← België

Arrest 145094 - - 27/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 27 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.094 Rolnummer: A. 55898/X-7048 Zaak: Arrest 145094 - - 27/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-09 Raadplegingen: 63 - laatst gezien 2026-07-02 16:08 Fiche Arrest nr 145.094 van 27 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.094 van 27 mei 2005 in de zaak A. 55.898/X-

  1. In zake : de b.v.b.a. VERVOER AMEELE, die woonplaats kiest bij Advocaat K. BOUVE, kantoor houdende te 8420 DE HAAN, Mezenlaan 9 tegen : het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaten P. VANDECASTEELE en R. BACKAERT, kantoor houdende te 8530 HARELBEKE, Noordstraat
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de b.v.b.a. VERVOER AMEELE op 24 januari 1994 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van het besluit van 16 december 1993 van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden houdende, eensdeels, intrekking van zijn besluit van 9 december 1993 waarbij aan de b.v.b.a. VERVOER AMEELE de bouwvergunning wordt verleend voor de oprichting van een loods te Middelkerke, Zandstraat 78, op een perceel kadastraal bekend Sectie B, nrs. 206 a tot 206 d, en, anderdeels, verwerping van haar beroep tegen de beslissing van 5 augustus 1993 van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen waarbij haar de vergunning wordt geweigerd voor het bouwen van voornoemde loods; Gelet op het arrest nr. 47.044 van 28 april 1994 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur J. HUBREGTSEN; X-7048-1/8 Gelet op de beschikking van 22 november 1996 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 16 februari 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 18 maart 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad J. BOVIN; Gehoord de opmerkingen van Advocaat K. GRAUWELS die, loco Advocaat K. BOUVE verschijnt voor de verzoekende partij, en van Advocaat G. HAVET die, loco Advocaten P. VANDECASTEELE en R. BACKAERT verschijnt voor de verwerende partij; Geho o rd het eensluidend advies van Eerst e Auditeur-afdelingshoofd F. DE BUEL; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Overwegende dat de verzoekende partij op 18 december 1991 een bouwvergunning heeft aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Middelkerke voor het bouwen van een loods op een perceel gelegen te Middelkerke, Zandstraat 78, kadastraal bekend Sectie B, nrs. 206 a tot 206 d; dat voormeld perceel volgens de bestemmingsvoorschriften van het bij koninklijk besluit van 26 januari 1977 vastgesteld gewestplan Oostende-Middenkust voor het grootste deel is gelegen in agrarisch gebied; dat het volgens het bij besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993 betreffende de aanduiding van beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, gevoegde kaartblad "Nieuwpoort 12/5" is gelegen binnen de begrenzing van een als voor het duingebied aangewezen belangrijk landbouwgebied; dat het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 1994 betreffende de definitieve aanwijzing van de beschermde duingebieden en van de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993 uitdrukkelijk heeft opgeheven, maar dat het perceel van de verzoekende partij X-7048-2/8 krachtens het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 1994 andermaal werd opgenomen in voor het duingebied belangrijk landbouwgebied; dat het niet is gelegen binnen een door de Koning -thans de Vlaamse regering- goedgekeurd bijzonder plan van aanleg en evenmin binnen het gebied van een behoorlijk vergunde niet vervallen verkaveling; dat het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Middelkerke bij besluit van 16 juni 1992 de bouwvergunning heeft geweigerd ingevolge het ongunstig advies van de gemachtigde ambtenaar; dat verzoekende partij op 24 maart 1993 een nieuwe bouwaanvraag heeft ingediend; dat de gemachtigde ambtenaar op 10 mei 1993 een ongunstig advies heeft uitgebracht; dat het college van burgemeester en schepenen bij besluit van 1 juni 1993 de gevraagde bouwvergunning heeft geweigerd; dat de verzoekende partij tegen voormelde weigeringsbeslissing beroep heeft ingesteld bij de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen; dat de bestendige deputatie het beroep van verzoekende partij bij besluit van 5 augustus 1993 heeft verworpen; dat de verzoekende partij op 24 augustus 1993 beroep heeft ingesteld bij de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden tegen het voormeld weigeringsbesluit van de bestendige deputatie; dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden het beroep van de verzoekende partij bij besluit van 9 december 1993 heeft ingewilligd en de bouwvergunning heeft verleend; dat de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden zijn besluit van 9 december 1993 bij het thans bestreden besluit van 16 december 1993 heeft ingetrokken en het beroep van de verzoekende partij tegen de weigeringsbeslissing van de bestendige deputatie heeft verworpen; Overwegende dat de verwerende partij een exceptie van ontvankelijkheid opwerpt wegens gebrek aan actueel belang ingevolge de inwerkingtreding van het decreet van 26 januari 1994 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 26 februari 1994; dat het besluit van de Vlaamse minister van Openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden van 9 december 1993 tot stand kwam met manifeste schending van het decreet van 14 juli 1993 en het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993 betreffende aanduiding van beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, dat voor het betrokken gebied een volledig bouwverbod geldt dat van toepassing is op alle vergunningsplichtige activiteiten die onder de toepassing vallen van artikel 44, § 1, van de wet van 29 maart 1962 houdende organisatie van X-7048-3/8 de ruimtelijke ordening, met uitzondering van landbouwexploitaties, dat het bedrijf van de verzoekende partij door haar als een vervoersonderneming wordt omschreven waardoor ook voor haar een volledig bouwverbod geldt, dat verzoekende partij ten onrechte stelt dat de bouwvergunning die haar werd toegekend niet kan worden aangetast door de bepalingen van het duinendecreet van 14 juli 1993, dat in zoverre de verzoekende partij de snelle evolutie van de wetgeving met betrekking tot het bodemgebruik aanwijst als oorzaak van de onmogelijkheid om over te gaan tot de reorganisatie van het bedrijf, zij zelf te kennen geeft dat de weigering van de bouwvergunning voortvloeit uit de wettelijke beschikkingen; Overwegende dat de verzoekende partij repliceert dat het bouwverbod zoals dit wordt opgelegd door het bestreden ministerieel weigeringsbesluit nog verre van vaststaand is doordat de krachtens het duinendecreet door een bouwverbod getroffen gebieden nog definitief moeten worden vastgelegd, na openbaar onderzoek, bij door de Vlaamse Raad te bekrachtigen besluit vóór eind 1994, dat zij dan ook belang heeft bij het beroep tot nietigverklaring tegen de bouwweigering, dat zij op 28 februari 1994 en op 24 augustus 1994 beroepen tot nietigverklaring bij het Arbitragehof heeft ingediend tegen de decreten van 14 juli 1994 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen en van 26 januari 1994 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993 betreffende de aanduiding van beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, en dat zij bezwaar heeft ingediend tegen de aanduiding als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied in het kader van het gehouden openbaar onderzoek; Overwegende dat de verzoekende partij in haar laatste memorie stelt dat zij wel degelijk belang heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing gezien de decretale bekrachtiging van de aanduiding van haar percelen als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied geen gevolgen heeft voor het voorwerp van de procedure voor de Raad van State, dat zij benadrukt dat zij een besluit aanvecht dat een verleende bouwvergunning intrekt, dat indien het intrekkingsbesluit door de Raad wordt vernietigd zij gebruik kan maken van de bouwvergunning die haar werd verleend bij ministerieel besluit van 9 december 1993, dat in casu dient te worden vastgesteld dat de minister door eigen nalatigheid een bouwvergunning heeft afgegeven, dat de nalatigheid erin bestond dat niet werd nagegaan of de grond krachtens het duinendecreet niet was getroffen door een bouwverbod, dat zij conform de rechtspraak onmogelijk het slachtoffer kan worden X-7048-4/8 van dit verzuim van bestuurswege, dat een vergunning individuele rechten verleent, dat de intrekking bijgevolg nietig is; dat zij voorts wijst op artikel 54 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud waarbij een mogelijkheid van schadevergoeding wordt voorzien voor eigenaars van percelen die zijn getroffen door het bouwverbod volgend uit het duinendecreet, dat artikel 54, § 2, van voormelde wet, zoals gewijzigd door het decreet van 29 november 1995 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 1995 betreffende de definitieve aanwijzing van de beschermde duingebieden en van de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, voorziet dat de eigenaar zijn vordering daartoe moet indienen bij de Vlaamse regering, dat artikel 54, § 6, van voormelde wet bepaalt dat de Vlaamse regering voor het vastleggen van de verdere procedure en de modaliteiten nog uitvoeringsmaatregelen zal treffen, dat die inmiddels zijn genomen, dat artikel 54, § 7, van voormelde wet evenwel bepaalt dat door de regering aan de verplichting tot schadevergoeding kan worden voldaan door het opheffen van het bouwverbod, dat het in casu niet uitgesloten is dat zij een dergelijke vordering tot schadevergoeding zal indienen bij de Vlaamse regering en dat de Vlaamse regering op dat ogenblik kan verkiezen haar gronden uit het beschermde gebied te lichten en aldus het bouwverbod op te heffen eerder dan de gevraagde vergoeding te betalen; Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie stelt dat het intrekkingsbesluit werd vastgesteld met naleving van de algemeen aanvaarde leer over de intrekking van onregelmatige constitutieve beschikkingen, dat het intrekkingsbesluit is gesteund op de schending van een decretaal voorschrift en dat het werd vastgesteld binnen de termijn voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring van het ingetrokken besluit; Overwegende dat het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 augustus 1993, aan de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud een "hoofdstuk IX - Specifieke bepalingen voor de maritieme duinstreek", bestaande uit de artikelen 51 tot 57, heeft toegevoegd; dat luidens artikel 52, § 1, de Vlaamse regering delen van de maritieme duinstreek als beschermd duingebied of als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied kan aanduiden; dat ter uitvoering van deze decretale bepaling het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993 betreffende de aanduiding van beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden werd vastgesteld; dat, luidens de genoemde bepaling, de bedoelde aanduiding een volledig bouwverbod inhoudt ongeacht de bestemming X-7048-5/8 bepaald in de plannen van aanleg of de verkavelingsvergunningen; dat artikel 52, § 3, de Vlaamse Regering opdraagt de besluiten tot aanduiding van de gebieden binnen drie maanden ter bekrachtiging aan de Vlaamse Raad voor te leggen; dat het artikel voorts bepaalt dat de bedoelde besluiten van rechtswege vervallen indien zij niet binnen zes maanden zijn bekrachtigd; Overwegende dat het decreet van 26 januari 1994 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993 betreffende de aanduiding van beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993 betreffende de aanduiding van beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, met uitwerking op 17 september 1993, datum van zijn inwerkingtreding, heeft bekrachtigd; dat luidens artikel 2 van voormeld decreet deze bekrachtiging geldt tot 31 december 1994; dat artikel 3 bepaalt : "Art.
  3. Na het openbaar onderzoek brengt de Vlaamse regering verslag uit aan de Vlaamse Raad. De Vlaamse regering duidt in toepassing van artikel 52 van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud, zoals gewijzigd door het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen, de definitief beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden aan en legt het besluit ter bekrachtiging aan de Vlaamse Raad voor. Dit besluit vervalt indien het op 31 december 1994 niet is bekrachtigd. Deze termijn wordt met zes maanden verlengd als de Vlaamse Raad voor deze datum wordt ontbonden."; Overwegende dat de betrokken grond andermaal in beschermd duingebied werd opgenomen krachtens het besluit van 16 november 1994 betreffende de definitieve aanwijzing van de beschermde duingebieden en van de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden; dat laatstvermeld besluit werd bekrachtigd bij het decreet van 21 december 1994 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse regering van 16 november 1994 betreffende de definitieve aanwijzing van de beschermde duingebieden en van de voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, en houdende wijziging van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud; dat dit decreet in zijn artikel 6 het besluit van de Vlaamse regering van 13 september 1993 uitdrukkelijk heeft opgeheven; dat de door de verzoekende partij ingestelde beroepen bij het Arbitragehof tot nietigverklaring van voormelde decreten van 14 juli 1994 en van 26 januari 1994 werden verworpen bij arrest nr. 41/95 van 6 juni 1995 (Belgisch Staatsblad van 1 juli 1995); dat een onder meer door de verzoekende partij ingesteld beroep bij het Arbitragehof tot nietigverklaring van het decreet van 21 december 1994 werd verworpen bij arrest nr. 24/96 van 27 maart X-7048-6/8 1996; dat de aanwijzing van de eigendom van verzoekende partij als voor het duingebied belangrijk landbouwgebied bijgevolg definitief kracht van wet heeft verworven ingevolge het decreet van 21 december 1994 van de Vlaamse Raad; Overwegende dat de verzoekende partij stelt dat de decretale bekrachtiging van de aanduiding van haar percelen als voor duingebied belangrijk landbouwgebied geen gevolgen heeft daar de intrekking van het besluit van 9 december 1993 van de Vlaamse minister van openbare Werken, Ruimtelijke Ordening en Binnenlandse Aangelegenheden nietig is doordat de verleende bouwvergunning rechten heeft doen ontstaan voor diegene die ze verkrijgt en dat deze vergunning nadien niet meer kan worden ingetrokken omdat ze bij vergissing en dus onregelmatig is verleend; Overwegende dat de beslissing waarbij de overheid een bouwvergunning verleent een individuele rechtshandeling is welke rechten doet ontstaan; dat dergelijke individuele constitutieve rechtshandeling, nadat zij ter kennis is gebracht van de betrokkene, binnen de termijn om een beroep tot nietigverklaring in te stellen, kan worden ingetrokken door de overheid die ze heeft gesteld onder meer wegens onrechtmatigheid ervan; dat het besluit van 9 december 1993 waarbij de bouwvergunning werd verleend op 16 december 1993 werd ingetrokken, dus binnen de door artikel 4 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State, bepaalde termijn van zestig dagen voor het instellen van een beroep tot nietigverklaring en dat het intrekkingsbesluit bovendien is gesteund op de strijdigheid van het ingetrokken besluit met de bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 15 september 1993 betreffende de aanduiding van beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden; dat dit door de verzoekende partij overigens niet wordt betwist; dat de bevoegde Vlaamse minister wettig kon beslissen zijn besluit van 9 december 1993 in te trekken; dat uit wat voorafgaat volgt dat op het perceel van verzoekende partij een algemeen bouwverbod geldt en dat de bouwaanvraag aldus niet voor vergunning vatbaar is; dat het bedoeld verbod niet het gevolg is van de bestreden beslissing; dat de verzoekende partij niet doet blijken van het rechtens vereiste actueel belang bij de gevorderde nietigverklaring; dat het beroep niet ontvankelijk is, BESLUIT: X-7048-7/8 Artikel
  4. Het beroep wordt verworpen. Artikel
  5. De kosten van het beroep, bepaald op 99,16 euro, komen ten laste van de verzoekende partij. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op zevenentwintig mei 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B. SEUTIN, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-7048-8/8 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.094 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.