← België

Arrest 145049 - - 26/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.049 Rolnummer: A. 78648/VII-16688 Zaak: Arrest 145049 - - 26/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-13 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 16:01 Fiche Arrest nr 145.049 van 26 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.049 van 26 mei 2005 in de zaak A. 78.648/VII-16.

  1. In zake : de n.v. TANKTERMINAL, die woonplaats kiest bij Advocaat M. FAURE, kantoor houdende te ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 210 A tegen : het Vlaamse Gewest, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat E. VAN ACKER, kantoor houdende te GENT, Brugsesteenweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, VIIe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de n.v. TANKTERMINAL op 18 mei 1998 heeft ingediend om de gedeeltelijke nietigverklaring te vorderen van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling van 18 maart 1998 houdende uitspraak over de beroepen aangetekend tegen de beslissing van 22 september 1997 van de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost- Vlaanderen houdende het verlenen van de vergunning aan de verzoekende partij voor het exploiteren van een nieuwe tankreinigingsinstallatie, gelegen aan de John Kennedylaan 30 te Gent; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur P. PROVOOST; Gelet op de beschikking van 24 mei 2004 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan de partijen en gezien de laatste memorie van de verzoekende partij; VII-16.688-1/5 Gelet op de beschikking van 31 maart 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 28 april 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. VANDERMEERSCH die, loco Advocaat M. FAURE, verschijnt voor de verzoekende partij en van Advocaat M. VAN MAELE die, loco Advocaat E. VAN ACKER, verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur P. PROVOOST; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
  3. De gegevens van de zaak 1.
  4. De verzoekende partij exploiteert een bedrijf dat tankwagens reinigt. Op 18 september 1997 verleent de bestendige deputatie van de provincieraad van Oost-Vlaanderen een milieuvergunning voor haar inrichting te Gent, John Kennedylaan
  5. Bij de bijzondere vergunningsvoorwaarden worden normen opgelegd voor het lozen van bedrijfsafvalwater, waarvan de volgende relevant zijn voor dit beroep: parameter vergund ijzer 1,2 mg/liter EOX 0,03 mg/liter aluminium 0,1 mg/liter fluorides 9 mg/liter chlorides 1200 mg/liter PAK 0,0006 mg/liter Voor de niet-nominatief genoemde parameters bedoeld in lijst 2C van bijlage 2 bij Vlarem I wordt in de vergunning als voorwaarde opgelegd dat de concentraties beperkt moeten blijven tot deze opgenomen in het kwaliteitsobjectief van het ontvangende oppervlaktewater, en bij ontstentenis daarvan tot tien maal de detectielimiet. VII-16.688-2/5 1.
  6. De verzoekende partij tekent administratief beroep aan. Ze vraagt de normen te herzien als volgt: parameter vergund gevraagd ijzer 1,2 mg/liter 10 mg/liter EOX 0,03 mg/liter 0,3 mg/liter aluminium 0,1 mg/liter 6 mg/liter fluorides 9 mg/liter 15 mg/liter chlorides 1200 mg/liter 2000 mg/liter PAK 0,0006 mg/liter 0,001 mg/liter Voor de niet-nominatief genoemde parameters bedoeld in lijst 2C wordt een norm gevraagd van 1mg/liter. 1.
  7. Op 18 maart 1998 wordt de bestreden beslissing genomen. Het door de verzoekende partij ingestelde beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard. S voor ijzer, aluminium, fluorides, chlorides, en PAK worden de door de exploitant gevraagde lagere grenswaarden opgelegd; S de norm voor EOX wordt versoepeld tot 0,05 mg/liter (was 0,03 in eerste aanleg; er werd 0,3 gevraagd); S de in eerste aanleg opgelegde norm voor stikstof (N) wordt verstrengd van 60 mg/liter tot 15 mg/liter, en deze voor fosfor (P) van 6 mg/liter tot 2 mg/liter; S er worden voor drie parameters bijzondere voorwaarden opgelegd waar voorheen de sectorale normen golden: voor BVZ geldt de norm van 25 mg/liter, voor CVZ van 125 mg/liter, en voor TOC van 75 mg/liter; S op de vraag van Aquafin tot afkoppeling van de riolering wordt geantwoord dat dit ambtshalve opnieuw zal bekeken worden wanneer de riolering zal worden aangesloten op de RWZI;
  8. De ontvankelijkheid Overwegende dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift het voorwerp van haar beroep uitdrukkelijk als volgt omschrijft: "de bestreden beslissing gedeeltelijk te vernietigen in de mate dat ze strengere parameters bepaalt dan de gevraagde en in de mate dat voor EOX 0,05 mg/l werd opgelegd i.p.v. de gevraagde 0,3 mg/l en bijkomende parameters oplegt m.b.t. o.m. de stoffen stikstof en fosfor, evenals BOD, COD en TOC". dat de verzoekende partij in haar laatste memorie het volgende betoogt: VII-16.688-3/5 "In de eerste plaats is volstrekt duidelijk zowel uit het verzoek tot annulatie- beroep als zeker uit de Memorie van Antwoord dat verzoekende partij een annulatie van het bestreden besluit nastreeft zoals in het verzoek tot annulatiebe- roep nogmaals helder werd gesteld. Voor zover uw Raad derhalve van oordeel zou zijn dat - quod non - een gedeeltelijke annulatie niet mogelijk zou zijn, dient uiteraard, zoals ook werd gesteld, een integrale vernietiging van het bestreden besluit te worden uitgespro- ken. In de tweede plaats meent verzoekende partij dat principieel de rechtsonder- horige uiteraard de mogelijkheid heeft een gedeeltelijke annulatie te vorderen van een administratieve rechtshandeling meer bepaald in zoverre de rechtsonderhori- ge meent dat bepaalde aspecten van een administratieve rechtshandeling nietig zijn. Het bezwaar van de rechtsonderhorige in casu richt zich inderdaad tegen 6 parameters en niet tegen de andere, ten aanzien waarvan de gemelde bezwaren niet bestaan. Er is anders dan de auditeur suggereert, tussen de verschillende parameters geen verband zodat uw Raad perfect zou kunnen beslissen het bestreden besluit alleen te vernietigen wat de 6 gevraagde parameters betreft. Daarna beschikt de administratieve overheid uiteraard nog steeds over alle beleidsvrijheid om ten aanzien van die parameters, binnen de grenzen van de Vlaamse Milieureglementering, emissiegrensvoorwaarden wettig vast te leggen. Aan de beleidsvrijheid van het bestuur wordt, anders dan de auditeur suggereert, dus niet geraakt in geval van een gedeeltelijke vernietiging. Maar nogmaals : verzoekster heeft duidelijk gemaakt een vernietiging van het bestreden besluit na te streven zodat, wanneer de Raad de mening van de auditeur zou delen, ook een annulatie van de integrale beslissing kan worden uitgesproken"; Overwegende dat, in tegenstelling tot wat de verzoekende partij beweert in haar laatste memorie, in het verzoekschrift, zowel in de omschrijving van het voorwerp van het beroep als in het dispositief, wordt gesteld dat de "gedeeltelij- ke" vernietiging van de bestreden beslissing wordt nagestreefd; dat uit de memorie van wederantwoord niet met zekerheid kan worden afgeleid dat de verzoekende partij het voorwerp van haar beroep zou hebben uitgebreid; dat niet zonder meer kan worden aangenomen dat alle parameters op zich staan, zonder onderlinge beïnvloe- ding; dat bijgevolg de overheid bij haar beoordeling van de gevraagde normen een afweging heeft gemaakt waarbij een versoepeling voor één van de parameters enkel toelaatbaar wordt geacht - op technische gronden - wanneer de norm voor een andere parameter wordt behouden of strenger wordt gemaakt; dat, zelfs indien zou komen vast te staan dat er technisch geen probleem is om bepaalde parameters volledig afzonderlijk te beschouwen, het zo blijft dat de vergunningverlenende overheid over een beleidsmarge beschikt, waarbinnen ze kan verkiezen aan de bestrijding van sommige vervuilende stoffen of vervuilende factoren voorrang te geven; dat de verzoekende partij in haar laatste memorie wel beweert maar niet aantoont dat er geen verband zou bestaan tussen de diverse parameters; dat een gedeeltelijke vernietiging, van slechts enkele van de in een milieuvergunning opgelegde emissie- VII-16.688-4/5 grenswaarden, als gevolg heeft dat de rest van de vergunning definitief wordt, waardoor de Raad van State zich zowel technisch als beleidsmatig in de plaats zou stellen van de bevoegde overheid, omdat deze bij de nieuw te nemen beslissing enkel nog zou kunnen oordelen over die parameters waarvoor de grenswaarden werden vernietigd, waarbij nog slechts in beperkte mate alle parameters tegen elkaar kunnen worden afgewogen; dat in de laatste memorie wordt beweerd dat aan de beleidsvrij- heid van de verwerende partij niet wordt geraakt, maar niet wordt toegelicht hoe dit het geval zou zijn; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  9. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  10. De kosten van het beroep, bepaald op 173,53 euro, komen ten laste van verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig mei tweeduizend en vijf, door de VIIe kamer, die was samengesteld uit : Mevr. M.-R. BRACKE, kamervoorzitter, de HH. R. STEVENS, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. M.-R. BRACKE. VII-16.688-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.049 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.