← België

Arrest 145085 - - 26/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 26 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.085 Rolnummer: A. 106888/XIV-5311 Zaak: Arrest 145085 - - 26/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-16 Raadplegingen: 53 - laatst gezien 2026-07-02 16:06 Fiche Arrest nr 145.085 van 26 mei 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.085 van 26 mei 2005 in de zaak A. 106.888/XIV-

  1. In zake : Fai CIMBERTI, zonder gekende woonplaats in België, met als Advocaat: Advocaat K. HANSSEN, kantoor houdende te 3600 GENK , Onderwijslaan 72 bus 11 tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Justitie, woonplaats kiezend bij Advocaat B. DERVEAUX, kantoor houdende te 3078 KORTENBERG, Veldstraat 5 --------------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Fai CIMBERTI, geboren op 10 augustus 1977 en van Joegoslavische nationaliteit, op 7 juni 2001 heeft ingediend om de vernietiging te vorderen van het besluit van Minister van Justitie van 21 mei 2001 tot uitlevering van de verzoekende partij aan de Duitse autoriteiten; Gelet op het arrest nr. 124.133 van 13 oktober 2003 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partij op 24 oktober 2003; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voorzetting van XIV-5311-1/3 de procedure heeft ingediend binnen de daartoe voorzien termijn; Overwegende dat het aangewezen lid van het Auditoraat niet heeft verzocht om de kennisgeving aan de verzoekende partij, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; dat het aangewezen lid van het Auditoraat dit motiveert als volgt: “Er moet worden vastgesteld dat verzoeker verzuimde zijn woonplaatskeuze in België te wijzigen. Het arrest werd correct betekend. Het feit dat verzoeker het arrest niet ontving is enkel te wijten aan zijn eigen handelwijze. De reden en tevens het doel van het artikel dat een woonplaatskeuze vereist, is dat de verzoekende partij in alle omstandigheden op een door haar aangegeven adres in België bereikbaar is voor de betekening van de processtukken. Indien bij gebrek aan gekozen woonplaats, de processtukken niet of niet langer kunnen worden betekend, kan de zaak niet worden afgedaan. In dat geval moet de zaak van de rol worden afgevoerd.” Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 124.133 van 13 oktober 2003 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partij geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging heeft ingediend binnen de termijn van dertig dagen na kennisgeving van het arrest; dat te haren aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, XIV-5311-2/3 BESLUIT: Artikel
  2. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  3. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel, na beraad, uitgesproken in openbare terechtzitting, op zesentwintig mei tweeduizend en vijf, door : de H. D. MOONS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, Mevr. A. DE SMET, griffier. De griffier, De voorzitter, A. DE SMET. D. MOONS. XIV-5311-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.085 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.