← België

Arrest 145089 - - 27/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.089 Rolnummer: A. 53710/X-9497 Zaak: Arrest 145089 - - 27/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-06 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-02 16:06 Fiche Arrest nr 145.089 van 27 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.089 van 27 mei 2005 in de zaak A. 53.710/X-

  1. In zake :
  2. Victor WUYTS (overleden), Rechtsgeding hervat door: a. Elvira STRUYF, b. Joseph WUYTS,
  3. Elvira STRUYF,
  4. Joseph WUYTS,
  5. Frida DE COUVREUR, die woonplaats kiezen bij Advocaat M. DENYS, kantoor houdende te 1000 BRUSSEL, Grotehertstraat 12 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Ph. DE CLERCQ, kantoor houdende te 3000 LEUVEN, Tienesteenweg
  6. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Victor WUYTS, Elvira STRUYF, Joseph WUYTS en Frida DE COUVREUR op 21 september 1993 hebben ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 17 mei 1993 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegen- heden houdende verwerping van hun beroep tegen het uitblijven van de beslissing van de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant over het beroep dat was ingesteld tegen het uitblijven van een beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oud-Heverlee en van de gemachtigde ambtenaar over hun aanvraag tot vergunning voor het verkavelen van een grond gelegen te Oud- Heverlee, kadastraal bekend Sectie B, nrs. 215 b6 en 215 f3; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur D. MAREEN; X-9497-1/5 Gelet op de beschikking van 10 mei 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 16 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 maart 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat G. HAVET die, loco Advocaat Ph. DECLERCQ verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur D. MAREEN; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat uit een uittreksel uit het register van de overlijdensakten van de gemeente Oud-Heverlee blijkt dat Victor WUYTS op 23 februari 1997 is overleden; dat Elvira STRUYF en Joseph WUYTS als zijn rechtsopvolgers met een op 20 april 1999 aan de Raad van State gezonden verzoekschrift het geding hebben hervat; Overwegende dat de verzoekende partijen eigenaar zijn van twee percelen grond gelegen te Oud-Heverlee, Kouterstraat en Haasrodestraat, kadastraal bekend Sectie B, nrs. 215 B6 en 215 F3; dat verzoekende partijen op 9 december 1991 bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oud-Heverlee een verkavelingsaanvraag hebben ingediend strekkende tot het verkavelen van de twee percelen in 45 loten voor residentiële bebouwing; dat het project hiertoe ook de aanleg van nieuwe wegen voorziet; dat deze gronden volgens de bestemmings- voorschriften van het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgesteld gewestplan Leuven zijn bestemd tot woonuitbreidingsgebied; dat ze niet zijn gelegen binnen een door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg; dat van 7 tot 21 januari 1992 een openbaar onderzoek werd gehouden waarbij twee schriftelijke bezwaren werden ingediend; dat de intercommunale Interleuven door de X-9497-2/5 gemeente werd aangesteld om de kwestieuze gronden te verwerven en te bestemmen voor sociale woningbouw en een bejaardencentrum; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Oud-Heverlee op 18 februari 1992 een ongunstig advies heeft verleend; dat het Bestuur Monumenten en Landschappen op 7 maart 1992 een ongunstig advies heeft uitgebracht over de verkavelingsaanvraag omdat ze onvoldoende rekening houdt met de eigenheid van het beschermde dorpsgezicht; dat de gemachtigde ambtenaar op 13 mei 1992 een ongunstig advies heeft uitgebracht; dat het college van burgemeester en schepenen geen beslissing heeft genomen inzake de verkavelingsaanvraag omdat "de indieners in toepassing van de artikelen 54 en 57 van de stedenbouwwet, afschrift van het dossier aan de diensten van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap hebben toegezonden na het verstrijken van de 150 dagen. Enkel de gemachtigde ambtenaar is nu bevoegd om een beslissing te treffen omtrent deze verkavelingsaanvraag"; dat de gemachtigde ambtenaar evenmin een beslissing heeft genomen inzake de verkavelingsaanvraag binnen de wettelijk voorziene termijn zodat de verkavelingsaanvraag geacht wordt geweigerd te zijn; dat de verzoekende partijen op 10 juli 1992 beroep hebben ingesteld bij de bestendige deputatie van de provincieraad van Brabant bij ontstentenis van een beslissing binnen de door de wet voorzien termijn; dat de verzoekende partijen op 9 november 1992 beroep hebben ingesteld bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tegen het uitblijven van een beslissing van de bestendige deputatie; dat de gemeenteraad bij besluit van 30 maart 1993 het voorgestelde tracé van de nieuw aan te leggen wegen niet heeft goedgekeurd; dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden bij het thans bestreden besluit van 17 mei 1993 het beroep van de verzoekende partijen heeft verworpen en de verkavelingsvergunning heeft geweigerd; Overwegende dat in voorkomend geval ambtshalve dient te worden onderzocht of de verzoekende partijen doen blijken van het rechtens vereiste actueel belang; Overwegende dat artikel 133, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening bepaalt wat volgt : "Indien een verkavelingsaanvraag de aanleg van nieuwe verkeerswegen, de tracéwijziging, verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijke verkeerswe- gen omvat en het college van burgemeester en schepenen meent dat de vergunning kan worden verleend, dan neemt de gemeenteraad een besluit over de wegen alvorens het college van burgemeester en schepenen over de vergunningsaanvraag beslist binnen de termijn bepaald in artikel
  7. (...)"; X-9497-3/5 Overwegende dat uit de voormelde bepaling volgt, hetgeen door de verzoekende partijen overigens niet wordt betwist, dat aan de gemeenteraad de uitsluitende bevoegdheid is gegeven om te oordelen over de aanleg van nieuwe wegen, de tracéwijziging en de verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijke wegen; Overwegende dat uit het administratief dossier en de voorgelegde plannen blijkt dat de aanvraag de aanleg van nieuwe wegen impliceert; dat niet wordt betwist dat de gemeenteraad van Oud-Heverlee op 30 maart 1993 bij quasi- unanimiteit heeft beslist "het voorgestelde tracé van de nieuw aan te leggen wegen voorzien in de verkavelingsaanvraag" ingediend door verzoekende partijen niet goed te keuren; dat tegen deze beslissing geen beroep is ingesteld; dat zij definitief is geworden; dat de bevoegde Vlaamse minister in geval van vernietiging van het bestreden besluit, hoe dan ook op grond van het voornoemd artikel 133 verplicht is de gevraagde verkavelingsvergunning opnieuw te weigeren; dat de verzoekende partijen in hun laatste memorie stellen dat de feitelijke omstandigheden zodanig gewijzigd zijn dat het niet uitgesloten is dat de bevoegde minister ingevolge een eventuele vernietiging van het bestreden besluit de gemeenteraad opnieuw doet samenroepen om over de aan te leggen wegen opnieuw een beslissing te nemen; dat, bij gebreke aan uitdrukkelijke decretale bepaling de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening niet bevoegd is om de gemeenteraad te verzoeken zich opnieuw over de zaak van de wegen uit te spreken; dat ambtshalve moet worden vastgesteld dat de verzoekende partijen alleszins niet doen blijken van het rechtens vereiste actueel belang; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: Artikel
  8. Het beroep wordt verworpen. X-9497-4/5 Artikel
  9. De kosten van het beroep, bepaald op 396,64 euro, komen ten laste van de gedinghervattende partijen van de eerste verzoekende partij en van de tweede, derde en vierde verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, E. BREWAEYS, staatsraad, B. SEUTIN, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-9497-5/5 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.089 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.