← België

Arrest 145183 - - 31/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.183 Rolnummer: A. 155611/X-12050 Zaak: Arrest 145183 - - 31/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-03 Raadplegingen: 65 - laatst gezien 2026-07-02 16:26 Fiche Arrest nr 145.183 van 31 mei 2005 - Beslissing : Verwerping Inwilliging tussenkomst bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.183 van 31 mei 2005 in de zaak A. 155.611/X-12.050. In zake : de v.z.w. BETER BRUGGESTRAAT, die woonplaats kiest bij Advocaat S. SERGEANT, kantoor houdende te 8000 BRUGGE, Zwijnstraat 3 tegen : 1. het Vlaamse Gewest, dat woonplaats kiest bij Advocaat Y. FRANÇOIS, kantoor houdende te 8790 WAREGEM, Eertbruggestraat 10, 2. de gemeente RUISELEDE, die woonplaats kiest bij Advocaat G. ALLIET, kantoor houdende te 8755 RUISELEDE, Bruggestraat 22. tussenkomende partijen : 1. de n.v. EXPORTSLACHTHUIS G. DE COSTER, 2. de b.v.b.a. VANEENOOGHE, 3. de b.v.b.a. Bernard LANGERAET, die woonplaats kiezen bij Advocaten I. LARMUSEAU, P. DE SMEDT en B. ROELANDTS, kantoor houdende te 9000 GENT, Visserij 157. --------------------------------------------------------------------------------------------------- D E R A A D V A N S T A T E, Xe K A M E R, Gezien het verzoekschrift dat de v.z.w. BETER BRUGGE- STRAAT op 14 september 2004 heeft ingediend om de schorsing van de tenuitvoer- legging te vorderen van het besluit van 21 juni 2004 van de Vlaamse minister van Financiën en Begroting, Ruimtelijke Ordening, Wetenschappen en Technologische Innovatie houdende goedkeuring van het bijzonder plan van aanleg "Bruggestraat" van de gemeente Ruiselede, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 16 juli 2004; Gezien de nota's van de verwerende partijen; X-12.050-1/6 Gezien het verslag opgemaakt door Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen; Gelet op de beschikking van 14 maart 2005 waarbij de terechtzit- ting bepaald wordt op 22 april 2005; Gehoord het verslag van Staatsraad E. BREWAEYS; Gehoord de opmerkingen van Advocaat S. SERGEANT, die verschijnt voor de verzoekende partij, van Advocaat Y. FRANÇOIS, die verschijnt voor de eerste verwerende partij, van Advocaat G. ALLIET, die verschijnt voor de tweede verwerende partij, en van Advocaat B. ROELANDTS, die verschijnt voor de tussenkomende partijen; Gehoord het eensluidend advies van Auditeur Ch. BAMPS; Gelet op de artikelen 17 en 18 en titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op het bij artikel 90, § 3, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State vereiste advies van de Auditeur-generaal; Overwegende dat de n.v. EXPORTSLACHTHUIS G. DE COSTER met een verzoekschrift van 26 oktober 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de b.v.b.a. VANEENOOGHE met een verzoekschrift van 26 oktober 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; Overwegende dat de b.v.b.a. Bernard LANGERAET met een verzoekschrift van 26 oktober 2004 heeft gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen; dat er grond is om het verzoek in te willigen; X-12.050-2/6 I. De feiten Door de gemeente Ruiselede werd opdracht gegeven een BPA "Bruggestraat" op te maken. Krachtens het gewestplan Roeselare-Tielt, vastgesteld bij koninklijk besluit van 17 december 1979, omvat het betrokken gebied een woong- ebied, een landschappelijk waardevol agrarisch gebied, een agrarisch gebied en een gebied voor milieubelastende industrie. De eerste verwerende partij zet uiteen dat het doel van het BPA is om aan de bestaande bedrijven rechtszekerheid te geven, onder meer aan het slachthuis zodat het de nodige stedenbouwkundige ingrepen kan doen om te voldoen aan de nieuwe milieueisen. Uitbreiden met het oog op capaciteitsverhoging is uitgesloten. Na gunstig advies van de gemachtigde ambtenaar en van de bestendige deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen wordt bij het thans bestreden besluit van 21 juni 2004 het BPA "Bruggestraat" door de tweede verwerende partij goedgekeurd; II. Beoordeling Overwegende dat krachtens artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging kan worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat ernstige middelen worden aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte of verordening kunnen verantwoorden en dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte of verordening een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan berokkenen; dat dit moeilijk te herstellen ernstig nadeel in beginsel persoonlijk door de verzoekende partij moet kunnen worden ondergaan en rechtstreeks moet voortvloeien uit de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing; Overwegende dat de verzoekende partij met betrekking tot het moeilijk te herstellen ernstig nadeel uiteenzet wat volgt : "Uit de memorie bij het bestreden plan blijkt dat dit plan een aanzienlijk aantal hectaren zonevreemde bestemming wil realiseren. Specifiek m.b.t. de slachthuissite wil het BPA de bestemmingsstrijdigheid opheffen en de geplande uitbreidingen mogelijk maken. Uit het voorgaande blijkt dat het bestreden BPA tot voornaamste doelstelling heeft een oplossing te bieden voor de stedenbouwkundig aanvechtbare inplanting van het slachthuis. X-12.050-3/6 Er kan dan ook onmogelijk abstractie gemaakt worden van de hinder die veroorzaakt wordt door het slachthuis. Zoals aangegeven in de bezwaarschriften (

  1. is)er aanzienlijke hinder, in het bijzonder geur- en verkeershinder. De hinder van het slachthuis meer in detail (kan) als volgt worden omschre- ven : - verkeershinder : de levende dieren worden aangebracht in de vroege uurtjes; geslacht wordt het vlees dan weggevoerd met zware frigo-wagens. Daarnaast is er het extra verkeer voor afvoer van allerhande afval. Alle zwaar verkeer moet door de smalle en enigszins kronkelende Brugge- straat hetgeen voor lawaai en een verkeersonveilige situatie zorgt. (...) - nachtlawaai : de activiteiten in de slachthuizen starten bijwijlen in de vroege uurtjes (ongeacht de beperking van het uur van het aanvoeren tot 5 uur 's morgens). Reeds voor dit uur is er een aanvoer, staan de vrachtwagens te draaien om de ventilatoren draaiende te houden, enz... Het lossen geschiedt ook met het nodige lawaai. Verder is er natuurlijk het altijd aanwezig gezoem van de motoren van de vele koelinstallaties - geurhinder : slachten kan niet zonder slachtafval (opslaan en weer afvoeren). Op het complex zijn er tal van bronnen van geurhinder. De bijge- brachte strafinformatie verwijst naar een onderzoek van de rijkswacht te Ruiselede die toch aangeeft dat de geurhinder aanzienlijk is en ruim verspreid wordt erkend (...). Nu het bestreden BPA de rechtsgrond vormt voor de omstreden inplanting van het slachthuis, worden op die wijze de planologische reden(
  2. en)weggenomen die het slachtshuis verhinderen om de milieuvergunning te bekomen voor hun uitbreidingsplannen. Beide aspecten (exploitatie en stedenbouwkundig aspect) kunnen in die zin moeilijk van elkaar gescheiden worden. Op basis van het BPA kunnen daarenboven bouwvergunningen aangevraagd en bekomen worden. Verzoekers menen dus te kunnen laten gelden dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden aktes of verordening hen een moeilijk te herstellen ernstig nadeel zal berokkenen. Het inboeten van de levenskwaliteit kan niet afdoende of volledig met geldelijke schadevergoeding worden vergoed. (...). Zonder schorsing van de tenuitvoerlegging en, gegeven de duur van een annulatieprocedure, dreigt verzoekster meer dan ooit geconfronteerd te worden met de tactiek van de voldongen feiten van het slachthuis en maakt een herlocalisatie van het slachthuis uiteindelijk steeds minder kans. In vorige procedures werd het moeilijk te herstellen ernstig nadeel van verzoekster reeds aanvaard door Uw raad terwijl er ondertussen geen gewijzigde omstandigheden bestaan."; Overwegende dat, zoals de tussenkomende partijen terecht opmerken, de verzoekende partij geen concrete gegevens aanbrengt die erop wijzen dat zij persoonlijk een moeilijk te herstellen ernstig nadeel ondergaat; dat zij niet aannemelijk maakt hoe de aangevoerde hinder als dusdanig kan worden ervaren door een rechtspersoon, zelfs door een vereniging die de bescherming van het leefmilieu tot doel heeft; dat de verzoekende partij niet uiteenzet noch verduidelijkt hoe de bestrijding van dit nadeel kadert binnen haar maatschappelijk doel; dat bovendien uit X-12.050-4/6 de gegevens van de zaak blijkt dat er reeds een exploitatie aanwezig is zodat kan worden aangenomen dat een groot gedeelte van de hinder reeds bestond; dat de verzoekende partij eveneens aanvoert dat het bestreden besluit de bestemmingstegen- strijdigheid van de slachthuissite wil opheffen en de geplande uitbreidingen mogelijk maakt, dat het bestreden bijzonder plan van aanleg een oplossing biedt voor de stedenbouwkundig aanvechtbare inplanting van dat slachthuis en dat het bestreden bijzonder plan van aanleg de rechtsgrond vormt voor de omstreden inplanting van het slachthuis zodat aldus de planologische reden wordt weggenomen die het slachthuis verhinderen om de milieuvergunning te bekomen voor de uitbreidingsplannen; dat de mogelijkheid tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige en/of milieuvergunning op grond van de voorschriften van het bestreden bijzonder plan van aanleg op zich geen nadeel berokkent; dat moet worden aangetoond dat zodanige vergunning een nadeel kan berokkenen; dat, zoals hiervoor reeds uiteengezet, niet wordt aannemelijk gemaakt hoe hinder als gevolg van mogelijk te verkrijgen stedenbouwkundige en/of milieuvergunningen als dusdanig kan worden ervaren door verzoekster; dat voorts het moeilijk te herstellen ernstig nadeel moet voortvloeien uit de bestreden beslissing zelf, en niet uit de tijd die een annulatieprocedure in beslag neemt; dat een loutere verwijzing naar rechtspraak waarin het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel in hoofde van de verzoekende partij werd aanvaard te dezen niet dienstig is, nu geen gegevens worden aangereikt waaruit kan blijken dat de feitelijke gegevens in deze zaak dezelfde zijn; dat aldus aan een der voorwaarden van artikel 17, § 2, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State niet is voldaan; dat zulks volstaat om de vordering tot schorsing te verwerpen zonder dat het nodig is de opgeworpen ontvankelijkheidsexcepties te onderzoeken, BESLUIT: Artikel 1. De verzoeken tot t u ssenk o mst van de n.v. EXPORTSLACHTHUIS G. DE COSTER, de b.v.b.a. VANEENOOGHE en de b.v.b.a. Bernard LANGERAET in de vordering tot schorsing worden ingewilligd. Artikel 2. De vordering tot schorsing wordt verworpen. X-12.050-5/6 Artikel 3. Dit arrest zal worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het bestreden besluit. Artikel 4. De uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld. De kosten van de tussenkomsten in de schorsingsprocedure, bepaald op 375 euro, komen ten laste van de tussenkomende partijen, ieder voor de derde. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig mei 2005, door de Xe kamer, die was samengesteld uit : de HH. J. BOVIN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, E. BREWAEYS, staatsraad, B. SEUTIN, staatsraad, Mevr. A. TRUYENS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. TRUYENS. J. BOVIN. X-12.050-6/6 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.183 Gerelateerde publicatie(
  3. s)gevolgd door: ECLI:BE:RVSCE:2006:ARR.160.843 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.