id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 30 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.129 Rolnummer: A. 77310/IX-965 Zaak: Arrest 145129 - - 30/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-15 Raadplegingen: 72 - laatst gezien 2026-07-02 16:33 Versie(s): Vertaling FR Vertaling samenvatting(en) DE Fiche Arrest nr 145.129 van 30 mei 2005 - Beslissing : heropening debatten prejudiciële vraag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.129 van 30 mei 2005 in de zaak A. 77.310/IX-
- In zake : Jan DE BLAUWE, die woonplaats kiest bij advocaat P. BUYCK, kantoor houdende te ANTWERPEN, Lombardenvest 22 tegen : het Belgisch Instituut voor Normalisatie, dat woonplaats kiest bij advocaat bij het Hof van Cassatie A. HOUTEKIER, kantoor houdende te MECHELEN , Battelsesteenweg
- --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, IXe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat Jan DE BLAUWE op 29 januari 1998 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de Raad van Bestuur van het Belgisch Instituut voor Normalisatie van 2 december 1997 waarbij de heer Jean WUSTENBERGHS wordt bevorderd tot industrieel ingenieur- directeur met ranginneming op 1 januari 1998; Gelet op het arrest nr. 72.
- van 2 april 1998 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit wordt verworpen; Gezien het verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend op 26 mei 1998 door Jan DE BLAUWE; IX-965-1/11 Gezien de regelmatig gewisselde memories van antwoord en van wederantwoord; Gezien het verslag opgemaakt door eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op de beschikking van 19 september 2000 die de neerlegging ter griffie van het verslag en van het dossier gelast; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen en gezien de regelmatig gewisselde laatste memories; Gelet op de beschikking van 13 april 2005 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 9 mei 2005; Gehoord het verslag van staatsraad L. HELLIN; Gehoord de opmerkingen van advocaat J. CALLEBAUT, die loco advocaat P. BUYCK verschijnt voor verzoeker, en van advocaat T. DECOSTER, die loco advocaat bij het Hof van Cassatie A. HOUTEKIER verschijnt voor de verwerende partij; Gehoord het advies van eerste auditeur M. LEFEVER; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
- Over de gegevens van de zaak. 1.
- Verzoeker is eerstaanwezend ingenieur bij het Belgisch Instituut voor Normalisatie (hierna : BIN). Hij behoort tot de Nederlandse taalrol. IX-965-2/11 1.
- Bij dienstnota van 24 juni 1997, aangevuld op 20 augustus 1997, worden de kandidaturen opgevraagd voor een vacante betrekking van industrieel ingenieur-directeur of van adviseur. Drie ambtenaren stellen zich kandidaat waaronder verzoeker en Jean WUSTENBERGHS. 1.
- Op 19 september 1997 beslist het Bestuurscomité van het BIN, op grond van het advies van de directieraad, om Jean WUSTENBERGHS voor bevordering voor te stellen omdat de betrekking toegewezen moet worden aan een Franstalige kandidaat en Jean WUSTENBERGHS de enige kandidaat is die voldoet aan al de voorwaarden en meer bepaald aan de taalvereisten. Het beslist tevens dat eventuele bezwaren van andere kandidaten zullen worden onderzocht door een evaluatiegroep waarvan het de samenstelling bepaalt. Deze beslissing en de motieven ervan worden in een nota van 30 september 1997 meegedeeld aan de kandidaten. 1.
- Verzoeker reageert daarop in een nota van 9 oktober
- Zijn reactie bevat een betwisting over de 50/50 taalopsplitsing die wordt gehanteerd voor de tweede taaltrap. 1.
- Hij wordt op 7 november 1997 gehoord door de evaluatiegroep die daarvan op 2 december 1997 verslag uitbrengt aan de Raad van Bestuur van het BIN. 1.
- Op 2 december 1997 benoemt de Raad van Bestuur Jean WUSTENBERGHS tot industrieel ingenieur-directeur. Dit is de bestreden beslissing. 1.
- Deze benoeming vindt plaats op basis van het taalkader zoals dit is vastgesteld bij het koninklijk besluit van 8 augustus
- Dit taalkader voorziet in de volgende verhouding tussen de taalrollen : IX-965-3/11 Trappen van de organiek F N hiërarchie kader ------------------- ----------- --- --- 1 2 1 1 2 4 2 2 3 7 3 4 4 3 2 1 5 10 5 5 6 16 8 8 7 - - - Verzoeker bevindt zich als eerstaanwezend ingenieur (rang 10) op de derde taaltrap. De graden van industrieel ingenieur-directeur en van adviseur situeren zich, als graden van rang 13, op de tweede taaltrap;
- Over de gegrondheid van de vordering. 2.
- Overwegende dat verzoeker als enig middel de schending aanvoert van de artikelen 43, § 3, en 43, § 5, van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken en van artikel 10 van de Grondwet; dat hij betoogt dat het taalkader op basis waarvan de benoeming werd verricht strijdig is met het genoemde artikel 43, § 3, en het in toepassing van artikel 159 van de Grondwet buiten toepassing moet worden gelaten, zodat de bestreden benoeming genomen is zonder dat er een geldig taalkader was, wat strijdig is met de bepalingen van voornoemd artikel 43, § 5; dat hij hierbij uiteenzet dat de hoofdactiviteit van het BIN bestaat uit het opstellen en verspreiden van normen die voor het overgrote deel van vreemde oorsprong zijn; dat die normen oorspronkelijk in het Frans of het Engels zijn opgesteld en een vertaling vereisen in het Nederlands; dat daarbij veel meer vertaald moet worden naar het Nederlands dan naar het Frans; dat ook de ingenieurs zich met die vertalingen moeten bezighouden; dat dit vertaalprobleem de personeelsbehoeften IX-965-4/11 in aanzienlijke mate beïnvloedt en dat er geen rekening mee gehouden is bij het opstellen van het taalkader; dat bijgevolg de 50/50 verdeling voor de taken van studie en conceptie, die in het taalkaders werd vertaald, niet in overeenstemming is met de behoeften van de dienst; dat ook de verhouding 40,8N/59,2F voor de technische diensten niet in overeenstemming is met de werkelijke werklast en dat, steeds volgens verzoeker, de werklast in de technische diensten vanuit taalstandpunt neutraal is zodat daarvoor een 50/50 verdeling aangewezen is; dat ook in de verkoop de aangehouden verhouding 56,7N/43,3F niet in overeenstemming is met de verhouding tussen de vraag naar Nederlandstalige en die naar Franstalige publicaties; dat uit dit alles volgt dat de bestreden benoeming niet alleen is gesteund op een onwettig taalkader maar eveneens een schending uitmaakt van de gelijkheidsregel vervat in artikel 10 van de Grondwet omdat het onderscheid dat wordt gemaakt tussen een Franstalige die wel in aanmerking wordt genomen, en een Nederlandstalige, die niet in aanmerking kwam, niet is gesteund op een wettig onderscheid dat relevant is bij de vergelijking van de kandidaturen; dat de taalgroep waartoe een ambtenaar behoort of zijn taalkennis een zinvol criterium van onderscheid kan zijn maar dan alleen als het gehanteerd wordt zoals de wet het wil, namelijk gesteund op de behoeften van de dienst, en niet indien de overheid een betrekking toewijst aan een ambtenaar zonder rekening te houden met de noodwendigheden van de dienst maar enkel omdat hij tot een bepaalde taalgroep behoort; dat hij hierbij verwijst naar ‘s Raads arrest nr. 35.969 van 11 december 1990; dat ook de wettelijke verplichting om voor de tweede taaltrap de 50/50 regel aan te houden zelf artikel 10 van de Grondwet schendt aangezien de regel dat een gelijk aantal functies voor Franstaligen en voor Nederlandstaligen moeten worden voorbehouden, niet berust op een objectieve en redelijke grond en als middel niet in evenredigheid is met het nagestreefde doel omdat zij een abstract benoembaar-heidscriterium invoert dat niet in overeenstemming is met de bekwaamheid en de geschiktheid van de kandidaten, dat in geen enkele verhouding hoeft te staan tot het aantal kandidaten van de Nederlandse en de Franse taalrol en dat derhalve discriminerend is voor die ambtenaren die tot de “verkeerde” taalrol behoren, alhoewel zij wellicht op alle gebieden de geschiktste kandidaat zijn; dat in ieder geval het criterium statistisch gezien aanzienlijk ongunstiger is voor Nederlandstalige ambtenaren nu er gewoon meer Nederlandstaligen zijn in België IX-965-5/11 terwijl er nochtans evenveel directiefuncties worden toegekend aan de Franstalige ambtenaren; dat de ambtenaren van de ondervertegenwoordigde groep bovendien op iedere taaltrap meer te presteren werk krijgen en de ene trap daarin de andere beïnvloedt; dat daardoor ook de burgers gediscrimineerd worden aangezien geen rekening wordt gehouden met de vraag of de aldus naar taalrol samengestelde directiefuncties het mogelijk maken de Nederlandstalige en de Franstalige burgers op gelijke wijze te bedienen; dat verzoeker van oordeel is dat daarover een prejudiciële vraag aan het Arbitragehof moet worden gesteld die hij als volgt formuleert : “Schendt artikel 43, § 3 van de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken artikel 10 van de Grondwet doordat het voor functies van directeur af en daarboven een gelijke toewijzing aan beide taalkaders oplegt waardoor de bevorderingskansen van ambtenaren die tot het verkeerde taalkader behoren beperkt of uitgeschakeld worden, wat statistisch bijna altijd in het nadeel van de Nederlandstalige ambtenaren en kandidaten zal uitvallen en waarbij bovendien de burgers, gebruikers van de openbare dienst, en met name de Nederlandstalige gebruikers van de diensten aangeboden door het Belgisch Instituut voor Normalisatie, minder mogelijkheid krijgen om de voor hen belangrijke normen in hun taal - het Nederlands - te verkrijgen?”; 2.
- Overwegende dat de verwerende partij daarop antwoordt dat krachtens artikel 43,§ 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op het taalgebruik in bestuurszaken de betrekkingen vanaf de rang van directeur in gelijke mate worden toegewezen aan de beide kaders; dat het taalkader van 8 augustus 1997 hiermee in overeenstemming is; dat verzoeker ten onrechte de grondwettigheid van deze bepaling betwist omdat het principiële belang van de verdeling bij helften in de centrale administraties voor de betrekkingen vanaf directeur en hoger ook blijkt uit de parlementaire voorbereiding van de wet van 2 augustus 1963 op het gebruik der talen in bestuurszaken en dat de grondwettigheid van de wet niet door de Raad van State kan worden gecontroleerd; dat, in ondergeschikte orde, de verdeling 50/50 van het personeel van het BIN op de tweede trap overeenkomt met een juiste appreciatie van het werkvolume dat in elk van beide landstalen wordt uitgevoerd en dat dit blijkt uit de volgende gegevens: het BIN onderhoudt contacten met de werkende leden van het Instituut, de Europese en de Internationale organisaties van normalisatie, er zijn 335 leden en met 192 van hen gebeurt de briefwisseling in het Frans, met 143 in het IX-965-6/11 Nederlands; de contacten met de buitengewone leden
(2184)gebeuren in het Frans
(957)of in het Nederlands
(1227); van de 4735 gemandateerde deskundigen waarop het BIN een beroep doet zijn er 2415 Nederlandstalig en 2319 Franstalig; dat ook de andere activiteitsdomeinen een 50/50 verdeling aangeven; dat hieruit blijkt dat de 50/50 verdeling der betrekkingen gerechtvaardigd is; dat verzoeker ten onrechte gewag maakt van het vertaalwerk omdat vertaalwerk de taalverdeling niet kan beïnvloeden aangezien omdat het voor ambtenaren van zijn rang en hoger niet de bijzonderste activiteit is zoals blijkt uit de opgave van verzoekers opdrachten zoals vermeld op zijn evaluatierooster; dat voor de industrieel ingenieur-directeur de belangrijkste taak bestaat in de coördinatie van de opvolging der werkzaamheden; dat hoewel het BIN belang hecht aan het vertalen van de internationale en Europese normen het toch als beleidslijn heeft aangenomen dat in de eerste plaats de Europese en internationale werkzaamheden moeten worden opgevolgd en dat de resultaten moeten geregistreerd worden; dat de Europese normen uitsluitend in het Frans, het Engels en het Duits bestaan en dat het onmogelijk is ze allemaal te vertalen in het Nederlands daar het jaarlijks om ongeveer 100.000 bladzijden gaat, zodat alleen de belangrijke Europese normen in het Nederlands worden vertaald; 2.
- Overwegende dat verzoeker in zijn memorie van wederantwoord de door de verwerende partij aangevoerde cijfergegevens met betrekking tot de werking van het BIN betwist; dat hij verwijst naar het feit dat de buitenlandse correspondenten voor het grootste deel als Franstalig worden voorgesteld terwijl ze overwegend het Engels gebruiken in hun contacten met het BIN; dat de afwezigheid van Nederlandstalige teksten het resultaat van de telling inzake briefwisseling volgens hem beïnvloedt: hoe minder Nederlandstalige teksten er ter beschikking zijn, hoe minder vragen in het Nederlands er zullen zijn; dat een steekproefsgewijze controle van de verkoop van de normen die wel in beide landstalen beschikbaar zijn uitwijst dat er meer Nederlandstalige dan Franstalige worden besteld wat volgens verzoeker overeenkomt met de verhouding tussen bevolking en economische activiteit tussen de landsgedeelten; IX-965-7/11 2.
- Overwegende dat de verwerende partij in haar laatste memorie onderstreept dat in haar betrekkingen met de internationale en Europese normalisatieinstellingen gebruik wordt gemaakt van de werktaal van die instellingen en dat die het Engels of het Frans is en dat de briefwisseling die van de directie en van de ambtenaren van minstens rang 13 uitgaat meestal in het Engels wordt gevoerd, doch dat dit niet wordt in rekening gebracht om de werklast tussen Franstaligen en Nederlandstaligen te bepalen; dat in technische comités gekozen werd voor het Frans als werktaal omdat voor een computergestuurd verzendings-systeem werd geopteerd voor het Frans omdat het Nederlands geen werktaal is van die comités; dat aangezien verzoeker niet aantoont dat de vacante betrekking waarin Jean WUSTENBERGHS werd benoemd aan het Nederlandstalig kader moest toegekend worden, er geen aanleiding is om een prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitragehof; 2.
- Overwegende dat verzoeker in zijn laatste memorie zijn verzoek om een prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitragehof, handhaaft; 2.
- Overwegende dat artikel 43, §3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken als volgt luidt : “De Koning bepaalt voor iedere centrale dienst het aantal betrekkingen dat aan het Nederlands en aan het Frans kader dient toegewezen met inachtneming, op alle trappen van de hiërarchie, van het wezenlijk belang dat de Nederlandse en Franse taalgebieden respectievelijk voor iedere dienst vertegenwoordigen. Nochtans van de rang van directeur af en daarboven, worden de betrekkingen, op alle trappen van de hiërarchie, in gelijke mate toegewezen aan de beide kaders”. en artikel 43, §3, zesde lid : “Na raadpleging van dezelfde Commissie, kan de Koning, bij een in Ministerraad overlegd en met redenen omkleed besluit, van de regel van de gelijkheid tussen de directiebetrekkingen afwijken ten behoeve van de centrale diensten waarvan de attributen of de werkzaamheden de Nederlandse en Franse taalgebieden in ongelijke mate betreffen.”; IX-965-8/11 dat hieruit blijkt dat voor de directiebetrekkingen de gelijke taalverdeling de regel is en dat er enkel kan van worden afgeweken indien om een fundamentele disproportie van het werkvolume dat op elk der taalgebieden betrekking heeft wordt vastgesteld; dat aangezien de bestreden beslissing een benoeming is in een graad van rang 13 behorend tot trap 2 van de taalhiërarchie de onwettigheid van het taalkader alleen dan tot vernietiging kan leiden indien het in zijn tweede trap onregelmatig is; dat de regel van gelijke verdeling in de centrale diensten en in de uitvoeringsdiensten wier zetel gevestigd is in Brussel-Hoofdstad en waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt, voor de betrekkingen van de trappen 1 en 2 luidens de parlementaire besprekingen tot doel had de minorisering van de Franstaligen te voorkomen; dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen de wetgever toestaat dat van die regel wordt afgeweken, met name wanneer de attributen of de werkzaamheden van de dienst de Nederlandse of Franse taalgebieden in ongelijke mate betreffen; dat uit de parlementaire discussie blijkt dat men daarbij diensten op het oog had zoals het Bestuur van het Zeewezen en het Bestuur van Waters en Bossen, waarvan de werkkring weliswaar het ganse land omvat maar waarvan het zwaartepunt uit de aard van hun opdracht voornamelijk in één taalgebied is gesitueerd; dat het bijgevolg alleen het geval kan zijn bij een wezenlijke disproportie van het werkvolume dat op elk der taalgebieden betrekking heeft; dat het taalkader vastgelegd in het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 houdende vaststelling van de taalkaders van het Belgisch Instituut voor Normalisatie steunt op het advies nr. 28.017 van 5 september 1996 van de Vaste Commissie voor Taaltoezicht; dat in weerwil van verzoekers bewering als zou die commissie zich gebaseerd hebben op onjuiste gegevens hij evenwel die bewering niet hard vermag te maken; dat de Raad van State met betrekking tot verzoekers argumentatie over het vertaalwerk, ook geen wezenlijke disproportie waarneemt van het werkvolume dat op elk der taalgebieden rust; dat er bijgevolg niet is aangetoond dat in het voornoemd koninklijk besluit van 8 augustus 1997 houdende vaststelling van de taalkaders van het Belgisch Instituut voor Normalisatie, ten onrechte toepassing is gemaakt van de regel van gelijke verdeling van de directiebetrekkingen van trap 2, zoals voorgeschreven bij artikel 43, §3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken; IX-965-9/11 2.
- Overwegende dat verzoeker alsdan de Raad van State verzoekt een prejudiciële vraag te stellen aan het Arbitragehof over het al dan niet in overeenstemming zijn van de regel, vervat in artikel 43, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten van 18 juli 1966 op het gebruik der talen in bestuurszaken, die de betrekkingen van directeur en daarboven op alle trappen van de hiërarchie in gelijke mate moeten toewijzen aan de beide kaders, met de gelijkheidsregel vervat in artikel 10 van de Grondwet; dat aangezien de oplossing van de vraag naar de grondwettigheid van het genoemde artikel de wettigheid van het toegepaste taalkader bepaalt en derhalve het lot van het onderhavig vernietigingsberoep bepaalt, de vraag moet worden gesteld, BESLUIT: Artikel
- De debatten worden heropend. Artikel
- Aan het Arbitragehof wordt de volgende prejudiciële vraag gesteld : “Schendt artikel 43, § 3, van de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken artikel 10 van de Grondwet doordat het voor functies van directeur en hoger een gelijke toewijzing aan beide taalkaders oplegt, ook wanneer het werkvolume dat op elk der taalgebieden betrekking heeft een onevenwicht vertoont waardoor de burgers, gebruikers van de openbare dienst, die behoren tot het taalgebied waarop het grootste deel van het werkvolume betrekking heeft, benadeeld zijn ten overstaan van deze die behoren tot het andere taalgebied omdat zij minder mogelijkheden krijgen om in hun taal te worden bediend en de ambtenaren die behoren tot de met het eerstgenoemde taalgebied overeenstemmende taalrol minder bevorderingskansen hebben tot de IX-965-10/11 directiebetrekkingen dan hun collega’s die behoren tot de taalrol die overeenstemt met het andere taalgebied? ” Artikel
- De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten wordt uitgesteld. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op dertig mei 2000 en vijf, door de IXe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. DE BRABANDERE, kamervoorzitter, L. HELLIN, staatsraad, A. VANDENDRIESSCHE, staatsraad, Mevr. V. WAUTERS, griffier. De griffier, De voorzitter, V. WAUTERS. J. DE BRABANDERE. IX-965-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.129 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:1998:ARR.72.962 gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2007:ARR.167.206 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div