← België

Arrest 145186 - - 31/05/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 mei 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.186 Rolnummer: A. 147059/XII-4036 Zaak: Arrest 145186 - - 31/05/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-14 Raadplegingen: 57 - laatst gezien 2026-07-02 16:28 Fiche Arrest nr 145.186 van 31 mei 2005 - Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.186 van 31 mei 2005 in de zaak A. 147.059/XII-

  1. In zake : David GOORMANS, die woonplaats kiest bij advocaat S. Butenaerts, kantoor houdende te 1080 Brussel, Leopold II-laan 180 tegen : het GEMEENSCHAPSONDERWIJS, vertegenwoordigd door de Scholengroep Kempen, die woonplaats kiest bij advocaat G. Van den Eynde, kantoor houdende te Geel, Diestseweg
  2. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat David Goormans op 28 januari 2004 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van 11 december 2003 van de raad van bestuur van de Scholengroep Kempen houdende “Vaste benoeming 1 januari 2004”; Gelet op het arrest nr. 131.393 van 13 mei 2004 waarbij het verzoek tot tussenkomst van Ann Knaeps in de vordering tot schorsing wordt ingewilligd, de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen, de uitspraak over de bijdrage in de betaling van de kosten van de vordering tot schorsing wordt uitgesteld en de kosten van de tussenkomst in de schorsingsprocedure ten laste van de tussenkomende partij worden gelegd; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan verzoeker op 21 mei 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; XII-4036-1/3 Gelet op de kennisgeving aan verzoeker, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij hij binnen een termijn van vijftien dagen vraagt om te worden gehoord; Overwegende dat verzoeker niet heeft gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 131.393 van 13 mei 2004 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft verworpen; dat het verzoeker op 21 mei 2004 ter kennis is gebracht; dat daarbij melding is gemaakt van genoemd artikel 17, § 4ter, en aan verzoeker is meegedeeld dat hij over een termijn van dertig dagen beschikt om eventueel een verzoek tot voortzetting van de procedure in te dienen, welk verzoekschrift vergezeld moet zijn van Belgische fiscale zegels ten bedrage van 175 euro; Overwegende dat krachtens artikel 70, § 1, tweede lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling administratie van de Raad van State het recht voor het indienen van een beroep tot nietigverklaring, wanneer de schorsing van de tenuitvoerlegging wordt gevorderd, slechts verschuldigd is bij het instellen van een vordering tot voortzetting van de procedure en dit recht wordt gekweten door de persoon die de voortzetting van de procedure vraagt; dat op grond van artikel 71, eerste lid, b), het recht wordt gekweten door middel van fiscale zegels op het origineel van het verzoek tot voortzetting; dat de miskenning van die regel alleen al de regelmatigheid van het verzoek tot voortzetting aantast; XII-4036-2/3 Overwegende dat op het door verzoeker toegezonden verzoek tot voortzetting de vereiste fiscale zegels ontbreken; dat het verzoek tot voortzetting bovendien niet per ter post aangetekende zending aan de Raad van State is toegestuurd; dat het verzoek tot voortzetting dus ook geen vaste datum conform artikel 84, eerste lid, van het algemeen procedurereglement heeft verkregen vóór dinsdag 22 juni 2004; dat het verzoek tot voortzetting niet regelmatig is; dat krachtens artikel 17, § 4ter, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State een vermoeden van afstand van geding geldt ten aanzien van verzoeker, die niet op regelmatige wijze de voortzetting van de procedure heeft gevraagd, BESLUIT: Artikel
  3. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  4. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 175 euro, komen ten laste van verzoeker. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op eenendertig mei 2005, door : de HH. G. VAN HAEGENDOREN, wnd. kamervoorzitter, staatsraad, F. BONTINCK, griffier. De griffier, De voorzitter, F. BONTINCK. G. VAN HAEGENDOREN. XII-4036-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.186 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.131.393 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.