← België

Arrest 145297 - - 02/06/2005

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 02 juni 2005 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.297 Rolnummer: A. 152087/VII-32235 Zaak: Arrest 145297 - - 02/06/2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2005-06-10 Raadplegingen: 54 - laatst gezien 2026-07-02 16:42 Fiche Arrest nr 145.297 van 2 juni 2005 - Beslissing : Afstand van geding Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE. nr. 145.297van 2 juni 2005 in de zaak A. 152.087/VII-32.

  1. In zake :
  2. Philippe HUTSEBAUT,
  3. Christiane VROYE,
  4. Katrien COLENBIE,
  5. Marleen DE WUFFEL,
  6. Kevin WELCH,
  7. Gaston GOVAERTS,
  8. de stad VILVOORDE,
  9. de gemeente GRIMBERGEN,
  10. de gemeente MACHELEN,
  11. de gemeente MEISE, die woonplaats kiezen bij Advocaat K. LARDENOIT, kantoor houdende te BRUSSEL, A. Dansaertstraat 92 tegen : het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke regering, dat woonplaats kiest bij Advocaat P. MASUREEL, kantoor houdende te BRUSSEL, Wijnheuvelenstraat
  12. --------------------------------------------------------------------------------------------------- DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER, Gezien het verzoekschrift dat Philippe HUTSEBAUT, Christiane VROYE, Katrien COLENBIE, Marleen DE WUFFEL, Kevin WELCH, Gaston GOVAERTS, de stad VILVOORDE, de gemeente GRIMBERGEN, de gemeente MACHELEN en de gemeente MEISE op 25 mei 2004 hebben ingediend om de vernietiging te vorderen van "de beslissing van de Minister van Milieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, Didier GOSUIN, van onbekende datum, aan de verzoekers ter kennis gebracht door een artikel in de krant De Standaard op 26 maart 2004, tot het herinvoeren van de Brusselse geluidsnormen zoals bepaald in het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 mei 1999 betreffende de bestrijding van de geluidshinder voortgebracht door het luchtverkeer, Belgisch Staatsblad, 11 augustus 1999 (Bijlage I) met ingang van 24 maart 2004, waarvan de toepassing op onbekende datum werd opgeschort teneinde de Federale Regering de mogelijkheid te bieden om een nationaal luchthavenbeleid te voeren met betrekking VII-32 .235-1/3 tot de nationale luchthaven gelegen op Vlaams grondgebied maar op minder dan 2 kilometer van de grens met het Brussels grondgebied dat zich in het verlengde van 2 van de 3 start-/landingsbanen bevindt en teneinde geharmoniseerde geluidsnormen met het Vlaams Gewest uit te werken"; Gelet op het arrest nr. 136.378 van 21 oktober 2004 waarbij de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing wordt verworpen; Gelet op de kennisgeving van dit arrest aan de verzoekende partijen op 29 oktober 2004; Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973; Gelet op de kennisgeving aan de verzoekende partijen, op grond van artikel 15ter, § 1, van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State, dat de kamer de afstand van geding zal uitspreken, tenzij de verzoekende partijen binnen een termijn van vijftien dagen vragen om te worden gehoord; Overwegende dat de verzoekende partijen niet hebben gevraagd om te worden gehoord; Overwegende dat naar luid van artikel 17, § 4ter, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, ten aanzien van de verzoekende partijen een vermoeden van afstand van geding geldt wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indienen binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest; Overwegende dat het arrest nr. 136.378 van 21 oktober 2004 de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit heeft verworpen; Overwegende dat de verzoekende partijen geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging hebben ingediend binnen de termijn van dertig VII-32 .235-2/3 dagen na kennisgeving van het arrest; dat te hunnen aanzien een vermoeden van afstand van het geding geldt, BESLUIT: Artikel
  13. De afstand van het geding wordt vastgesteld. Artikel
  14. De kosten van de vordering tot schorsing, bepaald op 1.750 euro, komen ten laste van de verzoekende partijen, elk voor een tiende. Aldus te Brussel uitgesproken in openbare terechtzitting, op twee juni tweeduizend en vijf, door : de H. R. STEVENS, wnd. kamervoorzitter, staatsraad Mevr. A. WIJNANTS, griffier. De griffier, De voorzitter, A. WIJNANTS. R. STEVENS. VII-32 .235-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.145.297 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2004:ARR.136.378 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.