ABEELE die, loco Advocaat J. CANSSE verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat B. VANLEE die, loco Advocaat H. VAN BURM verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Overwegende dat de gegevens van de zaak als volgt kunnen worden samengevat : Verzoekende partij baat te Drongen, aan de Merendreese- steenweg nr. 51, een transportbedrijf uit voor nationaal en internationaal vervoer van koel- en diepvrieswaren. Op 12 juli 1990 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een exploitatievergunning voor deze inrichting. De vergunning wordt evenwel slechts verleend voor een termijn van achttien maanden en onder de uitdrukkelijke bepaling dat tegen de eindvervaldag het bedrijf geherlokaliseerd wordt. Na het verstrijken van de voormelde vergunning wordt de exploitatie evenwel verdergezet, en op 28 februari 1992 wordt de autoherstelwerkplaats door de burgemeester van de stad Gent gesloten en wordt de verzegeling bevolen van alle toegangen tot deze werkplaats alsook van alle toestellen dienstig tot de exploitatie. Een verzoek tot ontzegeling wordt niet ingewilligd. In december 2002 stelt de dienst Leefmilieu en Natuurontwikkeling van de stad Gent vast dat er een mazoutverontreiniging is die afkomstig is van het bedrijf van de verzoekende partij. Naar aanleiding van dit schadegeval wordt vastgesteld dat verzoekende partij haar inrichting nog steeds uitbaat. Naar aanleiding van een plaatsbezoek van 30 maart 2004 maakt de dienst Leefmilieu en Natuurontwikkeling van de stad Gent een technisch verslag van vaststellingen op waarin wordt geconcludeerd dat de inrichting klasse 1 milieuver- gunningsplichtig is vanwege de aanwezigheid van drie verdeelslangen. Er wordt proces-verbaal opgemaakt voor de exploitatie zonder milieuvergunning. Met een besluit van 7 april 2004 beveelt de burgemeester van de stad Gent de stopzetting van alle onvergunde vergunningsplichtige activiteiten in de VII-33.542-2/4 exploitatie. De verzoekende partij stelt tegen dit bevel een vordering tot schorsing beroep in bij de Raad van State. De vordering tot schorsing wordt verworpen bij arrest nr. 136.376 van 21 oktober
- Het annulatieberoep wordt, op grond van de bepalingen van artikel 21, tweede lid, van de wetten op de Raad van State, verworpen bij arrest nr. 143.851 van 28 oktober
- Op 18 november 2004 -na de uitspraak van het voormelde schorsingsarrest dus- maakt de Milieudienst van de stad Gent een nieuw proces- verbaal op, waaruit blijkt dat de inrichting nog steeds wordt geëxploiteerd zoals voorheen, met uitzondering van een propaangastank die werd verwijderd. Op 23 november 2004 beveelt de burgemeester de verzegeling van alle vergunningsplichtige toestellen en activiteiten, bij toepassing van artikel 31 van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (milieuvergunningsde- creet) en van artikel 65 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning (Vlarem 1). Dit is de bestreden beslissing; 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij haar belang als volgt omschrijft : “De belangen van verzoekster worden rechtstreeks getroffen door de bestreden beslissing, nu de bestreden beslissing voor gevolg heeft dat zij haar economische en handelsactiviteiten op haar zetel te 9031 GENT-DRONGEN, Merendreesesteenweg 51 niet meer kan uitvoeren”; 2.
- Overwegende dat, zoals reeds gesteld in ‘s Raads arrest nr. 136.376 van 21 oktober 2004, niet wordt betwist dat de inrichting van de verzoeken- de partij een vergunningsplichtige inrichting is en dat zij niet over de vereiste exploitatie- of milieuvergunning beschikt om de inrichting uit te baten; dat artikel 4, § 1, van het milieuvergunningsdecreet bepaalt dat niemand zonder voorafgaande en schriftelijke vergunning een als hinderlijk ingedeelde inrichting die behoort tot de eerste of tweede klasse mag exploiteren of veranderen; dat aldus de verzoekende partij met haar vordering beoogt een onwettige exploitatie verder te zetten; dat -ten overvloede- een gebeurlijke nietigverklaring van de thans bestreden beslissing geen afbreuk zou doen aan de rechtsgeldigheid van het op 7 april 2004 uitgevaardigde stopzettingsbevel, zodat niet valt in te zien welk legitiem voordeel de verzoekende partij -die aldus niets gewijzigd ziet aan het verbod om te onvergund te exploiteren- uit zulk een vernietiging zou kunnen putten; VII-33.542-3/4 2.
- Overwegende dat de verzoekende partij niet over het wettig vereiste belang beschikt, zodat het beroep moet worden verworpen, BESLUIT: Artikel
- Het beroep wordt verworpen. Artikel
- De kosten van het beroep, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig mei tweeduizend en vijf, door : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, A. WIJNANTS. griffier De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-33.542-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.045 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.